hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

Welkom bij HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...
  • Informatie
    Welkom Samsung Printer Klanten

    Ondersteuning nodig voor uw Samsung printer? HP is er om te helpen! Meer informatie

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP LaserJet Enterprise 700 color MFP M775 - De printer instellen (hardware) (f-model)

  opmerking:
Dit document is voor de HP LaserJet Enterprise 700 kleuren-MFP, model M775f.
Dit document legt uit hoe u de fysieke delen van de printer kunt instellen. Voltooi deze stappen voordat u de printersoftware op uw pc installeert.
Als u de printerhardware al hebt ingesteld en u hebt hulp nodig bij de installatie van de software, zie dan het gedeelte Koppelingen naar instructies voor software-installatie aan het einde van dit document.
Dit document omvat de volgende stappen om de printer in te stellen:
De printer uitpakken
  1. Kies een plaats voor de printer die voldoet aan de volgende specificaties:
    • Een stevig werkoppervlak, goed geventileerde ruimte en buiten het bereik van direct zonlicht
    • Temperatuurbereik: 15° tot 30° C
    • Vochtigheidsbereik: 10% tot 80%
      let op:
    De printer weegt 97,7 kg (215,5 lb). HP adviseert dat vier mensen de printer verplaatsen.
  2. Neem de HP-printer uit de doos en verwijder het verpakkingsmateriaal. Controleer of de inhoud overeenkomt met deze afbeelding.
      opmerking:
    HP beveelt het hergebruik van verpakkingsmaterialen te allen tijde aan.
    Afbeelding : Inhoud van de doos
  3. Verwijder de oranje verpakkingstape.
    Afbeelding : De verpakkingstape verwijderen
  4. Open de documentinvoer en verwijder vervolgens het piepschuim en de resterende oranje tape.
    Afbeelding : Het piepschuim en de resterende tape verwijderen
  5. Open laden 2, 3 en 4. Verwijder de ladetransportvergrendeling uit lade 2 en de kartonnen inlegstukken uit laden 3 en 4.
    Afbeelding : De transportvergrendeling en kartonnen inlegstukken uit de laden verwijderen
  6. Sluit lade 2.
      let op:
    Zorg ervoor dat de sluithendel (achter lade 2) op het papierverwerkingsaccessoire in de gesloten positie is.
    Afbeelding : Lade 2 sluiten
  7. Sluit lade 3 en lade 4.
    Afbeelding : Lade 3 en lade 4 sluiten
  8. Zorg ervoor dat de twee sluithendels op het papierverwerkingsaccessoires in de gesloten positie zijn.
    Afbeelding : De vergrendelingshendels op de papierverwerkingsaccessoires controleren
Papier laden
  1. Open lade 2.
    Afbeelding : Lade 2 openen
  2. Stel de uitschuifbare voor- en zijpapiergeleiders bij voor het juiste papierformaat.
    Afbeelding : De papiergeleiders bijstellen
  3. Plaats het papier in de lade.
    Afbeelding : Papier in de lade plaatsen
  4. Plaats niet te veel papier in de lade. Zorg ervoor dat de papierstapel in de lade past en dat de stapel niet hoger is dan de bovenzijde van de papiergeleiders.
    Afbeelding : Hoogtegeleiders van de papierstapel controleren
  5. Sluit de lade.
    Afbeelding : De lade sluiten
De netwerkkabel aansluiten (optioneel)
Sluit de netwerkkabel nu aan als u verbinding wilt maken met een netwerk. Als dit niet het geval is, kunt u deze stap overslaan en gaat u naar het gedeelte Het netsnoer aansluiten en de printer inschakelen in dit document.
  let op:
Sluit nu nog geen USB-kabel aan. Als u middels een USB-kabel de printer aan de pc wilt verbinden, dan kan het worden verbonden gedurende de installatie van de software.
Afbeelding : De netwerkkabel aansluiten
Het telefoonsnoer van de fax aansluiten (optioneel)
Om de faxfunctie te gebruiken sluit u de meegeleverde telefoonkabel aan tussen de faxpoort op de printer en een telefoonaansluiting.
  opmerking:
Een adapter voor het RJ11-telefoonsnoer is mogelijk vereist om het snoer met de telefoonaansluiting te verbinden.
Afbeelding : Het telefoonsnoer van de fax aansluiten
Het netsnoer aansluiten en de printer inschakelen
  1. Sluit het netsnoer aan op de printer en steek de stekker in een geaard stopcontact. Gebruik alleen het bij de printer geleverde netsnoer om schade aan de printer te voorkomen.
    Afbeelding : Het netsnoer aansluiten
      let op:
    Controleer of uw voedingsbron geschikt is voor het voltage van de printer. U vindt het voltage op het printeretiket. De printer werkt op 100-127 V of 220-240 V wisselstroom en 50/60 Hz.
  2. Zet de printer aan.
    Afbeelding : Op de aan-uitknop drukken
  3. Wacht 60 seconden voordat u doorgaat. Als u gedurende deze tijd de printer op een netwerk aansluit, zal het netwerk de printer herkennen en een IP-adres of hostnaam toewijzen aan de printer.
  4. Stel op het bedieningspaneel de taal, de datum-/tijdsindeling en de tijdzone in. Wanneer het beginscherm wordt weergegeven, raakt u Begininstellingen aan en schakelt u de basisfuncties van de printer in.
    Voor geavanceerde instellingen voor printers die zijn aangesloten op een netwerk, voert u na voltooiing van de software-installatie het IP-adres van de printer in de adresbalk van een webbrowser in. Voer een van de volgende stappen uit om het IP-adres te vinden:
      opmerking:
    Welke stappen u moet volgen om het IP-adres van de printer te vinden, is afhankelijk van het type bedieningspaneel. Raadpleeg de tabel in stap 5 om te bepalen welk type bedieningspaneel u hebt.
    • FutureSmart 3: Raak op het bedieningspaneel van de printer de knop Netwerk aan.
    • FutureSmart 4: Raak op het bedieningspaneel van de printer het pictogram Informatie aan en vervolgens de knop Netwerk .
  5. Als de printer is verbonden met een USB-kabel, moet de printer tijdens het installatieproces zijn ingeschakeld en de status Gereed hebben. Configureer de volgende instelling zodat de printer uit de slaapmodus ontwaakt gedurende het installatieproces van de software:
      opmerking:
    De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
    FutureSmart 3
    FutureSmart 4
    FutureSmart 3
    1. Blader op het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer naar de knop Beheer en raak deze aan.
    2. Kies het menu General Settings (Algemene instellingen).
    3. Raak de optie Energy Settings (Energie-instellingen) aan.
    4. Raak de optie Wake/Auto On to These Events (Ontwaken/Automatisch inschakelen bij deze gebeurtenissen) aan.
    5. Raak de optie All events (Alle gebeurtenissen) aan.
    FutureSmart 4
    Printers met FutureSmart 4 worden tijdens het software-installatieproces standaard uit de slaapstand gehaald.
Controleren of de printer werkt
Volg de onderstaande stappen om te controleren of de printer werkt.
  opmerking:
De stappen zijn afhankelijk van het bedieningspaneel.
FutureSmart 3
FutureSmart 4
FutureSmart 3
  1. Om na te gaan of de printer afdrukt, doet u het volgende:
    1. Blader op het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer naar de knop Beheer en raak deze aan.
    2. Open de volgende menu's:
      • Rapporten
      • Config.-/statuspagina's
    3. Raak het veld Configuration Page (Configuratiepagina) aan om het te selecteren.
    4. Raak de knop Afdrukken aan om de configuratie en de Jetdirect-pagina's af te drukken.
        opmerking:
      Als u de printer op een netwerk wilt gebruiken, bewaar dan deze pagina's. De Jetdirect-pagina bevat het IP-adres van de printer.
    5. Als u de printer op een netwerk hebt aangesloten, zoek dan het IP-adres op de Jetdirect-pagina op.
      • IPv4: Als het IP-adres 0.0.0.0, 192.0.0.192 of 169.254.x.x is, dan moet u het IP-adres handmatig configureren. Als het IP-adres anders is, dan is de configuratie geslaagd.
      • IPv6: Als het IP-adres begint met 'fe80:', dan moet de printer kunnen afdrukken. Anders moet u het IP-adres handmatig configureren.
      Afbeelding : Jetdirect-pagina
  2. Om de documentinvoer en de kopieerfunctie te testen, doet u het volgende:
    1. Plaats afgedrukte configuratie met de tekst naar boven in de documentinvoer.
    2. Raak vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer de knop Start aan. Het product kopieert en drukt vervolgens een pagina af.
  3. Om de scannerglasplaat en de kopieerfunctie te testen, doet u het volgende:
    1. Plaats de afgedrukte configuratiepagina met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner.
    2. Raak vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer de knop Start aan. Het apparaat scant en drukt vervolgens een pagina af.
FutureSmart 4
  1. Om na te gaan of de printer afdrukt, doet u het volgende:
    1. Blader op het beginscherm van het bedieningspaneel naar de knop Rapporten.
    2. Selecteer Configuratie-/statuspagina's.
    3. Selecteer Configuratiepagina.
    4. Selecteer Afdrukken om de configuratie en de Jetdirect-pagina's af te drukken.
    5. Als de printer op een netwerk is aangesloten, zoekt u het IP-adres op de Jetdirect-pagina.
      • IPv4: Als het IP-adres 0.0.0.0, 192.0.0.192 of 169.254.x.x is, moet u het IP-adres handmatig configureren. Als het IP-adres anders is, dan is de configuratie geslaagd.
      • IPv6: Als het IP-adres begint met 'fe80:', dan moet de printer kunnen afdrukken. Anders moet u het IP-adres handmatig configureren.
      Afbeelding : Jetdirect-pagina
  2. Om de documentinvoer en de kopieerfunctie te testen, doet u het volgende:
    1. Plaats afgedrukte configuratie met de tekst naar boven in de documentinvoer.
    2. Raak in het beginscherm van het bedieningspaneel de knop Start aan. Het product kopieert en drukt vervolgens een pagina af.
  3. Om de scannerglasplaat en de kopieerfunctie te testen, doet u het volgende:
    1. Plaats de afgedrukte configuratiepagina met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner.
    2. Raak in het beginscherm van het bedieningspaneel de knop Start aan. Het product kopieert en drukt vervolgens een pagina af.
De firmware bijwerken (optioneel maar aanbevolen)
HP geeft regelmatig updates uit voor functies die beschikbaar zijn in de firmware van de printer. Werk de firmware van de printer bij, zodat u gebruik kunt maken van de nieuwste functies.
  opmerking:
Overleg met de netwerkbeheerder alvorens u de firmware van de printer bijwerkt.
Klik hier voor informatie over het bijwerken van de printerfirmware door middel van een USB-flashstation of de geïntegreerde webserver.
Koppelingen naar instructies voor de installatie van software
Nadat u de voorgaande stappen ter instelling hebt voltooid, kunt u de printersoftware installeren met gebruik van de printer-cd of door de software te downloaden van de website van HP.
  let op:
Sluit nu nog geen USB-kabel aan. Als u middels een USB-kabel de printer aan de pc wilt verbinden, dan kan het worden verbonden gedurende de installatie van de software.
Voor instructies betreffende de installatie van software klikt u op de link voor het besturingssysteem van uw pc en de verbindingssoort.
Windows
Mac OS X

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land: Flag Nederland

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...