hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...
HP klantenondersteuning - kennisdatabase

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...
  • Informatie
    Meer informatie over upgraden naar Windows 11

    Handleiding over upgraden naar Windows 11.

    Informatie

    Los het updateprobleem van Windows 10 op een HP computer of printer op. Klik hier

  • Feedback

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP Latex 3000 Printer Series - Omgaan met het substraat

Ondersteunde substraattypen

De volgende substraattypen zijn compatibel met uw printer. Zie de online HP Media Locator voor specifieke substraatinstellingen en -⁠profielen: http://www.hp.com/go/latexmediafinder.
opmerking:
Poreuze substraten en substraten met een poreuze voering worden niet ondersteund.
Zelfklevend vinyl
  • Gegoten zelfklevend vinyl
  • Gekalanderd zelfklevend vinyl
  • Geperforeerd zelfklevend vinyl
  • Transparant zelfklevend vinyl
  • Reflectief zelfklevend vinyl
PVC-banner
  • Frontlit banner
  • Backlit banner
  • Scrimbanner
  • Scrimless banner
  • Gaas-banner met voering
  • Blockoutbanner
  • Truckgordijnbanner of dekzeil
Papier
  • Gecoat papier
  • Niet-gecoat papier
  • Fotopapier
  • Fotorealistisch paper
  • Blueback papier
  • Zelfklevend papier
PP- en PE-folie en banner
  • Polypropyleen (PP)-film
  • Synthetisch papier (zoals Yupo)
  • Tyvek
  • Gecoate PE/HDPE (polyethyleen) banner
PET-film
  • Polyester (PET) backlit film
  • Polyester (PET) frontlit film
  • Polyester (PET) grey-back film
Textiel
Poreus textiel mag alleen worden gebruikt met de inktverzamelaar. Zie Controleer de poreusheid van het substraat om de poreusheid van het substraat te controleren.
  • Polyester textiel en stof
  • Textiel banner
  • Achtergronden
  • Textiel gaas met voering
  • Frontlit textiel met voering wanneer poreus
  • Backlit textiel met voering wanneer poreus
  • Canvas
  • Vlag en voile met voering
  • Katoenen textiel
  • Zelfklevend textiel
Muurbedekking
opmerking:
Dit is een toepassingsvoorbeeld, geen te selecteren categorie.
  • Papieren muurbedekking of behang
  • PVC-muurbedekking
  • Voorbeplakte muurbedekking
  • Ongeweven muurbedekking
  • Textiele muurbedekking
  • Zelfklevende muurbedekking

Controleer de poreusheid van het substraat

  1. Wanneer er substraat is geladen in de printer, verwijdert u dit.
  2. Snijd een stuk wit vinylgloss van 15 × 50 mm groot.
  3. Plak deze op de plaat en bedek daarbij de geavanceerde sensor van het substraat.
  4. Laad het substraat dat u wilt controleren.
  5. Open de RIP-software.
  6. Haal het testbestand op van de ingebouwde computer van de printer: C:\Users\hplatex\Documents\HP IPS\InkTrespassingCheck\Ink_trespassing_check.pdf.
  7. Druk het testbestand af met het aantal passages en de substraat-voorinstelling die u wilt gebruiken voor dit substraat (of een soortgelijk profiel voor wat betreft inktlimiet).
  8. Verwijder het substraat.
  9. Verwijder de strook zelfklevende vinyl van de plaat.
  10. Bekijk het zelfklevende vinyl dat u van de plaat hebt verwijderd.
    • Wanneer de strook geheel wit is (zonder inkt), is het geteste substraat niet poreus en kan het worden gebruikt voor afdrukken, zoals beschreven in de handleiding.
    • Als de strook niet wit is, dan is het geteste substraat poreus en mag het alleen worden gebruikt met de inktverzamelaar geïnstalleerd.
  11. Reinig de printzone. Zie Afdrukgebied reinigenAfdrukgebied reinigen.

Ondersteunde substraten van HP

Categorie
Substraat
Kleurkal.
Toepassingen
Zelfklevend vinyl
HP Air Release Adhesive Gloss Cast Vinyl
Zonder voering: 50 micron • 100 g/m² • 45,7 m
Met voering: 241 micron • 260 g/m² • 45,7 m
Ja
Voertuigwikkels, wagenparken/busmaatschappijen/spoorwegen, borden
HP Permanent Gloss Adhesive Vinyl
Zonder voering: 88 micron • 145 g/m² • 45,7 m/ 91,4 m
Met voering: 238 micron • 270 g/m² • 45,7 m/ 91,4 m
Ja
HP Permanent Matte Adhesive Vinyl
Zonder voering: 88 micron • 145 g/m² • 45,7 m/ 91,4 m
Met voering: 238 micron • 270 g/m² • 45,7 m/ 91,4 m
Ja
HP One-View geperforeerd klevend vinyl met venster
Zonder voering: 165 micron • 155 g/m² • 50 m
Met voering: 406 micron • 288 g/m² • 50 m
Nee
PVC-banners
HP Durable Frontlit Scrim Banner
449 micron • 535 g/m² • 35 m
Ja
Banieren, POP, vlaggen, vloerbekleding, muurafbeeldingen
Papier
HP Wall Paper zonder pvc *
177 micron • 175 g/m² • 30,5 m
Ja
POP voor binnen en buiten, ramen, bushokjes, billboards, muurdecoratie
HP White Satin Poster Paper
165 micron • 136 g/m² • 61 m
HP fotorealistisch posterpapier
205 micron • 205 g/m² • 61 m
Ja
HP Billboard papier met blauwe rug
165 micron • 123 g/m² • 80 m
Ja
Nieuw papier met coating van HP, universeel, met een kern van 3 inch
124 micron • 90 g/m² • 61 m
Ja
Nieuw papier met coating van HP, met een kern van 3 inch
114 micron • 90 g/m² • 61 m
Ja
Nieuw papier met coating van HP, extra zwaar, universeel, met een kern van 3 inch
165 micron • 125 g/m² • 61 m
Ja
Nieuw papier met coating van HP, extra zwaar, met een kern van 3 inch
167 micron • 130 g/m² • 61 m
Ja
Nieuw superzwaar HP Plus-papier, mat, met een kern van 3 inch
259 micron • 210 g/m² • 61 m
Ja
PP- en PE-folie en -⁠banners
Nieuwe HP HDPE Reinforced Banner
203 micron • 170 g/m² • 45,7 m
Ja
Banners, POP, vlaggen, baanbedekking, muurafbeeldingen, grote foto´s, vloerbekleding
Nieuwe HP Everyday mat polypropyleen, met een kern van 3 inch
203 micron • 120 g/m² • 61 m
Ja
Nieuwe HP Everyday mat polypropyleen, zelfklevend, met een kern van 3 inch
Zonder voering: 180 micron • 120 g/m² • 30,5 m
Met voering: 215 micron • 168 g/m² • 30,5 m
Ja
HP DuPont Tyvek Banner
Nee
PET-film
HP Backlit Polyester Film
304 micron • 135 g/m² • 30,5 m
Ja
Bushokjes, luchthavenreclame, POP, straatreclame
Textiel
HP Light Textile Display Banner
381 micron • 210 g/m² • 50 m
Nee
Vlaggen voor binnen, muurafbeeldingen, interieurdecoratie, beeldende kunst
HP Heavy Textile Banner
381 micron • 210 g/m² • 50 m
Nee
HP Satin Canvas
419 micron • 370 g/m² • 14,9 m
Nee
  • Zie http://ColorPROtechnology.com/ voor substraatoplossingen met ColorPRO-technologie van derden.
  • HP PVC-free Wall Paper imprimé avec les encres HP Latex est classé A+ selon l’arrêté du 19 avril 2011 « Émissions dans l'air intérieur », qui définit des seuils sur l’émission de polluants volatils posant des problèmes en cas d’inhalation – sur une échelle de A+ (émission très basses) à C (émission élevée).
  • HP PVC-Free Wall Paper bedrukt met HP Latex-inkten is beoordeeld met een A+ door Émissions dans l'air intérieur, die een lijst uitbrengt van het uitstotingsniveau van vluchtige stoffen die bij inademing binnenshuis gezondheidsrisico met zich mee kunnen brengen, op een schaal van A+ (zeer lage uitstoting) tot C (hoge uitstoting).
* HP PVC-Free Wall Paper bedrukt met HP Latexinkten is GREENGUARD Children & Schools Certified. Zie http://www.greenguard.org/.
* HP PVC-free Wall Paper bedrukt met HP Latex-inkten voldoet aan de AgBB-criteria voor gezondheid gerelateerde evaluatie van VOS-uitstoot van bouwproducten voor binnen. Zie http://www.umweltbundesamt.de/produkte-e/bauprodukte/agbb.htm.
De beschikbaarheid van terugnameprogramma's voor HP substraat van groot formaat varieert. Sommige recycleerbare substraten van HP kunnen via algemeen beschikbare recyclingprogramma's worden hergebruikt. Recyclingprogramma's zijn mogelijk niet aanwezig in uw regio. Zie http://www.hp.com/recycle/ voor meer informatie.

Substraattips

De substraten onderhouden

Bewaar substraten in de verzegelde folieverpakking en bewaar rollen verticaal om de migratie van plasticeermiddelen in sommige materialen te voorkomen.
Breng substraten minimaal 24 uur vóór gebruik vanuit het opslaggebied over naar de productieruimte, zodat deze zich aan de temperatuur en luchtvochtigheid kunnen aanpassen.

Algemene tips

Behandel bedrukte en onbedrukte substraten met de grootste zorg. Gebruik bij voorkeur katoenen handschoenen om vingerafdrukken te voorkomen. Gebruik voor zware rollen een vorkheftruck. Til altijd met twee personen en draag veiligheidsschoenen.
Voordat een rol wordt geladen:
  • Controleer of de temperatuur en luchtvochtigheid in de ruimte binnen de aanbevolen waarden voor de printer vallen. Zie MilieuspecificatiesMilieuspecificaties.
  • Controleer of de rol en kern niet zijn verbogen of vervormd. Dit kan vastlopen van het substraat in de printer veroorzaken.
  • Als de rol was opgeslagen in een ruimte zonder de aanbevolen omgevingscondities, dan moet u de rol enige tijd in de ruimte van de printer laten liggen zodat het substraat zich kan aanpassen aan de heersende temperatuur en luchtvochtigheid.
  • Controleer wat de juiste afdrukzijde is. Dit kunt u nalezen op het label in de kern of in de begeleidende brief in de verpakking.
  • Controleer of het substraat goed vast zit in de invoerkern. Anders geeft de Internal Print Server een foutmelding.
  • Controleer de substraatdikte.
    • Tot 0,4 mm: Normaal afdrukken.
    • 0,4 to 2 mm: Breng de wagenbalk omhoog in een aangepaste positie. Randhouders zijn niet nodig en moeten niet worden gebruikt.
    • Meer dan 2 mm: Niet ondersteund.
Zorg dat bij het laden van een rol de bovenrand parallel en recht op de uitvoerkern ligt en gelijkmatig is bevestigd (plak het substraat met tape aan de kern vast, vanuit het midden naar de randen toe).
Zorg er ook voor dat de zijranden van de invoer- en uitvoerrol juist zijn uitgelijnd. Een verkeerd geladen rol kan golven of kreuken in het substraat veroorzaken waardoor de inkt gaat vlekken en de printkop vastloopt.
Nadat een rol is geladen:
  • Als u substraatrandhouders wilt gebruiken, gebruik dan geen randhouders van andere printers, maar alleen de randhouders die bij de printer zijn geleverd.
  • Kijk of de wagenbalk in de juiste positie voor afdrukken staat: aangepaste positie voor dikke substraten, afdrukpositie voor andere substraten. Zie De positie van de wagenbalk instellen.
  • Controleer of u de juiste voorinstelling voor het substraat gebruikt in de Internal Print Server en het juiste ICC-profiel en andere instellingen in de RIP.
  • Substraten van HP zijn speciaal ontwikkeld voor de beste resultaten op uw printer.
  • Gebruik de Internal Print Server om te controleren of alle kalibraties die van toepassing zijn op uw substraat zijn uitgevoerd: printkop-uitlijning, kleurkalibratie. Zie Printer kalibrerenPrinter kalibreren.
  • Snijd geen stukken af van substraat dat in de printer is geladen. Dit kan ertoe leiden dat het achtergebleven substraat vastloopt.
Meer informatie hierover kunt u vinden op internet:
  • Zie http://www.globalBMG.com/hp/signagemedia en http://www.globalBMG.com/hp/HPMediaWarranties voor de specificaties en informatie over afwerking, verwerking en garanties bij elk substraat van HP.
  • Raadpleeg http://www.globalBMG.com/hp/printpermanence voor informatie over HP Image Permanence.
  • HP biedt voor sommige substraten recycling aan via het terugnameprogramma van HP. Dit geldt bijvoorbeeld voor HP HDPE Reinforced Banner, HP Light Textile Display Banner, HP Heavy Textile Banner, HP Everyday mat polypropyleen, met een kern van 3 inch en HP DuPont Tyvek Banner. Niet in alle regio's bestaan echter mogelijkheden voor recycling. Neem contact op met lokale recyclingbedrijven voor informatie over recycling van deze producten. Ga voor informatie over recyclingdiensten van HP in de Verenigde Staten naar http://www.hp.com/go/recycleLFmedia/.
    HP biedt voor sommige andere substraten recycling aan via het normale recyclingproces voor papier. Dit geldt bijvoorbeeld voor HP White Satin Poster Paper, HP Photo-realistic Poster Paper, HP Coated Paper (3-in core), HP Universal Coated Paper (3-in core), HP Universal Heavyweight Coated Paper (3-in core), HP Heavyweight Coated Paper (3-in core), and HP Super Heavyweight Plus Matte Paper (3-in core).

Kleurconsistentie

Uw printer is ontworpen om een uitstekende ervaring te leveren op het gebied van kleurconsistentie en -⁠herhaling. Hierdoor kunnen grote taken voor wagenparken etc. en muurbedekkingen worden afgedrukt in tegels en panelen, in het volle vertrouwen dat de kleuren aan de randen van de voltooide panelen overeenkomen, wanneer deze naast elkaar worden geplaatst.
De kleurvariatie binnen een afgedrukte taak wordt gemeten om binnen deze limiet te vallen:
Maximum kleurverschil (95% van kleuren) <= 2 dE 2000
opmerking:
Dit is gebaseerd op reflectieve metingen van een 943-kleurdoel onder de CIE-norm illuminant D50, en conform de CIEDE 2000-norm volgens CIE Draft Standard DS 014-6/E:2012. 5% van de kleuren mogen een variatie boven 2 dE 2000 tonen. Backlit-substraten die worden gemeten in transmissiemodus kunnen een ander resultaat geven.
Kleurafstemming is afhankelijk van veel externe factoren. Neem de volgende punten in aanmerking om een dit consistentieniveau te bereiken:
  • Als een grote taak wordt afgedrukt in panelen, dan zijn er mogelijk meerdere rollen nodig. Alle rollen moeten uit dezelfde batch komen en worden opgeslagen in omstandigheden die worden aanbevolen in de specificaties van de fabrikant.
  • Bedieningsomstandigheden (temperatuur en luchtvochtigheid) moet tijdens het afdrukken van de hele taak constant blijven.
  • Zorg ervoor dat u een printkopcontrole en routinematige schoonmaakbeurt uitvoert voordat u aan de taak begint. Al er tijdens de taak printkopwijzigingen nodig zijn, moet u een de printkop uitlijnen en een kleurkalibratie uitvoeren.
Zie ook KleurkalibratieKleurkalibratie.

Substraatconfiguraties

Het substraat kan in veel verschillende configuraties voor de gewenste toepassing worden geladen. Voordat u het substraat laadt, gaat u naar Internal Print Server en selecteert u Substrate Load/Unload (Substraat Laden/Verwijderen). Selecteer vervolgens de gewenste configuratie.
De basisconfiguraties worden hieronder beschreven. Deze configuraties kan worden gebruikt voor afdrukken bij één rol of twee rollen.
  • De rol-naar-rolconfiguratie is geschikt voor afdruktaken waarbij een specifieke invoerrol wordt gebruikt en waarin tijdens het afdrukken geen afdrukken of uitvoerrol afgesneden of verwijderd hoeven te worden. Het substraat kan niet midden in de rol worden afgesneden.
  • De rol-naar-vrijevalconfiguratie wordt gebruikt als u één of meer afdrukken wilt afsnijden en verwijderen zodra deze klaar zijn en uit de printer rollen. Het substraat staat tussen de invoerrol en de spanningsrol onder spanning; maar het kan na de spanningsrol worden afgesneden, omdat het dan niet langer onder spanning staan.
  • De rol-naar-collectorconfiguratie is geschikt voor situaties waarin een specifieke invoerrol wordt gebruikt en u het substraat wilt afsnijden en de uitvoerrol wilt verwijderen voordat de afdruktaak is voltooid. Het substraat staat tussen de invoerrol en de spanningsrol onder spanning; maar het kan na de spanningsrol worden afgesneden, omdat het dan niet langer onder spanning staan.

Het afdrukken voorbereiden

Voer de volgende stappen uit voordat u met afdrukken begint:
  1. Ga naar de Internal Print Server en selecteer Substrate Load/Unload (Substraat Laden/Verwijderen) om het venster Printer Configuration (Printerconfiguratie) te openen.
  2. Selecteer de printerconfiguratie die u wilt gebruiken; de hulp op het scherm verschijnt aan de linkerkant.
    opmerking:
    Het vak Skip Substrate load check (Controle geladen substraat overslaan) moet alleen ingeschakeld zijn wanneer voor de vorige opdracht dezelfde configuratie is gebruikt (zoals hetzelfde substraat, profiel) en er een ernstige systeemfout is opgetreden waarna u de printer opnieuw moest opstarten.
  3. Laad het substraat. Aanwijzingen voor laden van het substraat worden weergegeven in de Internal Print Server. Zie Een rol op de as plaatsen en Rollen in de printer laden voor meer informatie.
  4. Select het substraattype.
  5. Druk in Internal Print Server op de knop Finish (Voltooien) om de substraatcontrole te starten en voer vervolgens het substraattype in het venster Loaded Substrate (Geladen substraat) in.
opmerking:
Als de printer 's nachts was uitgeschakeld met geladen substraat en is blootgesteld aan hoge of lage temperaturen, dan moet u het substraat 13 tot 25 cm doorvoeren voor het afdrukken om te voorkomen dat de printkop vastloopt of de inkt gaat vlekken op het substraat.

De substraatrandhouders

De randhouders voorkomen dat de randen van het substraat omkrullen waardoor het substraat vastloopt. Als zich een soortgelijk probleem voordoet tijdens het afdrukken, dan kunt u proberen het te verhelpen met behulp van de randhouders.
Het gebruik van randhouders wordt sterk aanbevolen bij het afdrukken op textielsubstraten.
opmerking:
Randhouders worden niet aanbevolen bij het afdrukken op substraat dat minder dan 0,4 mm dik is.
opmerking:
Randhouders zijn soms eenvoudiger te gebruiken als u de wagenbalk omhoog zet (zie De positie van de wagenbalk instellen); maar u kunt ze ook gebruiken zonder de wagenbalk te verhogen.
De juiste positie wordt hieronder weergegeven. Het substraat moet vrij kunnen bewegen en niet de uiteinden van de randhouder raken.
  let op:
Verkeerd geplaatste randhouders kunnen de printkoppen en de wagen beschadigen.
opmerking:
Als het substraat wordt geladen met de rechterrand buiten de 161 cm-positie op de aslineaal, of met de linkerrand buiten de 162 cm-positie, dan is er niet genoeg ruimte om de randhouders te kunnen gebruiken.

Een randhouder installeren

Als u een randhouders wilt installeren, dan gaat u voor de printer staan en bevestigt u de voorkant van de randhouder (gemarkeerd met het getal 1 op het blauwe gedeelte) aan de voorkant van de plaat. Zorg ervoor dat het substraat is uitgelijnd met de markeringen op de randhouder.
Ga vervolgens naar de achterkant van de printer, open de laadtafel, trek de achterkant van de randhouder naar u toe en bevestig deze aan de achterkant van de plaat. Een ingebouwde magneet helpt u om de randhouder juist op de plaat te plaatsen. Zorg ervoor dat het substraat is uitgelijnd met de markeringen op de randhouder.
  let op:
Plaats de randhouder voorzichtig. Zorg dat de randhouder helemaal recht blijft omdat anders de printkoppen en de wagen kunnen beschadigen.
opmerking:
Als de randhouder eenmaal is geïnstalleerd, dan kan deze niet opzij worden geschoven. Als u de randhouder wilt verplaatsen, dan moet u deze verwijderen en opnieuw installeren op de nieuwe positie.

Een randhouderstrook vervangen

Vervangende randhouderstroken worden geleverd bij de reinigingskit. Vervang de strook als deze kapot is (bijvoorbeeld door een impact) of verouderd (bijvoorbeeld door het opeenhopen van inkt).
  1. Als de randhouder in de printer is geïnstalleerd, verwijder deze dan van de plaat door eerst de achterkant en daarna de voorkant los te maken.
  2. Draai de schroeven aan beide kanten van de randhouder los, maar verwijder ze niet.
  3. Verwijder de oude strook, plaats de nieuwe en draai de schroeven weer vast.
  4. Als u de randhouder wilt gebruiken, plaats deze dan terug op de plaat.

Een rol op de as plaatsen

Afdrukken op één rol

De as heeft een pneumatische connector aan de ene kant en een drijfwerk aan de andere kant.
  1. Controleer of het drijfwerk zich aan de goede kant bevindt (afhankelijk van de gewenste draairichting).
  2. Plaats de as in de rol.
    opmerking:
    De as is heel zwaar om te zorgen dat het substraat goed opgespannen blijft en niet gaat scheeftrekken en kreuken. Plaats de as daarom bij voorkeur met twee personen.
  3. Let op de positie van het uiteinde van de rol op de schaalverdeling die is gemarkeerd aan beide zijden van het middelpunt van de as. De invoer- en uitvoerassen moeten op identieke wijze op de respectievelijke assen worden geplaatst.
    opmerking:
    De rollen moeten gecentreerd zijn, zodat het risico op scheeftrekken, kreuken en het telescoopeffect minimaal is.
  4. Sluit het luchtpistool aan op de pneumatische connector op de as en blaas de as op zodat deze onbeweeglijk in de rol vastzit.
opmerking:
Als het telescoopeffect zich voordoet op de invoerrol, dan kan het substraat vastlopen en schade aan de printkoppen veroorzaken. Probeer voordat u het substraat in de printer laadt de randen van het substraat recht te trekken om het telescoopeffect op de invoerrol te voorkomen.
opmerking:
Controleer of het substraat goed vast zit in de invoerkern.
De rol is nu klaar en kan in de printer worden geladen.
opmerking:
Als u regelmatig van substraattype verandert, kunt u de rollen sneller vervangen door verschillende typen rollen vooraf op verschillende assen te plaatsen. Extra assen kunnen afzonderlijk worden aangeschaft, zie AccessoiresAccessoires.
opmerking:
Een as voor twee rollen kan worden gebruikt voor het afdrukken met één rol. Vergrendel de hendel pomp beide ventielen op.

Afdrukken met twee rollen

U kunt tegelijkertijd op twee rollen afdrukken door een as voor twee rollen te gebruiken
De assen met dubbele rol laden
  1. Plaats de eerste rol op de as.
  2. Plaats de tweede rol op de as.
  3. Centreer beide rollen met behulp van de markeringen aan beide zijden van het middelpunt van de as. De invoer- en uitvoerassen moeten op identieke wijze op de respectievelijke onderdelen van de assen worden geplaatst.
  4. Pomp de ventielen aan beide kanten op.
Gebruik de ondersteuning voor het centreren van twee rollen om ervoor te zorgen dat de spanning op het substraatpad op geen enkele plek te hoog wordt door het gewicht van het substraat. Als u deze accessoire niet gebruikt, dan bestaat er gevaar voor een printkop-crash als het substraat erg zwaar is. Hierdoor wordt de levensduur van de printkop verminderd en de huidige afdruk beschadigd. De ondersteuning voor het centreren van twee rollen moet gekalibreerd worden. Raadpleeg de handleiding voor dubbele rollen, die u kunt vinden op http://www.hp.com/go/latex3000/manuals/.

Rollen in de printer laden

Bij het laden van het substraat is het de bedoeling om een gelijkmatige spanning over de breedte en lengte te krijgen, zodat het risico op scheeftrekken, kreuken en het telescoopeffect minimaal is. Er zijn vier manieren waarop het substraat door de printer kan worden gevoerd:
  • Rol-naar-rolconfiguratie
  • Configuratie van dubbele rol-naar-rol
  • Configuratie van rol-naar-vrije val
  • configuratie van rol-naar-verzamelaar
Voor elke configuratie bestaan twee manieren om het substraat te laden:
  • Handmatig laden: aanbevolen voor onbuigzame en smalle substraten
  • Ondersteund laden: kan worden gebruikt om het laden van flexibele en bredere substraten te vereenvoudigen.
    opmerking:
    Ondersteund laden wordt niet aanbevolen voor dubbele rollen.

Een rol laden (rol-naar-rolconfiguratie)

De substraatrol wordt bevestigd op de invoeras (enkel of dubbel) en wordt opgevangen op de uitvoeras. Het substraat gaat van de invoeras (1) over de hoofdrol (2), de plaat (3), de voorste diverters (4) naar de uitvoeras (5).
De voorgaande illustratie geeft het geladen substraat aan met de afdrukzijde naar buiten op zowel de invoer- als de uitvoerrol. U kunt het substraat ook laden met de afdrukzijde naar binnen op een of beide assen. In dat geval draait de as in de tegenovergestelde richting. De printer vraagt naar de juiste draairichting indien deze niet automatisch wordt herkend.
Elke as heeft een eigen motor. De motoren zorgen voor constante druk op het substraat. Op het niveau van de plaat wordt vacuüm toegepast om het substraat vlak te houden. Het substraat wordt naar voren bewogen door de aandrijfrolmotor die is voorzien van een klemmechanisme dat voorkomt dat het substraat slipt.
Voordat u een rol in de printer plaatst, moet u eerst een rol op de as plaatsen (de invoerrol) en een lege kern op een andere as (de uitvoerrol). Zie Een rol op de as plaatsen.
opmerking:
Gebruik voor de uitvoerrol een enkele lege kern van dezelfde lengte als de invoerkern. Plaats niet twee of meer kortere kernen op dezelfde as. Dit kan problemen geven met de doorvoer van het substraat.
opmerking:
De as en een rol van het substraat kunnen zwaar zijn. Het wordt aanbevolen een vorkheftruck of ander gereedschap te gebruiken om het in positie te verplaatsen; u kunt ook één uiteinde in de printer tillen, en vervolgens het andere uiteinde.
  1. Ga naar de HP Internal Print Server en selecteer Substrate > Load/Unload (Substraat > Laden/verwijderen). Selecteer vervolgens de gewenste configuratie.
  2. Kies in de lijst met substraattypen van HP Internal Print Server het type dat u hebt geladen.
  3. Verwijder de substraatrandhouders, indien geïnstalleerd, van de afdrukplaat zodat ze niet in de weg zitten bij het laden van het substraat.
      let op:
    Als u het substraat bovenop de randhouders laadt, kan dit de printkoppen en de wagen beschadigen.
  4. Plaats de as met de nieuwe rol op de achterkant van de printer, met het aangedreven uiteinde van de as aan de linkerkant.
  5. Rust de uiteinden van de as op de platformen geleverd aan de achterzijde van de printer; plastic contactvlakken zijn geleverd om de impact te absorberen.
  6. Plaats op dezelfde wijze de as met de lege kern op de voorkant van de printer. In dit geval moet de aandrijfkant van de as aan de rechterkant zitten.
  7. Alle substraten kunnen geladen worden met de handmatige laadprocedure (hieronder). U vindt het mogelijk gemakkelijker om de ondersteunde laadprocedure te gebruiken als uw substraat flexibel of breed is.
Ondersteund laden
  1. Open de voorklep.
  2. Open de hardingsmodulevergrendelingen.
  3. Open de hardingsmodule.
  4. Open de laadtafelvergrendelingen.
  5. Open de laadtafel.
  6. Wikkel een stuk substraat af.
  7. Plaats op de laadtafel.
  8. Sluit de laadtafel.
  9. Spoel het substraat handmatig terug tot de voorste rand nabij de klemwieltjes.
  10. Sluit de laadtafelvergrendelingen.
  11. Ga naar de Internal Print Server en gebruik de grote blauwe knop om het substraat door te voeren totdat het bij de uitvoeras komt. Zorg ervoor dat het substraat soepel loopt en niet wordt beklemd door een blokkade. Help indien nodig het substraat vooruit te gaan en de hardingsmodulesleuf te passeren.
  12. Open de laadtafel.
  13. Lijn het substraat uit door na te gaan of de rand van het substraat op de invoer- en uitvoerassen in dezelfde positie is. U kunt dit doen met behulp van de liniaal op de assen, of door meting van de afstand tussen de rechterrand en de zijplaat.
  14. Wanneer het substraat gelijkmatig gespannen en vlak is (geen kreukels of bobbels), bevestigt u het met plakband aan de lege kern. Plak vanuit het midden naar de randen toe en let op dat u het substraat niet te veel aantrekt of juist laat kreuken.
  15. Plaats eventuele substraatrandhouders in positie en bevestig deze aan de voorkant.
  16. Sluit de hardingsmodule, vergrendelingen en vervolgens de voorklep.
  17. Bevestig eventuele substraatrandhouders aan de achterkant.
  18. Sluit de laadtafel en vergrendelingen.
  19. Ga naar de Internal Print Server en druk op de knop Voltooien. Beide rollen worden gedraaid om de diameters te controleren. De printer controleert ook de breedte van de rol, de draairichting, het vacuüm en de kalibratie van het substraatdoorvoermechanisme (dit duurt 1 tot 2 minuten).
    opmerking:
    De rolafmeting verschijnt onderin het scherm; klik op Change substrate settings (Substraatinstellingen wijzigen) om dit te wijzigen.
    opmerking:
    Sommige substraten (zoals transparante substraten) kunnen niet op deze manier worden gemeten door de printer. U wordt dan gevraagd de linkerrand- en breedtevelden zelf in te vullen in de Internal Print Server. Gebruik de liniaal op de as om deze waarden te controleren.
  20. Mogelijk ontvangt u een waarschuwing in verband met tracering substraatdoorvoering. Zie voor meer informatie over het eventueel uitschakelen van automatische tracering SubstraatdoorvoercompensatieSubstraatdoorvoercompensatie.
  21. Zie Substraattips voor meer informatie over wanneer u de positie van de wagenbalk kunt wijzigen.
Handmatig laden
  1. Gebruik de Internal Print Server om de wagenbalk in de laadpositie te tillen.
  2. Open de voorklep.
  3. Open de hardingsmodulevergrendelingen.
  4. Open de hardingsmodule.
  5. Open de laadtafelvergrendelingen.
  6. Open de laadtafel.
  7. Wikkel een stuk substraat af.
  8. Plaats in de afdrukzone.
  9. Duw het substraat door de printer totdat het de uitvoeras bereikt.
  10. Lijn het substraat uit door na te gaan of de rand van het substraat op de invoer- en uitvoerassen in dezelfde positie is. U kunt dit doen met behulp van de liniaal op de assen, of door meting van de afstand tussen de rechterrand en de zijplaat.
  11. Wanneer het substraat gelijkmatig gespannen en vlak is (geen kreukels of bobbels), bevestigt u het met plakband aan de lege kern. Plak vanuit het midden naar de randen toe en let op dat u het substraat niet te veel aantrekt of juist laat kreuken.
  12. Plaats eventuele substraatrandhouders in positie en bevestig deze aan de voorkant.
  13. Sluit de voorklep en de hardingsmodule.
  14. Bevestig eventuele substraatrandhouders aan de achterkant.
  15. Sluit de laadtafel.
  16. Gebruik de Internal Print Server om de wagenbalk naar de printpositie te laten zakken.
  17. Ga naar de Internal Print Server en druk op de knop Voltooien. Beide rollen worden gedraaid om de diameters te controleren. De printer controleert ook de breedte van de rol, de draairichting, het vacuüm en de kalibratie van het substraatdoorvoermechanisme (dit duurt 1 tot 2 minuten).
    opmerking:
    Sommige substraten (zoals transparante substraten) kunnen niet op deze manier worden gemeten door de printer. U wordt dan gevraagd de linkerrand- en breedtevelden zelf in te vullen in de Internal Print Server. Gebruik de liniaal op de as om deze waarden te controleren.
  18. Mogelijk ontvangt u een waarschuwing in verband met tracering substraatdoorvoering. Zie voor meer informatie over het eventueel uitschakelen van automatische tracering SubstraatdoorvoercompensatieSubstraatdoorvoercompensatie.
De printer is nu klaar om afdrukken te maken.

Laad een rol (configuratie van dubbele rol-naar-rol)

De twee substraatrollen worden bevestigd op de achterste as en worden opgevangen op de voorste as. Het substraat gaat van de invoeras over de hoofdrol, de plaat, de voorste diverters naar de uitvoeras.
opmerking:
Het wordt aanbevolen rol-naar-rolconfiguratie te gebruiken wanneer u twee rollen gebruikt, voor de beste prestatie.
U kunt het substraat laden met de afdrukzijde naar binnen of naar buiten op de as. In dat geval draait de as in de tegenovergestelde richting. De printer vraagt naar de juiste draairichting indien deze niet automatisch wordt herkend.
Voordat u twee rollen in de printer plaatst, moet u eerst beide rollen op de achterste as plaatsen en twee lege kernen op de voorste as. Zie Een rol op de as plaatsen.
Als de rollen ongelijke lengtes hebben, moet de langere rol aan de rechterkant van de printer (gezien vanaf de voorkant); aan de linkerkant (gezien vanaf de achterkant). Op deze manier kunt u doorgaan met afdrukken op de langere rol wanneer de kortere rol opraakt.
opmerking:
Wanneer één rol opraakt, moet u het differentieel in het midden van de as vergrendelen met de hendel op de linkerkant.
  1. Ga naar de HP Internal Print Server en selecteer Substrate > Load/Unload (Substraat > Laden/verwijderen). Selecteer vervolgens de gewenste configuratie.
  2. Kies in de lijst met substraattypen van HP Internal Print Server het type dat u hebt geladen.
  3. Verwijder de substraatrandhouders, indien geïnstalleerd, van de afdrukplaat zodat ze niet in de weg zitten bij het laden van het substraat.
      let op:
    Als u het substraat bovenop de randhouders laadt, kan dit de printkoppen en de wagen beschadigen.
  4. Als u de middensteunen van de twee rollen wilt gebruiken, installeert u deze nu voor zowel de invoer- als uitvoerassen. Verplaats deze omhoog naar hun gekalibreerde posities om ervoor te zorgen dat het substraat naar de uitvoeras wordt doorgevoerd en correct wordt gewikkeld.
      let op:
    De gekalibreerde positie moet worden ingesteld op basis van de instructies die bij het accessoire zijn geleverd. Een incorrecte positie kan de wagen doen vastlopen (zie Er zijn kreukels en inktvlekken op het substraatEr zijn kreukels en inktvlekken op het substraat).
  5. Het is wellicht handig om tijdens het laden de differentiëlen op de invoer- en uitvoerassen te vergrendelen.
  6. Plaats de as met de nieuwe rollen op de achterkant van de printer, met het aangedreven uiteinde van de as aan de linkerkant.
  7. Rust de uiteinden van de as op de platformen geleverd aan de achterzijde van de printer; plastic contactvlakken zijn geleverd om de impact te absorberen.
  8. Plaats op dezelfde wijze de as met de lege kernen op de voorkant van de printer. In dit geval moet de aandrijfkant van de as aan de rechterkant zitten.
Handmatig laden
opmerking:
Ondersteund laden wordt niet aanbevolen in een dubbele-rolconfiguratie.
  1. Gebruik de Internal Print Server om de wagenbalk in de laadpositie te tillen.
  2. Open de voorklep en de hardingsmodule.
  3. Open de laadtafel.
  4. Ontgrendel de differentiëlen op de invoeras.
  5. Wikkel een stuk substraat van de eerste invoerrol af, en plaats in dit in de afdrukzone.
  6. Duw het substraat van de eerste rol door de printer totdat het de uitvoeras bereikt.
  7. Wikkel een stuk substraat af van de tweede invoerrol en plaats dit in de afdrukzone.
  8. Duw het substraat van de tweede rol door de printer totdat het de uitvoeras bereikt.
  9. Lijn het substraat uit door na te gaan of de rand van het substraat op de invoer- en uitvoerassen in dezelfde positie is. U kunt dit doen met behulp van de liniaal op de assen, of door meting van de afstand tussen de rechterrand en de zijplaat.
    opmerking:
    Het is aanbevolen om de randen van beide rollen uit te lijnen met de lijnen aan beide zijden van de middenmarkering van de as.
    opmerking:
    Als u de maximale breedte van 1,60 m per rol gebruikt en de randhouders niet nodig zijn, moet de linkerrol 20 mm naar het midden verschoven worden (waardoor er 20 mm ruimte tussen de rollen is) waardoor het laden makkelijker is.
    opmerking:
    De substraatdoorvoersensor moet worden bedekt door het substraat (van 252 tot 310 cm op de liniaal).
  10. Wanneer het substraat gelijkmatig gespannen en vlak is (geen rimpels of bobbels), bevestigt u het met plakband aan elke lege kern. Plak vanuit het midden naar de randen toe en let op dat u het substraat niet te veel aantrekt of juist laat kreuken.
  11. Plaats de drie of vier substraatrandhouders die u mogelijk gebruikt in positie en bevestig deze aan de voorkant.
    opmerking:
    Wanneer u de rolranden uitlijnt met de markeringen op de dubbele-rolas, wordt de middenashouder (indien nodig) gedeeld door beide rollen. Houd rekening met de vereiste afstand voor randhouders als u de rollen anders positioneert en u de randhouders gebruikt.
  12. Sluit de voorklep en de hardingsmodule.
  13. Bevestig eventuele substraatrandhouders aan de achterkant.
  14. Sluit de laadtafel.
  15. Zorg dat de asdifferentiëlen ontgrendeld zijn.
  16. Gebruik de Internal Print Server om de wagenbalk naar de printpositie te laten zakken.
  17. Ga naar de Internal Print Server en druk op de knop Voltooien. De rollen worden gedraaid om de diameters te controleren. De printer controleert ook de breedte van de rol, de draairichting, het vacuüm en de kalibratie van de substraatdoorvoer (dit duurt 1 tot 2 minuten).
    opmerking:
    Sommige substraten (zoals transparante substraten) kunnen niet op deze manier worden gemeten door de printer. U wordt dan gevraagd de linkerrand- en breedtevelden zelf in te vullen in de Internal Print Server. Gebruik de liniaal op de as om deze waarden te controleren.
  18. Mogelijk ontvangt u een waarschuwing in verband met tracering substraatdoorvoering. Zie voor meer informatie over het eventueel uitschakelen van automatische tracering SubstraatdoorvoercompensatieSubstraatdoorvoercompensatie.
  19. Zie Substraattips voor meer informatie over wanneer u de positie van de wagenbalk kunt wijzigen.
De printer is nu klaar om afdrukken te maken.

Een rol laden (configuratie van rol-naar-vrije val)

De substraatrol is op de invoeras gemonteerd; het afgedrukte substraat wordt voor de printer op de grond gedoneerd. Het substraat gaat van de invoeras (1) over de hoofdrol (2), de plaat (3), de voorste diverters (4) naar de spanningsrol (5), waarna het op de grond wordt gedeponeerd.
U kunt het substraat laden met de afdrukzijde naar binnen of naar buiten op de as. In dat geval draait de as in de tegenovergestelde richting. De printer vraagt naar de juiste draairichting indien deze niet automatisch wordt herkend.
Voordat u een rol in de printer plaatst, moet u de rol op de invoeras plaatsen. Zie Een rol op de as plaatsen.
opmerking:
De as zelf is vrij zwaar en een rol substraat kan nog zwaarder zijn. Het wordt aanbevolen een vorkheftruck of ander gereedschap te gebruiken om het in positie te verplaatsen; u kunt ook één uiteinde in de printer tillen, en vervolgens het andere uiteinde.
Om het substraat te laden volgt u dezelfde procedure als in de configuratie van rol-naar-rol, behalve dat de uitvoeras niet nodig is.
  1. Zorg ervoor dat de hendel van de spanningsrol omhoog staat.
  2. Ontgrendel de spanningsrol aan beide einden.
  3. Verplaats de rol naar de voorkant zodat u meer ruimte hebt om het substraat achter de rol te passeren.
  4. Voer het substraat door en duw de rol naar achteren. Zorg ervoor dat uw vingers niet bekneld raken tussen de rol en de zwarte substraatsteun aan de onder- en achterkant.
  5. Sluit de vergrendelingen aan beide zijden.
  6. Lijn het substraat uit door na te gaan of de rand van het substraat op de invoeras en spanningsrol in dezelfde positie is. U kunt dit uitvoeren met behulp van de liniaal op de assen en spanningsrol, of door meting van de afstand tussen de rechterrand en de zijplaat.
  7. Zorg ervoor dat het substraat gelijkmatig gespannen en vlak is (geen kreukels of bobbels) en sluit de hendel van de spanningsrol.
  8. Ga naar de Internal Print Server en druk op de knop Voltooien zoals in de configuratie van rol-naar-rol.

Een rol laden (configuratie van rol-naar-collector)

Deze configuratie lijkt op de rol-naar-vrijevalconfiguratie, maar met gebruik van een collectorrol en een lusvormer.
opmerking:
Laad of verwijder de collector niet tijdens het afdrukken.
Voordat u het substraat laadt, selecteert u een lusvormer van de goede lengte die even breed is als het substraat. Voor het samenstellen van lusvormers van elke gewenste lengte worden de volgende slangen meegeleverd.
  • Eén buis van 152 mm
  • Twee buizen van 203 mm
  • Eén buis van 305 mm
  • Eén buis van 610 mm
  • Twee buizen van1067 mm
  • Twee eindflenzen voor elk uiteinde om laterale verplaatsing van de lusvormer tijdens het afdrukken te voorkomen
U kunt bijvoorbeeld de volgende lusvormers maken.
  • 914 mm: buizen van 610 mm en 305 mm
  • 1016 mm: buis van 610 mm en twee buizen van 203 mm
  • 1270 mm: buizen van 1067 mm en 203 mm
  • 1372 mm: buizen van 1067 mm en 305 mm
  • 1524 mm: buizen van 1067 mm, 305 mm en 152 mm
  • 1829 mm: buizen van 1067 mm, 610 mm en 152 mm
  • 1981 mm: buizen van 1067-mm, 610-mm en twee buizen van 152-mm
  • 2032 mm: buizen van 1067-mm, 610-mm, 203-mm en 152-mm
  • 2489 mm: two buizen van 1067-mm, 203-mm en 152-mm
  • 2642 mm: twee buizen van1067-mm, 305-mm en 203-mm
  • 3200 mm: twee buizen van 1067-mm, 610-mm, 305-mm en 152-mm
  1. Volg de laadprocedure die is beschreven bij de rol-naar-vrijevalconfiguratie.
  2. Laad een lege substraatkern op de uitvoeras. Indien u afdrukt met twee rollen, laadt u twee substraatkernen met dezelfde diameter op één as (het wordt niet aanbevolen om een as met dubbele rol als de collector te gebruiken).
  3. Gebruik de knoppen in de Internal Print Server om de voorrand van het substraat door te voeren totdat het bij de kern van de verzamelaar komt.
  4. Zet het substraat zodanig vast dat het gelijkmatig gespannen is. Plak vervolgens de voorrand met tape op de kern vast. Werk vanuit het midden naar de randen toe. Zorg dat het substraat niet kreukt of te slap staat.
  5. Gebruik de knoppen in de Internal Print Server opnieuw om het substraat door te voeren zodat er een substraatlus ontstaat tussen de spanningsrol en de collector.
  6. Plaats de lusvormer in de substraatlus.
    opmerking:
    Lusdectectie wordt in het midden van de printer uitgevoerd; voorkom daarom dat uw voeten of een ander object onder de verzamelaar in het midden terechtkomen.
  7. Ga naar de Internal Print Server en druk op de knop Enable collector (Collector inschakelen).
  8. Selecteer de draairichting: Outwards (Buitenwaarts) is de aanbevolen richting omdat u een uitvoerrol met een diameter tot 300 mm kunt gebruiken. Als u (Binnenwaarts) selecteert, kan alleen een uitvoerrol met een diameter van maximaal 200 mm worden gebruikt: als u een dikke rol gebruikt, zou de lusvormer de rol aanraken.
    opmerking:
    De draairichting kan tijdens het afdrukken niet meer worden gewijzigd: de collector moet eerst worden uitgeschakeld en vervolgens weer ingeschakeld.
  9. Druk op de knop Voltooien.
De printer is nu klaar om afdrukken te maken.

Informatie over het geladen substraat bekijken

Informatie over het geladen substraat wordt bovenaan het hoofdscherm van de Internal Print Server weergegeven.
Selecteer het menu Substrate (Substraat) en de optie Instellingen als u meer informatie wilt zien.

Een papierrol verwijderen

  1. Controleer of de printer niet afdrukt.
  2. Ga naar de Internal Print Server en selecteer Substraat Laden/verwijderen.
  3. Til de laadtafelvergrendelingen aan de achterkant van de printer.
  4. Als u de wagenbalk moet optillen, gaat u naar de Internal Print Server en selecteert Positie wagenbalk > Verplaatsen naar laadpositie substraat. De wagenbalk komt omhoog. Dit proces duurt ongeveer twee minuten.
    opmerking:
    Deze stap is optioneel. Sommige substraten kunnen gemakkelijker worden verwijderd zonder de wagenbalk omhoog te bewegen.
  5. Snijd het substraat af als de wagenbalk omhoog staat.
  6. Wikkel het substraat handmatig op de uitvoerrol.
  7. Open de vergrendelingen aan de voorkant en verwijder de uitvoerrol.
  8. Verwijder de as uit de rol.
  9. Spoel het substraat handmatig terug tot de invoerrol.
  10. Open de vergrendelingen aan de achterkant en verwijder de invoerrol.
  11. Verwijder de as uit de rol.
De printer is nu klaar en u kunt nieuwe invoer- en uitvoerrollen plaatsen.

Voorinstellingen substraat

Elk ondersteund substraattype heeft zijn eigen kenmerken. Voor de beste afdrukkwaliteit past de printer de afdrukprocedure aan het gebruikte substraattype aan. Sommige typen hebben bijvoorbeeld meer inkt nodig en andere hogere temperaturen voor drogen en uitharden. Daarom moet de printer een beschrijving krijgen van de vereisten van elk substraattype. Deze beschrijving wordt een voorinstelling genoemd. De printer wordt geleverd met voorinstellingen van bepaalde substraattypen, evenals voorinstellingen van enkele algemene substraattypen.
Aangezien het onhandig is om te bladeren in een lijst met alle substraattypen die beschikbaar zijn voor uw printer, bevat de printer alleen voorinstellingen van veelvoorkomende substraattypen.
Substraatinstellingen van veel substraatverkopers zijn voor uw gemak verzameld op http://www.hp.com/go/mediasolutionslocator. U kunt de substraatbeschikbaarheid controleren met de HP Media Locator-toepassing die u hier zult vinden.
Om een nieuwe voorinstelling voor substraten te installeren die u hebt gedownload, gaat u naar de Internal Print Server en selecteert u Substraat > Beheer voorinstelling > Label importeren. Zoek vervolgens naar het bestand .oms en klik op Bijwerken. U kunt voorinstellingen voor substraten ook exporteren met Label exporteren.

Een nieuw substraat gebruiken

Wanneer u een nieuw substraattype in de printer laadt, moet u een voorinstelling voor dit substraat selecteren.
  1. Als er geen specifieke voorinstelling voor dat substraat in de lijst staat, dan kunt u nagaan of de HP Media Locator (http://www.hp.com/go/mediasolutionslocator) een beschikbare voorinstelling voor uw substraat heeft. U kunt de specifieke voorinstelling ook van de leverancier of fabrikant van uw substraat krijgen.
  2. Probeer een algemene voorinstelling in dezelfde substraatcategorie als er geen specifieke voorinstelling beschikbaar is.
  3. Gebruik de wizard Add New Substrate (Nieuwe substraat toevoegen) om een nieuwe voorinstelling te maken als u niet tevreden bent met de resultaten. Zie Een nieuwe voorinstelling voor substraat maken met de nieuwe wizard Add New Substrate (Nieuwe substraat toevoegen).
  4. Kopieer een algemene voorinstelling (of de voorinstelling verkregen uit de wizard Add New Substrate (Nieuwe substraat toevoegen)) en pas de instellingen handmatig aan als u volledig controle over uw voorinstelling wilt krijgen. Zie Een nieuwe substraatvoorinstelling bewerken. Dit wordt alleen aanbevolen voor geavanceerde gebruikers.

De printer voorbereiden voor een nieuw substraat

  1. Zorg waar mogelijk dat de printer in optimale staat is voordat u een nieuwe voorinstelling maakt: voer eventuele wachtende onderhoudstaken uit, vooral controles van printkoppen en uitlijning.
  2. Stop de afdrukwachtrij en wacht totdat de huidige afdruktaak is voltooid. Verzend geen volgende taken meer naar de printer totdat de voorinstellingen van het nieuwe substraat klaar zijn.
  3. Laad het nieuwe substraat. Het laden van het substraat in de printer is volledig onafhankelijk van het substraattype. Volg de juiste laadprocedure en zorg dat de rolbreedte wordt opgegeven, ofwel automatisch door de printer of door uzelf. U krijgt een slechter resultaat als er grote verschillen zijn tussen de opgegeven en actuele rolbreedte.
    opmerking:
    Het wordt aanbevolen de rol-naar-rolconfiguratie te gebruiken als u een nieuwe voorinstelling maakt.
  4. Stel de wagenbalk op de juiste positie in: zie De positie van de wagenbalk instellen.

Een nieuwe voorinstelling voor substraat maken met de nieuwe wizard Add New Substrate (Nieuwe substraat toevoegen)

Add New Substrate (Nieuwe substraat toevoegen) helpt u om de beste voorinstelling voor uw substraat te krijgen. Het zal u eerst om informatie over het substraat vragen en het voorgenomen gebruik ervan, een aantal testafdrukken afdrukken en u vragen deze te evalueren. Met deze informatie wordt een nieuwe voorinstelling gemaakt.
Voer het volgende uit om de wizard te gebruiken: controleer of het nieuwe substraat is geladen in de configuratie van rol-naar-rol, en ga vervolgens naar de Internal Print Server, selecteer het tabblad Substraat en daarna Maken.

Materiaal

De wizard stelt als eerste de vraag van welk primair materiaal uw substraat is gemaakt.
  • Zelfklevend vinyl omvat gegoten zelfklevend vinyl, gekalanderd zelfklevend vinyl, geperforeerd zelfklevend vinyl, transparant zelfklevend vinyl, en weerspiegelend zelfklevend vinyl.
  • PVC-banner omvat frontlit banner, backlit banner, scrim banner, scrimless banner, mesh-banner met voering, blockout banner, truckgordijn banner, dekzeil en PVC-wandbekleding.
  • Papier omvat gecoat papier, niet-gecoat papier, fotopapier, fotorealistisch papier, blueback papier, papieren wandbekleding of behang, zelfklevend papier, en niet-geweven wandbekleding.
  • PP- en PE-film en banner omvat polypropyleen (PP) film, synthetisch papier (zoals Yupo), Tyvek, en PE of HDPE (polyethyleen) banner.
  • PET-film bevat polyester (PET), backlit film, polyester (PET) frontlit film en polyester (PET) grey-back film.
  • Textiel omvat polyester textiel en stof, textiel banner, achtergronden, textiel gaas met voering, frontlit textiel, backlit textiel, canvas, vlag en voile *, katoen textiel, textiel wandbedekking, zelfklevend textiel en geweven wandbedekking.

Toepassing

Daarna wordt gevraagd hoe u het substraat denkt te gebruiken.
  • Frontlit betekent dat de afdruk in het licht wordt bekeken vanaf de voorkant van het substraat.
  • Backlit betekent dat de afdruk in het licht wordt bekeken vanaf de achterkant van het substraat.

Optimized for (Geoptimaliseerd voor)

Vervolgens wordt gevraagd of u prioriteit aan snelheid, kwaliteit of geen van beide wilt geven.
  • Afdrukkwaliteit: U wilt de best mogelijke afdrukkwaliteit.
  • Afdruksnelheid: U wilt snel afdrukken.

Testafdruk

Vervolgens toont de wizard u de voorgestelde instellingen voor de eerste testafdruk. Deze instellingen zijn gebaseerd op basis van de informatie die u hebt aangedragen.
opmerking:
Als u een geavanceerde gebruiker bent en de voorgestelde instellingen niet aan uw verwachtingen voldoen, dan kunt u op ieder gewenst moment Advanced settings (Geavanceerde instellingen) kiezen en handmatige wijzigingen maken. U wordt aangeraden om eerst een testafdruk af te drukken om een indicatie te krijgen van de algemene prestatie op uw substraat.
opmerking:
Als u de testafdruk annuleert omdat u problemen met het substraat of met de afdrukkwaliteit ondervindt zoals streepvorming, dan kunt u overwegen de voorinstelling van het substraat aan te passen zoals beschreven in de instructies in Problemen met substraat oplossenProblemen met substraat oplossen en Problemen met de afdrukkwaliteit oplossenProblemen met de afdrukkwaliteit oplossen.
Als de testafdruk is afgedrukt, stelt de wizard u er enkele vragen over.
De afdruk is georganiseerd in horizontale strepen die in verschillende inktdichtheden zijn afgedrukt. Er zijn twee verschillende gedeelten. Het linkerdeel (sectie A) heeft betrekking op kleurverzadiging en hardingsprestaties. Het rechterdeel (sectie B) heeft betrekking op de communicatie van diverse inktdichtheden met verschillende optimalisatieniveau's.
  1. Start met sectie A. Controleer of één van de banden volledig gehard is. Gebruik het zwarte 4-kleursvlak voor dit doeleinde. Voer een vlekkentest uit indien mogelijk. Controleer of er hardingsdefecten zichtbaar zijn. Eén mogelijk hardingsdefect verschijnt als een patroon van kleine ronde stippels op de afdruk, van de geperforeerde plaat waardoor de hardingslucht gaat.
    Als u een perfect geharde inktdichtheid hebt gevonden, kies deze of een lagere inktdichtheid in het vervolgkeuzemenu Inktdichtheid. Selecteer een inktdichtheid met hardingsdefecten.
    Als geen van de inktdichtheidsstrepen compleet gehard is, of de gewenste inktdichtheid voor uw toepassing niet gehard is, selecteert u NONE (GEEN) in het menu Inktdichtheid. De wizard genereert dan een nieuwe testafdruk met andere instellingen.
  2. Als u een bevredigende inktdichtheid hebt gevonden, moet u de de beste optimalisatiehoeveelheid voor deze inktdichtheid selecteren.
    Binnen de inktdichtheidsstreep die u hebt geselecteerd, kunt u op basis van sectie B van de afdruk de beste optimalisatiehoeveelheid kiezen. Bekijk kleur-naar-kleuruitvloei en de soepele gebiedsvullingen. Indien u meerdere optimalisatieniveau's ziet die evengoed werken, dan kunt u het beste kiezen voor de laagste hoeveelheid zonder defecten.
    Als u geen optimalisatiehoeveelheid kan vinden die voldoende presteert met de geselecteerde inktdichtheid, dan bekijkt u nabije inktdichtheden (gebruikelijk lager, maar in sommige gevallen hoger). Overweeg de geselecteerde inktdichtheid te wijzigen als er een combinatie zonder defecten bestaat. Onthoud dan om de inktdichtheid te veranderen in het vervolgkeuzemenu.
  3. Als u een goede combinatie tussen inktdichtheid en optimalisatie hebt, dan klikt u op Next (Volgende) om het substraat en de printvoorwaarde die u zojuist hebt geselecteerd toe te voegen. U kunt beide een nieuwe naam geven. In sommige gevallen worden er diverse printvoorwaarden tegelijkertijd geboden. U kunt de opties waarin u niet geïnteresseerd bent deselecteren.
  4. Het wordt aanbevolen om kleurkalibratie direct na voltooiing van de wizard uit te voeren om ervoor te zorgen dat het kalibratieproces de geselecteerde inktdichtheid aankan.
  5. De nieuwe voorinstelling wordt nu in de Internal Print Server geladen. U kunt uw eigen testafdrukken afdrukken of een ICC-profiel aanmaken met uw RIP-software.
opmerking:
Als u nieuwe afdrukvoorwaarden nodig hebt of de huidig beschikbare voorwaarden in de nieuwe voorinstelling wilt wijzigen, kunt u Edit (Bewerken) selecteren uit het menu Substrate (Substraat).

Een nieuwe substraatvoorinstelling bewerken

Een voorinstelling bewerken heeft diverse doeleneinden.
  • U kunt zelf een naam toewijzen aan een bepaald substraat.
  • U kunt de voorinstelling wijzigen en aanpassen aan de precieze kenmerken van uw substraat.
  • U kunt de voorinstelling aanpassen aan uw gebruik van het substraat, van de beste afdrukkwaliteit tot conceptuitvoer.
Om de technische eigenschappen van een aangepast substraattype te wijzigen, gaat u naar de Internal Print Server en selecteert u Substrate (Substraat) > Edit (Bewerken). Op deze wijze kunt u alle belangrijke instellingen in de substraatvoorinstelling wijzigen. Het wordt alleen aanbevolen voor geavanceerde gebruikers.
opmerking:
U kunt alleen de voorinstellingen wijzigen die u zelf hebt gemaakt. De meegeleverde voorinstellingen van HP kunnen niet worden gewijzigd.
  1. In het bovenste gedeelte van het venster Edit Substrate (Substraat bewerken) selecteert u de substraatcategorie en de naam van een specifieke substraatvoorinstelling die u wilt bewerken.
    opmerking:
    Algemene voorinstellingen kunnen niet worden bewerkt.
  2. Selecteer in het midden van het venster het aantal passages, aantal kleuren en de inktdichtheid; en de naamcombinatie om het zichtbaar te maken in het dialoogvenster Print (Afdrukken).
  3. Wijzig in het onderste gedeelte van het venster de instellingen voor uw combinatie met naam. Druk op Update print mode (Afdrukmodus bijwerken) als u een reeds bestaande naamcombinatie wilt wijzigen.
Om een hoog geoptimaliseerde voorinstelling voor één van de specifieke substraatdoeleinde wilt bereiken, moet u mogelijk andere instellingen wijzigen om te compenseren. Om een evenwichtige voorinstelling te bereiken, wordt u aangeraden om de wizard Add New Substrate (Nieuw substraat toevoegen) te gebruiken of een algemene voorinstelling.

De voorinstelling optimaliseren voor een hogere afdruksnelheid

Actie

Reduceer het aantal passages.

Mogelijke risico's en compensaties

  • Risico: Slechte hardingsprestatie.
    • Compensatie 1: Verminder de inktdichtheid met één of twee niveaus voor elk niveau waarmee het aantal passages is verminderd.
      Voorbeeld: Voor de meeste frontlit materialen, 6-passage 100% inkt > 4-passage 80% inkt > 3-passage 60% inkt
    • Compensatie 2: Verhoog de hardingsluchtstroom enigszins om kleine hardingsartefacten te elimineren.
    • Compensatie 3: Verhoog de hardingstemperatuur als u niet met de inktdichtheid wilt compenseren.
      opmerking:
      Dit is alleen uitvoerbaar met substraten die geen thermische vervormingsdefecten tonen bij hoge temperaturen.
  • Risico: Wanneer u het aantal passages reduceert, met name vier of minder, worden sommige artefacten als graan, uitvloeiing en samensmelting zichtbaar. Het is mogelijk om tot zekere hoogte te compenseren met de volgende instellingen:
    • Compensatie 1: Verminder de inktdichtheid zoals hierboven beschreven.
    • Compensatie 2: Verminder het inktoptimalisatieniveau in 2% stappen voor elk niveau waarmee het aantal passages is verminderd.
      Voorbeeld: 6-passage 12% optimalisatie > 4-passage 14% optimalisatie.
    • Compensatie 3: Verhoog het vermogen van de drogingslamp in 10% stappen voor ieder niveau waarmee het aantal passages is verminderd.
      Voorbeeld: 6-passage 50% vermogen > 4-pass 60% vermogen.

Optimaliseer voor de beste afdrukkwaliteit en/of breedste spectrum

Acties

  • Gebruik een 6-kleursinktset.
  • Verhoog het aantal passages.
  • Verhoog de inktdichtheid.

Bezwaren

  • Met een 6-kleursinktset krijgt u vloeiende overgangen; gebruik deze optie altijd voor de beste afdrukkwaliteit.
  • Gebruik een 8-passageafdrukmodus voor de beste afdrukkwaliteit met frontlit substraten.
  • Gebruik een 14- of 18-passageafdrukmodus voor de beste afdrukkwaliteit met backlit substraten en textiel.
  • Wanneer u een hoog aantal passages gebruikt, kunnen substraten verzadigd raken boven 100% inkt (bijvoorbeeld: 130% frontlit, 300% backlit). Hogere inktdichtheden kunnen het spectrum en kleurverzadiging verhogen en, in backlit materialen, de ondoorzichtigheid van afgedrukte gebieden verhogen.
opmerking:
Dit is erg afhankelijk van het substraat.

Optimaliseer voor inktgebruik

Acties

  • Inktdichtheid verminderen.
  • Gebruik een 4-kleursinktset.

Bezwaren

  • Het verminderen van de inktdichtheid leidt meestal tot een vermindering van het spectrum en de kleurverzadiging.
  • Een lagere inktdichtheid kan een lager aantal passages toestaan.
  • Een 4-kleursinktset kan het totale inktgebruik verminderen, omdat de inktkleuren licht cyaan en licht magenta niet worden gebruikt bij het afdrukken.
    opmerking:
    Er wordt nog steeds een beetje inkt van elke printkop gebruikt om de printkop gezond te houden.
  • Een 4-kleursinktset is minder bestand tegen sommige afdrukkwaliteitsproblemen zoals het weergeven van contouren.

Aanbevolen snelheden per substraattype

Aanbevolen inktdichtheden per substraattype

De afdrukstroom aanpassen voor optimale kleurprestaties

  1. Controleer de kleurkalibratie van uw substraat en kalibreer als dit wordt aangeraden. Kies hiertoe Substrate > Color calibration (Substraat > Kleurkalibratie) in de HP Internal Print Server. Zie Printer kalibrerenPrinter kalibreren.
  2. Maak ICC-profielen voor uw substraat; zie uw RIP-documentatie voor instructies.

Een substraatvoorinstelling verwijderen

Als u een voorinstelling wilt verwijderen, gaat u via uw printer naar HP Internal Print Server en selecteert u Substrate > Remove (Substraat > Verwijderen). Selecteer vervolgens de categorie en het type substraat dat u wilt verwijderen in een lijst met substraten die kunnen worden verwijderd.

De positie van de wagenbalk instellen

De positie van de wagenbalk bepaalt de verticale afstand tussen de printkoppen en de plaat. Als de afstand te groot is, vermindert de afdrukkwaliteit. Als de afstand te klein is, bestaat het risico dat de printkoppen in contact komen met het substraat waardoor de inkt uitloopt of het substraat beschadigt.
  • De substraat-laadpositie wordt niet gebruikt voor afdrukken: mogelijk wel voor het laden van het substraat of voor onderhoudstaken.
  • Een aangepaste positie wordt gebruikt voor dikke substraten of voor substraten die enigszins kreuken bij verhitting.
    opmerking:
    Voorkom kreuken door alleen substraten te gebruiken die niet kunnen kreuken of door een langzame afdrukmodus te gebruiken waarvoor een lager droog- en hardingsvermogen kan worden ingesteld.
    We adviseren de aangepaste positie in te stellen conform de dikte van het substraat plus 2 tot 3 mm voor substraten die kreuken, of 1,5 tot 2 mm voor substraten die niet kreuken.
  • De normale positie is geschikt voor niet-gekreukte substraten tot een dikte van 0,4 mm.
  waarschuwing:
Houd voldoende afstand tot de bewegende delen van de printer totdat de wagenbalk in de nieuwe positie staat.
  let op:
De wagenbalkpositie niet veranderen als de reinigingsrol van de printkop niet op zijn plaats zit.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land/regio: Flag Nederland

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...