hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

Welkom bij HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...
  • Informatie
    Belangrijke beveiligingsupdate voor het afdrukken

    HP is onlangs op de hoogte gebracht van een kwetsbaarheid in bepaalde inkjetprinters. HP heeft updates beschikbaar om te downloaden om het beveiligingslek te verhelpen. Details en meer informatie zijn beschikbaar in het beveiligingsbericht.(in het Engels)

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP LaserJet Enterprise M607, M608, M609 - Het envelopinvoeraccessoire installeren

Het envelopinvoeraccessoire installeren
Dit document biedt instructies voor het installeren van het envelopinvoeraccessoire voor de HP LaserJet Enterprise M607-, M608- en M609-printers.
  1. Neem het envelopinvoeraccessoire uit de doos en verwijder het verpakkingsmateriaal. Controleer of de inhoud overeenkomt met deze afbeelding:
      opmerking:
    HP beveelt het hergebruik van verpakkingsmaterialen te allen tijde aan.
    Afbeelding : Inhoud van de doos
  2. Druk op de aan/uit-knop om de printer UIT te schakelen.
    Afbeelding : De printer uitschakelen
  3. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maak de USB-kabel of netwerkkabel los.
    Afbeelding : De kabels verwijderen
  4. Verwijder de tape en de transportmaterialen van het envelopinvoeraccessoire.
    Afbeelding : Verwijder de tape en het verpakkingsmateriaal
  5. Plaats de envelopinvoerlade op een stabiele ondergrond en plaats vervolgens de printer op de lade. Gebruik de uitlijningspinnen aan de bovenkant van de lade om de printer te positioneren. Sluit de vergrendeling aan de rechterkant van de envelopinvoerlade om deze te vergrendelen.
      let op:
    HP adviseert dat twee mensen de printer verplaatsen en op de envelopinvoerlade plaatsen.
    Afbeelding : Plaats de printer op de envelopinvoerlade
  6. Open de enveloplade.
    Afbeelding : Open de lade
  7. Stel de geleiders voor de envelopbreedte en -lengte in door de blauwe afstelvergrendeling van elk van de geleiders in te drukken en de geleiders op te schuiven tot het formaat van de enveloppen dat u gebruikt.
    Afbeelding : De envelopgeleiders instellen
  8. Plaats enveloppen in de lade en stel vervolgens de papiergeleiders in zodat ze de rand van de enveloppen net raken.
      opmerking:
    Let erop dat de bovenkant van de stapel enveloppen niet boven de indicator voor de maximale stapelhoogte uitkomt.
    Afbeelding : Plaats enveloppen in de lade
  9. Verwijder het blokje met het ladenummer van de achterkant van de ladeplaat.
    Afbeelding : Het blokje met het ladenummer verwijderen
  10. Plaats het blokje met het ladenummer terug in de sleuf met nummer drie naar buiten gericht. Nummer drie moet zichtbaar zijn aan de voorzijde rechts van de enveloplade.
      opmerking:
    Als u extra accessoireladen installeert, kunt u de nummers wijzigen die aan de voorkant van de laden worden weergegeven door de nummerblokjes te verwijderen en terug te plaatsen zodat ze het juiste nummer voor de lade aanduiden.
    Afbeelding : Plaats het blokje met het ladenummer terug met nummer drie naar buiten gericht
  11. Sluit de enveloplade.
    Afbeelding : De lade sluiten
      let op:
    Breid niet meer dan één papierlade tegelijk uit.
    Gebruik de papierlade niet als opstapje.
    Houd uw handen uit de laden wanneer deze worden gesloten.
    Alle laden moeten zijn gesloten als u de printer verplaatst.
  12. Sluit de stekker van het netsnoer en de USB-kabel of netwerkkabel weer aan.
    Afbeelding : De kabels opnieuw aansluiten
  13. Druk op de aan/uit-knop om de printer aan te zetten.
    Afbeelding : De printer inschakelen
  14. Configureer het accessoire in de softwareprinterdriver. Zoek uw besturingssysteem in de onderstaande opties op en volg de stappen die worden genoemd.
    • OS X: De lijst met geïnstalleerde opties wordt, nadat het accessoire is geïnstalleerd, automatisch bijgewerkt tijdens de eerste afdruktaak. Zo niet, volg dan de volgende stappen:
      1. Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu ().
      2. Selecteer Afdrukken en scannen (of Printers en scanners).
      3. Selecteer de printer, klik op Opties en benodigdheden en klik vervolgens op het tabblad Opties.
      4. Configureer het accessoire handmatig.
    • Windows® 8.0, 8.1 en 10: Als u het accessoire bevestigt nadat u de printersoftware hebt geïnstalleerd, voert u de volgende stappen uit:
      1. Windows® 8.0 en 8.1: Blader naar de linkerbenedenhoek van het scherm en klik met rechts op het getoonde venster.
        Windows® 10: Klik met de rechtermuisknop op het Windows-pictogram in de linkeronderhoek van het bureaublad.
      2. Selecteer Configuratiescherm. Selecteer onder Hardware en geluid de optie Apparaten en printers bekijken.
      3. Klik met de rechtermuisknop op de naam van de printer en selecteer Printereigenschappen.
      4. Klik op het tabblad Apparaatinstellingen.
      5. Werk de geïnstalleerde opties bij. De stappen kunnen afwijken afhankelijk van het type verbinding en de printerdriver:
        • Een netwerk- of USB-verbinding met de HP Universal Print Driver (UPD): Selecteer in de sectie Installeerbare opties onder Automatische configuratie de optie Nu bijwerken.
        • Een netwerk- of USB-verbinding met de HP PCL 6-printerdriver: Selecteer Nu bijwerken.
        • Een netwerk- of USB-verbinding met de HP PCL-6-printerdriver versie 4: Installeer het accessoire handmatig door op het vervolgkeuzemenu naast de lade te klikken die moet worden geïnstalleerd en selecteer Envelopinvoerlade.
    • Windows® 7: Als u het accessoire bevestigt nadat u de printersoftware hebt geïnstalleerd, voert u de volgende stappen uit:
      1. Zorg dat de printer is ingeschakeld en verbinding heeft met de computer of het netwerk.
      2. Open het Windows Start-menu en klik op Apparaten en printers.
      3. Klik met de rechtermuisknop op de naam van deze printer en selecteer Printereigenschappen.
      4. Klik op het tabblad Apparaatinstellingen.
      5. Werk de geïnstalleerde opties bij. De stappen kunnen afwijken afhankelijk van het type verbinding en de printerdriver:
        • Een netwerk- of USB-verbinding met de HP Universal Print Driver (UPD): Selecteer in de sectie Installeerbare opties onder Automatische configuratie de optie Nu bijwerken.
        • Een netwerk- of USB-verbinding met de HP PCL 6-printerdriver: Selecteer Nu bijwerken.
    • Windows® XP en Windows Vista®: Als u het accessoire bevestigt nadat u de printersoftware hebt geïnstalleerd, voert u de volgende stappen uit:
      1. Zorg dat de printer is ingeschakeld en verbinding heeft met de computer of het netwerk.
      2. Open het Windows Start-menu en klik daarna op Apparaten en printers (of Printers en faxapparaten voor XP).
      3. Klik met de rechter muisknop op de naam van deze printer en selecteer Printereigenschappen (of Eigenschappen voor XP).
      4. Klik op het tabblad Apparaatinstellingen.
      5. Klik in het gedeelte Installeerbare opties.
      6. Als u de geïnstalleerde opties voor een netwerk- of USB-verbinding wilt bijwerken, selecteert u in de vervolgkeuzelijst naast Automatische configuratie de optie Nu bijwerken.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land/regio: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...