hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

Welkom bij HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...
  • Informatie
    Informatie aangaande recente kwetsbaarheden

     

    HP is zich bewust van de huidige kwetsbaarheden waarnaar verwezen wordt als "speculative execution side-channel attacks" en welke vele moderne processors (Intel, AMD en ARM) en besturingssystemen aantasten. HP zal bijgewerkte informatie verstrekken op deze ondersteuningssite, zodra die beschikbaar komt.

     

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

Het foutbericht Printer niet gevonden wordt weergegeven in Windows XP voor de HP Photosmart C8100 All-in-One printerserie

Na het installeren van het apparaat in een netwerk, herkent het netwerk het apparaat niet. De foutmelding 'Printer niet gevonden' kan worden weergegeven op de computer of er staat mogelijk een rode 'X' () op het scherm van de installatiewizard.
Volg deze stappen in de aangegeven volgorde om het probleem op te lossen.
Stap één: De ethernetkabel controleren
Als het apparaat via een ethernetkabel op het netwerk is aangesloten (bekabeld netwerk), volgt u deze stappen om de ethernetkabel te inspecteren.
  1. Zoek de twee koppelingslampjes op de ethernetpoort aan de achterkant van de printer.
      Afbeelding : De twee verbindingslampjes op de ethernetpoort van de printer
      Afbeelding: De twee verbindingslampjes op de ethernetpoort van de printer
    1. Het groene verbindingslampje geeft de printerverbinding aan.
    2. Het oranje verbindingslampje geeft de netwerkcommunicatie aan.
  2. Controleer de verbindingslampjes van de ethernetpoort waarop de kabel is aangesloten.
    • Als de kabel is aangesloten, moet het groene verbindingslampje ononderbroken branden en moet het oranje activiteitslampje knipperen. Als de lampjes naar verwachting werken, gaat u verder naar de stap voor het tijdelijk uitschakelen van firewalls van derden.
    • Als de lampjes niet naar verwachting werken, gaat u verder met de volgende items in deze stap.
  3. Bekijk de netwerkkabel (ethernetkabel) die is aangesloten op de achterkant van de printer en controleer of het geen telefoonsnoer is (ethernetkabels en telefoonsnoeren zien er vergelijkbaar uit).
    Afbeelding : Voorbeeld van een ethernetkabel (gebruik geen telefoonsnoer)
    Afbeelding: Voorbeeld van een ethernetkabel (gebruik geen telefoonsnoer)
  4. Controleer of de ethernet-kabel is aangesloten op een ethernet-aansluiting en niet op een telefoonaansluiting. De juiste aansluiting wordt aangegeven met het ethernet-pictogram ().
  5. Ontkoppel de ethernetkabel van de achterkant van de printer en ontkoppel de kabel vervolgens van de router.
  6. Sluit de ethernetkabel opnieuw aan op de achterkant van de printer en sluit de kabel vervolgens aan op een andere geldige poort aan de achterzijde van de router.
  7. Als de verbindingslampjes nog steeds niet aangeven dat er verbinding is, probeert u een andere ethernetkabel aan te sluiten.
    • Als het probleem is opgelost met de nieuwe ethernet-kabel, gaat u door naar de stap voor het tijdelijk uitschakelen van externe firewalls.
    • Als het probleem niet is opgelost met de nieuwe ethernet-kabel, gaat u verder met de volgende stap.
  1. Koppel de ethernetkabel los van uw router, modem of gateway.
      opmerking:
    Als u niet zeker weet waar in het netwerk de router, modem of gateway voor het product zich bevindt, neem dan contact op met uw systeembeheerder.
  2. Klik op de taakbalk van Windows op Start en klik vervolgens op Configuratiescherm. Het Configuratiescherm wordt in een nieuw venster geopend.
  3. Dubbelklik op Beveiligingscentrum (). Windows Beveiligingscentrum wordt in een nieuw venster geopend.
  4. Klik op Windows Firewall (). Het dialoogvenster Windows Firewall-instellingen wordt geopend.
  5. Op het tabblad Algemeen selecteert u Uitgeschakeld (niet aanbevolen) (). Klik vervolgens op OK.
Firewalls van derden, zoals Symantec, McAfee of ZoneAlarm, kunnen verhinderen dat HP software wordt geïnstalleerd via een netwerkverbinding. Volg deze stappen om eventuele firewalls van derden tijdelijk uit te schakelen.
  1. Schakel internettoegang uit door de ethernetkabel los te koppelen van de router, het modem of de gateway.
      opmerking:
    U stelt uw computer bloot aan toegang van buitenaf als u het netwerk verbonden laat met internet wanneer de firewall is uitgeschakeld.
  2. Kijk in de rechterbenedenhoek van het computerscherm (het systeemvak) en zoek het pictogram van de software van derden.
      opmerking:
    Het pictogram ziet er voor elke fabrikant anders uit.
    Afbeelding : Het systeemvak op de computer
  3. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de software van derden en klik vervolgens op Uitschakelen.
      opmerking:
    De optie voor het uitschakelen van de software heeft mogelijk een andere naam dan "Uitschakelen". Zoek een vergelijkbare menuoptie, zoals Stoppen of Uitschakelen.
Stap vier: De wizard Ethernetinstallatie uitvoeren
Volg deze stappen om de wizard Draadloze installatie uit te voeren met de standaardinstellingen. Door deze wizard uit te voeren, zorgt u ervoor dat het apparaat met het netwerk communiceert.
  1. Sluit de ethernetkabel aan op de achterkant van het apparaat.
  2. Druk op het touchscreen op Instellingen.
  3. Druk op Netwerk.
  4. Druk op Wizard Draadloze installatie. De wizard Draadloze installatie wordt uitgevoerd.
      opmerking:
    Het apparaat drukt mogelijk een netwerktestrapport af wanneer de wizard is voltooid.
  1. Druk op het touchscreen op Instellingen.
  2. Druk op Netwerk.
  3. Druk op Draadloze radio.
  4. Druk op Aan.
Stap zes: Een netwerkconfiguratiepagina afdrukken
Volg deze stappen om een netwerkconfiguratiepagina af te drukken. Deze hebt u later nodig om een vast IP-adres toe te wijzen.
  opmerking:
Dit is niet hetzelfde rapport als het netwerktestrapport dat in de vorige stap automatisch werd afgedrukt.
  1. Druk op het touchscreen op Instellingen.
  2. Druk op Netwerk.
  3. Druk op Netwerkinstellingen weergeven.
  4. Druk op Netwerkconfiguratiepagina afdrukken om het rapport af te drukken. Leg het rapport even opzij. U hebt het nodig in de volgende stappen.
Stap zeven: Een vast IP-adres toekennen aan de All-in-One
Veel softwarefirewalls van derden wijzen opnieuw een IP-adres toe aan het apparaat, wat de netwerkinstallatie belemmert. Aan dit unieke IP-adres is het product te herkennen op het netwerk.
Volg deze stappen om een vast IP-adres aan het apparaat toe te wijzen. Gebruik de netwerkconfiguratiepagina ter referentie.
  1. Druk op het touchscreen op Instellingen.
  2. Druk op Netwerk.
  3. Druk op Geavanceerd.
  4. Druk op IP-instellingen.
  5. Druk op Handmatig.
  6. Gebruik de netwerkconfiguratiepagina als referentie en stel de IP-instellingen in aan de hand van de volgende richtlijnen:
      opmerking:
    Gebruik het visuele toetsenbord om waarden in te voeren en druk vervolgens op OK om naar de volgende stap te gaan.
    • IP-adres: Voer een IP-adres in met dezelfde waarden in de eerste drie reeksen cijfers (subnetwaarden) en een veel hogere waarde (tussen 1 en 254) in de vierde reeks cijfers (DHCP-bereik). Hiermee wordt een vast IP-adres gemaakt op hetzelfde subnet, maar buiten het DHCP-bereik (Dynamic Host Configuration Protocol).
      Als het oorspronkelijke IP-adres bijvoorbeeld 192.168.0.1 was, kent u nu het statische IP-adres 192.168.0.200 toe.
      Afbeelding : Voorbeeld van een IP-adres - DHCP-waarden worden weergegeven
      Afbeelding : Voorbeeld van een vast IP-adres met aangepaste DHCP-waarden
        opmerking:
      Neem de voorbeelden van IP-adressen die in dit document worden vermeld NIET over. Raadpleeg het IP-adres dat op de netwerkconfiguratiepagina wordt vermeld voor de juiste waarden.
    • Subnetmasker: Wijzig deze niet. Voer deze waarde precies zo in zoals deze op de netwerkconfiguratiepagina wordt vermeld.
    • Standaardgateway: Wijzig deze niet. Voer deze waarde precies zo in zoals deze op de netwerkconfiguratiepagina wordt vermeld.
  7. Druk op Gereed.
Stap acht: De All-in-One software verwijderen
Zelf als de installatie niet is voltooid, kan de apparaatsoftware gedeeltelijk op de computer zijn geïnstalleerd. Volg deze stappen om de software te verwijderen en ga daarna verder naar de volgende stap om de software opnieuw te installeren.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op Start, wijs Alle programma's aan, wijs HP aan, wijs de map van het HP apparaat aan en klik vervolgens op Verwijderen.
    Het softwareverwijderprogramma wordt geopend in een nieuw venster.
  2. Volg de aanwijzingen op het scherm om de software te verwijderen.
      let op:
    Als u wordt gevraagd of u gedeelde bestanden wilt verwijderen, klikt u op Nee. Andere programma's die deze bestanden gebruiken, werken mogelijk niet meer wanneer u deze bestanden verwijdert.
Stap negen: De All-in-One-software opnieuw installeren
Gebruik een van de volgende methoden om de software opnieuw te installeren.
Methode één: De software opnieuw installeren met behulp van de product-cd
Volg deze stappen om de software opnieuw te installeren met behulp van de cd die bij het product is geleverd. Als u de cd niet hebt, gaat u naar de volgende methode om de software te downloaden.
  opmerking:
Als u tijdens de installatie firewallberichten ontvangt, klikt u op deblokkeren of accepteren. Anders zal de installatie mislukken.
  1. Plaats de cd met printersoftware in het cd-station van de computer. De software-installatie start nu automatisch.
    Als het installatieprogramma niet automatisch start, klikt u op Start, op Deze computer en vervolgens dubbelklikt u op het cd-station.
  2. Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie van de software te voltooien.
Methode twee: De software downloaden en installeren
Als u de software-cd die bij het product werd geleverd niet meer hebt, volgt u deze stappen om de software te downloaden van internet.
  1. Klik hier om naar de pagina Software en drivers downloaden te gaan.
  2. Typ het productmodel onder Zoek uw product om ondersteuning te krijgen.
  3. Indien nodig selecteert u het productnummer onder Selecteer uw product van de onderstaande lijst.
  4. Klik onder Selecteer uw besturingssysteem op het juiste besturingssysteem.
  5. Bekijk de lijst met beschikbare driverdownloads in het gedeelte Driver en klik op de relevante driver.
  6. Volg de aanwijzingen op het scherm om de software te downloaden en installeren.
Stap tien: Test de productfunctionaliteit
Volg deze stappen om de functies van het apparaat te testen en te controleren of het apparaat goed werkt.
  1. Druk op de aan/uit-knop () om het apparaat in te schakelen als het nog niet is ingeschakeld.
  2. Maak een kopie van een willekeurig document om te controleren of de kopieerfunctie werkt.
  3. Scan een willekeurig document om te controleren of de scanfunctie werkt.
  4. Druk een willekeurig document af om te controleren of de printer werkt.
  5. Start de Windows Firewall en eventuele firewallprogramma's van derden opnieuw, op dezelfde manier als u deze eerder had uitgeschakeld.
  6. Kopieer, scan en print opnieuw een document om te controleren of de functies nog steeds werken nadat de firewalls opnieuw zijn gestart.
  • Als het probleem is opgelost met deze stappen, hoeft u niet verder te gaan met de probleemoplossing.
  • Als het probleem zich blijft voordoen, gaat u naar de volgende stap.
Stap elf: De poorten configureren als de All-in-One niet functioneert
Als de printer of fax niet functioneert, configureer de poorten dan handmatig met het juiste IP-adres.
  opmerking:
Voer deze stappen alleen uit als de functies van het apparaat niet werken.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op Start en klik vervolgens op Configuratiescherm. Het Configuratiescherm wordt in een nieuw venster geopend.
  2. Dubbelklik op Printers en faxapparaten. De map Printers en faxapparaten wordt in een nieuw venster geopend.
  3. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw apparaat () en klik vervolgens op Eigenschappen. Het printerdialoogvenster voor Eigenschappen wordt geopend.
  4. Klik op het tabblad Poorten.
  5. Zoek de poort met het vinkje () in de lijst met poorten, klik erop en klik vervolgens op Poort configureren.
  6. Selecteer Altijd met dit apparaat afdrukken, zelfs als het IP-adres wordt gewijzigd.
  7. Typ in het tekstvak Printernaam of IP-adres het IP-adres van het product dat u had vastgesteld in stap vijf in dit document.
  8. Klik op OK.
  9. Herhaal de stappen 2 t/m 8 om het statische IP-adres aan de faxpoort toe te voegen. Er staat een afzonderlijk faxpictogram (het pictogram ziet er hetzelfde uit als het printerpictogram, maar het bevat het woord 'fax' in de beschrijving) in de map Printers dat de faxmogelijkheden beheert. Deze poort moet ook worden geconfigureerd.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land/regio: Flag Nederland

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...