hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...
HP klantenondersteuning - kennisdatabase

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...
  • Informatie
    Meer informatie over upgraden naar Windows 11

    Handleiding over upgraden naar Windows 11

    Informatie

    Los het updateprobleem van Windows 10 op een HP computer of printer op. Klik hier

  • Feedback

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP printers - Zwarte of kleureninkt wordt niet afgedrukt en andere problemen met de afdrukkwaliteit

Dit document is van toepassing op HP DeskJet Ink Advantage 4535, 4536, 4538, 4675, 4676, 4678, ENVY 4511, 4512, 4513, 4516, 4520, 4521, 4522, 4523, 4524, 4525, 4526, 4527, 4528, OfficeJet 4650, 4652, 4654, 4655, 4656, 4657 en 4658 All-in-One printers.
De kwaliteit van afgedrukte documenten of foto's voldoet niet aan de verwachtingen. Volg de procedures in dit document om de volgende problemen te verhelpen: gestreepte of vage afdrukken, ontbrekende zwarte of andere kleuren op afdrukken, documenten met wazige of vage tekst, inktstrepen of vlekken en andere problemen betreffende de afdrukkwaliteit.
opmerking:
Ruwe behandeling in de winkel of tijdens de installatie kan afdrukkwaliteitsproblemen veroorzaken bij nieuw geïnstalleerde inktcartridges. Als u afdrukproblemen met nieuw geïnstalleerde cartridges vaststelt, wacht u een paar uur tot het automatische onderhoudsproces is voltooid en probeert u opnieuw te printen.

Stap 1: De printerdriver opnieuw installeren (alleen Windows)

Als u geen kleur kunt printen vanaf een Windows-computer, verwijdert u de printersoftware en installeert u deze opnieuw. Sla deze stap over als uw printer in kleur kan printen.
  1. Verwijder de printer uit de lijst met apparaten.
    Ga voor stappen voor het verwijderen van de printer uit de lijst met apparaten naar De printersoftware verwijderen (Windows).
  2. Ga naar HP Klantenondersteuning - Software en drivers downloaden en installeer de laatste software voor uw printer.
Probeer af te drukken. Als met deze stappen het probleem is opgelost, hoeft u niet verder te gaan met de probleemoplossing.

Stap 2: Legitieme HP inktcartridges gebruiken

HP raadt u aan legitieme inktbenodigdheden van HP te gebruiken. HP kan de kwaliteit of betrouwbaarheid van cartridges van andere fabrikanten of opnieuw gevulde cartridges niet garanderen. Als u geen legitieme HP cartridges gebruikt, kunnen problemen wellicht niet worden verholpen met de stappen in dit document. Om de echtheid van de cartridges te controleren, gaat u naar de webpagina van HP over vervalste (in het Engels).
HP ENVY 4511, 4512, 4513, 4516, 4520, 4521, 4522, 4523, 4524, 4525, 4526, 4527, 4528, OfficeJet 4650, 4652, 4654, 4655, 4656, 4657 en 4658
Beschrijving van inktcartridge
Noord-Amerika en Aziatisch-Pacifisch gebied (met uitzondering van China, India en Indonesië)
West-Europa
Afrika, GOS, Latijns-Amerika en Midden-Oosten
China, India en Indonesië
Zwarte inktcartridge
HP 63 zwart 
HP 63XL zwart 
HP 302 zwart 
HP 302XL zwart 
HP 123 zwart
HP 123XL zwart
HP 803 zwart
HP 803XL zwart
Kleurencartridge
HP 63 driekleuren
HP 63XL driekleuren
HP 302 driekleuren
HP 302XL driekleuren
HP 123 driekleuren
HP 123XL driekleuren
HP 803 driekleuren
HP 803XL driekleuren
HP DeskJet Ink Advantage 4535, 4536, 4538, 4675, 4676 en 4678
Beschrijving van inktcartridge
Latijns-Amerika
Azië en Stille Oceaan
Europa, Midden-Oosten en Afrika
Zwarte inktcartridge
HP 664 zwart
HP 664XL zwart
HP 680 zwart 
HP 652 zwart
Kleurencartridge
HP 664 driekleuren
HP 664XL driekleuren
HP 680 driekleuren
HP 652 driekleuren
Koop vervangende cartridges en andere benodigdheden via de HP Store of bij een lokale winkel.
Als u legitieme inktcartridges van HP gebruikt, maar de afdrukkwaliteit onacceptabel is, gaat u verder met de volgende stap om te controleren of er inktvegen op de achterzijde van de afgedrukte pagina zijn.

Stap 3: Controleer of er inktvlekken op de achterkant van uw afdruk zitten

Als er zich inktvlekken op de achterzijde van uw afdrukken bevinden, gebruikt u een automatisch hulpprogramma om dit probleem op te lossen.
  1. Zorg ervoor dat er gewoon, wit papier in de printer is geplaatst.
  2. Veeg op het bedieningspaneel van de printer naar links en raak Setup aan.
  3. Tik op Hulpprogramma's.
  4. Veeg naar boven op het scherm en raak vervolgens Inktvegen reinigen aan.
    De printer voert langzaam een lege pagina in.
  5. Wacht tot de printer de lege pagina heeft uitgeworpen.
Probeer af te drukken. Als de afdrukkwaliteit onacceptabel is, gaat u verder met de volgende stap om te controleren of u het juiste papier voor uw afdruktaak gebruikt.

Stap 4: Controleer of u het juiste papier gebruikt voor de afdruktaak

Gebruik de volgende richtlijnen om er zeker van te zijn dat u papier gebruikt dat geschikt is voor de afdruktaak. Als het niet geschikt is, plaatst u een geschikte papiersoort in de printer.
  • Leg het papier met de afdrukzijde omlaag in de invoerlade. Veel papiersoorten hebben een afdrukzijde en een zijde waarop niet geprint dient te worden, zoals fotopapier en enveloppen. Over het algemeen is de zijde met het gladde oppervlak de afdrukzijde. In sommige gevallen staat het logo van de papierproducent op de zijde waarop niet gedrukt moet worden.
  • Gebruik geen gekreukt of opgekruld papier. Gebruik alleen schoon papier zonder kreukels.
    Geen gekreukt papier gebruiken
  • Gebruik de juiste papiersoort voor de taak.
    • Voor standaardtekstdocumenten werkt gewoon papier met ColorLok-technologie goed. Papier met ColorLok-technologie is industriestandaard papier dat goed samengaat met HP inkt.
      ColorLok-logo
    • Voor documenten met een hoge afdrukdichtheid, zoals afbeeldingen met veel contrast of foto's, gebruikt u HP Advanced fotopapier voor het beste resultaat.
    • Sommige papiersoorten nemen inkt minder goed op dan andere. Als er snel strepen op uw afdrukken komen, moet u een aanbevolen papiersoort gebruiken.
  • Bewaar fotopapier in de originele verpakking, in een hersluitbare plastic zak. Bewaar het papier in een koele, droge ruimte op een vlakke ondergrond. Plaats 10-20 vellen fotopapier op het moment dat u wilt gaan afdrukken. Leg het ongebruikte papier weer terug in de verpakking.
  • Probeer ander papier. Zo kunt u vaststellen of het probleem te maken heeft met het papier.
Probeer opnieuw af te drukken nadat u het papier hebt gecontroleerd. Ga door naar de volgende stap als de afdrukkwaliteit onacceptabel is.

Stap 5: Controleer de afdrukinstellingen

Controleer de afdrukinstellingen in uw besturingssysteem om te controleren of deze geschikt zijn voor uw afdruktaak.
opmerking:
Afdrukinstellingen verschillen per besturingssysteem en softwareprogramma.
Probeer opnieuw af te drukken nadat u de afdrukinstellingen hebt gecontroleerd. Ga door naar de volgende stap als de afdrukkwaliteit onacceptabel is.

Stap 6: Geschatte inktniveaus controleren

Lage inktniveaus kunnen de afdrukkwaliteit beïnvloeden. Controleer de geschatte inktniveaus op het bedieningspaneel van de printer.
opmerking:
Waarschuwingen en indicatoren voor het inktniveau bieden uitsluitend schattingen om te kunnen plannen. Houd een vervangende inktcartridge binnen handbereik om mogelijke afdrukvertragingen te vermijden wanneer een indicator op lage inktniveaus wijst. U hoeft de inktcartridges pas te vervangen wanneer de afdrukkwaliteit onaanvaardbaar wordt.
Raak op het bedieningspaneel van de printer het pictogram Inkt aan om de huidige geschatte inktniveaus weer te geven.
Afbeelding: Voorbeeld van geschatte inktniveaus waarop wordt aangeven dat de cartridges vol zijn.
  • U hoeft de cartridges niet te vervangen indien geen enkele inktcartridge bijna leeg is. Ga naar de stap om een testrapport voor de afdrukkwaliteit af te drukken.
  • Ga naar de volgende stap om de inktcartridges te vervangen als een of meer van de inktcartridges bijna leeg zijn.

Stap 7: Lege of bijna lege inktcartridges vervangen

Vervang lege of bijna lege cartridges en probeer vervolgens nogmaals af te drukken.
  1. Schakel de printer in.
  2. Let erop dat u gewoon, wit papier in de printer plaatst.
  3. Pak de grepen voorzichtig aan beide zijden van de printer vast en til de toegangsklep voor inktcartridges omhoog tot hij op zijn plaats klikt.
    De cartridgewagen gaat naar het midden van de printer.
    Afbeelding: De toegangsklep voor inktcartridges openen.
  4. Wacht totdat de wagen stilstaat en geen geluid meer maakt voordat u verdergaat.
  5. Ontgrendel de inktcartridge door de klep op de inktcartridgehouder op te tillen en de klep vervolgens voorzichtig zo ver mogelijk terug te duwen.
  6. Til de inktcartridge op om deze uit de sleuf te verwijderen.
      Afbeelding: De inktcartridge verwijderen.
    1. De klep openen
    2. De klep voorzichtig terug duwen
    3. De inktcartridge optillen
  7. Haal een van de nieuwe inktcartridges uit de verpakking. Raak alleen het zwarte plastic van de inktcartridge aan.
  8. Verwijder de plastic tape van de inktcartridge.
      let op:
    Raak de koperkleurige contactpunten of de spuitmondjes niet aan. Plak de beschermende tape niet terug op de contactpunten. Als u deze onderdelen aanraakt, kan dat leiden tot verstoppingen, inktfouten en slechte elektrische verbindingen.
    Afbeelding: De plastic tape verwijderen
  9. Pak de inktcartridge aan de zijkanten vast, met de inktsproeiers naar de printer gericht. Plaats de inktcartridge vervolgens in de houder.
  10. Sluit het deksel op de inktcartridgehouder om de inktcartridge op zijn plaats te drukken.
      Afbeelding: De inktcartridges plaatsen
    1. De inktcartridge plaatsen
    2. De klep sluiten
    3. De kleurencartridge zit links en de zwarte cartridge rechts
  11. Herhaal indien nodig de voorgaande stappen om de andere inktcartridge te installeren.
  12. Sluit de toegangsklep voor de inktcartridges.
    Nadat u nieuwe inktcartridges hebt geïnstalleerd, drukt de printer automatisch een uitlijningspagina af.
    Afbeelding: De toegangsklep voor inktcartridges sluiten.
  13. Wacht totdat de printer de uitlijningspagina volledig heeft afgedrukt.
    opmerking:
    Voordat u een afdruktaak uitvoert, verlengt de printer automatisch de uitvoerlade. Duw het verlengstuk pas terug in de printer wanneer de afdruktaak voltooid is.
  14. Til de scannerklep omhoog.
  15. Plaats de uitlijningspagina met de afdrukzijde omlaag op de scannerglasplaat. Plaats de pagina met de gedrukte richtlijnen nabij de rand van de glasplaat.
    Afbeelding: De uitlijningspagina op de glasplaat plaatsen
  16. Sluit de scannerklep en raak OK aan.
    De printer lijnt nu de inktcartridges uit.
Als het probleem is opgelost door de inktcartridges te vervangen, hoeft u niet door te gaan met de probleemoplossing.
Ga verder met de volgende stap om de kleurenblokken op het testrapport voor de afdrukkwaliteit te controleren.

Stap 9: De gekleurde blokken op defecten controleren

Controleer de gekleurde blokken op diagnosepagina voor afdrukkwaliteit om te controleren of de gekleurde blokken geen witte strepen tonen, vale kleuren hebben of ontbreken.
Afbeelding: Voorbeeld van gekleurde blokken zonder afwijkingen.
  • Als de gekleurde blokken geen witte strepen vertonen, geen vale kleuren hebben en niet ontbreken, gaat u verder naar de stap om de uitlijning te controleren.
  • Als een of meer gekleurde blokken witte strepen vertonen, vale kleuren hebben of volledig verdwenen zijn, gaat naar de volgende stap om de cartridge te reinigen.

Stap 10: De inktcartridges reinigen

Het reinigen van de inktcartridges kan mogelijk de afdrukkwaliteit verbeteren. Reinig de inktcartridges vanaf het bedieningspaneel van de printer en evalueer de resultaten.
opmerking:
Om problemen te voorkomen waardoor de printkop moet worden gereinigd, moet u de printer altijd uitschakelen met de Aan/uit-knop.
  1. Let erop dat u gewoon, wit papier in de invoerlade plaatst.
  2. Veeg op het bedieningspaneel van de printer naar links en raak Setup aan.
  3. Raak Tools aan en daarna Cartridges reinigen.
    De printer drukt een testrapport voor de afdrukkwaliteit af.
    Afbeelding: Voorbeeld van een testrapport voor de afdrukkwaliteit
  4. Controleer de afdrukkwaliteit op het testrapport voor de afdrukkwaliteit.
    • Als de afdrukkwaliteit acceptabel is, klikt u op Nee en stopt u met de probleemoplossing.
    • Als de afdrukkwaliteit onacceptabel is, klikt u op Ja wanneer u wordt gevraagd of u verder wilt gaan met het volgende reinigingsniveau.
    opmerking:
    Als de printkop erg verstopt is, moet deze wellicht nog een keer worden gereinigd. Wacht in dat geval 30 minuten voordat u beide reinigingsniveaus nogmaals uitvoert.
Ga verder met de volgende stap om de uitlijningsregels en het groene blok op het testrapport voor de afdrukkwaliteit te controleren.

Stap 11: De uitlijningsregels en het groene blok op defecten controleren

Controleer de uitlijningsregels en het groene blok op het testrapport voor de afdrukkwaliteit. Controleer of de lijnen recht en aaneengesloten zijn en of er geen donkere strepen of witte onderbrekingen zijn in het groene blok.
Afbeelding: Voorbeeld van de uitlijningsregels zonder defecten
Afbeelding: Voorbeeld van het groene blok zonder defecten
  • Indien u geen defecten op de diagnosepagina voor de afdrukkwaliteit ziet, dan werken het afdrukmechanisme en de inktcartridges naar behoren. Als de afdrukkwaliteit nog steeds niet goed is, probeer dan deze algemene richtlijnen voor de afdrukkwaliteit. U hoeft niet verder te gaan met de stappen voor probleemoplossing in dit document.
    • Controleer of de resolutie van de afbeelding die u afdrukt hoog genoeg is. Afbeeldingen die zijn vergroot kunnen er vaag of onscherp uitzien.
    • Als het probleem zich in de buurt van de rand van een afdruk voordoet, gebruik dan de afdrukinstellingen om de afbeelding 180 graden te draaien. Mogelijk verschijnt het probleem niet aan het andere uiteinde van de afdruk.
    • Laat onbeschermde inktcartridges niet voor een langere periode buiten de printer liggen.
    • Gebruik altijd de aan/uit-knop om de printer uit te schakelen. Op die manier wordt verhinderd dat de inktcartridges aan lucht worden blootgesteld.
  • Als een van de uitlijningsregels niet recht en aaneengesloten zijn, of het groene blok donkere strepen of witte onderbrekingen bevat, gaat u verder met de volgende stap om de printer uit te lijnen.

Stap 12: De printer uitlijnen

Door de inktcartridges correct uit te lijnen, worden de printkoppen uitgelijnd met de printer. Lijn de printer uit vanaf het bedieningspaneel van de printer en evalueer de resultaten.
  1. Let erop dat u gewoon, wit papier in de invoerlade plaatst.
  2. Veeg op het bedieningspaneel van de printer naar links en raak Setup aan.
  3. Tik op Hulpprogramma's.
  4. Veeg omhoog over het scherm en raak Printer uitlijnen aan.
    Er wordt een uitlijningspagina afgedrukt.
  5. Wacht totdat de printer de uitlijningspagina volledig heeft afgedrukt.
    opmerking:
    Voordat u een afdruktaak uitvoert, verlengt de printer automatisch de uitvoerlade. Duw het verlengstuk pas terug in de printer wanneer de afdruktaak voltooid is.
  6. Til de scannerklep omhoog.
  7. Plaats de uitlijningspagina met de afdrukzijde omlaag op de scannerglasplaat. Plaats de pagina met de gedrukte richtlijnen nabij de rand van de glasplaat.
    Afbeelding: De uitlijningspagina op de glasplaat plaatsen
  8. Sluit de scannerklep en druk dan op OK
    De printer lijnt nu de inktcartridges uit.
  9. Probeer nogmaals af te drukken.
    • Als met deze stappen het probleem is opgelost, hoeft u niet verder te gaan met de probleemoplossing.
    • Als de afgedrukte pagina strepen of vlekken vertoont, gaat u verder naar de volgende stap om het gebied rond de inktsproeiers te reinigen.
    • Als deze stappen het probleem niet hebben opgelost, en de afgedrukte pagina geen strepen of vlekken vertoont, gaat u verder naar de stap om de cartridge die problemen veroorzaakt te vervangen.

Stap 13: Handmatig het gedeelte rondom de inktsproeiers reinigen

Voer deze stappen alleen uit als er uitgeveegde tekst of vlekken op het rapport te zien zijn. Het gebied rond de inktsproeiers reinigen als er strepen of vlekken op de afdruk zitten.
Afbeelding: Voorbeeld van gevlekte tekst
Afbeelding: Voorbeeld van tekst met strepen
  1. Houd het volgende bij de hand:
    • Droge, schuimrubberen reinigingsstaafjes, een pluisvrije doek of ander zacht materiaal dat niet rafelt of vezels achterlaat (koffiefilters werken prima)
    • Gedistilleerd water, gefilterd water, of bronwater (water uit de kraan kan deeltjes bevatten waardoor de inktcartridges kunnen worden beschadigd)
        let op:
      Maak de contactpunten van inktcartridges niet schoon met alcohol of met allesreiniger. Hierdoor kan de inktcartridge of de printer beschadigd raken.
  2. Schakel de printer in als dat nog niet is gebeurd.
  3. Pak de grepen voorzichtig aan beide zijden van de printer vast en til de toegangsklep voor inktcartridges omhoog tot hij op zijn plaats klikt.
    De cartridgewagen gaat naar het midden van de printer.
    Afbeelding: De toegangsklep voor inktcartridges openen.
  4. Ga pas verder als de cartridgewagen stilstaat en geen geluid meer maakt.
  5. Koppel het netsnoer los van de achterkant van de printer.
  6. Ontkoppel de USB-kabel als deze nog is aangesloten.
  7. Ontgrendel de inktcartridge door de klep op de inktcartridgehouder op te tillen en de klep vervolgens voorzichtig zo ver mogelijk terug te duwen.
  8. Til de inktcartridge op om deze uit de sleuf te verwijderen.
      let op:
    Verwijder niet beide inktcartridges tegelijkertijd. Verwijder de inktcartridges en reinig deze vervolgens een voor een. Laat een inktcartridge niet langer dan een half uur buiten de printer liggen.
      Afbeelding: De inktcartridge verwijderen.
    1. De klep openen
    2. De klep voorzichtig terug duwen
    3. De inktcartridge optillen
  9. Houd de inktcartridge vast aan de zijkanten.
    Afbeelding: Houd de inktcartridge vast aan de zijkanten.
      let op:
    Raak de koperkleurige contactpunten en de inktspuitmondjes niet aan. Als u deze onderdelen aanraakt, kan dit leiden tot verstoppingen, inktfouten en slechte elektrische verbindingen.
    Afbeelding: Raak de contactpunten en inktsproeiers niet aan.
  10. Bevochtig een schuimrubberen reinigingsstaafje of pluisvrij doekje licht met gedistilleerd water en knijp het overtollige water eruit.
  11. Reinig de voorkant en de randen van het gebied rondom de inktsproeiers met het staafje.
      let op:
    Het plaatje met de inktsproeier mag niet worden gereinigd.
      Afbeelding: De inktsproeier en contactpunten op de inktcartridge.
    1. Sproeiplaatje - Niet reinigen
    2. Gebied rondom het inktsproeier - Wel reinigen
    3. Contactpunten van de inktcartridge - Niet reinigen
  12. Laat de inktcartridge gedurende tien minuten liggen om het schoongemaakte gebied te laten drogen of gebruik een nieuw reinigingsstaafje om de cartridge af te drogen.
  13. Pak de inktcartridge aan de zijkanten vast, met de inktsproeiers naar de printer gericht. Plaats de inktcartridge vervolgens in de houder.
  14. Sluit het deksel op de inktcartridgehouder om de inktcartridge op zijn plaats te drukken.
      Afbeelding: De inktcartridges plaatsen
    1. De inktcartridge plaatsen
    2. De klep sluiten
    3. De kleurencartridge zit links en de zwarte cartridge rechts
  15. Herhaal deze stappen om de andere inktcartridge te reinigen en terug te plaatsen.
  16. Sluit de toegangsklep voor de inktcartridges.
  17. Sluit het netsnoer weer aan op de achterkant van de printer.
  18. Zet de printer aan als deze niet automatisch inschakelt.
  19. Probeer opnieuw af te drukken en controleer de pagina.
    Ga door naar de volgende stap als de afdrukkwaliteit onacceptabel is.

Stap 14: De problematische inktcartridge vervangen

Vervang de problematische inktcartridge als er fouten op het diagnoserapport van de printer stonden en de vorige stappen het probleem niet hebben opgelost, zelfs als de inktcartridge niet bijna leeg is. De problematische cartridge is de cartridge die de defecten op het diagnoserapport voor de afdrukkwaliteit heeft afgedrukt, zoals eerder in dit document is beschreven.
Als u een defecte cartridge of printkop hebt, is het mogelijk dat dit onder de garantie valt. Als u de garantie op uw inkt- of tonerbenodigdheden wilt controleren, gaat u naar Overzicht printer en paginaopbrengst. Bekijk hier informatie over de beperkte garantie voor uw benodigdheden.
  1. Schakel de printer in.
  2. Let erop dat u gewoon, wit papier in de printer plaatst.
  3. Pak de grepen voorzichtig aan beide zijden van de printer vast en til de toegangsklep voor inktcartridges omhoog tot hij op zijn plaats klikt.
    De cartridgewagen gaat naar het midden van de printer.
    Afbeelding: De toegangsklep voor inktcartridges openen.
  4. Wacht totdat de wagen stilstaat en geen geluid meer maakt voordat u verdergaat.
  5. Ontgrendel de inktcartridge door de klep op de inktcartridgehouder op te tillen en de klep vervolgens voorzichtig zo ver mogelijk terug te duwen.
  6. Til de inktcartridge op om deze uit de sleuf te verwijderen.
      Afbeelding: De inktcartridge verwijderen.
    1. De klep openen
    2. De klep voorzichtig terug duwen
    3. De inktcartridge optillen
  7. Haal een van de nieuwe inktcartridges uit de verpakking. Raak alleen het zwarte plastic van de inktcartridge aan.
  8. Verwijder de plastic tape van de inktcartridge.
      let op:
    Raak de koperkleurige contactpunten of de spuitmondjes niet aan. Plak de beschermende tape niet terug op de contactpunten. Als u deze onderdelen aanraakt, kan dat leiden tot verstoppingen, inktfouten en slechte elektrische verbindingen.
    Afbeelding: De plastic tape verwijderen
  9. Pak de inktcartridge aan de zijkanten vast, met de inktsproeiers naar de printer gericht. Plaats de inktcartridge vervolgens in de houder.
  10. Sluit het deksel op de inktcartridgehouder om de inktcartridge op zijn plaats te drukken.
      Afbeelding: De inktcartridges plaatsen
    1. De inktcartridge plaatsen
    2. De klep sluiten
    3. De kleurencartridge zit links en de zwarte cartridge rechts
  11. Herhaal indien nodig de voorgaande stappen om de andere inktcartridge te installeren.
  12. Sluit de toegangsklep voor de inktcartridges.
    Nadat u nieuwe inktcartridges hebt geïnstalleerd, drukt de printer automatisch een uitlijningspagina af.
    Afbeelding: De toegangsklep voor inktcartridges sluiten.
  13. Wacht totdat de printer de uitlijningspagina volledig heeft afgedrukt.
    opmerking:
    Voordat u een afdruktaak uitvoert, verlengt de printer automatisch de uitvoerlade. Duw het verlengstuk pas terug in de printer wanneer de afdruktaak voltooid is.
  14. Til de scannerklep omhoog.
  15. Plaats de uitlijningspagina met de afdrukzijde omlaag op de scannerglasplaat. Plaats de pagina met de gedrukte richtlijnen nabij de rand van de glasplaat.
    Afbeelding: De uitlijningspagina op de glasplaat plaatsen
  16. Sluit de scannerklep en raak OK aan.
    De printer lijnt nu de inktcartridges uit.
Probeer de taak nogmaals af te drukken. Ga door naar de volgende stap om de printer te laten nakijken als de afdrukkwaliteit onacceptabel is.

Stap 15: Laat de printer nakijken

Laat uw HP product nakijken of vervangen als het probleem zich blijft voordoen nadat alle voorgaande stappen zijn voltooid.
Ga naar Contact opnemen met HP klantenondersteuning om een productenreparatie of -vervanging te plannen. Als u in Azië/het Pacifisch gebied bent, wordt u doorgestuurd naar een lokaal servicecenter in uw regio.
Ga naar Controle van de garantiestatus van het HP product om uw garantiestatus te bevestigen. Als uw product geen garantie meer heeft, zijn er mogelijk reparatiekosten van toepassing.
opmerking:
Houd een voorbeeldafdruk bij u die het probleem toont. Als de inktcartridges, printkop of de printer binnen de garantieperiode vervangen worden, zal de technisch medewerker om een voorbeeldafdruk vragen. Als de printer teruggestuurd wordt naar HP, dan moet een voorbeeldafdruk met de printer meegestuurd worden. Plaats het voorbeeld in de uitvoerlade wanneer u uw printer inpakt voor verzending.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land/regio: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...