hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...
HP klantenondersteuning - kennisdatabase

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP PageWide Enterprise, HP PageWide Managed - De afdrukkwaliteit verbeteren

Inleiding

Het kan gebeuren dat de printer afdrukkwaliteitsproblemen heeft, zoals strepen of vervagingen, geen zwart of andere kleur, wazige of onscherpe tekst en inktvegen of -strepen. Volg de onderstaande stappen in de opgegeven volgorde. Als een van de stappen het probleem verhelpt, kunt u de overige stappen overslaan.
opmerking:
Als het probleem alleen optreedt bij kopiëren, raadpleeg dan 'Kopiëren afbeeldingskwaliteit verbeteren'.

De status van de cartridge controleren

Als u een cartridge gebruikt waarvan het einde van de levensduur is bereikt, kunnen zich problemen met de afdrukkwaliteit voordoen. Volg deze stappen om de geschatte resterende levensduur van cartridges en indien nodig de status van andere vervangbare onderdelen te bepalen.
Stap één: Het bedieningspaneel controleren
  1. Controleer het bedieningspaneel om te zien of er berichten of waarschuwingspictogrammen worden weergegeven. Selecteer het pictogram om het bericht weer te geven. Vervang de cartridge als in het bericht wordt aangegeven dat een cartridge moet worden vervangen of bijna leeg is.
    opmerking:
    Ga verder met de volgende stap als u meer informatie over de cartridgestatus wilt voordat u deze vervangt.
Stap twee: Voorraad controleren
  1. Selecteer Rapporten op het beginscherm van het bedieningspaneel.
  2. Selecteer het menu Configuratie-/ statuspagina's en vervolgens de optie Pagina Status benodigdheden.
  3. Selecteer Bekijken als u de informatie op het bedieningspaneel wilt bekijken of Afdrukken als u de pagina wilt afdrukken.
  4. Op de pagina Status benodigdheden kunt u het percentage van de resterende levensduur van de cartridges controleren en indien nodig ook de status van andere vervangbare onderdelen.
    • Op de pagina Status benodigdheden wordt aangegeven wanneer een onderdeel bijna moet worden vervangen. Als een HP-onderdeel vrijwel leeg is, is de Premium Protection Warranty van HP voor het desbetreffende onderdeel beëindigd.
    • De cartridge hoeft op dat moment nog niet te worden vervangen, tenzij de afdrukkwaliteit niet meer acceptabel is. Zorg dat u een vervangende tonercartridge hebt die u kunt plaatsen wanneer de afdrukkwaliteit niet meer voldoet.
    • Als een cartridge of ander vervangbaar onderdeel moet worden vervangen, worden de onderdeelnummers van originele HP-onderdelen op de pagina Status benodigdheden weergegeven.

De printerfirmware bijwerken

Probeer de printerfirmware bij te werken. Ga naar www.hp.com/support en selecteer de optie Software en drivers voor meer informatie. Volg de aanwijzingen om naar de firmwaredownload voor de printer te bladeren.

De instelling van de afdrukkwaliteit wijzigen

Voer de volgende stappen uit als u de instelling van de afdrukkwaliteit wilt wijzigen via het bedieningspaneel van de printer.
opmerking:
De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
  1. Selecteer op het beginscherm van het bedieningspaneel Instellingen.
  2. Open de volgende menu's:
    • Kopiëren/afdrukken of Afdrukken
    • Standaardafdrukopties
    • Kwaliteitsniveau
  3. Selecteer het gewenste kwaliteitsniveau: Algemene kantoormodus, Professioneel of Presentatie.

Afdrukken vanuit een ander softwareprogramma

Probeer af te drukken vanuit een ander softwareprogramma. Als de pagina correct wordt afgedrukt, ligt het probleem bij het programma dat u gebruikt om het document af te drukken.

De papier- en kwaliteitsinstellingen controleren

Controleer de instellingen van de printerdriver voor papier en kwaliteit in het softwareprogramma van waaruit u afdrukt, bijvoorbeeld Microsoft® Word.
Windows
  1. Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
  2. Selecteer de printer en klik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren.
  3. Klik op het tabblad Papier/Kwaliteit.
  4. Selecteer in de opties voor Papiersoort de papiersoort die uw papier het best beschrijft.
  5. Selecteer in de opties voor Afdrukkwaliteit een geschikte kwaliteits- of resolutie-instelling voor uw afdruktaak.
  6. Klik op de knop OK om het dialoogvenster Documenteigenschappen te sluiten. Klik in het dialoogvenster Afdrukken op Afdrukken of OK om de taak af te drukken.
macOS
  1. Klik op het menu Bestand en vervolgens op de optie Afdrukken.
  2. Selecteer de printer in het menu Printer.
  3. Selecteer in de vervolgkeuzelijst onder Afdrukstand de optie Papier/kwaliteit.
  4. Selecteer in de opties voor Mediatype de papiersoort die uw papier het best beschrijft.
  5. Selecteer in de opties voor Afdrukkwaliteit een geschikte kwaliteits- of resolutie-instelling voor uw afdruktaak.
  6. Klik op de knop Afdrukken.

Instellingen voor grijstinten en zwart selecteren

Controleer de instellingen voor grijstinten en zwart van de printerdriver wanneer u afdrukt met een kleurenprinter en de afgedrukte pagina's met grijstinten of zwart-wit worden afgedrukt terwijl u kleur had verwacht.
Windows
  1. Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
  2. Selecteer de printer en klik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren.
  3. Controleer of de optie Afdrukken in grijstinten is uitgeschakeld. Afhankelijk van uw printer wordt de optie Grijstinten weergegeven op het tabblad Afdruksnelkoppelingen of het tabblad Kleur.
  4. Controleer op het tabblad Geavanceerd of de optie Alle tekst zwart afdrukken is uitgeschakeld.
  5. Klik op de knop OK om het dialoogvenster Documenteigenschappen te sluiten. Klik in het dialoogvenster Afdrukken op Afdrukken of OK om de taak af te drukken.
macOS
  1. Klik op het menu Bestand en vervolgens op de optie Afdrukken.
  2. Selecteer de printer in het menu Printer.
  3. Selecteer in de vervolgkeuzelijst onder Afdrukstand de optie Kleur.
  4. Controleer of de optie Afdrukken in grijstinten is uitgeschakeld.
  5. Selecteer het driehoekje naast Geavanceerd om de opties uit te vouwen. Controleer of Tekst, Afbeeldingen en Foto's niet zijn ingesteld op Alleen zwart-wit.
  6. Klik op de knop Afdrukken.

Kleurinstellingen aanpassen (Windows)

Wanneer u vanuit een softwareprogramma afdrukt, volgt u deze stappen als de kleuren op de afgedrukte pagina niet overeenkomen met de kleuren op het scherm van de computer, of als u niet tevreden bent met de kleuren op de afgedrukte pagina.
  1. Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
  2. Selecteer de printer en klik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren.
  3. Schakel op het tabblad Geavanceerd of Kleur het selectievakje HP EasyColor uit.
  4. Selecteer op het tabblad Kleur een kleurthema in de vervolgkeuzelijst Kleurthema's.
    • Standaard (sRGB): Met dit thema stelt u de printer in voor het afdrukken van RGB-gegevens in de onbewerkte apparaatmodus. Hiermee kunt u de kleuren in het softwareprogramma of het besturingssysteem beheren voor de juiste weergave.
    • Levendig (sRGB): Met dit thema wordt de kleurverzadiging in de middentinten verhoogd. Gebruik dit thema voor het afdrukken van zakelijke illustraties.
    • Foto (sRGB): Met dit thema wordt RGB-kleur geïnterpreteerd alsof dit wordt afgedrukt als een foto met behulp van een digitaal minilab. Hierdoor worden diepere, vollere kleuren anders weergegeven dan bij het thema Standaard (sRGB). Gebruik dit thema voor het afdrukken van foto's.
    • Foto (Adobe RGB 1998): Gebruik dit thema voor het afdrukken van digitale foto's die de AdobeRGB-kleurruimte gebruiken in plaats van sRGB. Schakel kleurbeheer in het softwareprogramma uit wanneer u dit thema gebruikt.
    • Geen: Er wordt geen kleurthema gebruikt.
    • Aangepast profiel: Selecteer deze optie als u een aangepast invoerprofiel wilt gebruiken om de kleurweergave nauwkeurig te kunnen sturen (bijvoorbeeld om een bepaalde printer te emuleren). Aangepaste profielen kunt u downloaden van www.hp.com.
  5. Klik op de knop OK om het dialoogvenster Documenteigenschappen te sluiten. Klik in het dialoogvenster Afdrukken op Afdrukken of OK om de taak af te drukken.

Papier en afdrukomgeving controleren

Voer de volgende stappen uit om het papier dat u gebruikt en de fysieke omgeving van de printer te controleren.

Stap een: Papier gebruiken dat voldoet aan de specificaties van HP

Sommige problemen met de afdrukkwaliteit kunnen ontstaan wanneer u papier gebruikt dat niet voldoet aan de specificaties van HP. Voorbeelden van problemen zijn gekruld papier, lichte of vervaagde afdrukken, inktvlekken of -vegen en misvormde tekens. Volg deze richtlijnen wanneer u papier selecteert:
  • Gebruik altijd papier van een type en gewicht dat door deze printer wordt ondersteund.
  • Gebruik papier van goede kwaliteit en dat vrij is van sneden, inkepingen, scheuren, vlekken, losse deeltjes, stof, kreukels, gaten, nietjes en gekrulde of verbogen randen.
  • Gebruik papier waarop nog nooit is afgedrukt.
  • Gebruik papier dat geen metallisch materiaal bevat, zoals glitter.
  • Gebruik papier dat is ontworpen voor HP PageWide-printers. Gebruik geen papier dat alleen geschikt is voor laserprinters.
  • Gebruik geen papier met een te ruw oppervlak. Gladder papier zorgt over het algemeen voor een beter afdrukresultaat.
opmerking:
Op basis van interne tests met diverse soorten normaal papier, beveelt HP voor deze printer het gebruik aan van papier met het ColorLok®-logo. Ga voor meer informatie naar: www.hp.com/go/printpermanence.

Stap twee: De omgeving controleren

De omgeving kan de afdrukkwaliteit direct beïnvloeden en is een algemene oorzaak van problemen met afdrukkwaliteit of papiertoevoer. Probeer het volgende:
  • Plaats de printer niet op een tochtige locatie, zoals in de buurt van ramen of deuren, of bij het ventilatierooster van de airconditioning.
  • Zorg ervoor dat de printer niet wordt blootgesteld aan temperaturen of vochtigheid die buiten de printerspecificaties vallen.
  • Zet de printer niet in een afgesloten ruimte, zoals een kast.
  • Plaats de printer op een stevig, vlak oppervlak.
  • Zorg ervoor dat de luchtuitlaten van de printer niet worden geblokkeerd. De printer moet aan alle kanten beschikken over een goede luchtstroom, ook aan de bovenkant.
  • Bescherm de printer tegen vuiltjes in de lucht, stof, stoom, vet en andere elementen die in de printer aanslag kunnen vormen.

De cartridge visueel inspecteren

Volg deze stappen om elke cartridge te inspecteren.
  let op:
Raak de goudkleurige metalen contactpunten aan de rand van de cartridge niet aan. Vingerafdrukken op de metalen contactpunten kunnen problemen geven met de afdrukkwaliteit.
Afbeelding : De contactpunten niet aanraken
  1. Haal de cartridge uit de printer en controleer of het cartridgepad niet vuil is.
  2. Controleer of u gebruikmaakt van een originele HP-cartridge. Op een originele HP-cartridge staat het woord 'HP' of het HP-logo. Meer informatie over het identificeren van HP-cartridges vindt u op www.hp.com/go/learnaboutsupplies.
  3. Bekijk de goudkleurige metalen contactpunten op de cartridge.
    • Vervang de cartridge als de metalen contactpunten krassen of andere beschadigingen vertonen.
    • Als de metalen contactpunten niet beschadigd lijken te zijn, drukt u de cartridge voorzichtig terug op zijn plaats. Druk enkele pagina's af om te zien of het probleem is opgelost.
Als u hebt vastgesteld dat een cartridge moet worden vervangen, kunt u de pagina Status benodigdheden bekijken of afdrukken om het onderdeelnummer van de juiste originele HP-cartridge te achterhalen.
Nagevulde of gereviseerde cartridges
Het gebruik van benodigdheden die niet door HP zijn vervaardigd (nieuwe of bijgevulde benodigdheden), wordt niet aanbevolen door HP. Aangezien dit geen producten van HP zijn, heeft het bedrijf geen invloed op het ontwerp en de kwaliteit. Als u een opnieuw gevulde of gereviseerde cartridge gebruikt en niet tevreden bent over de afdrukkwaliteit, vervang de cartridge dan door een originele HP-cartridge.
opmerking:
Als u een cartridge die niet van HP is, vervangt door een originele HP-cartridge, bevat de printkop nog altijd inkt van een ander merk. Het afdrukprobleem kan zich blijven voordoen totdat deze inkt volledig is verwijderd uit de printkop en de printkop is gevuld met inkt uit de nieuwe, originele HP-cartridge. Mogelijk dient u duizenden pagina's met normale tekst af te drukken om de printkop volledig te ontdoen van niet-originele HP-inkt.

De printer reinigen

Tijdens het afdrukproces kunnen deeltjes papier en stof zich in de printer ophopen. Dit kan leiden tot problemen met de afdrukkwaliteit, zoals vegen, vlekken, lijnen of herhaalde markeringen. U begint met het afdrukken van een afdrukkwaliteitsrapport. Daarna voert u de toepasselijke reinigingsprocedure uit.

Het afdrukkwaliteitsrapport afdrukken en interpreteren

Het afdrukkwaliteitsrapport is een pagina die wordt afgedrukt met balken in de kleur van elke cartridge. Het rapport kan u helpen bij het identificeren van problemen met de afdrukkwaliteit.
Afbeelding : Voorbeeld van het afdrukkwaliteitsrapport
  1. Plaats normaal papier van Letter- of A4-formaat.
  2. Selecteer Hulptools in het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer.
  3. Open de volgende menu's:
    • Probleemoplossing
    • Kwalit.pagina's afdr.
    • Afdrukkwaliteitrapport
  4. Selecteer Afdrukken om de pagina af te drukken.
  5. Controleer de gekleurde stroken in het rapport. Elke balk heeft drie verschillende tinten, maar het kleurverschil tussen de balken moet minimaal zijn.
    • Als een of meer gekleurde balken strepen vertonen, gaat u naar De printkop reinigen.
    • Als de balken weinig of geen strepen vertonen, maar de inkt gevlekt is, gaat u naar De rollen reinigen.

De printkop reinigen

Als het afdrukkwaliteitsrapport strepen vertoont, volgt u deze stappen om de printkop te reinigen.
  1. Selecteer Hulptools in het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer.
  2. Open de volgende menu's:
    • Maintenance (Onderhoud)
    • Kalibratie/reiniging
    • Printkopreiniging
  3. Selecteer Start om het reinigingsproces te starten en volg de instructies op het scherm.
    opmerking:
    Er zijn opeenvolgende reinigingsniveaus. Aan het einde van elk niveau produceert de printer een afdrukkwaliteitsrapport. Als de gekleurde balken in het rapport strepen bevatten, gaat u verder met het volgende reinigingsniveau. Als het probleem is opgelost, selecteert u Annuleren.
    opmerking:
    Nummer de pagina's van het afdrukkwaliteitsrapport om de verbetering van de afdrukkwaliteit te kunnen volgen.

De doorvoerrollen schoonmaken

Als het afdrukkwaliteitsrapport vegen bevat, volgt u deze stappen om de rollen te reinigen.
Stap één: Alleen MFP's: de documentinvoerrollen reinigen
  1. Selecteer Hulptools in het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer.
  2. Open de volgende menu's:
    • Maintenance (Onderhoud)
    • Kalibratie/reiniging
    • Doc.invoerrollen reinigen
  3. Selecteer Nu reinigen om het reinigingsproces te starten, en volg de instructies op het scherm.
Stap twee: Vlekken voorkomen
  1. Selecteer Hulptools in het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer.
  2. Open de volgende menu's:
    • Maintenance (Onderhoud)
    • Kalibratie/reiniging
    • Vlekken voorkomen
  3. Selecteer Start om het reinigingsproces te starten.
    Dit proces duurt ongeveer drie minuten omdat een pagina langzaam door de printer wordt gevoerd. Bewaar deze pagina voor verdere beoordeling van de afdrukkwaliteit.

Een andere printerdriver proberen

Probeer een andere printerdriver als u afdrukt vanuit een softwareprogramma en de afbeeldingen op de gedrukte pagina's onverwachte lijnen vertonen of als er tekst of afbeeldingen ontbreken, als de pagina's niet correct zijn opgemaakt of als de lettertypen afwijken.
Download een van de volgende drivers van de website van HP: support.hp.com/drivers.
HP PCL.6-driver
Dit is een apparaatspecifieke printerdriver voor de besturingssystemen Windows XP 32-bits, Vista 32-bits en Server 2008 32-bits. Niet alle functies of paginaformaten worden ondersteund.
HP PCL 6-driver
Dit is een apparaatspecifieke printerdriver voor de besturingssystemen Windows 7, 8, 8.1, 10, Server 2008 64-bits, Server 2008 R2, Server 2012, Server 2012 R2 en Server 2016.
HP PCL-6 V4-driver
Dit is een apparaatspecifieke printerdriver voor de besturingssystemen Windows 7, 8, 8.1, 10, Server 2008 64-bits, Server 2008 R2, Server 2012, Server 2012 R2 en Server 2016.
HP UPD PS-driver
  • Aanbevolen voor afdrukken met programma’s van Adobe® of met andere grafisch intensieve software
  • Biedt ondersteuning voor afdrukken via postscript-emulatie en voor postscript flash-lettertypen
HP UPD PCL 6
  • Aanbevolen voor printen in alle Windows-omgevingen
  • Biedt algemeen de beste snelheid, afdrukkwaliteit en printerfunctie-ondersteuning voor de meeste gebruikers
  • Ontwikkeld voor gebruik met Windows Graphic Device Interface (GDI) voor de beste snelheid in Windows-omgevingen
  • Mogelijk niet volledig compatibel met software van derden en aangepaste software op basis van PCL 5

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land/regio: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...