hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...
HP klantenondersteuning - kennisdatabase

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...
  • Informatie

    Los het updateprobleem van Windows 10 op een HP computer of printer op. Klik hier

    Informatie
    Maak vandaag nog een HP-account aan!

    Maak sneller verbinding met HP-ondersteuning, beheer al uw apparaten op één plek, bekijk garantie-informatie en meer. Leer meer

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP notebook-pc's - Het TouchPad of ClickPad gebruiken (Windows 10)

Een TouchPad of ClickPad is een aanwijsapparaat met een aanraakgevoelig oppervlak onder het toetsenbord van een notebook in het gebied waar de handen op rusten. U kunt de gevoeligheid van het TouchPad of ClickPad aanpassen, de functies en bewegingen in- of uitschakelen en de werking van de knoppen wijzigen.

TouchPads hebben een aanraakgevoelig gebied met twee of meer knoppen die net als de linker- en rechterknoppen op een externe muis werken.

ClickPads hebben een ongemarkeerd gebied voor links en rechts klikken, in plaats van de losse knoppen zoals op het TouchPad. Om met het ClickPad een 'rechtsklik' te maken drukt u op de rechteronderhoek. Om een klik met links te maken tikt u ergens op het ClickPad of druk op de linkerbenedenhoek.

Opmerking:

HP adviseert om regelmatig te controleren of er software-updates, stuurprogramma-updates en BIOS-updates zijn, om er zeker van te zijn dat u de maximale functionaliteit haalt uit uw notebook en uw TouchPad/ClickPad. Zie het gedeelte Windows Update uitvoeren (Windows 10) in dit document, of het HP document HP pc's - Software en drivers downloaden of bijwerken.

Voorbeeld TouchPad

Voorbeeld van het aanraakgevoelige gebied van het TouchPad en de knoppen
  1. Gedeelte dat aanraakgevoelig is

  2. Linkerknop van het TouchPad

  3. Rechterknop van het TouchPad

Voorbeeld van een ClickPad met klikzones

Voorbeeld van een ClickPad met klikzones
  1. Zone voor linksklik

  2. Zone voor rechtsklik

Algemene navigatie-bewegingen

De meest gebruikte TouchPad- en ClickPad-acties zijn bewegingen waarmee u snel kunt navigeren en werken in vensters en bestanden. De meeste modellen en software kunnen alle vermelde bewegingen uitvoeren. In sommige gevallen zijn deze functies uitgeschakeld in de software, en hoeven ze alleen maar te worden ingeschakeld of geconfigureerd.

Veelgebruikte navigatiebewegingen en hun beschrijvingen

Gebaar

Beschrijving

Vegen

Veeg met uw vinger over het oppervlak om de cursor over het scherm te verplaatsen.

Tik op beweging

Tik één keer op het oppervlak om één keer te klikken en tik er twee keer op om te dubbelklikken met de cursor.

Draaien

Plaats twee vingers op het TouchPad en draai ze om een afbeelding of deel van het scherm te draaien.

Rotatie werkt alleen in toepassingen met een rotatiefunctie, zoals een fotobrowser.

Slepen en neerzetten

U sleept en plaatst een item door twee keer te tikken om het item te selecteren; veeg met uw vinger om het item te verplaatsen en til uw vinger op om het los te laten.

Scrollen met twee vingers

U scrollt in een venster, scherm of lijst door twee vingers op het TouchPad te plaatsen; veeg vervolgens zijwaarts of omhoog en omlaag. Til uw vingers op om te stoppen met scrollen.

Knijpbeweging voor in- of uitzoomen

Voor in- of uitzoomen bij het werken in een venster plaatst u twee vingers op het oppervlak; verplaats ze naar buiten om in te zoomen en naar binnen om uit te zoomen.

Zoomen werkt alleen in toepassingen met zoomfuncties, zoals een fotobrowser of een tekstverwerker.

Het TouchPad of ClickPad uitschakelen in Windows

Het TouchPad of ClickPad uitschakelen wanneer een externe USB-muis is aangesloten. U kunt ook een TouchPad-pictogram toevoegen aan de taakbalk voor snelle toegang tot instellingen.

Opmerking:

Als de optie om het touchpad uit te schakelen niet beschikbaar is, downloadt en installeert u de nieuwste touchpad-driver van Windows Update. Zie Windows Update uitvoeren (Windows 10) voor meer informatie.

  1. Zoek in Windows naar touchpad.

  2. Klik in de lijst met resultaten op TouchPad-instellingen.

  3. In het venster Touchpad klikt u op Extra instellingen.

    In het TouchPad-venster op Extra instellingen klikken
  4. Als u het TouchPad wilt uitschakelen wanneer u een USB-muis gebruikt, schakelt u Extern aanwijsapparaat uitschakelen wanneer een extern USB-aanwijsapparaat is aangesloten.

    Het touchpad uitschakelen wanneer een USB-muis wordt gebruikt
  5. Selecteer onder het systeemvakpictogram of en hoe het TouchPad-pictogram in de taakbalk wordt weergegeven.

    Instellingen voor systeemvakpictogram
  6. Klik op Toepassen > OK.

De instellingen van het TouchPad of ClickPad configureren in Windows

De configuratie-opties voor het TouchPad en ClickPad bevinden zich op de pagina met eigenschappen van het TouchPad. Voer de volgende stappen uit om de pagina met eigenschappen te openen en individuele instellingen in of uit te uitschakelen.

  1. Zoek in Windows naar touchpad.

  2. Klik in de lijst met resultaten op TouchPad-instellingen.

  3. In het venster Touchpad klikt u op Extra instellingen.

    In het TouchPad-venster op Extra instellingen klikken
  4. Klik op het tabblad TouchPad of ClickPad-instellingen. Als u een Synaptics-apparaat hebt, bevat het tabblad het Synaptics-pictogram .

  5. Klik op Instellingen of ClickPad-instellingen.

    ClickPad-instellingen
  6. Pas de instellingen voor scrollen, klikken, gevoeligheid, randgevoeligheid en bewegingsacties aan naar uw persoonlijke voorkeuren.

    Opmerking:

    Niet alle notebooks maken gebruik van een Synaptics TouchPad of ClickPad, maar alle touchpads hebben wel soortgelijke functies en configuratie-opties.

    Pagina met eigenschappen van ClickPad

    Het venster Eigenschappen is onderverdeeld in drie gebieden om u te helpen met het configureren van het TouchPad of ClickPad.

    • De linkerkant van het venster biedt een overzicht van bewegingen en acties. Klik om een bepaalde beweging of actie te markeren. Selecteer het pictogram Help (indien gemarkeerd) voor meer informatie of selecteer het pictogram Instellingen om de instellingen te wijzigen.

    • Rechtsonder wordt de vingerbeweging weergegeven die hoort bij de beweging of actie.

    • Rechtsboven ziet u de reactie van het scherm op de vingerbewegingen.

  7. Schakel individuele bewegingen in of uit door te klikken op het selectievakje naast elk item. Een vinkje in het selectievakje geeft aan dat beweging is ingeschakeld.

  8. Klik op Toepassen > OK.

Klikken op knoppen met een TouchPad of ClickPad

Schakel individuele bewegingen op de TouchPad of ClickPad in of uit door te klikken op het selectievakje naast elk item. Een vinkje in het selectievakje geeft aan dat beweging is ingeschakeld.

Het TouchPad beschikt over speciale knoppen voor links- en rechtsklikken die u dezelfde functionaliteit bieden als de knoppen op een extern aanwijsapparaat.

Het ClickPad gebruikt de linker- en rechteronderkant van het pad als knoppen voor links- en rechtsklikken. U kunt tevens op een item tikken en het item slepen – zoals u klikt en de linkermuisknop op een extern aanwijsapparaat ingedrukt houdt – om het item op het scherm te verplaatsen.

Links- en rechtsklikken van een TouchPad of ClickPad aanpassen in Windows

Standaard links- en rechtsknoppen op een TouchPad (linksonder en rechtsonder op een ClickPad) functioneren als linkermuisknop en rechtermuisknop. U kunt het klikken aanpassen op de pagina met de TouchPad-eigenschappen. Voer de volgende stappen uit om de knoppen aan te passen.

Opmerking:

Afhankelijk van uw computermodel en de configuratie ervan, kunnen de opties in deze sectie licht verschillen.

  1. Zoek in Windows naar touchpad.

  2. Klik in de lijst met resultaten op TouchPad-instellingen.

  3. In het venster Touchpad klikt u op Extra instellingen.

    In het TouchPad-venster op Extra instellingen klikken
  4. Klik op het tabblad Knoppen. Onder Knopconfiguratie kunt u selecties opgeven om de knopfuncties aan te passen.

    Het tabblad Knoppen selecteren
  5. Klik op Toepassen > OK.

Klikken aanpassen op een ClickPad

U kunt acties voor vingerklikken aanpassen of het formaat van het gebied voor rechtsklik op de pagina met eigenschappen van ClickPad. Gebruik de volgende stappen om het klikken naar wens aan te passen.

  1. Zoek in Windows naar touchpad.

  2. Klik in de lijst met resultaten op TouchPad-instellingen.

  3. In het venster Touchpad klikt u op Extra instellingen.

    In het TouchPad-venster op Extra instellingen klikken
  4. Klik op ClickPad-instellingen.

    ClickPad-instellingen
  5. Klik om Klikken te markeren. Als het selectievakje naast Klikken geen vinkje bevat, klikt u op het selectievakje zodat er een vinkje verschijnt om klikken in te schakelen.

    Klikken op de pagina met eigenschappen van het ClickPad
  6. Klik op het pictogram Instellingen om de instellingen voor klikken aan te passen.

    Venster Instellingen voor klikken
  7. U kunt acties voor klikken met één, twee en drie vingers en acties voor klikken op hoeken aanpassen door te klikken op het pictogram Omlaag om het menu met klikacties voor elk item te openen. Blader door het menu om uw selectie te maken. Voor sommige selecties is extra informatie nodig. Als de knop Configureren na uw selectie is ingeschakeld, klikt u op Configureren en volgt u de instructies.

  8. Klik op de knop Sluiten.

  9. Klik op het pictogram omlaag naast Klikken en klik vervolgens op Rechterknop-zone.

  10. Klik op het pictogram Instellingen om de knopacties aan te passen.

    Verschijnt een venster met een groen gebied waar de ClickPad een rechtsklik herkent.

    Voorbeeld van het standaard rechtsklikgebied
  11. Houd de muispijl over de kleine zwarte stip aan de linkerkant van het groene kader totdat een dubbele pijl verschijnt en sleep de muis naar links om de rechtsklikzone uit te breiden.

    Voorbeeld van het uitgebreide gebied van de rechtsklikzone
  12. Klik op Sluiten om terug te keren naar het ClickPad.

  13. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

Tikbewegingen aanpassen voor een ClickPad

Bewegingen voor één en twee keer tikken komen overeenkomen met één keer klikken en dubbelklikken op een extern aanwijsapparaat (zoals een muis). Gebruik de volgende stappen om het tikken naar wens aan te passen.

  1. Zoek in Windows naar touchpad.

  2. Klik in de lijst met resultaten op TouchPad-instellingen.

  3. In het venster Touchpad klikt u op Extra instellingen.

    In het TouchPad-venster op Extra instellingen klikken
  4. Klik op ClickPad-instellingen.

    ClickPad-instellingen
  5. Klik om Tikken te markeren. Als het selectievakje naast Tikken geen vinkje bevat, klikt u op het selectievakje zodat er een vinkje verschijnt om tikken in te schakelen.

    Tikken op de pagina met eigenschappen van het ClickPad
  6. Klik op het pictogram Instellingen om de instellingen voor tikken aan te passen. U kunt de volgende aanpassingen maken:

    • Tikken en slepen: Hiermee regelt u hoe u het TouchPad gebruikt om items op het computerscherm te slepen.

    • Vergrendelingszones van het TouchPad uitschakelen: Hiermee kunt u tikken om het TouchPad in- of uit te schakelen

    • Actie linksboven: Hiermee kunt u aanpassen hoe lang het TouchPad is uitgeschakeld.

    Venster Instellingen voor tikken
  7. Klik op Sluiten om terug te keren naar het ClickPad.

  8. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

Scrollen met behulp van een TouchPad of ClickPad

Met speciale horizontale en verticale scrolbewegingen kunt u binnen een programmavenster scrollen. U kunt het scrollen met één vinger of twee vingers aanpassen en instellen hoe het TouchPad of ClickPad reageert op bewegingen in de buurt van de rand.

Scrollen met één vinger aanpassen

Gebruik de volgende stappen om uw TouchPad of ClickPad aan te passen voor scrollen met één vinger.

  1. Zoek in Windows naar touchpad.

  2. Klik in de lijst met resultaten op TouchPad-instellingen.

  3. In het venster Touchpad klikt u op Extra instellingen.

    In het TouchPad-venster op Extra instellingen klikken
  4. Klik op ClickPad-instellingen.

    ClickPad-instellingen
  5. Klik om Scrollen te markeren. Als het selectievakje naast Scrollen geen vinkje bevat, klikt u op het selectievakje zodat er een vinkje verschijnt om scrollen in te schakelen.

    Scrollen op de pagina met eigenschappen van het ClickPad
  6. Klik op het pictogram Instellingen om de scrollinstellingen aan te passen. U kunt de volgende aanpassingen maken:

    • Scrollsnelheid: Hiermee kunt u de scrollsnelheid aanpassen.

    • Scrolgebied instellen: Past de grootte van het Scrolgebied aan. Het scrollgebied wordt aangeduid door het gearceerde gebied. Klik en sleep de zwarte vierkantjes om het gebied groter of kleiner te maken.

    • Verticaal scrollen inschakelen: Hiermee kunt u scrollen door uw vinger omhoog of omlaag langs de linkerkant van het TouchPad in het linkerscrollgebied te schuiven.

    • Horizontaal scrollen inschakelen: Hiermee kunt u scrollen door uw vinger langs de onderrand van het TouchPad in het onderste scrollgebied te schuiven.

    • ChiralScrolling inschakelen: Hiermee kunt u onafgebroken scrollen met één doorlopende, vloeiende en ronddraaiende beweging op het touchpad.

    • EdgeMotion tijdens scrollen inschakelen: Hiermee blijft u scrollen wanneer uw vinger de rand van het TouchPad bereikt.

    • Coasting inschakelen - Hiermee blijft u scrollen nadat u uw vingers van het Touchpad hebt gehaald.

    Venster Instellingen voor scrollen
  7. Klik op Sluiten om terug te keren naar het ClickPad.

  8. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

Scrollen met twee vingers aanpassen

Hiermee kunt u verticaal of horizontaal scrollen vanaf elke locatie op het oppervlak van het TouchPad, dus niet alleen op het daarvoor bestemde scrollgebied. Gebruik de volgende stappen om het scrollen met twee vingers in te schakelen.

  1. Zoek in Windows naar touchpad.

  2. Klik in de lijst met resultaten op TouchPad-instellingen.

  3. In het venster Touchpad klikt u op Extra instellingen.

    In het TouchPad-venster op Extra instellingen klikken
  4. Klik op ClickPad-instellingen.

    ClickPad-instellingen
  5. Scrollen met twee vingers bevindt zich onder Bewegingen met meerdere vingers. Als u Scrollen met twee vingers niet ziet, klik dan op de Pijl, links van het selectievakje Bewegingen met meerdere vingers.

  6. Klik om Scrollen met twee vingers te markeren. Als het selectievakje naast Scrollen met twee vingers geen vinkje bevat, klikt u op het selectievakje zodat er een vinkje verschijnt om scrollen in te schakelen.

    Scrollen met twee vingers op de pagina met eigenschappen van ClickPad
  7. Klik op het pictogram Instellingen om de scrollinstellingen aan te passen. U kunt de volgende aanpassingen maken:

    • Scrollsnelheid: Hiermee kunt u de scrollsnelheid aanpassen.

    • Verticaal scrollen inschakelen: Hiermee kunt u scrollen door uw vingers omhoog of omlaag op het TouchPad te schuiven.

    • Horizontaal scrollen inschakelen: Hiermee kunt scrollen door uw vingers links of rechts op het TouchPad te schuiven.

    • Scrollen in omgekeerde richting inschakelen: Wijzigt de richting van het scrollen.

    • EdgeMotion tijdens scrollen inschakelen: Hiermee blijft u scrollen wanneer uw vingers de rand van het TouchPad bereiken.

    • Coasting inschakelen - Hiermee blijft u scrollen nadat u uw vingers van het Touchpad hebt gehaald.

    Venster Instellingen scrollen met twee vingers
  8. Klik op Sluiten om terug te keren naar het ClickPad.

  9. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

Navigeren met behulp van bewegingen met meerdere vingers

Voor bewegingen met meerdere vingers zijn er snelkoppelingen voor veelgebruikte toepassingen of eenvoudige navigatie binnen een toepassing.

U kunt deze bewegingen aanpassen op de pagina met ClickPad-eigenschappen door te klikken op de Pijl, links van het selectievakje Bewegingen met meerdere vingers om de bijbehorende opties te openen. Als het selectievakje naast Bewegingen met meerdere vingers geen vinkje bevat, klikt u op het selectievakje zodat er een vinkje verschijnt.

Zoomen door knijpen inschakelen

In- en uitzoomen is binnen veel toepassingen beschikbaar. Zoomen door knijpen kan worden ingeschakeld op de pagina met eigenschappen van het ClickPad.

  1. Klik om Zoomen door knijpen te markeren. Als het selectievakje naast Zoomen door knijpen geen vinkje bevat, klikt u op het selectievakje zodat er een vinkje verschijnt om deze optie in te schakelen.

    Zoomen door knijpen op de pagina met ClickPad-eigenschappen
  2. Door te klikken op het pictogram Instellingen opent u een venster waar u de reactie op zoomen door te knijpen kunt regelen.

    Venster Instellingen zoomen door knijpen
  3. Klik op Sluiten om terug te keren naar het ClickPad.

  4. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

Draaien inschakelen

Draaien is beschikbaar voor sommige objecten en voor foto's. Draaien kan worden ingeschakeld op de pagina met eigenschappen van het ClickPad.

  1. Klik om Draaien te markeren. Als het selectievakje naast Draaien geen vinkje bevat, klikt u op het selectievakje zodat er een vinkje verschijnt om draaien in te schakelen.

    Draaien op de pagina met eigenschappen van het ClickPad
  2. Door te klikken op het pictogram Instellingen opent u een venster waarin u opties voor draaien kunt selecteren. Met TwistRotate kunt u items zoals foto's draaien met twee vingers in een beweging die vergelijkbaar is met het draaien van een knop. Draait items in stappen van 90 graden.

    Venster Instellingen voor draaien
  3. Klik op Sluiten om terug te keren naar het ClickPad.

  4. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

Navigeren in toepassingen met Vegen met drie vingers

Vegen met drie vingers kan worden geconfigureerd om binnen toepassingen te navigeren. Vegen met drie vingers wordt gebruikt om te surfen op internet of om te bladeren door foto's. Gebruik de volgende stappen om vegen met drie vingers in te schakelen vanaf de pagina met eigenschappen van het ClickPad.

  1. Klik om Vegen met drie vingers te markeren. Als het selectievakje naast Vegen met drie vingers geen vinkje bevat, klikt u op het selectievakje zodat er een vinkje verschijnt om vegen in te schakelen.

    Opmerking:

    Voor meer informatie over Vegen met drie vingers klikt u op het pictogram Help naast Vegen met drie vingers.

    Vegen met drie vingers op de pagina met ClickPad-eigenschappen
  2. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

Drukken met drie vingers inschakelen

Drukken met drie vingers kan worden gebruikt om te navigeren tussen toepassingen. Drukken met drie vingers opent geïdentificeerde toepassingen wanneer deze optie is ingeschakeld. Drukken met drie vingers kan worden ingeschakeld op de pagina met eigenschappen van het ClickPad.

  1. Klik om Drukken met drie vingers te markeren. Als het selectievakje naast Drukken met drie vingers geen vinkje bevat, klikt u op het selectievakje zodat er een vinkje verschijnt om drukken in te schakelen.

    Drukken met drie vingers op de pagina met eigenschappen
  2. Klik op het pictogram Instellingen om programma's te selecteren die worden geopend wanneer u Drukken met drie vingers gebruikt.

    Venster voor het selecteren van programma's met Drukken met drie vingers
  3. Klik op Sluiten om terug te keren naar het ClickPad.

  4. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

Vegen met vier vingers inschakelen

Vegen met vier vingers kan worden gebruikt om te schakelen tussen toepassingen, een venster te minimaliseren of een venster te herstellen. Vegen met vier vingers kan worden ingeschakeld op de pagina met eigenschappen van het ClickPad.

  1. Klik om Vegen met vier vingers te markeren. Als het selectievakje naast Vegen met vier vingers geen vinkje bevat, klikt u op het selectievakje zodat er een vinkje verschijnt om vegen in te schakelen.

    Vegen met vier vingers op de pagina met eigenschappen
  2. Klik op het pictogram Instellingen om opties voor Vegen met vier vingers te selecteren. Schakel horizontale of verticale veegbewegingen in of uit. Indien ingeschakeld

    Opmerking:

    Klik op Help voor meer informatie over vegen met vier vingers.

    • Een horizontale veegbeweging naar rechts met vier vingers opent de toepassingenschakelaar.

    • Een horizontale veegbeweging naar links met vier vingers opent de laatst gebruikte toepassing.

    • Een verticale veegbeweging omlaag met vier vingers minimaliseert of herstelt het venster op uw bureaublad.

    • Een verticale veegbeweging omhoog met vier vingers opent de toepassingenschakelaar.

    Venster Instellingen voor Vegen met vier vingers
  3. Klik op Sluiten om terug te keren naar het ClickPad.

  4. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

Vegen aan de rand inschakelen

Met Vegen aan de rand kunt u schakelen tussen toepassingen of navigeren op het startscherm. Vegen aan de rand kan worden ingeschakeld op de pagina met eigenschappen van het ClickPad.

U schakelt Vegen aan de rand in door te klikken op het selectievakje naast Vegen aan de rand inschakelen totdat er een vinkje verschijnt. Als deze optie is ingeschakeld, zorgt een veeg naar het midden van het TouchPad voor het volgende:

  • Vanaf de linkerrand: schakelt naar de eerder geopende toepassing.

  • Vanaf de rechterrand: opent of sluit de Charms-balk.

  • Vanaf de bovenrand: opent of sluit de balk met toepassingen.

Aanwijsinstellingen van het TouchPad of ClickPad aanpassen

Met de instellingen voor Aanwijzen kunt u bepalen hoe de aanwijzer zich verplaatst als reactie op uw bewegingen. Aanwijzen bevat functies voor Gevoeligheid, Momentum, EdgeMotion en Toegankelijkheid.

U kunt deze bewegingen aanpassen op de pagina met ClickPad-eigenschappen door te klikken op de Pijl, links van het selectievakje Aanwijzen om de bijbehorende opties te openen.

De gevoeligheid van TouchPad of ClickPad aanpassen

Met de opties voor Gevoeligheid kunt u de respons van het TouchPad instellen op de druk die u erop uitoefent. U kunt de gevoeligheidsinstellingen openen op de pagina met ClickPad-eigenschappen.

  1. Klik om Gevoeligheid te markeren.

    Gevoeligheid op de pagina met eigenschappen van het ClickPad
  2. Door te klikken op het pictogram Instellingen opent u een venster waar u kunt instellen hoeveel druk van de vinger(s) nodig is voordat het TouchPad reageert.

    Venster Instellingen voor gevoeligheid
  3. Klik op Sluiten om terug te keren naar het ClickPad.

  4. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

De momentuminstellingen van TouchPad of ClickPad aanpassen

De opties voor Momentum bieden een trackball-achtige respons van het TouchPad. U kunt de instellingen voor Momentum openen op de pagina met eigenschappen van het ClickPad.

  1. Klik om Momentum te markeren. Als het selectievakje naast Momentum geen vinkje bevat, klikt u op het selectievakje zodat er een vinkje verschijnt om momentum in te schakelen.

    Momentum op de pagina met eigenschappen van het ClickPad
  2. Door te klikken op het pictogram Instellingen opent u een venster waar u kunt bepalen hoe ver de aanwijzer schuift en of deze stopt dan wel terugkeert bij de rand van het scherm.

    Venster Instellingen voor Momentum
  3. Klik op Sluiten om terug te keren naar het ClickPad.

  4. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

Gedrag van de TouchPad-rand bij het scrollen

Scrollgedrag aan de rand van het TouchPad wordt geregeld op de pagina's voor scrollinstellingen. U kunt de EdgeMotion-functie bij het scrollen in- of uitschakelen. Wanneer EdgeMotion is ingeschakeld, worden lange bewegingen van de aanwijzer vereenvoudigt. Wanneer u de rand van het TouchPad bereikt, blijft de aanwijzer bewegen totdat u uw vingers van het TouchPad tilt. Stel EdgeMotion in aan de hand van de volgende stappen op de pagina met eigenschappen van het ClickPad.

  1. Klik om EdgeMotion te markeren. Als het selectievakje naast EdgeMotion geen vinkje bevat, klikt u op het selectievakje zodat er een vinkje verschijnt om klikken in te schakelen.

    EdgeMotion op de pagina met eigenschappen van het ClickPad
  2. Klik op het pictogram Instellingen om de instellingen voor EdgeMotion aan te passen. U kunt de volgende aanpassingen maken:

    • EdgeMotion: Hiermee of schakelt u EdgeMotion in of uit voor specifieke taken. Geef aan of u EdgeMotion altijd wilt gebruiken of alleen bij gebruik van tikken en slepen.

    • EdgeMotion-gebied: Hiermee past u de grootte van de randgebieden aan. De rand wordt aangeduid door het gearceerde gebied. Maak de randgebieden groter of kleiner door de zwarte vierkantjes te klikken en slepen.

    • EdgeMotion-snelheid: Hiermee regelt de snelheid van het randscrollen. Gebruik de schuifknop om de snelheid te regelen.

    Venster Instellingen voor EdgeMotion
  3. Klik op Sluiten om terug te keren naar het ClickPad.

  4. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

De toegankelijkheidsinstellingen van TouchPad of ClickPad aanpassen

Met de opties voor Toegankelijkheid kunt u opgeven hoe de aanwijzer reageert en daarvoor beperkingen instellen. U kunt de toegankelijkheidsinstellingen openen op de pagina met eigenschappen van het ClickPad.

  1. Klik om Toegankelijkheid te markeren.

    Toegankelijkheid op de pagina met eigenschappen van het ClickPad
  2. Door te klikken op het pictogram Instellingen opent u een venster waar u de volgende toegankelijkheidsfuncties kunt aanpassen:

    • Plakranden: Hiermee blijft de aanwijzer beperkt tot het actieve venster.

    • Slowmotion: Hiermee zorgt u ervoor dat de snelheid van de aanwijzer afneemt voor betere nauwkeurigheid. Selecteer de gewenste Shift- of Ctrl-toetsen om Slowmotion in of uit te schakelen.

    • Beperkte beweging: Hiermee beperkt u de beweging van de aanwijzer tot strikt horizontaal of verticaal. Selecteer de gewenste Shift- of Ctrl-toetsen om Beperkte beweging in of uit te schakelen.

    Venster Instellingen voor toegankelijkheid
  3. Klik op Sluiten om terug te keren naar het ClickPad.

  4. Klik op Toepassen > OK om uw wijzigingen toe te passen en het scherm met eigenschappen af te sluiten.

Alle TouchPad-bewegingen uit- of inschakelen

Als u wilt dat het touchpad of clickpad werkt zoals een standaard notebookmuis zonder de bewegingsfunctie, kunt u de desbetreffende onderdelen uitschakelen.

Alle bewegingen uitschakelen:

  1. Zoek op de taakbalk het ClickPad-pictogram of het pictogram van een ander aanwijsapparaat in het systeemvak van Windows en klik er met de rechtermuisknop op.

    De ClickPad-instellingen openen
  2. Schakel Bewegingen inschakelen uit.

    Bewegingen inschakelen uitgeschakeld

Als u bewegingen weer wilt inschakelen, zet het vinkje naast Bewegingen uitschakelen weer terug in het pop-upmenu.

Problemen met de TouchPad of ClickPad oplossen

Er zijn diverse opties voor het oplossen van problemen met uw TouchPad of ClickPad wanneer deze niet werkt. Voer de volgende procedures uit totdat u een oplossing hebt gevonden.

Het touchpad uit- en weer inschakelen

Sommige touchpads kunt u in- of uitschakelen door te dubbeltikken in de linkerbovenhoek van het TouchPad.

  1. Dubbeltikken om het TouchPad uit te schakelen.

    Aan/uit-schakelaar van TouchPad
  2. Herhaal om het TouchPad in te schakelen.

Een harde reset uitvoeren op een laptop met een verwijderbare accu

Een harde reset uitvoeren op een notebook met een verwijderbare accu.

  1. Schakel de computer uit en koppel het netsnoer los.

  2. Koppel alle randapparaten los en verwijder vervolgens de computer uit de poorten of het dockingstation.

  3. Verwijder de accu uit de computer.

  4. Terwijl het netsnoer is losgekoppeld en de accu is verwijderd, drukt u vijftien seconden lang op de aan-uitknop.

  5. Nadat u de condensatoren heeft ontladen, plaatst u de batterij weer terug en sluit u het netsnoer aan. Laat de aangesloten randapparaten losgekoppeld.

  6. Schakel de computer in.

Een laptop opnieuw instellen met een niet-verwijderbare accu

Een harde reset uitvoeren op een laptop met een verzegelde of niet-verwijderbare accu:\

  1. Schakel de computer uit en koppel het netsnoer los.

  2. Koppel alle randapparaten los en verwijder vervolgens de computer uit de poorten of het dockingstation.

  3. Terwijl het netsnoer is losgekoppeld, drukt u ongeveer vijftien seconden op de Aan/uit-knop.

  4. Sluit het netsnoer aan nadat u de condensators hebt laten afvloeien. Laat de aangesloten randapparaten losgekoppeld.

  5. Schakel de computer in.

Een Windows 10 systeemreset uitvoeren

Als het probleem zich blijft voordoen, zet u de computer terug in de oorspronkelijke configuratie.

Microsoft heeft een resetfunctie waarmee uw computer wordt hersteld door het besturingssysteem opnieuw te installeren. Voordat u deze optie gebruikt, moet u ervoor zorgen dat u een back-up hebt gemaakt van al uw belangrijke bestanden.

Ga naar HP pc's - Uw computer resetten (Windows 10) voor meer informatie.

De driver op de HP website vinden

Informatie over hoe u de driverupdates op de HP website kunt vinden.

HP biedt veel gratis software- en driverdownloads.

Opmerking:

Voor apparaten met Windows 10 in de modus S, kunt u alleen drivers via Windows Update verkrijgen. Ga naar HP PC's-Veelgestelde vragen over Windows 10 in S-modus voor meer informatie.

  1. Ga naar de pagina HP Klantenondersteuning - Software en drivers downloaden.

  2. Als een pagina met Uw product identificeren om aan de slag te gaan wordt weergegeven, klikt u op laptop of desktop.

  3. Typ de modelnaam van uw computer in het veld Of voer uw serienummer in en klik vervolgens op Verzenden. Typ bijvoorbeeld Pavilion HPE h8-1360t Desktop en klik vervolgens op Verzenden.

    Typ de modelnaam van uw HP of Compaq computer in het zoekveld
  4. Als er een webpagina Overeenkomende producten wordt geopend, selecteert u uw modelnummer uit de lijst.

  5. De softwareresultatenpagina voor uw computer wordt weergegeven met het standaardbesturingssysteem geselecteerd. Als u het besturingssysteem moet wijzigen, klikt u op Wijzigen, selecteert u uw versie en klikt u vervolgens op Wijzigen.

    Opmerking:

    Als u het gewenste besturingssysteem niet kunt vinden in de lijst, heeft HP geen drivers voor dat besturingssysteem. Gebruik een andere methode voor het downloaden van software en drivers.

    Het besturingssysteem van uw computer wijzigen
  6. Klik in de lijst met beschikbare software- en drivercategorieën op de categorienaam en vervolgens op Downloaden.

    Let op!:

    Soms is er meer dan één download beschikbaar voor een component, zoals meerdere dvd-firmware-updates. Als dit zo is, identificeert u het onderdeel in uw computer en downloadt u het juiste bestand. Om de naam van een component te vinden, zoekt u in Windows naar Apparaatbeheer en opent u deze functie. Zoek het onderdeel en vouw vervolgens de categorie uit (bijvoorbeeld, dvd/cd-rom-stations). De categorie geeft een overzicht van de oorspronkelijke fabrikant van het onderdeel.

    Een download selecteren
  7. Volg de aanwijzingen op het scherm om de software of driver te installeren.

Windows Update uitvoeren (Windows 10)

Werk uw Windows 10-computer bij met Windows Update.

  1. Zoek in Windows naar en open Controleren op updates.

    Als er updates beschikbaar zijn, worden deze automatisch geïnstalleerd.
  2. Als de updates zijn geïnstalleerd, start u uw computer opnieuw op als u daarom wordt gevraagd.

Een Systeemherstel uitvoeren om een probleem in Windows op te lossen

Als het probleem recent is, herstelt u de computer naar een punt voordat het probleem zich voordeed om het op te lossen.

Raadpleeg HP pc's - Microsoft Systeemherstel gebruiken (Windows 10, 8) voor meer informatie.


hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land/regio: Flag Nederland

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...