hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

Welkom bij HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP LaserJet Enterprise MFP M631, M632, M633 - De papierinvoerlade voor 3 x 550 vel met kastaccessoire installeren

De papierinvoerlade voor 3 x 550 vel met kastaccessoire installeren
Dit document biedt instructies voor het installeren van de papierinvoerlade voor 3 x 550 vel met kastaccessoire.
  1. Neem de papierinvoerlade voor 3 x 550 vel met kastaccessoire uit de doos en verwijder het verpakkingsmateriaal. Controleer of de inhoud overeenkomt met deze afbeelding:
      opmerking:
    HP beveelt het hergebruik van verpakkingsmaterialen te allen tijde aan.
    Afbeelding : Inhoud van de doos
  2. Druk op de aan/uit-knop om de printer UIT te schakelen.
    Afbeelding : De printer uitschakelen
  3. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maak de USB-kabel of netwerkkabel los.
    Afbeelding : De kabels verwijderen
  4. Plaats de printer op het papierinvoerladeaccessoire voor 3 x 550 vel. Gebruik de uitlijningspinnen aan de bovenkant van de lade om de printer te positioneren.
      let op:
    HP adviseert dat drie mensen de printer verplaatsen en op het papierinvoerladeaccessoire plaatsen.
    Afbeelding : Plaats de printer op het papierinvoerladeaccessoire
  5. Open de bovenste lade op het papierinvoerladeaccessoire voor 3 x 550 vel.
    Afbeelding : Open de lade
  6. Draai de vergrendeling van de lade rechtsom.
    Afbeelding : De vergrendeling van de lade rechtsom draaien
  7. Verwijder de tape en de transportbescherming van de lade.
    Afbeelding : De tape en transportbescherming verwijderen
  8. Stel de geleiders voor de papierbreedte en -lengte in door de blauwe afstelvergrendeling van elk van de geleiders in te drukken en de geleiders op te schuiven tot het formaat van het papier dat u gebruikt.
    Afbeelding : De papiergeleiders bijstellen
  9. Plaats het papier in de lade. Let erop dat de bovenkant van de stapel niet boven de indicator voor de maximale stapelhoogte uitkomt.
    Afbeelding : Papier in de lade plaatsen
  10. Verwijder het blokje met het ladenummer van de achterkant van de ladeplaat.
    Afbeelding : Het blokje met het ladenummer verwijderen
  11. Plaats het blokje met het ladenummer terug in de sleuf met nummer één naar buiten gericht. Nummer één moet zichtbaar zijn aan de voorzijde rechts van de lade.
    Afbeelding : Plaats het blokje met het ladenummer terug met nummer één naar buiten gericht
  12. Sluit de lade.
    Afbeelding : De lade sluiten
      let op:
    Breid niet meer dan één papierlade tegelijk uit.
    Gebruik de papierladen niet als opstapje.
    Houd uw handen uit de laden wanneer deze worden gesloten.
    Alle laden moeten zijn gesloten als u de printer verplaatst.
  13. Draai de wielen aan de onderkant van de standaard zodat ze parallel zijn met de voorzijde van de printer.
    Afbeelding : De wielen draaien
  14. Installeer de wielkleppen over de wielen.
    Afbeelding : De wielkleppen installeren
  15. Draai de stabiliserende poten aan de onderkant van de printerstandaard linksom tot ze op de vloer rusten en de printer ondersteunen.
      opmerking:
    De stabiliserende poten moeten voldoende druk op de vloer uitoefenen om te voorkomen dat de printer wegrolt.
    Afbeelding : De stabiliserende poten linksom draaien voor ondersteuning van de printer
  16. Sluit de stekker van het netsnoer en de USB-kabel of netwerkkabel weer aan.
    Afbeelding : De kabels opnieuw aansluiten
  17. Druk op de aan/uit-knop om de printer aan te zetten.
    Afbeelding : De printer inschakelen
  18. Configureer het accessoire in de softwareprinterdriver. Zoek uw besturingssysteem in de onderstaande opties op en volg de stappen die worden genoemd.
    • OS X: De lijst met geïnstalleerde opties wordt, nadat het accessoire is geïnstalleerd, automatisch bijgewerkt tijdens de eerste afdruktaak. Zo niet, volg dan de volgende stappen:
      1. Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu ().
      2. Selecteer Afdrukken en scannen (of Printers en scanners).
      3. Selecteer de printer, klik op Opties en benodigdheden en klik vervolgens op het tabblad Opties.
      4. Configureer het accessoire handmatig.
    • Windows® 8.0, 8.1 en 10: Als u het accessoire bevestigt nadat u de printersoftware hebt geïnstalleerd, voert u de volgende stappen uit:
      1. Windows® 8.0 en 8.1: Blader naar de linkerbenedenhoek van het scherm en klik met rechts op het getoonde venster.
        Windows® 10: Klik met de rechtermuisknop op het Windows-pictogram in de linkeronderhoek van het bureaublad.
      2. Selecteer Configuratiescherm. Selecteer onder Hardware en geluid de optie Apparaten en printers bekijken.
      3. Klik met de rechtermuisknop op de naam van de printer en selecteer Printereigenschappen.
      4. Klik op het tabblad Apparaatinstellingen.
      5. Werk de geïnstalleerde opties bij. De stappen kunnen afwijken afhankelijk van het type verbinding en de printerdriver:
        • Een netwerk- of USB-verbinding met de HP Universal Print Driver (UPD): Selecteer in het gedeelte Installeerbare opties onder Automatische configuratie de optie Nu bijwerken
        • Een netwerk- of USB-verbinding met de HP PCL 6-printerdriver: Selecteer Nu bijwerken.
        • Een netwerk- of USB-verbinding met de HP PCL-6-printerdriver versie 4: Installeer het accessoire handmatig door op het vervolgkeuzemenu naast de lade te klikken die moet worden geïnstalleerd en selecteer HP-invoerlade voor 550 vel.
    • Windows® 7: Als u het accessoire bevestigt nadat u de printersoftware hebt geïnstalleerd, voert u de volgende stappen uit:
      1. Zorg dat de printer is ingeschakeld en verbinding heeft met de computer of het netwerk.
      2. Open het Windows Start-menu en klik op Apparaten en printers.
      3. Klik met de rechtermuisknop op de naam van deze printer en selecteer Printereigenschappen.
      4. Klik op het tabblad Apparaatinstellingen.
      5. Werk de geïnstalleerde opties bij. De stappen kunnen afwijken afhankelijk van het type verbinding en de printerdriver:
        • Een netwerk- of USB-verbinding met de HP Universal Print Driver (UPD): Selecteer in de sectie Installeerbare opties onder Automatische configuratie de optie Nu bijwerken.
        • Een netwerk- of USB-verbinding met de HP PCL 6-printerdriver: Selecteer Nu bijwerken.
    • Windows® XP en Windows Vista®: Als u het accessoire bevestigt nadat u de printersoftware hebt geïnstalleerd, voert u de volgende stappen uit:
      1. Zorg dat de printer is ingeschakeld en verbinding heeft met de computer of het netwerk.
      2. Open het Windows Start-menu en klik daarna op Apparaten en printers (of Printers en faxapparaten voor XP).
      3. Klik met de rechter muisknop op de naam van deze printer en selecteer Printereigenschappen (of Eigenschappen voor XP).
      4. Klik op het tabblad Apparaatinstellingen.
      5. Klik in het gedeelte Installeerbare opties.
      6. Als u de geïnstalleerde opties voor een netwerk- of USB-verbinding wilt bijwerken, selecteert u in de vervolgkeuzelijst naast Automatische configuratie de optie Nu bijwerken.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...