hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...
HP klantenondersteuning - kennisdatabase

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...
  • Informatie
    We zijn onze website aan 't upgraden

    Als u tijdens deze periode problemen ondervindt, probeer het dan later nogmaals. 

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP LaserJet Enterprise, HP OfficeJet Enterprise, HP PageWide Enterprise - Informatie over de onderdelen van een configuratiepagina

Inleiding

Dit document bevat informatie over het afdrukken van configuratiepagina's vanaf een HP LaserJet Enterprise, een HP OfficeJet Enterprise of een HP PageWide Enterprise printer met behulp van het bedieningspaneel en de HP geïntegreerde webserver (HP EWS). Het biedt ook een korte beschrijving van de onderdelen die worden vermeld op de configuratiepagina's.
Een Configuratiepagina biedt een overzicht van de huidige instellingen van een printer, de geïnstalleerde optionele accessoires en nuttige informatie om te helpen met het oplossen van problemen met de printer.

Een configuratiepagina afdrukken

Bij het afdrukken van configuratierapport wordt er, afhankelijk van het printermodel, een configuratiepagina en een Embedded HP Jetdirect configuratiepagina afgedrukt. Als de optie Wireless HP Jetdirect is ingeschakeld, wordt de pagina Wireless HP Jetdirect afgedrukt.
Gebruik een van de volgende methoden om de configuratiepagina's af te drukken:

Methode 1: Het bedieningspaneel van de printer gebruiken om de configuratiepagina's af te drukken

Afhankelijk van het type bedieningspaneel van de printer volgt u stappen om de configuratiepagina's af te drukken.

Bedieningspaneel met aanraakscherm

  1. Druk op de aan-uitknop om de printer aan te zetten.
  2. Plaats papier (gewoon of A4 of Letter-formaat) in lade 2.
  3. Veeg in het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer naar rechts om te navigeren en tik vervolgens op de knop Rapporten.
  4. Tik in het menu Rapporten op Configuratie-/statuspagina's.
  5. Selecteer het item Configuratiepagina en tik vervolgens op de knop Afdrukken om de configuratiepagina's af te drukken.

LCD-bedieningspaneel

  1. Druk op de aan-uitknop om de printer aan te zetten.
  2. Plaats papier (gewoon of A4 of Letter-formaat) in lade 2.
  3. Tik op het bedieningspaneel van de printer op de Startknop .
  4. Druk op de pijl-rechts om te navigeren, selecteer Rapporten en druk vervolgens op de knop OK.
    opmerking:
    Rapporten selecteren voor sommige printermodellen: Druk op de pijl-omlaag om een menu op het bedieningspaneel te markeren (bijvoorbeeld Afdrukken), druk op de pijl-rechts om te navigeren en selecteer vervolgens Rapporten.
  5. Selecteer Configuratie-/statuspagina's en druk vervolgens op de knop OK.
  6. Gebruik de pijltoetsen om het item Configuratiepagina te selecteren en druk vervolgens op de knop OK.
  7. Gebruik de pijltoetsen om de knop Afdrukken te selecteren en druk vervolgens op de knop OK om de configuratiepagina's af te drukken.

Methode 2: De HP geïntegreerde webserver (HP EWS) gebruiken om de configuratiepagina's af te drukken

  1. Zoek het IP-adres van de printer op het bedieningspaneel van de printer.
    Bedieningspaneel met aanraakscherm:
    1. Tik in het beginscherm van het bedieningspaneel op het pictogram Informatie .
    2. Tik op het pictogram Netwerk om het IP-adres of de hostnaam weer te geven.
    LCD-bedieningspaneel:
    1. Tik op het bedieningspaneel van de printer op de Startknop .
    2. Gebruik de pijltoetsen om Instellingen te selecteren en druk vervolgens op de knop OK.
    3. Selecteer Netwerk en druk vervolgens op de knop OK.
    4. Selecteer Ethernet en druk vervolgens op de knop OK.
    5. Selecteer TCP/IP en druk vervolgens op de knop OK.
    6. Gebruik de pijltoetsen om IPv4-instellingen te selecteren en druk vervolgens op de knop OK.
    7. Gebruik de pijltoetsen om Primaire DNS of Secundaire DNS te selecteren en druk vervolgens op de knop OK.
  2. Open een internetbrowser en voer in de adresregel het IP-adres of de hostnaam van de printer in zoals die wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Druk op de toets Enter op het toetsenbord van de computer. De EWS wordt geopend.
    opmerking:
    Als de webbrowser een bericht weergeeft dat toegang tot de website mogelijk niet veilig is, selecteert u de optie om door te gaan. Toegang tot deze website zal de computer niet beschadigen.
  3. Selecteer Af te drukken rapporten en pagina's in het linkerdeelvenster op het tabblad Informatie.
  4. Selecteer Configuratiepagina en vervolgens Afdrukken om de configuratiepagina's af te drukken.

Overzicht van de configuratiepagina's

Configuratiepagina

opmerking:
De informatie op de configuratiepagina varieert afhankelijk van het printermodel of de afdrukserver.
    Afbeelding : Configuratiepagina voor de HP Color LaserJet Flow E87650
     Configuratiepagina voor de HP Color LaserJet Flow E87650
  1. Apparaatgegevens
  2. Geïnstalleerde persoonlijkheden en opties
  3. HP Web Services
  4. Kleurdichtheid
  5. Kalibratiegegevens
  6. Geheugen
  7. Gebeurtenislogboekbestand
  8. Beveiliging
  9. Papierladen en opties

Beschrijving van de verschillende gedeelten op de configuratiepagina

1. Apparaatgegevens: Biedt de modelnaam en het nummer van de printer, gebruiksstatistieken zoals aantal pagina's (motorcycli) voor productonderhoud en de firmwareversie.
  • Naam van het product, apparaatnaam of bijnaam: Verwijst naar de naam van een printermodel.
    • Productnaam: De officiële naam voor een printermodel die zich aan de voorkant van een printer bevindt.
    • Apparaatnaam of bijnaam: Ook wel de modelnaam van de printer.
  • Modelnummer en serienummer van het product: Elke printer bevat een label met een model- en serienummer. Dit label bevindt zich meestal op de achterkant van de printer of binnen de voorklep en varieert mogelijk per printermodel.
    • Modelnummer: Het modelnummer van de printer bevat zes tekens.
    • Serienummer van het product: Het serienummer is uniek voor elke printer.
  • Revisie motorfirmware of DC-controllerversie: De motorfirmwareversie of DC-controllerversie wordt bijgewerkt wanneer de printerfirmware wordt geüpdatet.
  • Formatternummer: Het streepjescodelabel op de formatter bevat het formatternummer, wat handig is bij het vervangen van de formatter.
  • SCB: Geeft het scanner controlepaneel van de printer en de scannerversie aan.
  • Versie firmwarebundel, datumcode firmware en firmwarerevisie: Geeft informatie over de firmware (software) die op de printer is geïnstalleerd. Aanpassingen worden weergegeven onder deze firmwareonderdelen op de configuratiepagina wanneer een nieuwe firmwareversie is geïnstalleerd.
    • Versie firmwarebundel: Geeft de firmwareversie die op de printer is geïnstalleerd.
    • Datumcode firmware: Geeft de datum waarop de firmware op de printer is geïnstalleerd (20180227 geeft bijvoorbeeld 27 februari 2018 aan).
    • Firmwarerevisie: Geeft het versienummer van de firmware.
  • HP FutureSmart niveau: Geeft het FutureSmart firmwareniveau aan (bijvoorbeeld HP FutureSmart 3 of 4).
  • NFC: Geeft aan of een accessoire voor Near Field Communication of Wireless Direct op de printer is geïnstalleerd.
  • Service-id: Biedt een manier voor een HP technicus om de garantieperiode van de printer te controleren.
  • PS-wachttime-out: Geeft de ingestelde tijd van de printer aan om op gegevens te wachten bij het gebruik van PostScript of bij het afdrukken van een PDF-document.
  • Motorcycli en kleurmotorcycli: Geeft het gebruik van de onderhoudskit in de printer aan.
    Wanneer de printer de maximale motorcycli heeft bereikt, moet de onderhoudskit worden vervangen om de betrouwbaarheid van de printer en afdrukkwaliteit te behouden.
  • Cartridgebeleid en -beveiliging: Functies om te bepalen welke cartridges er in de printer worden gebruikt. Beide functies zijn standaard uitgeschakeld.
    • Cartridgebeleid: Hiermee kunt u bepalen dat er alleen originele HP cartridges in de printer kunnen worden gebruikt en de printer beschermen tegen vervalste tonercartridges.
    • Cartridgebeveiliging: Hiermee worden tonercartridges permanent aan een specifieke printer of een reeks printers gekoppeld, zodat ze in andere printers niet kunnen worden gebruikt.
  • Cartridge-index: Code om het percentage aan te geven van originele HP cartridges die in de printer zijn geïnstalleerd en worden gebruikt.
2. Geïnstalleerde persoonlijkheden en optie: Geeft de geïnstalleerde printertalen, informatie over de vaste schijf en e-mailgateways.
  • PCL, PCL XL, POSTSCRIPT, PDF, PWGRASTER en TIFF: Verwijst naar de ondersteunde bestandsformaten gebruikt voor het afdrukken, scannen en faxen. Op de configuratiepagina staat de datum dat elk van deze componenten die op de printer zijn geïnstalleerd.
    De HP printeropdrachttaal (PCL) in printerdrivers geeft opdrachten voor een nieuwe pagina of nieuwe alinea, identificeert de lettertypen en de resolutie van een document.
  • AirPrint: Geeft aan of de printer compatibel is met de AirPrint-functie, de Apple-service voor draadloos afdrukken.
  • Interne schijf en motorschijf: Geeft aan of een vaste schijf is ingeschakeld en vermeldt het serienummer, de capaciteit en de versleutelingsstatus van de HP Secure Hard Disk.
  • Embedded Jetdirect-pagina: Geeft het TCP/IP-adres voor de HP Jetdirect afdrukserver. Er wordt een standaard-IP-adres toegekend afhankelijk van de netwerkomgeving.
  • SMTP- en LDAP-gateway: Geeft aan of de printer deze protocollen voor het verzenden en ontvangen van e-mail ondersteunt.
    De SMTP-gateway kan ofwel een IP-adres of een volwaardige domeinnaam zijn en wordt gebruikt bij het configureren van de e-mailinstellingen van de printer.
  • LPDC: (Late Point Differentiation Configuration) Geeft aan of de printer is geconfigureerd met een licentiesnelheid, afhankelijk van de bestelling van de klant.
3. HP Web Services: Geeft aan of de printer compatibel is met webservices (bijvoorbeeld ePrint).
4. Kleurdichtheid: Geeft de instellingen voor de afdruktoner of inktdichtheid (bijvoorbeeld lichte kleuren, middentinten, schaduwen) voor de kleuren cyaan, magenta, geel en zwart (CMYK) die bij het afdrukken worden gebruikt.
5. Kalibratiegegevens: Geeft een overzicht van wanneer de printer een kalibratie heeft uitgevoerd. Bij deze kalibraties wordt gemeten hoe elke kleur (cyaan, magenta, geel en zwart [CMYK]) wordt gebruikt en zorgt ervoor dat de kleuren in de resulterende afbeelding correct zijn uitgelijnd.
  • CPR: Bij kalibratie voor Kleurvakregistratie (CPR) worden de volgende printerparameters ingesteld: bovenaan de pagina, begin van de lijn en schaal in de scanrichting.
  • DMax/DHalf: (Maximale dichtheid/halftoondichtheid) Bij kalibratie voor maximale dichtheid (DMax) wordt de maximale dichtheid ingesteld (100% belichting) voor elke primaire afdrukkleur (cyaan, magenta, geel en zwart). Bij kalibratie voor halftoondichtheid (DHalf) wordt de dichtheid ingesteld tussen nul en 100%.
6. Geheugen: Geeft het RAM-geheugen van de printer.
7. Gebeurtenislogboekbestand: Geeft een overzicht van het aantal vermeldingen in het gebeurtenislogboek en bevat de drie meest recente waarden in het logboek.
8. Beveiliging: Geeft aan of de onderdelen ter beveiliging zijn versleuteld.
  • Versleutelingsstatus van vaste schijf en Versleutelingsstatus van taakgegevens: Geeft de versleutelingsstatus aan van de vaste schijf en de gegevens die op de schijf zijn opgeslagen.
  • Wismodus voor bestanden: Geeft de volgende beveiligingsniveaus aan waarmee de printer bestanden van de opslagapparaten wist:
    • Niet-beveiligd snel wissen: Hiermee worden de gegevens op de schijf behouden totdat ze door latere gegevensopslagbewerkingen worden overschreven.
    • Veilig snel wissen: Hiermee worden bestanden gewist en de gegevens met willekeurige tekens overschreven.
    • Beveiligd grondig wissen: Hiermee worden gegevens meerdere malen overschreven met behulp van een algoritme dat voorkomt dat restgegevens achterblijven.
  • Wachtwoord bedieningspaneel: Geeft aan of een wachtwoord is in- of uitgeschakeld.
  • USB (Plug en Play-USB-host/USB-apparaat): Geeft aan of USB is ingeschakeld.
  • Ondersteuningstoets: Gebruikt voor geavanceerde probleemoplossing.
  • HP SureStart, Whitelisting, Runtime Intrusion Detection: Geeft aan of de geïntegreerde beveiligingsfuncties zijn ingeschakeld of wordt vermeld als 'Aanwezig' om bescherming te bieden tegen complexe veiligheidsdreigingen via het netwerk.
9. Papierladen en opties: Geeft een overzicht van de geïnstalleerde papierladen en de huidige papierinstellingen voor formaat en type. Het rapport vermeldt ook de optionele papierverwerkings- en nabewerkingsaccessoires.
  • Laden: Vermeldt het ladenummer en het type en formaat papier voor een lade. (Bijvoorbeeld Formaat lade (1) en Type lade (1).)
    opmerking:
    Het aantal laden varieert per printermodel.
  • Duplexmodule: Voor automatisch afdrukken op beide zijden van het papier.
  • Optionele papierverwerkings- en nabewerkingsaccessoires: Het type en de papiercapaciteit (500, 250 of 2000 vel) voor elke papieraccessoire varieert per printermodel.
    • Nabewerkingsaccessoires: HP LaserJet Booklet Finisher of HP nietmachine/stapelaar met perforator zijn soorten nabewerkingsaccessoires die op de printer zijn bevestigd.
    • Uitvoerbak 1, uitvoerbak 2, onderste brochurebak: Geeft de capaciteit van de papierlade voor een printermodel aan.

Embedded HP Jetdirect

De pagina Embedded HP Jetdirect is een belangrijk hulpmiddel voor het oplossen van problemen met HP Jetdirect afdrukservers en wordt automatisch afgedrukt nadat de configuratiepagina van de printer wordt afgedrukt. Deze pagina bevat identificatiegegevens, zoals het model, de firmwareversie en het IP-adres van de HP Jetdirect. De pagina geeft ook de status en configuratieparameters van ondersteunde netwerkprotocollen aan.
    Afbeelding : Embedded HP Jetdirect voor HP Color LaserJet Flow E87650
    Embedded HP Jetdirect voor HP Color LaserJet Flow E87650
  1. Algemene informatie
  2. Beveiligingsinstellingen
  3. Netwerkstatistieken
  4. TCP/IP
  5. IPv4 en IPv6

Beschrijving van de verschillende gedeelten op de pagina Embedded HP Jetdirect

1. Algemene informatie: Geeft de HP Jetdirect afdrukserver en de algemene productstatus aan.
  • Status: Geeft een van de volgende statussen van de HP Jetdirect afdrukserver aan:
    • I/O-kaart gereed: De afdrukserver is verbonden met het netwerk en wacht op gegevens.
    • Initialiseren I/O-kaart: De afdrukserver initialiseert de netwerkprotocollen.
    • I/O-kaart niet gereed: Er is een probleem met de afdrukserver of de configuratie.
  • Modelnummer: Geeft het modelnummer van de HP Jetdirect afdrukserver.
  • Hardwareadres: Het 12-cijferige hexadecimale netwerkhardwareadres van de HP Jetdirect afdrukserver die in de printer is geïnstalleerd en is toegewezen door de fabrikant.
  • Firmwareversie: Geeft het revisienummer van de firmware aan van de Jetdirect afdrukserver die in de printer is geïnstalleerd.
  • Gedetecteerde gegevenssnelheid: Geeft de netwerkgegevenssnelheid aan. deze snelheid is afhankelijk van het type netwerkverbinding (bekabeld of draadloos).
  • LAA: Lokaal beheerd adres (LAA) geeft het door de gebruiker ingestelde LAN-hardwareadres van een afdrukserver aan.
  • Poortconfiguratie: Geeft de koppelingsconfiguratie van de netwerkpoort (RJ-45) met de HP Jetdirect afdrukserver aan.
  • Automatisch onderhandelen: Geeft aan of de standaardsnelheid en -modus van het netwerk van de afdrukserver is in- of uitgeschakeld voor gegevensoverdrachtssnelheden.
  • Productie-id: Geeft de productie-id aan voor HP online ondersteuningspersoneel.
  • Productiedatum: Geeft de datum aan dat de HP Jetdirect afdrukserver is geproduceerd.
  • WS-registratie: Geeft aan of de printer is geregistreerd voor webservices zoals Google Cloud Print of ePrint.
2. Beveiligingsinstellingen: Geeft de configuratiestatus en toegangsbeveiligingsparameters.
  • 802.1X: Geeft aan of de afdrukserver is geconfigureerd met EAP/802.1 X (Extensible, Authentication Protocol)-clientverificatie-instellingen.
  • Webserver: Specificeert de versleutelde communicatie tussen een browser en de HP Jetdirect geïntegreerde webserver.
  • Certificaat verloopt op: Geeft de verloopdatum van het digitale certificaat voor SSL/TLS-versleutelde beveiliging aan. Deze datum heeft de indeling UTC.
  • SNMP-versies: Geeft de SNMP-versies aan die op de afdrukserver zijn ingeschakeld.
    1:2 geeft bijvoorbeeld aan dat SNMP-versies 1 en 2 (v.1 en v.2) worden ondersteund.
  • SNMP-communitynaam instellen: Geeft aan of een ingestelde SNMP-communitynaam op de HP Jetdirect afdrukserver is geconfigureerd.
  • SNMP-communitynaam ophalen: Geeft aan of een opgehaalde SNMP-communitynaam op de HP Jetdirect afdrukserver is geconfigureerd.
  • Toegangslijst: Geeft aan of er een hosttoegangslijst (IP-adres) op de HP Jetdirect afdrukserver is geconfigureerd.
  • Beheerderswachtwoord: Geeft aan of er een IP-beheerderswachtwoord op de afdrukserver is geconfigureerd.
  • FIPS: Geeft aan of de Federal Information Processing Standard (FIPS) voor het certificeren van cryptografische software is toegepast.
3. Netwerkstatistieken: Geeft de huidige waarden voor verschillende netwerkparameters die door de HP Jetdirect afdrukserver worden gecontroleerd.
  • Totaal ontvangen pakketten: Geeft het totale aantal frames (pakketten) zonder fouten dat door de HP Jetdirect afdrukserver is ontvangen.
  • Ontvangen unicastpakketten: Het aantal frames dat aan de HP Jetdirect server is geadresseerd. Hieronder vallen geen uitgezonden en multicastpakketten.
  • Ontvangen beschadigde pakketten: Geeft het aantal pakketten met fouten dat door de HP Jetdirect afdrukserver is ontvangen.
  • Totaalaantal verzonden pakketten: Geeft het totale aantal frames zonder fouten dat door de HP Jetdirect afdrukserver is ontvangen.
  • Ontvangen framefouten: Geeft de ontvangen frames met uitlijningsfouten.
  • Onverzendbare pakketten: Het totale aantal frames dat wegens fouten niet is verzonden.
  • Verzendingsconflicten en verlate verzendingsconflicten: Geeft het aantal niet verzonden frames wegens herhaalde conflicten of het optreden van een verlaat conflict.
4. TCP/IP: Geeft de huidige status en parameterwaarden voor de TCP/IP-netwerkprotocollen aan.
  • IPv4: Geeft aan de ontvangst en verzending van Internet Protocol versie 4 voor de afdrukserver is in- of uitgeschakeld.
  • IPv6: Geeft aan de ontvangst en verzending van Internet Protocol versie 6 voor de afdrukserver is in- of uitgeschakeld.
  • Hostnaam: Geeft de hostnaam die op de afdrukserver is geconfigureerd.
  • IPv4- en IPv6-domeinnaam: Geeft de domeinnaam die aan de printer is toegewezen.
  • Primaire en secundaire DNS-server: Geeft het IP-adres van een primaire en secundaire DNS-server (Domain Name System) aan.
  • WINS-server: Geeft het IP-adres van de WINS-server (Windows Internet Naming Service) aan.
  • Time-out bij TCP-inactiviteit: Geeft de time-outwaarde uitgedrukt in seconden waarna de afdrukserver een inactieve TCP-afdrukgegevensverbinding verbreekt. De standaardwaarde is 270 seconden.
5. IPv4 en IPv6: Internet Protocol-versies (v4 en v6) die door de printer worden ondersteund.
  • Status: Wijst op een van de volgende TCP-statussen.
    • Gereed:  De HP Jetdirect afdrukserver wacht op gegevens via TCP/IP.
    • Uitgeschakeld: TCP/IP is handmatig uitgeschakeld.
    • Bezig met initialiseren: De afdrukserver zoekt naar de BOOTP-server of probeert het configuratiebestand via TFTP te verkrijgen.
  • IP-adres: Geeft het IP-adres (Internet Protocol) dat aan de HP Jetdirect afdrukserver is toegewezen.
  • Subnetmasker: Geeft het IP-subnetmasker dat op de HP Jetdirect afdrukserver is geconfigureerd.
  • Standaardgateway: Geeft het IP-adres van de gateway die wordt gebruikt bij het verzenden van pakketten vanaf het lokale netwerk.
  • Geconfigureerd door: Geeft aan hoe de HP Jetdirect afdrukserver de bijbehorende IP-configuratie (bijvoorbeeld BOOTP-server of DHCP-server) heeft verkregen.
  • DHCP-server: Geeft het IP-adres van het systeem aan dat overeenkomt met de aanvraag van de HP Jetdirect afdrukserver voor automatische TCP/I-configuratie via het netwerk.
  • TFTP-server: Geeft het IP-adres van het systeem waar het TFTP-configuratiebestand zich bevindt.
    Niet opgegeven: Geeft aan dat de TFTP-server niet is ingesteld.
  • Bonjour-servicenaam: Geeft aan of Bonjour-services zijn in- of uitgeschakeld. Bonjour-services worden doorgaans gebruikt op kleine netwerken voor het omzetten van IP-adressen en namen waarbij geen conventionele DNS-server wordt gebruikt.

Wireless HP Jetdirect

Wanneer er een draadloze verbinding met het netwerk is gemaakt of Wi-Fi is ingeschakeld, worden zijn de meeste van deze instellingen op de pagina Wireless HP Jetdirect vermeld en deze pagina bevat tevens de volgende onderdelen.
  • SSID: De naam van het netwerk (Serviceset-id) waarmee de afdrukserver is verbonden.
  • Gedetecteerde gegevenssnelheid: Geeft de netwerkgegevenssnelheid aan welke afhankelijk is van het type netwerkverbinding (bekabeld of draadloos).
  • Kanaal: Geeft het radiofrequentiekanaal aan dat de afdrukserver heeft gedetecteerd en waarvoor deze voor netwerkcommunicatie is geconfigureerd.
  • Koppelingsconfiguratie: Geeft de actieve koppelingscommunicatiemodus aan voor een bekabeld of draadloze poort (802.11 is bijvoorbeeld draadloos).

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land/regio: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...