hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

Welkom bij HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP Latex 3000 Printer Series - Problemen met substraat oplossen

Laadproblemen
Het substraat wordt niet geladen
  • Een substraat kan alleen worden geladen als alle subsystemen van de printer (bijv. inktsysteem) gereed zijn.
  • Als de printer niet weet waar de wagenbalk zich bevindt (na herstel of storing van printer), gaat u naar de Internal Print Server en selecteert u Carriage beam position > Carriage system recovery (Positie wagenbalk > (Systeemherstel wagen).
  • Controleer of de as de juiste spanning heeft.
  • Probeer het substraat vanaf de Internal Print Service ten minste 3m vooruit en vervolgens weer achteruit te transporteren, en probeer het opnieuw te laden. Als het substraat niet wordt geladen, is het substraat niet bevestigd aan de invoerkern: probeer een andere rol.
  • Als de Internal Print Server het bericht 'The carriage beam height is not suitable for loading substrate' (De hoogte van de wagenbalk is geschikt om substraat te laden) toont, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger (zie HP Customer Care CentersHP Customer Care Centers).
Het substraat is vastgelopen
Voer de volgende stappen uit als de printer meldt dat het substraat is vastgelopen.
  1. Druk zo snel mogelijk op een noodknop om de schade aan de printkoppen te beperken.
      opmerking:
    De printer kan uit zichzelf uitschakelen.
  2. Wacht ongeveer 10 minuten tot de printer is afgekoeld.
  3. Open de voorklep.
  4. Verwijder al het substraat en stukken substraat uit de printzone en alle andere delen van de printer waar ze zijn gevallen. Controleer vooral de uithardingszone goed. Zorg ervoor dat er niets achterblijft in het pad van het substraat. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger als u niet alle obstakels hebt kunnen verwijderen (zie HP Customer Care CentersHP Customer Care Centers).
  5. Gebruik Print Care om de printer in servicemodus te starten.
  6. Gebruik het diagnostisch menu van Print Care om de wagenbalk om te tillen, en te controleren of er stukken substraat onder zitten.
  7. Gebruik hetzelfde menu om de wagenbalk te verlagen naar zijn normale positie.
  8. Controleer of alle stroomonderbrekers zijn ingeschakeld en alle noodstopknoppen los zijn voordat u de printer opnieuw start.
  9. Gebruik Print Care om de printer in normale modus te starten.
  10. Laad het substraat opnieuw.
Het substraat is niet bevestigd aan de kern en/of as
Als de printer onvoldoende spanning detecteert bij de substraatcontrole na het laden, wordt u gevraagd de draairichting te bevestigen.
Als de rol niet stevig is bevestigd tijdens het afdukken, dan kunt u strepen op uw afdruk zien of metallische geluiden horen.
Als u tijdens het afdrukken een foutbericht ziet met nummer 41.00.00.62 of 41.00.01.62, dan betekent dit dat het substraat kan zijn losgeraakt van de achterste as, of dat de kern slipt op de as. Dit kan betekenen dat het einde van de rol is bereikt, of dat de as niet de juiste spanning heeft, of dat de differentieelkern van de twee rollen vergrendeld is. Als deze fout optreedt, wordt het substraat automatisch verwijderd.
U kunt deze fout op de volgende manieren verhelpen.
  • Controleer of het einde van een rol is bereikt.
  • Controleer of de as de juiste spanning heeft: één ventiel voor de as voor één rol, en beide ventielen voor de as voor twee rollen.
      opmerking:
    Als u maar de helft van de as voor twee rollen gebruikt, hoeft u alleen die helft op te blazen.
  • Indien u afdrukt met twee rollen, controleert u of de differentieelkern ontgrendeld is.
  • Controleer of de binnenste diameter van elke substraatkern niet te groot is voor de as.
Als de rol niet stevig is bevestigd aan de invoerkern, gaat u als volgt te werk:
  1. Verwijder de rol van de invoeras en laad deze op de uitvoeras. Zorg dat u het telescoopeffect voorkomt.
  2. Til de klemmen en til, met behulp van de Internal Print Server, de wagenbalk naar de maximale hoogte.
  3. Verwijder het substraat van de rol en voer dit achterwaarts door de printer in de richting van de uitvoeras. Bevestig dit op de lege kern van de invoeras en zet het vast met plakband. Draai het substraat enkele slagen om de invoerkern. Lijn het substraat zorgvuldig uit op de uitvoerrol.
  4. Laat de klemwielen zakken.
  5. Ga naar de Internal Print Server en selecteer Substrate Load/Unload, (Substraat Laden/verwijderen). Selecteer vervolgens de printerconfiguratie en klik op Load (Laden).
  6. Selecteer het juiste substraat in de Internal Print Server.
  7. Druk op Move substrate (Substraat verplaatsen) in de Internal Print Server en vervolgens op Back (Terug), en wacht tot de rol op de invoeras is gewikkeld.
  8. U kunt het terugrollen annuleren als het substraat is losgeraakt van de uitvoerrol. Bevestig het dan aan de uitvoerkern als u direct wilt drukken, of rol het substraat helemaal op de invoerkern als u de rol wilt verwijderen.
Het substraat is niet plat
Als het substraat niet vlak is maar ondiepe golven heeft wanneer het uit de printer komt, vertoont de afgedrukte afbeelding wellicht zichtbare defecten, zoals verticale strepen. Dit probleem kan zich voordoen wanneer u dun substraat gebruikt dat doordrenkt wordt met inkt; het kan ook worden veroorzaakt door een combinatie van warmte en vacuümdruk die is toegepast op het substraat.
  1. Controleer of het substraattype dat u hebt geladen, overeenkomt met het substraattype dat u op de Internal Print Server en in uw software hebt geselecteerd.
  2. Als u een op papier gebaseerd substraat gebruikt, probeer dan over te gaan op een dikker substraat, of de hoeveelheid inkt te verminderen.
Problemen met afdrukken
Een asvergrendeling opent ineens tijdens een afdrukbewerking.
Als een asvergrendeling voorafgaand aan het laden van het substraat niet gesloten is, of door iemand geopend is toen de as al in beweging was of toen het substraat onder spanning stond, dan kan de as uit positie raken. Als u de vergrendeling in deze omstandigheden sluit, dan leidt dit mogelijk tot een gebrekkige werking van de vergrendeling waardoor hij op enig moment kan openspringen.
De beste oplossing is om de substraatspanning te verwijderen, asbeweging te vermijden, en daarna de vergrendeling goed te sluiten. Ga hiervoor terug naar het menu Substrate Load/Unload (Substraat Laden/verwijderen) en zorg ervoor dat de as goed in positie zit (bij twijfel haalt u de as er een beetje uit en duwt u hem daarna volledig naar achter), sluit vervolgens de vergrendeling (het blauwe deel moet volledig naar beneden zijn.
De doorvoer van het substraat produceert een hard continue geluid of trilling
Een hard continue geluid of trilling tijdens de doorvoer van het substraat kan veroorzaakt worden door het volgende:
  • De invoeras past geen spanning toe.
  • Verkeerde spannings- of vacuüm-instellingen kunnen resulteren in een onjuist machtsevenwicht op de hoofdrol.
Als u dit geluid hoort, probeer dan één van deze suggesties:
  1. Controleer of het substraat dat u gebruikt, hetzelfde is als het substraat dat u in de HP Internal Print Server hebt geselecteerd.
  2. Controleer of u de generieke substraatvoorinstellingen voor de categorie gebruikt. Het gebruik van onjuiste waarden kan resulteren in afwijkend substraatgedrag.
      opmerking:
    Alleen substraten met hoge wrijving langs de plaat of substraten dat gemakkelijk kreukt door temperatuur, hebben hoge uitvoerspanningswaarden nodig. Controleer of uw uitvoerspanning wordt aanbevolen voor uw substraat.
  3. Controleer of het telescoopeffect zich voordoet op de invoerrol.
  4. Als u de rol-naar-rolconfiguratie met assen voor twee rollen gebruikt en u ziet vlekken, of het substraat blijft niet goed op de plaat vastzitten, vooral aan de buitenkant van beide rollen, dan wordt u aangeraden om de middensteun met beide assen te gebruiken.
    Na installatie hiervan kunt u het enigszins proberen te verplaatsen uit zijn gekalibreerde positie, als u problemen hebt met kreukels of het substraat niet goed vastblijft zitten op de buitenkanten van de plaat. Dit kan betekenen dat de steun is gekalibreerd onder de juiste positie.
    U kunt de steun ook enigszins naar beneden verplaatsen als u last hebt van kreukels of als het substraat niet goed vast blijft zitten op de plaat aan de binnenranden nabij het centrum van de printer. Dit kan betekenen dat de steun boven de juiste positie is gekalibreerd.
      opmerking:
    Hoewel de middensteun kan worden geïnstalleerd tijdens het afdrukken, wordt het aangeraden de taak te stoppen, het substraat helemaal te verwijderen en zelfs uit de uitvoeras af te winden, en het totaal opnieuw te laden. Zie Laad een rol (configuratie van dubbele rol-naar-rol)Laad een rol (configuratie van dubbele rol-naar-rol).
  5. Plaats het substraat opnieuw en probeer scheeftrekken te voorkomen. Controleer of u de juiste laadprocedure gebruikt.
  6. Verhoog de invoerspanning in stappen van +5 N/m van de aanbevolen instelling voor iedere categorie totdat het probleem is opgelost.
Er is sprake van scheeftrekking of telescoopeffect op de uitvoeras
Extreme scheeftrekking (ongeveer 10 mm van top naar top) en telescoopeffect in de uitvoeras tijdens het draaien, kan door twee dingen veroorzaakt worden:
  • Het substraat is niet goed geplaatst en uitgelijnd tijdens de laadprocedure.
  • De rol die in de invoeras is geplaatst is scheefgetrokken, en deze scheeftrekking is doorgevoerd naar de uitvoeras.
  opmerking:
Wanneer u met twee rollen afdrukt, zult u sneller scheeftrekken opmerken op de uitvoeras. Het is echter niet altijd een probleem. Als het een probleem wordt, ga dan op dezelfde wijze te werk als bij configuratie voor één rol en overweeg het gebruik van de middensteun voor de as met twee rollen in zowel in- als uitvoer.
  opmerking:
Als u merkt dat één van de substraatranden niet zo goed gespannen is tussen de plaat en de hoofdrol als de andere, waardoor u een golvende vorm ziet wanneer het op de plaat komt, dan komt dat waarschijnlijk door scheeftrekken. Overweeg de middensteun voor de as met twee rollen in zowel in- als uitvoer te gebruiken.
In het algemeen wordt scheeftrekken veroorzaakt door het onnauwkeurig laden van het substraat, en zijn de effecten ervan groter bij brede rollen. Als u echter scheeftrekken of telescoopeffect ondervindt zonder dat dit de afdrukkwaliteit beïnvloedt, en geen kreuken genereert in het substraat (zie Er zijn kreukels en inktvlekken op het substraat), dan hoeft u geen actie te ondernemen. U wordt echter aangeraden om het substraat opnieuw te laden om potentiele problemen te vermijden.
Sommige substraatrollen worden al geleverd met scheeftrekken; in dat geval raden wij u het volgende aan:
  1. Probeer het substraat volgens de juiste procedure te laden, waarbij u het gemiddelde van de scheeftrekking tussen de toppen neemt als referentie voor de breedte van de rol.
  2. Begin met de aanbevolen configuratie en verhoog het vacuüm en de spanning stap voor stap (i tot iv), zoals in onderstaande tabel.
Er zijn kreukels en inktvlekken op het substraat
Kreukels in het substraat geven aan dat de substraatinstellingen voor de substraatvorm niet optimaal zijn. Dit kan tot verschillende printproblemen leiden.
  • Gekleurde strepen in vlakvullingen in nabijheid van de kreukels
  • Inktvegen als de printkop het substraat raakt
  • Rimpel
  • Vastlopen van substraat als de beweging van de printkop over het substraat gehinderd wordt
Er zijn verschillende oorzaken voor het verschijnen van kreukels en andere daaruit voortvloeiende effecten tijdens het afdrukken:
  • Incorrect laden van het substraat
  • Incorrect leiden van het substraat door de printer
  • Incorrect gepositioneerde randhouders
  • Droog- en uithardingstemperatuur te hoog voor het substraat
  • Uitzetting op verschillende plekken op het substraat veroorzaakt door variaties in temperatuur
  • Onvoldoende spanningsinstellingen
  • Spanningsverschillen over het substraat bij het laden
Als uw afdruk leidt onder defecten veroorzaakt door kreukels, zijn hier een aantal suggesties.
  1. Controleer of het substraat dat u gebruikt, hetzelfde is als het substraattype dat u in de HP Internal Print Server hebt geselecteerd.
  2. Controleer of u de generieke substraatvoorinstellingen voor de substraatcategorie gebruikt. Het gebruik van onjuiste waarden kan resulteren in afwijkend substraatgedrag.
  3. Controleer of het telescoopeffect zich voordoet op de invoerrol.
  4. Als u de configuratie voor rol-naar-vrije val gebruikt, moet u controleren of de knop is losgelaten om te zorgen voor substraatspanning.
    Als u tijdens het afdrukken in de configuratie voor rol-naar-vrije val een diagonale inktvlek ziet, dan wordt dat mogelijk veroorzaakt doordat het substraat slecht is geladen; of de spanningsrol veroorzaakt mogelijk kreukels in het substraat. In het laatste geval kunt u de knop van de spanningsrol proberen om de spanning van de rol op het substraat te verminderen zoals hieronder weergegeven:
    Als u de normale spanning van de spanningsrol wilt herstellen, trekt u aan de knop en draait u zoals in de afbeelding hieronder.
  5. Plaats het substraat opnieuw en probeer scheeftrekken te voorkomen. Controleer of u het substraat volgens de juiste procedure laadt.
  6. Als u storing met het substraat ondervindt omdat de zijwaartse randen van het substraat in het afdrukgebied niet vlak zijn, omhoog gekruld staan of zelfs deels gesneden zijn omdat u geen randhouders gebruikt, dan wordt u aangeraden de randhouders te gebruiken.
      opmerking:
    Controleer of uw randhouders goed zijn gepositioneerd als u deze al gebruikt (zie De substraatrandhoudersDe substraatrandhouders).
  7. Probeer het drogingsvermogen en de hardingtemperatuur te verminderen.
  8. Begin met de aanbevolen configuratie en verhoog het vacuüm en de spanning stap voor stap (i tot iv), zoals in onderstaande tabel.
      opmerking:
    Als u een storing met het substraat hebt ondervonden, probeer dan te starten met stap iv en ga achterwaarts omhoog in de tabel totdat u instellingen tegenkomt die werken.
  9. Probeer de hardingstemperatuur en hoeveelheid inkt te verminderen, en verhoog de hardingsluchtstroom om thermisch samentrekken van het substraat te verminderen.
  10. Overweeg de printerconfiguratie te wijzigen. Gebruik de configuratie voor rol-naar-vrije val omdat deze het minst gevoelig is voor kreukels.
  11. Als de kreukels blijven terugkomen, kunt u proberen de wagenbalk licht te verhogen, zodat de printkop niet meer zo dicht bij het substraat is.
Zie voor meer informatie over het aanpassen van de printerinstellingen Een nieuwe substraatvoorinstelling bewerkenEen nieuwe substraatvoorinstelling bewerken.
Er zitten inktvlekken op het substraat
Dit probleem kan zich voordoen als er een vervuild onderdeel in aanraking komt met het substraat. Controleer de klemwielen, diverters, printplaat, hardingsmoduleplaat, en rol, en reinig indien nodig.
Als de inktvlekken zich aan de zijden van het substraat bevinden en niet in het midden, en u de randhouders gebruikt, controleert u of deze goed zijn geplaatst en schoon zijn.
Het substraat plakt vast aan de plaat
Als het substraat vastplakt aan de plaat, wordt dat meestal veroorzaakt door overmatige hitte vanuit het drogingssysteem, overmatig vacuüm of een vieze plaat waardoor grotere frictie ontstaat en de substraatdoorvoer wordt belemmerd. In het laatste geval stijgt het substraat mogelijk in een bel of golf voordat het de plaat bereikt.
Een aantal suggesties om het probleem op te lossen:
  1. Controleer of het substraat dat u gebruikt, hetzelfde is als het substraattype dat u in de HP Internal Print Server hebt geselecteerd.
  2. Controleer of u de correcte zijde van het substraat bedrukt.
  3. Controleer of u de generieke substraatvoorinstellingen voor de substraatcategorie gebruikt. Het gebruik van onjuiste waarden kan resulteren in afwijkend substraatgedrag.
  4. Plaats het substraat opnieuw en probeer scheeftrekken te voorkomen. Controleer of u het substraat volgens de juiste procedure laadt.
  5. Verhoog vacuüm en spanning stap voor stap (i tot en met v) volgens onderstaande tabel, totdat u instellingen vindt die werken.
Er zitten fysieke vlekken op het substraat
Dit komt alleen voor als substraten die gevoelig zijn voor permanente vervorming worden gebruikt. Deze vlekken zijn met name op geïsoleerde plekken te vinden en worden veroorzaakt door hoge hardingstemperaturen of substraatspanningen.
Een aantal suggesties om het probleem op te lossen:
  1. Controleer of het substraat dat u gebruikt, hetzelfde is als het substraattype dat u in de HP Internal Print Server hebt geselecteerd.
  2. Controleer of u de generieke substraatvoorinstellingen voor de substraatcategorie gebruikt. Het gebruik van onjuiste waarden kan resulteren in afwijkend substraatgedrag.
  3. Plaats het substraat opnieuw en probeer scheeftrekken te voorkomen. Controleer of u het substraat volgens de juiste procedure laadt.
  4. Probeer de hardingstemperatuur en hoeveelheid inkt te verminderen, en verhoog de hardingsluchtstroom om vervorming van het substraat te verminderen.
  5. Verminder spanningen en wijzig vacuüm-instellingen conform de stappen in onderstaande tabel (a t/m c) totdat u instellingen vindt die werken.
Er zitten inktdruppels op het substraat
  opmerking:
In het voorbeeld hierboven is de afstand tussen de druppels ongeveer 1 cm.
  1. Reinig de substraatrandhouders indien u deze gebruikt.
  2. Reinig de zijden van de printkoppen en de zijkanten van de printkopsleuven.
  3. Reinig de elektrische contacten van de printkoppen. Zie De Internal Print Server raadt aan om een printkop te vervangen of terug te plaatsen.De Internal Print Server raadt aan om een printkop te vervangen of terug te plaatsen..
Problemen met afdruklengte
De afdruk is korter dan verwacht
Sommige substraten krimpen bij het afdrukken en uitharden. Dit betekent dat de totale lengte van de afdruk korter is dan verwacht. Als dit het geval is, kunt u de lengte van de afdruk via de RIP groter maken en zo de krimp van het substraat compenseren. U kunt ook een minder thermisch afhankelijk substraat gebruiken om samentrekking te verminderen.
Betere consistentie realiseren tussen taken van dezelfde lengte
De printer is ontworpen voor maximale consistentie in de lengte van het afgedrukte substraat. Er zijn echter externe oorzaken die kunnen leiden tot variatie: substraatvariaties en omgevingsfactoren.
  1. Selecteer een substraat dat bij het drukken minder gevoelig is voor krimp of uitzetting. De meeste op papier gebaseerde substraten hebben de neiging tot uitzetten.
    • Als u moet afdrukken op substraten die gevoelig zijn voor uitzetten:
      • Zorg dat de inktdichtheid tussen elke tegel gelijk is (als dit niet geval is, kan de tegel met minder inkt korter zijn).
      • Verlaag indien mogelijk de verwarmingstemperatuur.
      • Verminder de inktrestricties zoveel mogelijk.
    • Zorg dat de rol ten minste 24 uur is opgeslagen in dezelfde ruimte als de printer. Zodoende heeft de rol dezelfde temperatuur als de printer.
  2. Verander de printinstellingen niet tussen tegels (wijzig de compensatie van de substraatdoorvoer niet).
  3. Druk alle tegels tegelijk af.
    • Verdeel de taken niet over verschillende tijden (een tegel op een dag en de tweede tegel de volgende dag)
    • Verander de afdrukmodus of de substraatbreedte tussen de tegels niet.
    Om alle tegels tegelijk af te drukken, raden we het volgende aan:
    1. Maak de tegels met de Internal Print Server.
    2. Als u de tegels maakt met de RIP, moet u alle tegels in één taak naar de printer/Internal Printer Server verzenden.
    Het doel is dat u zorgt dat er geen pauze is tussen de tegels. Als u de wachtrijmodus in de Internal Print Server gebruikt, is er een korte pauze tussen de taken, wat meer variabiliteit tussen de lengte van de tegels kan toevoegen.
  4. Om te zorgen dat ook de eerste tegels zo min mogelijk lengteverschil hebben in vergelijking met de andere tegels, voegt u een bovenmarge van 50 cm toe.
    Als u een tegel opnieuw moet drukken om te zorgen dat de lengte zo dicht mogelijk bij die van de vorige taken ligt:
    • Zorg dat de substraat- en omgevingstemperatuur van de printer gelijk zijn aan die van de vorige taak
    • Voeg een bovenmarge van 50 cm toe.
    Maar als u een tegel later opnieuw moet afdrukken, is het in alle gevallen waarschijnlijk dat de lengte afwijkt van de lengte van de vorige tegel. De herhaalbaarheid van de totale lengte is afhankelijk van het substraat, veranderingen in omgevingsfactoren, en de inhoud van de taak (vooral als het substraat anders reageert afhankelijk van de inktdichtheid).
Collectorproblemen
De collector draait niet meer
De veiligheidstimer van de collector zorgt ervoor dat de collector stopt met draaien als het substraat niet volledig is opgehaald na 30 seconden, en zal na 5 seconden stoppen met het afwinden van het substraat indien de substraatlus niet is gedetecteerd door de collectorsensor. Als er veel substraat op de grond ligt om opgehaald te worden, zult u de collector moeten herstarten door op het corresponderende pictogram te klikken.
  • Als de collector blijft stoppen, en de collectorbeweging ervoor zorgt dat het substraat vast komt te zitten tussen de drukrol en collector tijdens het draaien, dan wordt het collectorsensorpad door een object geblokkeerd, of is de draairichting niet goed geselecteerd bij het opnieuw starten van de collector.
  • Als de collector blijft stoppen en de collectorbeweging ervoor zorgt dat substraatlussen ophopen op de grond bij het afwinden, dan is de draairichting waarschijnlijk niet goed geselecteerd bij het opnieuw starten van de collector, of zijn de collectorsensor of electronica kapot en is vervanging noodzakelijk.
De collector werkt niet altijd goed
De collector werkt soms niet goed als de optische sensors vies zijn of worden geblokkeerd.
De collector draait in de verkeerde richting
  1. Controleer of de draairichting correct is ingesteld in de Internal Print Server.
  2. Controleer of een voorwerp de optische sensors van de collector's blokkeert.
Het substraat is losgeraakt of draait in de verkeerde richting rond de collector
Er zijn verschillende oorzaken mogelijk.
  • De draairichting is verkeerd ingesteld.
  • De collector is onjuist geladen.
Er is sprake van scheeftrekking of telescoopeffect op de collector
Dit kan voorkomen wanneer het substraat niet goed uitgelijnd is bij het bevestigen ervan aan de collectorkern. U wordt aangeraden de laadinstructies te volgen; met name het goed uitlijnen van het substraat.
  opmerking:
Als er veel substraat op de grond ligt na het afdrukken in de modus rol-naar-vrije val, en u dit aan de kern wilt bevestigen, wordt u aangeraden om een kern te kiezen die dezelfde breedte als het substraat heeft, zodat er een aanzienlijk stuk substraat uitgelijnd kan worden om de kern voordat u het eraan bevestigd.
Als het probleem niet is opgelost dan wordt u aangeraden om de configuratie voor rol-naar-rol te gebruiken vanwege de betere draaiprestatie.
Het substraat is vastgelopen in de collector.
Er zijn verschillende oorzaken mogelijk.
  • Te veel substraat op de collector. De maximale diameter van de uitvoerrol is 300 mm voor het aanbevolen buitenwaarts draaien, of 200 mm voor het aanbevolen binnenwaarts draaien.
  • Het substraat is niet goed uitgelijnd.
  • De lusvorm heeft de verkeerde lengte.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land: Flag Nederland

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...