hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...
HP klantenondersteuning - kennisdatabase

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...
  • Informatie
    Los het HP-printerprobleem op macOS op

    Een [softwarecomponent] zal uw computerbericht beschadigen tijdens het afdrukken of installeren - Klik hier

    Informatie

    Los het updateprobleem van Windows 10 op een HP computer of printer op. Klik hier

    Informatie
    Maak vandaag nog een HP-account aan!

    Maak sneller verbinding met HP-ondersteuning, beheer al uw apparaten op één plek, bekijk garantie-informatie en meer. Leer meer

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP printers en faxapparaten - Faxfoutcodes en berichten

Definities en nuttige instructies voor berichten die mogelijk worden weergegeven tijdens het faxen.

Numerieke codes bij het ontvangen van faxen (200–292)

Foutcodes die kunnen worden weergegeven bij het ontvangen van een fax.

200: De fax is voltooid. Geen actie vereist.

221: Knop Stop is ingedrukt door de afzender voordat de fax is voltooid. Vraag of deze de fax opnieuw wil verzenden.

222: Meerdere oorzaken:

  • Faxapparaat heeft een binnenkomend telefoongesprek beantwoord. Controleer of de binnenkomende oproep er een van een fax is en niet van een telefoon.

  • Knop Stop is ingedrukt door de afzender voordat of terwijl de oproep werd beantwoord. Als het verzendende faxapparaat de oproep beëindigt terwijl het apparaat net begint met de ontvangst, vermindert u het aantal keer overgaan in de instellingen van uw antwoordapparaat. Of vraag of de fax opnieuw kan worden verzonden.

  • Faxapparaat is een ouder, stil model. Schakel de instelling Stiltedetectie in en controleer vervolgens of de afzender niet per ongeluk probeert uw fax te peilen als document in plaats van deze te verzenden.

  • Verzendend faxapparaat heeft de oproep automatisch beëindigt voordat of terwijl de oproep werd beantwoord. Selecteer een lagere ontvangstsnelheid in de faxinstellingen.

  • Verzendend faxapparaat heeft een incompatibele functie tussen twee apparaten gedetecteerd en heeft de verbinding verbroken. Deze situatie treedt zelden op. Configureer uw faxapparaat opnieuw om verschillende configuratie-instellingen te gebruiken en schakel de foutcorrectiemodus (ECM) indien nodig in of uit.

223 ECM, 224: Onvolledige pagina ontvangen na meerdere pogingen. Controleer op een slechte telefoonverbinding. Schakel de foutcorrectiemodus (ECM) uit en selecteer indien nodig een lagere ontvangstsnelheid.

225: Verzendend faxapparaat heeft een externe diagnostische sessie geactiveerd terwijl externe diagnostische toegang op uw apparaat is uitgeschakeld. Schakel externe diagnose in op uw apparaat of vraag de afzender om deze functie voor uw faxnummer uit te schakelen.

226: Verzendend faxapparaat heeft een externe diagnostische sessie gestart, maar uw apparaat is niet compatibel met hun diagnoseversie. Vraag de afzender om deze functie voor uw faxnummer uit te schakelen.

227: Fax verzonden met een snelheid en modulatie die uw apparaat niet ondersteunt. Configureer indien nodig de snelheids- en modulatie-instellingen voor het verzendende en ontvangende faxapparaat.

228: Verzendend faxapparaat heeft een pollingtransmissie (fax on demand) gestart, maar uw apparaat ondersteunt geen pollingtransmissies of is hiervoor niet geconfigureerd. Als uw apparaat fax on demand ondersteunt, controleert u of het te verzenden document is geplaatst en polling of fax on demand is ingeschakeld in de faxinstellingen.

229: Verzendend faxapparaat heeft een beveiligde pollingtransmissie gestart, maar uw apparaat heeft u geen geldig wachtwoord opgegeven. Controleer of uw apparaat polling/fax on demand ondersteunt en het wachtwoord juist en correct geconfigureerd is.

230: Verzendend faxapparaat heeft een bewerking gestart waarvoor foutcorrectie is vereist, maar foutcorrectie is niet geselecteerd. Schakel de foutcorrectiemodus (ECM) in op zowel het lokale als het externe apparaat.

231: Fax niet ontvangen als gevolg van onjuist geplaatste papier, een papierstoring of een printerfout.

232, 233, 234, 235 ECM, 236 ECM, 237: Meerdere oorzaken:

  • Mogelijke slechte lijnverbinding. Oudere telefoonlijnen, ruis op de lijn, stroomuitval of andere stroomgerelateerde problemen kunnen communicatiefouten veroorzaken. Als de verbinding slecht blijft, neemt u contact op met het telefoonbedrijf. Schakel de foutcorrectiemodus (ECM) uit en selecteer indien nodig een lagere ontvangstsnelheid.

  • Knop Stop is ingedrukt door de afzender voordat de fax is voltooid. Stel uw faxapparaat zodanig in dat het met een lagere overdrachtssnelheid ontvangt.

  • De oproepwachtdienst maakt een geluid dat klinkt als een binnenkomende oproep, waarna de faxoproep wordt beëindigd. Gebruik niet de oproepwachtdienst op een lijn met een faxapparaat.

  • Stroom bij het verzendende apparaat is uitgevallen of met opzet uitgeschakeld. Vraag of deze de fax opnieuw wil verzenden.

238, 239 ECM, 240 ECM, 241 ECM: Verzendend faxapparaat heeft een onverwachte communicatie verzonden, wat doorgaans wijst op een defect van het verzendende apparaat. Vraag of de fax opnieuw kan worden verzonden. Schakel de foutcorrectiemodus (ECM) uit en vraag vervolgens of de fax vanaf een ander apparaat kan worden verzonden als het probleem aanhoudt.

243, 244: Knop Stop is ingedrukt door de afzender voordat de fax is voltooid of de pollingfunctie is niet compatibel met het ontvangende faxapparaat. Neem contact op met de afzender om te zien of deze de overdracht annuleren. Als dit niet het geval is, stelt u uw faxapparaat zodanig in dat het met een lagere overdrachtssnelheid ontvangt, controleert u de pollingspecificaties en configureert u deze indien nodig opnieuw of schakelt u de foutcorrectiemodus (ECM) in of uit.

245 ECM, 246 ECM: Meerdere oorzaken:

  • Knop Stop is ingedrukt door de afzender voordat de fax is voltooid. Neem contact op met de afzender om te zien of deze de overdracht annuleren. Als dit niet het geval is, stelt u uw faxapparaat zodanig in dat het met een lagere overdrachtssnelheid ontvangt en schakelt u de foutcorrectiemodus (ECM) uit.

  • De oproepwachtdienst maakt een geluid dat klinkt als een binnenkomende oproep, waarna de faxoproep wordt beëindigd. Gebruik niet de oproepwachtdienst op een lijn met een faxapparaat.

  • Grote of complexe document worden vastgehouden vanwege een gebrek aan beschikbaar geheugen. De vasthoudtijd heeft de time-out (meestal 60 seconden) overschreden en de fax is beëindigd. Vraag of het item kan worden verzonden als twee kleinere documenten en indien nodig met een lagere resolutie.

247, 248, 249 ECM, 250 ECM, 251 ECM: Verzendend faxapparaat reageert niet meer. Vraag de afzender om hun apparaat te resetten. Schakel zowel het verzendende als het ontvangende apparaat gedurende 10 seconden uit en schakel deze vervolgens weer in om sommige fouten te wissen. Stel uw faxapparaat zodanig in dat het met een lagere overdrachtssnelheid ontvangt.

252: Controleer op een slechte telefoonverbinding. Als de verbinding slecht blijft, neemt u contact op met het telefoonbedrijf. Schakel de foutcorrectiemodus (ECM) uit en selecteer indien nodig een lagere ontvangstsnelheid. Als u meerdere pagina's van een groter document goed hebt ontvangen, vraagt u de afzender om het document in kleinere gedeelten te verzenden.

253: Verzendend faxapparaat gebruikt een paginabreedte die niet wordt ondersteund door het lokale apparaat. Vraag de afzender om een standaardpaginabreedte (Letter of A4) te gebruiken.

281, 282 ECM, 283, 284, 285 ECM, 286, 290: Telefoonverbinding is mislukt of er is een communicatiefout opgetreden bij het verzendende faxapparaat. Controleer op een slechte telefoonverbinding en vraag of de fax opnieuw kan worden verzonden als de omstandigheden beter zijn. Stel uw faxapparaat indien nodig zodanig in dat het met een lagere overdrachtssnelheid ontvangt en schakel de foutcorrectiemodus (ECM) uit.

291, 292: De ontvangen fax kan niet worden opgeslagen. Schakel uw faxapparaat gedurende 10 seconden uit, schakel dit weer in en vraag vervolgens of de fax opnieuw kan worden verzonden met een lagere resolutie. Als het probleem aanhoudt bij het ontvangen vanaf meerdere faxapparaten, heeft het probleem waarschijnlijk te maken met de hardware en is er onderhoud aan of vervanging van het apparaat nodig.

Numerieke codes bij het verzenden van faxen (300-444)

Foutcodes die kunnen worden weergegeven bij het verzenden van een fax.

300: De fax is voltooid. Geen actie vereist.

311: Knop Stop is ingedrukt voordat de fax is voltooid. Verzend de fax opnieuw.

312: Ontvangend faxapparaat heeft de oproep niet beantwoord. Controleer of u het juiste nummer hebt ingetoetst. Als dit het geval is, raadpleegt u de eigenaar van het apparaat om te zien of deze is geconfigureerd voor het accepteren van faxen of dat deze zich in een foutstatus bevindt.

313: De ontvangende faxlijn is bezet. Verzend de fax zodra de lijn vrij is.

314: Verzendend faxapparaat heeft een externe diagnostische sessie gestart, maar voor het ontvangende apparaat is externe diagnostische toegang uitgeschakeld. Schakel externe diagnose in of uit, afhankelijk van of u de instellingen met de eigenaar kunt afstemmen.

315: Verzendend faxapparaat heeft een externe diagnostische sessie gestart, maar het ontvangende apparaat is niet compatibel met de diagnoseversie. Externe diagnostiek is niet mogelijk tussen apparaten met incompatibele versies.

317: Fax verzonden met een snelheid en modulatie die uw ontvangende faxapparaat niet ondersteunt. Configureer indien mogelijk de snelheids- en modulatie-instellingen voor het verzendende en ontvangende faxapparaat.

318: Verzendend faxapparaat gebruikt een paginabreedte die niet wordt ondersteund door het ontvangende apparaat. Gebruik een standaardpaginabreedte (Letter of A4).

319: Verzendend apparaat heeft geprobeerd een binaire bestandsoverdracht (BFT) uit te voeren, maar het ontvangende apparaat wordt niet ondersteund of is niet ingeschakeld. Schakel BFT in of uit, afhankelijk van of u de instellingen met de eigenaar kunt afstemmen.

320: Verzendend faxapparaat heeft een pollingontvangst gestart, maar het ontvangende apparaat is niet geconfigureerd voor pollingtransmissie. Configureer de overdrachtsinstellingen voor het verzendende en ontvangende faxapparaat, afhankelijk van of polling is vereist.

321, 322, 323, 324: De telefoonverbinding is mislukt of er is een communicatiefout opgetreden bij het ontvangende faxapparaat. Controleer op een slechte telefoonverbinding en verzend de fax opnieuw als de omstandigheden beter zijn. Stel indien nodig een lagere overdrachtssnelheid in. Grotere documenten kunt u verzenden als een aantal kleinere documenten en met een lagere resolutie.

325, 326, 327, 328: Controleer op een slechte telefoonverbinding. Als de verbinding slecht blijft, neemt u contact op met het telefoonbedrijf. Schakel indien nodig de foutcorrectiemodus (ECM) uit.

329, 330, 331: Ontvangend faxapparaat heeft gemeld dat een of meer pagina's zijn ontvangen in de niet-foutcorrectiemodus (ECM) met ernstige fouten. Controleer op een slechte telefoonverbinding. Schakel foutcorrectiemodus (ECM) in en selecteer indien nodig een lagere initiële overdrachtssnelheid.

332, 333, 334, 335, 336, 337, 338 ECM, 339 ECM, 340 ECM, 341 ECM, 342 ECM, 343: Ontvangend faxapparaat is mogelijk defect. Probeer naar een ander faxapparaat te verzenden. Als de fout nog steeds wordt weergegeven, start u uw faxapparaat opnieuw op en probeert u het opnieuw.

344, 345, 346, 347, 348, 349 ECM, 350 ECM, 351 ECM, 352 ECM, 353 ECM, 354, 355: Meerdere oorzaken:

  • Controleer op een slechte telefoonverbinding. Oudere telefoonlijnen, ruis op de lijn, stroomuitval of andere stroomgerelateerde problemen kunnen communicatiefouten veroorzaken. Als de verbinding slecht blijft, neemt u contact op met het telefoonbedrijf.

  • Knop Stop ingedrukt op het ontvangende faxapparaat voordat de fax is voltooid. Neem contact op met de persoon die de fax ontvangt om te vragen of deze de overdracht annuleert. Als dit niet het geval is, verzendt u de fax opnieuw maar met een lagere overdrachtssnelheid.

  • Het geluid van de oproepwachtdienst heeft the gesprek verstoord. Schakel indien nodig de foutcorrectiemodus (ECM) uit.

356, 357, 358, 359, 361, 362 ECM, 363 ECM, 364 ECM, 365 ECM, 366 ECM: Meerdere oorzaken:

  • Knop Stop ingedrukt op het ontvangende faxapparaat voordat de fax is voltooid. Neem contact op met de persoon die de fax ontvangt om te vragen of deze de overdracht annuleert. Als dit niet het geval is, verzendt u de fax opnieuw maar met een lagere overdrachtssnelheid.

  • Fax mislukt vanwege geen papier en foutstatus, of een papierstoring bij het ontvangende faxapparaat.

  • De oproepwachtdienst maakt een geluid dat klinkt als een binnenkomende oproep, waarna de faxoproep wordt beëindigd. Schakel indien nodig de foutcorrectiemodus (ECM) uit.

  • Een incompatibele functie zorgt ervoor dat het ontvangende faxapparaat de oproep beëindigt.

367, 368, 369, 370, 371, 372 ECM, 373 ECM, 374 ECM, 375 ECM, 376 ECM, 377 ECM, 378, 379: Ontvangend faxapparaat is mogelijk vergrendeld. Probeer naar een ander faxapparaat te verzenden.

380 ECM: Ontvangend faxapparaat heeft geen geldige reactie gegeven op een CTC-frame. Dit treedt op tijdens overdracht in de foutcorrectiemodus (ECM) na het herhaaldelijk proberen een fax te verzenden. Schakel de foutcorrectie modus (ECM) uit en probeer het opnieuw. Als de fout nog steeds wordt weergegeven, is het ontvangende faxapparaat mogelijk defect.

381 ECM, 383 ECM: Ontvangend apparaat heeft een faxopdracht niet beantwoord omdat de verbinding werd onderbroken. De knop Stop is mogelijk ingedrukt op het ontvangende faxapparaat voordat de fax is voltooid. Neem contact op met de persoon die de fax ontvangt om te vragen of deze de overdracht annuleert. Controleer op een slechte telefoonverbinding. Als de verbinding slecht blijft, neemt u contact op met het telefoonbedrijf. Schakel indien nodig de foutcorrectiemodus (ECM) uit.

382 ECM: Ontvangend faxapparaat houdt de overdracht vast vanwege tijdelijk onvoldoende geheugen. De verbinding wordt beëindigd als er een time-out van de de vasthoudperiode optreedt. Verstuur het document als een aantal kleinere documenten met een lagere resolutie.

384: Verzendend faxapparaat heeft geprobeerd een zwarte JPEG-overdracht te verzenden naar een apparaat dat deze modus niet ondersteunt. Probeer de fax te verzenden met behulp van een andere modus.

386, 387, 388, 389, 390, 391, 392, 393, 394, 395: Te veel ruis op de telefoonlijn verhindert een geldige verbinding tussen de faxapparaten. Probeer de fax opnieuw te verzenden als de lijn is verbeterd.

396, 397, 398, 399: Tijdens een V.34-overdracht kan het verzendende faxapparaat geen verbinding maken met het ontvangende apparaat en is dus niet in staat een T30-frame te verzenden. Verwijder eventuele Pass Through-apparaten van de telefoonlijn en controleer of de kabel niet langer is dan noodzakelijk en zich niet in de buurt van onafgeschermde elektromotoren bevindt, zoals ventilatoren, verwarmingen of huishoudelijke apparatuur. Controleer ook op een slechte telefoonverbinding en verzend de fax opnieuw als de omstandigheden beter zijn.

400, 401, 402, 403, 404, 405, 406, 407, 408, 409, 410, 411, 412, 413, 414, 415, 416, 417, 418, 419: Tijdens een V.34-overdracht kan het verzendende faxapparaat geen verbinding maken met het ontvangende apparaat en is dus niet in staat een T30-frame te verzenden. Verwijder eventuele Pass Through-apparaten van de telefoonlijn en controleer of de telefoonkabel niet langer is dan noodzakelijk en zich niet in de buurt van onafgeschermde elektromotoren bevindt, zoals ventilatoren, verwarmingen of huishoudelijke apparatuur. Controleer ook op een slechte telefoonverbinding en verzend de fax opnieuw als de omstandigheden beter zijn.

420, 421, 422, 423: Er is een slechte verbinding of een incompatibele faxindeling gedetecteerd bij het ontvangende faxapparaat.

422, 423: Er is een slechte verbinding of een incompatibele faxindeling, zoals faxen in kleur, gedetecteerd bij het ontvangende faxapparaat.

430: Verzendend faxapparaat kan geen ononderbroken tonen verzenden nadat controlegegevens en voordat faxgegevens zijn verzonden. Deze fout kan worden veroorzaakt door slechte lijnverbindingen of door een probleem met de faxmodem. Als de verbinding slecht blijft, neemt u contact op met het telefoonbedrijf.

431: Verzendend faxapparaat heeft geen respons ontvangen nadat een overdracht is beëindigd. Dit kan optreden wanneer de fax opzettelijk is geannuleerd. Een slechte lijnverbinding heeft dit ook kunnen veroorzaken.

440, 441, 442, 443, 444: Nadat het verzenden van een of meer gedeeltelijke pagina's kan de controlekanaalverbinding (handshake) niet opnieuw worden gestart voordat er meer gegevens worden verzenden. Dit treedt op wanneer het ontvangende faxapparaat de verbinding verbreekt vanwege een slechte lijnverbinding nadat een deel van een pagina is ontvangen of als dit een incompatibele faxindeling gebruikt, zoals kleurenfaxen.

Tekst van foutmeldingen tijdens het faxen

Foutberichten en meldingen die tijdens het faxen worden weergegeven.

Opmerking:

Berichten verschijnen tijdelijk en mogelijk moet u op OK drukken om de faxtaak te hervatten, of op Annuleren om de taak te annuleren. De faxtaak wordt mogelijk niet voltooid of de kwaliteit van de afgedrukte fax is mogelijk onvoldoende.

Comm. fout (communicatiefout): Controleer op een slechte telefoonverbinding en verzend de fax opnieuw als de omstandigheden beter zijn. Probeer indien mogelijk de fax te verzenden via een ander wandstopcontact en controleer of u het met het faxapparaat meegeleverde telefoonsnoer gebruikt.

Faxonderdeel is beschadigd en de faxtest kan niet worden uitgevoerd: Voer een harde reset uit, waarmee de faxhardwareproblemen mogelijk kunnen worden opgelost. Koppel het netsnoer los van de printer en het wandstopcontact of de voedingsstrip terwijl de printer is ingeschakeld. Wacht 60 seconden, sluit het netsnoer weer aan en probeer vervolgens opnieuw te faxen. Neem contact op met HP klantenondersteuning(in het Engels) als de fout blijft optreden.

Fax vertraagd/Verzendgeheugen vol: Druk op de knop Annuleren en verzend de fax opnieuw. Als de fout zich blijft voordoen, verzendt u de fax als een aantal kleinere documenten.

Fax is bezet/Verzenden geannuleerd: Neem contact op met de ontvanger om ervoor te zorgen dat het faxapparaat is ingeschakeld en gereed is, en dat u het juiste faxnummer hebt. Controleer op een slechte telefoonverbinding en verzend de fax opnieuw als de omstandigheden beter zijn. Probeer indien mogelijk de fax te verzenden via een ander wandstopcontact en gebruik een ander telefoonsnoer. Schakel de functie Opnieuw kiezen indien bezet in op het faxapparaat.

Fax is bezet/Bezig met opnieuw kiezen: Wacht tot het apparaat de fax opnieuw verzendt. Als de fout zich blijft voordoen, neemt u contact op met de ontvanger om ervoor te zorgen dat het faxapparaat is ingeschakeld en gereed is, en dat u het juiste faxnummer hebt. Controleer op een slechte telefoonverbinding en verzend de fax opnieuw als de omstandigheden beter zijn. Probeer indien mogelijk de fax te verzenden via een ander wandstopcontact en gebruik het met het faxapparaat meegeleverde telefoonsnoer.

Faxgeheugen vol/Ontvangen annul. of Faxgeheugen vol/Verzenden annul.: Het apparaatgeheugen is tijdens het faxen vol geraakt. Verzend de fax als een aantal kleinere documenten. Annuleer indien nodig alle faxtaken en wis het faxgeheugen.

Faxgeheugen vol/Verzenden annul.: Het apparaatgeheugen is tijdens het faxen vol geraakt. Vraag of de fax kan worden verzonden als een aantal kleinere documenten. Annuleer indien nodig alle faxtaken en wis het faxgeheugen.

Faxontvangfout of Faxverzendfout: Controleren op een telefoonverbinding door op dezelfde lijn een telefoonoproep te plaatsen. Als de lijn werkt, verzendt u de fax opnieuw of vraagt u de afzender om deze opnieuw te verzenden. Als de fout zich blijft voordoen, sluit u het bij het met het faxapparaat meegeleverde telefoonsnoer stevig aan op een ander wandstopcontact. Schakel de foutcorrectiemodus (ECM) uit, gebruik u een lagere overdrachtssnelheid en stel indien nodig een lagere faxresolutie in.

Ongeldige invoer: De informatie is verkeerd ingevoerd. Controleer de ingevoerde informatie en probeer het opnieuw.

Geen kiestoon: Een bekabelde analoge telefoonlijn is vereist om te faxen. Als u geen kiestoon hoort wanneer u op Fax verzenden drukt, koppelt u het telefoonsnoer los van het wandstopcontact en de poort 1-Line op het faxapparaat en sluit u dit weer aan. Sluit een gewone telefoon aan op de telefoonlijn, neem de hoorn van de haak en luister of de telefoonlijn een kiestoon heeft. Als het probleem zich blijft voordoen, probeert u de fax te verzenden via een ander wandstopcontact en controleert u of u het bij het faxapparaat meegeleverde telefoonsnoer gebruikt.

Geen document verzonden: Er zijn geen pagina's gescand of ontvangen vanaf de computer. Probeer de fax opnieuw te verzenden.

Geen faxantwoord/Verzenden geannuleerd of Geen faxantwoord/Bezig met opnieuw kiezen: Pogingen om een faxnummer opnieuw te kiezen zijn mislukt of de optie Opnieuw kiezen bij geen antwoord is uitgeschakeld. Neem contact op met de ontvanger om ervoor te zorgen dat het faxapparaat is ingeschakeld en gereed is, en dat u het juiste faxnummer hebt. Als het probleem zich blijft voordoen, koppelt u het telefoonsnoer los van het wandstopcontact en de poort 1-Line op het faxapparaat en sluit u dit weer aan. Probeer indien mogelijk de fax te verzenden via een ander wandstopcontact en gebruik het met het faxapparaat meegeleverde telefoonsnoer.

Geen fax gevonden: Het product heeft de binnenkomende oproep beantwoordt, maar heeft niet gedetecteerd dat een faxapparaat belde. Als wachten totdat het apparaat de fax ontvangt mislukt, probeert u het faxapparaat aan te sluiten op een ander wandstopcontact met de bij het faxapparaat meegeleverde telefoonsnoer.

12- en 15-cijferige faxlogboekcodes

Faxlogboekrapporten bevatten een diagnostische code waarmee u faxproblemen met verzenden en ontvangen kunt identificeren. Print het rapport vanuit het menu Fax, Setup of Rapporten van de printer of het faxapparaat.

Gebruik de volgende lijst om de betekenis van elk cijfer in verschillende diagnostische codes te bepalen.

1e cijfer: Geen betekenis; is altijd een 0

2e cijfer: Hoe de fax is beëindigd

  • [1] Knop Stop is ingedrukt

  • [2] Ontvangend faxapparaat is losgekoppeld

  • [4] Geheugen is vol en de sessie is mogelijk beëindigd

  • [8] Operatorwaarschuwing is verzocht

3e cijfer: Type faxsessie

  • [1] Ontvangen van een externe afzender

  • [2] Verzonden naar een externe ontvanger

  • [4] Polling ontvangen, systeem werd een afzender

  • [8] Polling verzonden, systeem werd een ontvanger

4e cijfer: Trainingsopties die zijn verzocht of ingesteld

  • [1] TSID (Transmitting Subscriber Identification) of Caller Subscriber Identification is ontvangen

  • [2] Retrain/Fallback is verzocht

  • [4] Foutcorrectiemodus (ECM) is geselecteerd

  • [5] ECM is niet geselecteerd

5e cijfer:

  • [1] Vertraagde bewerking

  • [2] Uitgezonden bewerking

  • [4] Snelkiesnummer is gebruikt door de afzender

  • [8] Automatische documentinvoer is gebruikt; document is niet verzonden vanuit het geheugen

6e cijfer: Resolutie en coderingsmethoden

  • [0] Standaardresolutie/MH-coderingsschema (aangepaste Huffman)

  • [1] Standaardresolutie/MR-coderingsschema (aangepast lezen)

  • [2] Standaardresolutie/MMR-coderingsschema (aangepast lezen)

  • [4] Fijne resolutie/MH-coderingsschema (aangepaste Huffman)

  • [5] Fijne resolutie/MR-coderingsschema (aangepast lezen)

  • [6] Fijne resolutie/MMR-coderingsschema (aangepast lezen)

  • [8] 300 DPI/MH-coderingsschema (aangepaste Huffman)

  • [9] 300 DPI/MR-coderingsschema (aangepast lezen)

  • [A] 300 DPI/MMR-coderingsschema (aangepast lezen)

7e cijfer: Snelheid en gegevenstype

  • [0] 0 ms/lijn

  • [1] 5 ms/lijn

  • [2] 10 ms/lijn

  • [4] 20 ms/lijn

  • [7] 40 ms/lijn

  • [8] 0 ms/lijn (halftoon)

  • [9] 5 ms/lijn (halftoon)

  • [C] 20 ms/lijn (halftoon)

  • [F] 40 ms/lijn (halftoon)

8e cijfer: Baudrate van het modem

  • [0] 2400 bps

  • [1] 4800 bps

  • [2] 7200 bps

  • [3] 9600 bps

  • [4] 12000 bps

  • [5] 14400 bps

9e cijfer: Geen betekenis; is altijd een 0

10e cijfer: Diversen

  • [1] Deze rapportinvoer moet worden geprint

  • [2] Externe diagnose

  • [4] Pc-verzending

11e cijfer: Fouten bij het verzenden van een fax

  • [0] NULL XMT (overdracht)

  • [1] MPS XMT (signaal meerdere pagina's)

  • [2] EOP XMT (einde procedure)

  • [3] EOM XMT (einde bericht)

  • [4] NULL XMT/RR REC

  • [5] MPS XMT/RR REC

  • [6] EOP XMT/RR REC

  • [7] EOM XMT/RR REC

  • [8] NULL XMT/CTC REC

  • [9] MPS XMT/CTC REC

  • [A] EOP XMT/CTC REC

  • [B] EOM XMT/CTC REC

12e cijfer: Fouten bij het verzenden van een fax

  • [1] PRI (Procedure Interrupt)

  • [2] PPS (Partial Page Signal)

  • [3] PPS-PRI

  • [4] EOR (End of Retransmission)

  • [5] EOR-PRI [8] RTN (Retrain Negative) ontvangen, lijnruis aangegeven, aansluitend

  • [9] PRI/RTN ontvangen; pagina's moeten met een lagere baudrate worden verzonden

Foutcodes (laatste drie cijfers): 3-cijferige codes worden toegevoegd aan het einde van de 12-cijferige code om fouten aan te geven die optreden tijdens de faxsessie.

  • 401: Verzendend faxapparaat voert polling uit en de DCS (digitaal opdrachtsignaal) antwoordt dat er geen document is om te verzenden. Het verzendende faxapparaat is niet meer verbonden.

  • 402: Bij het verzenden van een fax is de sessie verbroken na 3 seconden wachten op een ontvangstframe van de overdracht of het signaal van de lijn was langer dan 0,2 seconde afwezig.

  • 403: Er treedt een time-out op tijdens de faxsessie als er geen faxtonen worden gedetecteerd in een binnenkomende oproep (geen faxoproep), de lijninterface-eenheid is defect of de binnenkomende faxoproep is geplaatst vanaf een 'stil' faxapparaat. Schakel Stiltedetectie op uw apparaat in.

  • 404: Uw apparaat heeft polling uitgevoerd voor een apparaat dat geen documenten heeft waarvoor polling moet worden uitgevoerd. Treedt op bij oudere HP OfficeJets en Ricoh FAX 800- en Canon B200-modellen.

  • 411: De telefoonlijn valt weg of het bellende faxapparaat breekt de bewerking af tijdens de trainingsfase. Het bericht is in ieder geval voor de eerst pagina Verbinding maken.

  • 412: Er is een time-out opgetreden in de HDLC-buffer (High Level Data Link Control). Als de HDLC-buffer is voltooid vanwege een verbroken verbinding van de lijn of gegevensverlies, wacht het systeem totdat het bericht is afgerond om de gegevens opnieuw te synchroniseren en te verzenden. De sessie is verbroken na 3 seconden wachten op een ontvangstframe van de overdracht of het signaal van de lijn was langer dan 0,2 seconde afwezig.

  • 413: U hebt een polling uitgevoerd voor het ontvangende faxapparaat maar de verbinding hiervan is verbroken in plaats van dat er een pagina is verzonden. Het verzendende apparaat kan de volgende pagina in de scanner niet ophalen of Stop is ingedrukt aan het begin van de overdracht.

  • 414: Er zijn geen documenten waarvoor polling moet worden uitgevoerd.

  • 415: Een ongeldig DCS (digitaal opdrachtsignaal) is ontvangen in het opdrachtframe. Een geldig DCS moet overeenkomen met het verzoek voor de foutcorrectiemodus (ECM) AAN of UIT.

  • 416: Het DCS-frame (digitaal opdrachtsignaal) dat is ontvangen van het verzendende faxapparaat, bevat een minimale scansnelheid die niet compatibel is met het ontvangende apparaat.

  • 417: Het apparaat heeft in de niet-foutcorrectiemodus (ECM) een RTN (Retrain Negative) verzonden, wat aangeeft dat het ontvangen faxapparaat onleesbare regels heeft vanwege een telefoonlijn met ruis. Het apparaat heeft in de ECM een volledig correcte pagina niet kunnen ontvangen na alle pogingen om de afzender de slechte frames opnieuw te laten verzenden.

  • 419: Het ontvangen van de fax is afgebroken, vaak vanwege te weinig geheugen.

  • 421: De verbinding van de telefoonlijn is verbroken na een spraaksessie zonder dat de faxsessie is voortgezet.

  • 422: In de niet-foutcorrectiemodus (ECM) is er een onverwachte opdracht ontvangen.

  • 431: Geen lokale respons voor externe onderbreking. Ingesteld door een ontvanger in de foutcorrectiemodus (ECM). De opdracht voor post-bericht spraakverzoek is ontvangen en er was geen lokaal lijnverzoek tijdens de time-out van T3.

  • 441, 451: Geen lokale respons voor externe onderbreking. Ingesteld door een ontvanger in de foutcorrectiemodus (ECM). De opdracht voor post-bericht spraakverzoek is ontvangen en er was geen lokaal lijnverzoek tijdens de time-out van T3.

  • 461: Er is een time-out van de T2-timer opgetreden bij het wachten op een opdracht na een RNR (Receiver Not Ready).

  • 462: Er is een DCN (Disconnect) ontvangen in een opdrachtframe als gevolg van een RNR (Receiver Not Ready). Geheugen van lokaal apparaat raakte tijdens de ontvangst vol.

  • 463: Ontvangend faxapparaat heeft een DCN (Disconnect) verzonden na 3 seconden wachten op een ontvangstframe van de afzender verbroken of het signaal van de lijn was langer dan 0,2 seconde afwezig.

  • 464: In de foutcorrectiemodus (ECM) is een onverwachte opdracht ontvangen.

  • 471: Er is een time-out van de T2-timer opgetreden bij het wachten op een opdracht na een RNR (Receiver Not Ready).

  • 472: In de foutcorrectiemodus (ECM) heeft het ontvangende apparaat een ERR verzonden na vier mislukt pogingen en mogelijke verminderingen van de modemsnelheid.

  • 473: Er is een DCN (Disconnect) ontvangen in een opdrachtframe als gevolg van een RNR (Receiver Not Ready).

  • 474: Ontvangend faxapparaat heeft een DCN (Disconnect) verzonden na 3 seconden wachten op een ontvangstframe van de afzender verbroken of het signaal van de lijn was langer dan 0,2 seconde afwezig.

  • 475: In de foutcorrectiemodus (ECM) is een onverwachte opdracht ontvangen.

  • 481: In de foutcorrectiemodus (ECM) is een RNR-opdracht (Receiver Not Ready) ontvangen.

  • 501: De telefoonlijn is bezet.

  • 502: Er is een DCN (Disconnect) ontvangen in een opdrachtframe als gevolg van een CNG (Calling Tone). Dit signaal heeft een frequentie van 1100 Hz.

  • 503: Ontvangend faxapparaat heeft een DCN (Disconnect) verzonden na 3 seconden wachten op een ontvangstframe van de afzender verbroken of het signaal van de lijn was langer dan 0,2 seconde afwezig.

  • 504: Opdracht volgend op CNG (Calling Tone) is ongeldig.

  • 505: T1-timer verstreken en geen respons ontvangen. 'Geen antwoord' weergegeven op rapport.

  • 511: Ontvanger is niet compatibel voor aanpasbare functies.

  • 512: Ontvanger is niet compatibel of polling is verzocht en geweigerd.

  • 513: Polling-wachtwoord is onjuist. Uw apparaat heeft polling uitgevoerd maar er waren geen documenten om te verzenden.

  • 514: Er zijn geen documenten om polling voor uit te voeren. Het apparaat dat polling uitvoert, kijkt niet naar de DIS (Digitale Identification Signal) waarin wordt gemeld dat er geen document is om polling voor uit te voeren, en vraagt alsnog om een document ter verzending.

  • 515: De timer is verstreken.

  • 521: Er is een DCN (Disconnect) ontvangen in een responsframe dat volgde op de trainingsfase.

  • 522: Ontvangend faxapparaat heeft een DCN (Disconnect) verzonden na 3 seconden wachten op een ontvangstframe van de afzender verbroken of het signaal van de lijn was langer dan 0,2 seconde afwezig.

  • 523: Geen respons ontvangen op alle drie de pogingen om een verbinding met DCS (Digital Command Signal) te maken vanwege een verbroken verbinding met de lijn of omdat de ontvanger heeft opgehangen.

  • 524: Kan niet synchroniseren met het verzendende apparaat. De lijn is mogelijk defect, wat verhindert dat de externe eenheid de opdracht DCS (Digital Command Signal) ziet.

  • 525: Modemsnelheidsverminderingen zijn vereis maar niet mogelijk (voorbeeld: de ontvanger ondersteunt v.29 maar v.27 is vereist). Alle pogingen om met het externe apparaat te trainen zijn mislukt.

  • 526: Respons ontvangen volgend op DCS+-training (Digital Command Signal) is ongeldig (verwacht ontvangst bevestiging).

  • 531: Respons ontvangen na de overdracht van MPS (Multipage Signal), EOP (End of Procedure), EOM (End of Message) is onjuist. Controleer de diagnostische codecijfers 11 en 12.

  • 532: DCN (Disconnect) ontvangen als respons op het verzonden signaal. Controleer de diagnostische codecijfers 11 en 12.

  • 533: Ontvangend faxapparaat heeft een DCN (Disconnect) verzonden na 3 seconden wachten op een ontvangstframe van de afzender verbroken of het signaal van de lijn was langer dan 0,2 seconde afwezig.

  • 534: Geen respons op alle nieuwe pogingen. De verbinding is verbroken omdat de verbinding van de lijn is verbroken of omdat de ontvanger heeft opgehangen.

  • 535: Vermindering in verzenden van post-berichten niet mogelijk. Externe ontvanger reageert niet met een RTP (Retrain Positive) of RTN (Retrain Negative), of de verzender kan niet opnieuw verzenden.

  • 536: Ten minste één pagina is niet bevestigd. Dit treedt op in de niet-foutcorrectiemodus (ECM) wanneer een pagina veel fouten bevat. De ontvangen pagina is onleesbaar.

  • 541: De verbinding van de telefoonlijn is verbroken na een spraaksessie zonder dat de faxsessie is voortgezet.

  • 542: De T3-timer voor tussenkomst van operator is verlopen.

  • 543: De ontvangen respons na een verzending van een spraakverzoek naar de externe afzender was niet een DIS (Digital Identification Signal).

  • 551: DCN (Disconnect) ontvangen als respons op het verzonden signaal. Controleer de diagnostische codecijfers 11 en 12.

  • 552: Ontvangend faxapparaat heeft een DCN (Disconnect) verzonden na 3 seconden wachten op een ontvangstframe van de afzender verbroken of het signaal van de lijn was langer dan 0,2 seconde afwezig.

  • 553: Geen respons op alle nieuwe pogingen. De verbinding is verbroken omdat de verbinding van de lijn is verbroken of omdat de ontvanger heeft opgehangen.

  • 554: De ontvangen respons na de verzending van PPS-NULL, PPS-MPS, PPS-EOM is onjuist. Controleer de diagnostische codecijfers 11 en 12.

  • 555: Vermindering niet mogelijk. Het systeem kan bij geen enkele baudrate een geldige ECM-verzending (foutcorrectiemodus) ontvangen.

  • 561: DCN (Disconnect) ontvangen als respons op het verzonden signaal. Controleer de diagnostische codecijfers 11 en 12.

  • 562: Ontvangend faxapparaat heeft een DCN (Disconnect) verzonden na 3 seconden wachten op een ontvangstframe van de afzender verbroken of het signaal van de lijn was langer dan 0,2 seconde afwezig.

  • 563: Geen respons op alle nieuwe pogingen. De verbinding is verbroken omdat de verbinding van de lijn is verbroken of omdat de ontvanger heeft opgehangen.

  • 564: De ontvangen respons na de verzending van PPS-NULL, PPS-MPS, PPS-EOM is onjuist. Controleer de diagnostische codecijfers 11 en 12.

  • 565: Geen cont. met volgend bericht. Opgegeven door een afzender (ECM) wanneer deze opnieuw verzenden van huidige blok/pagina/document na 4 onsuccesvolle pogingen en mogelijke verminderingen van modemsnelheden heeft afgebroken.

  • 566: Ten minste één pagina is niet bevestigd. ERR (einde van respons opnieuw verzenden) ontvangen van de ontvanger als respons op EOR-MPS, -EOP, -EOM of -NULL.


hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land/regio: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...