hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

Welkom bij HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP Enterprise MFP - Het adresboek instellen en configureren

Inleiding
Een adresboek is een opgeslagen lijst met veelgebruikte contactpersonen, waarmee u snel kunt kiezen naar welke contactpersoon een document vanaf het bedieningspaneel van de printer moet worden verzonden. Gebruik de pagina Adresboek om de volgende functies van de printer te configureren en in te schakelen:
  • Zoekparameters configureren
  • Individuele contactpersonen of groepen toevoegen
  • Bestaande contactpersonen bewerken
Stap één: Toegang tot de geïntegreerde webserver van HP (EWS)
  1. FutureSmart 3: Raak de knop Netwerk aan vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer om het IP-adres of de hostnaam weer te geven.
    FutureSmart 4: Raak vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer het informatiepictogram aan en raak vervolgens het pictogram Netwerk aan om het IP-adres of de hostnaam weer te geven.
  2. Open een internetbrowser en voer in de adresregel het IP-adres of de hostnaam van de printer in zoals die wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Druk op de toets Enter op het toetsenbord van de pc. De geïntegreerde webserver wordt geopend.
    Afbeelding : Voorbeeld van een IP-adres in een browservenster
      opmerking:
    Als de webbrowser een bericht weergeeft dat toegang tot de website mogelijk niet veilig is, selecteert u de optie om door te gaan naar de website. Toegang tot deze website zal de computer niet beschadigen.
Stap twee: De instellingen voor netwerkcontacten instellen
Gebruik het gedeelte Instellingen voor netwerkcontacten van de pagina Adresboek om netwerkcontacten in te schakelen en om de zoekmethoden voor het vinden van netwerkcontacten te specificeren.
De zoekmethode instellen
  1. Klik in de bovenste navigatietabbladen op Scannen/Digitaal verzenden.
  2. Klik in het linkerdeelvenster op Adresboek of Contactpersonen.
  3. Selecteer een zoekmethode:
    • Snel zoeken (zoeken naar resultaten die beginnen met de zoekstring.)
    • Uitgebreid zoeken (zoeken naar resultaten die de zoekstring bevatten.)
Persoonlijke contacten inschakelen (optioneel)
Krijg toegang tot de persoonlijke contacten van individuele gebruikers via de persoonlijke contactenlijst van hun Microsoft Exchange Server. Deze adressen zijn beschikbaar wanneer de gebruiker zich op het bedieningspaneel van de printer via Windows aanmeldt en vervolgens de adresboekweergave Persoonlijke contacten selecteert.
  opmerking:
Als u problemen tegenkomt bij het importeren van adresboeken van nieuwere Microsoft Exchange Servers, neem dan contact op met HP Support voor hulp.
  1. Klik in de bovenste navigatietabbladen op Scannen/Digitaal verzenden.
  2. Klik in het linkerdeelvenster op Adresboek of Contactpersonen.
  3. Schakel het selectievakje Persoonlijke contacten inschakelen (wanneer gebruikers zich bij het apparaat aanmelden bij Windows) in.
  4. Klik op de knop Exchange Server testen om de verbinding met de Microsoft Exchange Server te testen.
    1. Windows-domein: Voer de naam van een Windows-domein in.
    2. Gebruikersnaam: Voer een gebruikersnaam in
    3. Wachtwoord: Voer een wachtwoord in
    4. Testen: Voer minstens drie letters van de naam van de contactpersoon in en klik vervolgens op de knop Testen
  5. Klik op Toepassen om de instellingen op te slaan.
Netwerkcontacten inschakelen (optioneel)
Inleiding
De LDAP-functie (Lightweight Directory Access Protocol) biedt toegang tot een netwerkadresboek. Gebruik de volgende secties om de functie Netwerkcontacten in te stellen.
  opmerking:
Voor compatibiliteit met de LDAP-functie moet de printer de juiste firmwareversie hebben.
Voordat u begint
Beheerders hebben de volgende informatie nodig voordat ze met het configuratieproces kunnen beginnen.
Netwerkcontacten instellen
  • Verificatievereisten voor de server
  • Pad om zoekopdracht te starten (BaseDN, zoekmap) (bijvoorbeeld o=mycompany.com)
  • Attributen voor het in overeenstemming brengen van de ingevoerde naam (bijvoorbeeld cn of samAccountName), het ophalen van het e-mailadres (bijvoorbeeld mail), en hoe de naam wordt weergegeven op het bedieningspaneel (bijvoorbeeld displayName)
Configuratie van standaard-SMTP
  • SMTP-server (bijvoorbeeld smtp.mycompany.com)
  • SMTP-poort (bijvoorbeeld 25, 587, 465)
  • Vereisten voor beveiligde verbinding (bijvoorbeeld Altijd veilige verbinding gebruiken (SSL/TLS))
  • Vereisten voor SMTP-serververificatie voor uitgaande e-mailberichten, inclusief de gebruikersnaam en het wachtwoord voor verificatie, indien van toepassing
Contactpersonen ophalen van een LDAP-server
Verkrijg adressen van een LDAP-server zodat deze beschikbaar zijn voor gebruikers van het bedieningspaneel van de printer. Deze adressen zijn beschikbaar als de gebruiker de adresboekweergave Alle contactpersonen selecteert.
  1. Klik in de bovenste navigatietabbladen op Scannen/Digitaal verzenden.
  2. Klik in het linkerdeelvenster op Adresboek of Contactpersonen.
  3. Schakel het selectievakje Netwerkcontacten inschakelen (LDAP-server gebruiken) in.
  4. Klik op Toevoegen.
  5. Voer het IP-adres van de LDAP-server in het veld Adres LDAP-server in. Als de naam van de LDAP-server niet bekend is, klikt u op Automatisch zoeken voor een lijst met beschikbare LDAP-servers. Selecteer de te gebruiken LDAP-server en klik op OK.
      opmerking:
    Als de te LDAP-server die u wilt gebruiken zich niet in deze lijst bevindt, vraagt u de beheerder welk netwerkadres en welke attribuutcodes u moet gebruiken.
  6. Om een veilige verbinding (SSL) te gebruiken, schakelt u het selectievakje Veilige verbinding (SSL) gebruiken in.
  7. Als de LDAP-server vraagt om verificatie, selecteert u het juiste verificatietype voor de LDAP-server in het gebied Verificatievereisten voor server. Afhankelijk van het type verificatie zijn enkele van de overige velden in dit gedeelte mogelijk niet beschikbaar omdat ze niet vereist zijn. Geef de gegevens op in de vereiste velden. Gebruik exact dezelfde namen als in de instellingen voor de LDAP-server.
      opmerking:
    Voor individuele gebruikers die zich aanmelden met Windows-aanmeldgegevens, selecteert u de optie om deze gegevens te gebruiken voor de LDAP-serververificatie.
    Typen verificatie voor communicatie tussen de printer en de LDAP-server:
    Verificatietype
    Omschrijving
    Server vraagt niet om verificatie
    De server heeft geen gebruikersgegevens nodig om toegang te krijgen tot de LDAP-database.
    De optie om MFP-gebruikersreferenties te gebruiken is niet beschikbaar.
    Server vraagt om verificatie
    Gebruik gebruikersgegevens om verbinding te maken na aanmelding op het bedieningspaneel van de printer.
    Vastgestelde Windows (SPNEGO)
    De server vraagt om gebruikersgegevens voor toegang tot de LDAP-database en versleutelt wachtwoorden en aanmeldgegevens die via het netwerk worden verzonden.
    Het veld Domein en de optie voor het gebruik van de MFP-gebruikersgegevens zijn ingeschakeld.
    Eenvoudige aanmeldgegevens
    De server vraagt om gebruikersgegevens voor toegang tot de LDAP-database, maar het wachtwoord wordt ongecodeerd over het netwerk verzonden.
    De velden voor de gebruikersnaam en het wachtwoord zijn ingeschakeld.
  8. Klik in het gedeelte Zoekinstellingen LDAP-database op Automatisch zoeken om te bladeren naar het punt vanaf waar de database moet worden doorzocht.
      opmerking:
    Standaard worden Active Directory-kenmerken gebruikt. Als deze attributen niet werken, probeert u de optie Aangepaste attributen gebruiken en klikt u vervolgens op de knop Automatisch zoeken om de juiste attributen te vinden.
  9. Selecteer de juiste Bron voor attribuutnamen. De attribuutvelden worden automatisch ingevuld.
  10. Test in het gedeelte Ophalen via LDAP testen het ophalen via LDAP door een deel van een attribuutwaarde in te voeren, zoals een deel van de naam van de ontvanger, en vervolgens op Testen te klikken. Voer minstens drie tekens in.
Stap drie: De op het apparaat opgeslagen contactpersonen instellen
Als u dit te omslachtig vindt, kunt u ook met de knop Importeren in één keer een lange lijst met veelgebruikte contactpersonen in de printer laden.
Om contactpersonen op meer dan één printer op te slaan, kunt u deze het beste op één printer invoeren, eventueel bewerkingen in de lijst uitvoeren en vervolgens de knoppen Importeren en Alles exporteren gebruiken om de adressen ook naar andere printers over te brengen.
Adresboektaken
Voeg een contactpersoon of groep toe door op Contactpersoon toevoegen of Groep toevoegen te klikken. Hiermee wordt de pagina Contactpersoon toevoegen of Groep toevoegen geopend.
Contactpersoon toevoegen
  1. Klik op Contactpersoon toevoegen. De pagina Contactpersoon toevoegen wordt weergegeven.
  2. Vul de volgende velden in:
    • Naam contactpersoon of Weergavenaam: Voer de naam van een contactpersoon in (verplicht)
    • Voornaam: Voer een voornaam in (optioneel)
    • Achternaam: Voer een achternaam in (optioneel)
    • Telefoonnummer: Voer een telefoonnummer in (optioneel)
    • Faxnummer: Voer het faxnummer in (kan verplicht zijn)
    • E-mailadres: Voer een e-mailadres in (kan verplicht zijn)
      opmerking:
    Bij een contactpersoon moeten een e-mailadres, faxnummer of netwerkmap worden opgegeven.
  3. Als u een netwerkmap gebruikt voor scannen/digitaal verzenden, klik dan op het selectievakje voor de Netwerkmap en stel van een van de volgende mapopties in: is geselecteerd, en het UNC-pad naar de map in het veld UNC-mappad heeft de volgende notatie: \\host\share.
    • Standaard gedeelde map
    • FTP-map
  4. Klik op de knop OK om de nieuwe contactpersoon op de printer op te slaan.
Groep toevoegen
  1. Klik op Groep toevoegen. De pagina Groep toevoegen wordt weergegeven.
  2. E-mailgroep toevoegen:
    1. Selecteer E-mailgroep toevoegen.
    2. Voer in het veld Groepsnaam of Weergavenaam een naam voor de nieuwe groep in.
    3. Om een groepslid toe te voegen, voert u in het veld Lid toevoegen zijn/haar e-mailadres in of voegt u hem/haar uit een adresboek toe.
  3. Mapgroep toevoegen:
    1. Selecteer Mapgroep toevoegen.
    2. Voer in het veld Groepsnaam een naam voor de nieuwe groep in.
    3. Voeg de mappen uit een adresboek toe.
  4. Als u alle gewenste leden aan de groep hebt toegevoegd, klikt u op de knop OK om de groep op te slaan.
Contactpersoon of groep bewerken
  1. Selecteer de contactpersoon of groep die u wilt bewerken. Voer een naam in het zoekveld in om naar een bepaalde contactpersoon te zoeken.
  2. Klik op de knop Bewerken.
  3. Breng de gewenste wijzigingen in de contactpersoon of groep aan.
  4. Klik op de knop OK om uw bewerkingen op te slaan.
Contactpersoon of groep verwijderen
  1. Selecteer de contactpersoon of groep die u wilt verwijderen. Voer een naam in het zoekveld in om naar een bepaalde contactpersoon of groep te zoeken.
  2. Klik op de knop Verwijderen.
  3. Op de weergegeven pagina wordt u gevraagd het verwijderen van de geselecteerde contactpersoon of groep te bevestigen. Als een contactpersoon of groep eenmaal is verwijderd, kunt u deze op geen enkele manier meer herstellen. Klik op OK om uw selectie te bevestigen. De contactpersoon of groep is verwijderd.
Alles importeren/exporteren
Gebruik deze pagina om een adresboek en gebruikersinformatie te importeren en exporteren naar en vanuit de printer.
Als gegevens op de printer worden geïmporteerd, worden nieuwe contactpersonen, faxsnelkiesnummers of gebruikersaccounts toegevoegd, zodat u vanaf deze printer toegang hebt tot deze gegevens. Op deze manier kunt u gemakkelijk beginlijsten maken of kunt u de HP printer actueel houden met de meest recente gegevenswijzigingen.
Bij het exporteren van records worden e-mail-, fax- of gebruikersrecords van uw printer opgeslagen in een bestand op een computer. Dat bestand kunt u als back-up gebruiken of gebruiken om de gegevens naar een ander HP printer te kopiëren.
Een adresboek importeren
Om gegevens uit een adresboek te importeren, maakt u eerst een door komma's gescheiden bestand (CSV-indeling). De CSV-indeling is een gangbare bestandsindeling die vaak wordt gebruikt voor het overbrengen van gegevens tussen databaseprogramma's en printers. Dit bestand kan worden gemaakt met een spreadsheetprogramma zoals Microsoft Excel of een tekstprogramma zoals Microsoft Notepad. Zorg ervoor dat u het bestand, nadat u dit hebt gemaakt, opslaat of exporteert als CSV-bestandstype. U kunt ook een gegevensbestand maken door contactpersonen vanuit Microsoft Outlook of een andere e-mailclient te exporteren en dit op te slaan als een CSV-bestand.
  opmerking:
Om u te helpen bij het maken of importeren van een CSV-bestand, kunt u ook een bestaand adresboek exporteren en dit gebruiken als sjabloon.
Adresboek importeren
  1. Maak een gegevensbestand dat een koprij bevat met de voor uw gegevens vereiste kolommen. U kunt de volgende kolommen gebruiken:
    • name (of "first name" en "last name")
    • address (or “emailaddress”, “email”, “email address”, “e-mail”, or “e-mail address”)
    • dlname
    • faxnumber (or “business fax”, “home fax”, or “other fax”)
    • speeddial
    • code
    • pin
    De koprij is de eerste rij van de spreadsheet of van het bestand.
  2. Voeg na de kopregel regels toe die een adresboek of gebruikersrecord bevatten. Raadpleeg het gedeelte Verplichte gegevens en limieten voor records hierna om te zien welke kolommen verplicht zijn voor ieder recordtype.
    Lege kolommen zijn toegestaan. Als u een tekstimportbestand maakt, voegt u een komma in voor elk leeg veld.
    Als de gegevens in het veld een komma, een teken voor een harde return (\r) of nieuwe regel (\n) bevatten, moeten er aanhalingstekens om de gegevens in dat veld worden geplaatst. Bijvoorbeeld:
    "Janssen, Henk"
    Velden die dubbele aanhalingstekens bevatten moeten beginnen en eindigen met dubbele aanhalingstekens. Afzonderlijke dubbele aanhalingstekens moeten tussen dubbele aanhalingstekens worden geplaatst.
    Als u Excel gebruikt om het importbestand te maken, voert u geen aanhalingstekens in, omdat Excel deze al automatisch invoegt wanneer het bestand wordt geconverteerd naar een CSV-bestand.
  3. Sla het importbestand op.
    Als u het bestand in Excel hebt gemaakt, selecteert u in het menu BestandOpslaan als en selecteert u vervolgens in de vervolgkeuzelijst Opslaan als de optie .CSV (kommagescheiden)(*.csv).
    Als u een tekstbestand hebt gemaakt, selecteert u in het menu BestandOpslaan als en voert u vervolgens .csv in plaats van de bestandsextensie .txt in.
  4. Als u het bronbestand naar de printer wilt importeren, klikt u onder Op het apparaat opgeslagen contactpersonen op de knop Importeren en vervolgens op de knop Bladeren... om naar het brongegevensbestand te bladeren. Als het bestand is versleuteld, voert u de coderingssleutel in.
  5. Klik op Importeren om het gegevensbestand naar de printer te importeren. Afhankelijk van de netwerksnelheid duurt het importproces ongeveer 1 minuut voor elke 1000 records.
    Als het importproces is voltooid, wordt er een bericht weergegeven met het aantal geïmporteerde records en of er zich fouten hebben voorgedaan.
Verplichte gegevens en limieten voor records
Recordsoort
Vereiste gegevens
Maximale veldlengte
E-mailadres
naam (of 'voornaam' en 'achternaam')
address1
64 unicode-tekens
256 unicode-tekens
Gebruikersrecord
naam
pin
address1
245 tekens
4-8 cijfers
255 tekens
E-maildistributielijst
name
address1
dlname
64 unicode-tekens
256 unicode-tekens
64 unicode-tekens2
Faxnummer
naam
faxnumber1
64 unicode-tekens
80 unicode-tekens
Faxsnelkiesnummer
faxnummer1
snelkiesnummer2
code2
80 unicode-tekens
64 unicode-tekens
2 cijfers
Maximaal 100 snelkiesnummers, elk met een maximum van 100 vermeldingen
1Het veld “adres” kan ook ”emailadres”, “email”, “email adres”, “e-mail” of “e-mailadres” worden genoemd. Het veld “faxnummer” kan ook “bedrijfsfax”, “thuisfax” of “fax overig” worden genoemd.
2Het veld "speeddial" bevat de naam voor het snelkiesnummer, bijvoorbeeld "Jansen bestratingen" en het veld "code" bevat het snelkiesnummer (een getal tussen de 0 en de 99), bijvoorbeeld 08. Zowel een- als tweecijferige getallen zijn toegestaan. Zo kunt u bijvoorbeeld zowel 06 als 6 gebruiken.
Een importbestand maken met Microsoft Outlook
Als er contactpersonen in Microsoft Outlook zijn opgeslagen, exporteert u deze naar een CSV-bestand en gebruikt u vervolgens dit bestand om ze te importeren naar de printer.
CSV-bestand maken met Microsoft Outlook
  1. Selecteer in het menu Bestand van Outlook de optie Importeren en Exporteren....
  2. Selecteer in de wizard Importeren en exporteren de optie Exporteren naar bestand en klik vervolgens op Volgende.
  3. Selecteer Door lijstscheidingstekens gescheiden waarden (CSV) en klik vervolgens op Volgende.
  4. Selecteer de map Contactpersonen en klik vervolgens op Volgende.
  5. Voer een naam voor het bestand in, met een .CSV-extensie. Klik op Bladeren om de locatie te kiezen waar u het bestand op de computer wilt opslaan. Klik op Volgende.
  6. Klik op Voltooien om de wizard te voltooien en het bestand te exporteren.
  7. Als u het CSV-bestand op de printer wilt importeren, voer dan stap 4 en 5 uit van Een adresboek importeren.
Een adresboek exporteren
Het adresboek of de gebruikersgegevens die op de printer zijn opgeslagen, kunnen worden geëxporteerd naar een CSV-bestand met het formaat van één kopregel gevolgd door een regel voor elke gebruiker of record uit het adresboek.
Open het exportbestand in een spreadsheetprogramma zoals Microsoft Excel of in een tekstprogramma zoals Kladblok.
Gegevens exporteren
  1. Klik op de knop Alles exporteren...
  2. Schakel de selectievakjes in naast de objecten die u wilt exporteren. Als het bestand is versleuteld, voert u de coderingssleutel in. De volgende mogelijkheden zijn beschikbaar:
    • Adresboeken
    • Faxsnelkiesnummers
    • Lijst met gebruikerstoegangscodes
  3. Klik op de knop Exporteren.
  4. Klik op de knop Bestand opslaan.
  5. Klik in het dialoogvenster dat wordt weergegeven op Opslaan en selecteer vervolgens de locatie waar het bestand moet worden opgeslagen.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land: Flag Nederland

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...