hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

Welkom bij HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP Color LaserJet Enterprise MFP M577 - De printer instellen (hardware) (z- en c-modellen)

Dit document legt uit hoe u de fysieke delen van de printer kunt instellen. Voltooi deze stappen voordat u de printersoftware op uw pc installeert.
Als de printerhardware al is geïnstalleerd, raadpleegt u de koppelingen naar de instructies voor software-installatie aan het einde van dit document voor hulp met de software-installatie.
Dit document omvat de volgende stappen om de printer in te stellen:
Stap één: De printer uitpakken
  1. Kies een plaats voor de printer die voldoet aan de volgende specificaties:
    • Een stevige, goed geventileerde, stofvrije plek uit direct zonlicht
    • Temperatuurbereik: 17° - 25° C
    • Vochtigheidsbereik: 30% tot 70%
    Zorg ervoor dat er genoeg ruimte om de printer heen is om alle kleppen en laden te kunnen openen.
      let op:
    De printer weegt 38,6 kg. HP adviseert dat drie mensen de printer verplaatsen.
    Afbeelding : Omgevingsvereisten
    Gebruik de hendels aan de onderkant van de printer als u de printer wilt verplaatsen.
    Afbeelding : Gebruik de hendels om de printer te verplaatsen
  2. Haal de HP printer uit de doos en controleer vervolgens of de inhoud overeenkomt met deze afbeelding.
      opmerking:
    HP beveelt het hergebruik van verpakkingsmaterialen te allen tijde aan.
    Afbeelding : Inhoud van de doos
  3. Verwijder de tape en het verpakkingsmateriaal van de printer.
    Afbeelding : Verwijder de tape en het verpakkingsmateriaal
Stap twee: De netwerkkabel aansluiten (optioneel)
Sluit de netwerkkabel nu aan als u met de printer verbinding wilt maken met een netwerk. Als u dat niet wilt, sla dan deze stap over en ga naar 'Stap vier: Het netsnoer aansluiten en de printer inschakelen.'
  let op:
Sluit nu nog geen USB-kabel aan. Om de printer via een USB-kabel met de pc te verbinden, sluit u deze aan wanneer daarom tijdens de software-installatie wordt gevraagd.
Stap drie: Het faxsnoer aansluiten
Sluit het telefoonsnoer van de fax aan tussen de printer en de telefoonaansluiting.
Afbeelding : Het telefoonsnoer van de fax aansluiten
Stap vier: Het netsnoer aansluiten en de printer inschakelen
  1. Sluit het netsnoer aan op de printer en steek de stekker in een geaard stopcontact. Gebruik alleen het bij de printer geleverde netsnoer om schade aan de printer te voorkomen.
      let op:
    Controleer of de voedingsbron geschikt is voor het voltage van de printer. U vindt het voltage op het printeretiket. De printer werkt op 100-127 V of 220-240 V wisselstroom en 50/60 Hz.
      opmerking:
    UPS-back-upsystemen bieden mogelijk niet genoeg vermogen voor HP LaserJet-printers en kunnen bij gebruik mogelijk een waarschuwingssignaal afgeven. Voor de beste resultaten raadt HP aan om de printer op een beveiligde stroomkring aan te sluiten.
    Afbeelding : Het netsnoer aansluiten
  2. Zet de printer aan.
    Afbeelding : Het apparaat inschakelen
  3. Wacht 60 seconden voordat u doorgaat. Als gedurende deze tijd de printer op een netwerk is aangesloten, zal het netwerk de printer herkennen en een IP-adres of hostnaam toewijzen aan de printer.
  4. Stel op het bedieningspaneel de taal, de datum-/tijdsindeling en de tijdzone in.
      opmerking:
    Voor geavanceerde instellingen voor printers die zijn aangesloten op een netwerk, voert u na voltooiing van de software-installatie het IP-adres van de printer in de adresbalk van een webbrowser in.
Stap vijf: Lade 2 vullen
  1. Open lade 2 en verwijder deze volledig uit de printer.
      opmerking:
    Open de lade niet als deze in gebruik is.
    Afbeelding : Open de lade
  2. Stel de papiergeleiders in door de afstelvergrendelingen in te drukken en de geleiders op te schuiven tot het formaat van het papier dat u gebruikt.
    Afbeelding : De geleiders verschuiven
  3. Plaats het papier in de lade. Zorg ervoor dat de geleiders de stapel papier net raken zonder dat de stapel gaat opbollen.
      opmerking:
    Plaats niet te veel papier in de lade om storingen te voorkomen. Let erop dat de bovenkant van de stapel niet boven de indicator voor de maximale stapelhoogte uitkomt.
    Afbeelding : Papier laden
  4. Sluit de lade.
    Afbeelding : De lade sluiten
  5. Op het bedieningspaneel wordt de soort en het formaat van het papier voor de lade weergegeven. Als de configuratie niet juist is, volgt u de instructies op het bedieningspaneel om de soort of het formaat te wijzigen.
Stap zes: De toetsenbordoverlay toepassen (optioneel)
  1. Trek het toetsenbord naar buiten.
    Afbeelding : Het toetsenbord naar buiten trekken
  2. Verwijder de papieren afdekplaat vanuit een scherpe hoek van de overlay. Alle etiketten moeten blijven plakken op het doorzichtige vel.
    Afbeelding : Het papier verwijderen
  3. Lijn de bovenste hoeken van het doorzichtige vel uit met de hoeken van de toetsen Esc en Delete.
    Afbeelding : De toetsenbordoverlay uitlijnen
  4. Ondersteun het toetsenbord aan de onderkant en druk de etiketten op hun plaats.
  5. Verwijder het doorzichtige vel vanuit een scherpe hoek.
    Afbeelding : Het doorzichtige vel verwijderen
Stap zeven: Controleren of de printer werkt
Volg de onderstaande stappen om te controleren of de printer werkt.
  opmerking:
De stappen zijn afhankelijk van het bedieningspaneel.
FutureSmart 3
FutureSmart 4
FutureSmart 3
  1. Blader op het beginscherm van het bedieningspaneel naar het menu Beheer en selecteer het menu.
  2. Open de volgende menu's:
    • Rapporten
    • Config.-/statuspagina's
    • Configuratiepagina
  3. Selecteer Configuratiepagina.
  4. Selecteer Afdrukken en druk vervolgens op OK om de printerconfiguratie en de Jetdirect-pagina's af te drukken.
  5. Als de printer op een netwerk is aangesloten, zoekt u het IP-adres op de Jetdirect-pagina.
    • IPv4: Als het IP-adres 0.0.0.0, 192.0.0.192 of 169.254.x.x is, moet u het IP-adres handmatig configureren. Als het IP-adres anders is, dan is de configuratie geslaagd.
    • IPv6: Als het IP-adres begint met 'fe80:', dan moet de printer kunnen afdrukken. Anders moet u het IP-adres handmatig configureren.
    Afbeelding : Jetdirect-pagina
FutureSmart 4
  1. Blader op het beginscherm van het bedieningspaneel naar de knop Rapporten.
  2. Selecteer Configuratie-/statuspagina's.
  3. Selecteer Configuratiepagina.
  4. Selecteer Afdrukken om de configuratie en de Jetdirect-pagina's af te drukken.
  5. Als de printer op een netwerk is aangesloten, zoekt u het IP-adres op de Jetdirect-pagina.
    • IPv4: Als het IP-adres 0.0.0.0, 192.0.0.192 of 169.254.x.x is, moet u het IP-adres handmatig configureren. Als het IP-adres anders is, dan is de configuratie geslaagd.
    • IPv6: Als het IP-adres begint met 'fe80:', dan moet de printer kunnen afdrukken. Anders moet u het IP-adres handmatig configureren.
    Afbeelding : Jetdirect-pagina
Stap acht: De firmware bijwerken (optioneel maar aanbevolen)
HP geeft regelmatig updates uit voor functies die beschikbaar zijn in de firmware van de printer. Werk de firmware van de printer bij, zodat u gebruik kunt maken van de nieuwste functies.
  opmerking:
Overleg met de netwerkbeheerder alvorens u de firmware van de printer bijwerkt.
Klik hier voor informatie over het bijwerken van de printerfirmware door middel van een USB-flashstation of de geïntegreerde webserver.
Koppelingen naar instructies voor de installatie van software
Nadat u de voorgaande stappen voor de installatie hebt voltooid, installeert u de printersoftware.
Windows: Installeer de printersoftware vanaf de cd. Volg de instructies op het scherm. Raadpleeg het bestand met installatie-instructies op de printer-cd voor meer specifieke installatie-instructies voor de software.
OS X: Mac-computers en mobiele Apple-apparaten worden door deze printer ondersteund. Ga naar 123.hp.com om HP Easy Start te downloaden en de printersoftware te installeren.
  let op:
Sluit nu nog geen USB-kabel aan. Om de printer via een USB-kabel met de pc te verbinden, sluit u deze aan tijdens de software-installatie.
  opmerking:
De Apple AirPrint-driver is de standaarddriver voor OS X 10.8 Mountain Lion en OS X 10.9 Mavericks. Voor het installeren van de HP-driver met volledige functionaliteit, selecteert u in het dialoogvenster Toevoegen de HP-driver in het keuzemenu Gebruik: keuzemenu.
Voor instructies betreffende de installatie van software klikt u op de link voor het besturingssysteem van uw pc en de verbindingssoort.
Windows
OS X
De installatie is nu voltooid. Als u de printer tijdens de software-installatie niet hebt geregistreerd, gaat u naar www.register.hp.com om alsnog te registreren.
Meer informatie
Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding op de cd van de printer en bezoek de ondersteuningswebsite voor dit product. Raak de knop Help op het bedieningspaneel van de printer aan voor toegang tot Help-onderwerpen.
FutureSmart 3
FutureSmart 4

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land/regio: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...