hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

Welkom bij HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP LaserJet Enterprise MFP M630 - De printer instellen (hardware) (dn- en h-modellen)

Dit document legt uit hoe u de fysieke delen van de printer kunt instellen. Voltooi deze stappen voordat u de printersoftware op uw pc installeert.
Als de printerhardware al is geïnstalleerd, raadpleegt u het gedeelte Koppelingen naar de instructies voor software-installatie aan het einde van dit document voor hulp met de software-installatie.
Dit document omvat de volgende stappen om de printer in te stellen:
De printer uitpakken
  1. Kies een plaats voor de printer die voldoet aan de volgende specificaties:
    • Een stevige, goed geventileerde, stofvrije plek uit direct zonlicht
    • Temperatuurbereik: 15 - 30 °C
    • Vochtigheidsbereik: 10% tot 80%
    Zorg ervoor dat er genoeg ruimte om de printer heen is om alle kleppen en laden te kunnen openen.
    Afbeelding : Omgevingsvereisten
  2. Controleer of de inhoud overeenkomt met deze afbeelding.
      let op:
    De printer weegt 51,6 kg. HP adviseert dat vier mensen de printer verplaatsen.
      opmerking:
    HP beveelt het hergebruik van verpakkingsmaterialen te allen tijde aan.
    Afbeelding : Inhoud van de doos
  3. Verwijder de tape en het verpakkingsmateriaal aan de buitenkant van de printer. Open alle kleppen en papierladen en verwijder alle tape, oranje inzetstukken en ander verpakkingsmateriaal uit de printer.
    Afbeelding : De tape en het piepschuim verwijderen
De tonercartridge voorbereiden
  1. Trek aan de ontgrendeling van de bovenklep om de bovenklep te openen.
    Afbeelding : Open de bovenklep.
  2. Verwijder het verpakkingsmateriaal uit de printer.
    Afbeelding : Het verpakkingsmateriaal verwijderen
  3. Trek de tonercartridge aan de handgreep uit het apparaat.
    Afbeelding : De tonercartridge verwijderen
  4. Pak de tonercartridge aan beide zijden vast en kantel de cartridge 5-6 maal heen en weer om de toner te verspreiden.
    Afbeelding : De tonercartridge kantelen
  5. Trek aan het oranje lipje om de tonerverzegeling te verwijderen. Verwijder de verzegeling volledig van de printcartridge.
    Afbeelding : Aan het oranje lipje trekken om de afdichttape te verwijderen
  6. Verwijder het detectievel.
    Afbeelding : Het detectievel verwijderen
  7. Houd de tonercartridge recht voor de sleuf en schuif de cartridge in de printer.
    Afbeelding : Tonercartridge plaatsen
  8. Sluit de bovenste klep.
    Afbeelding : De bovenste klep sluiten
De uitvoerbak bevestigen
  1. Lijn de tabs van de uitvoerbak uit met de uitsparingen aan de linkerzijde van de printer.
    Afbeelding : De uitvoerbak uitlijnen
  2. Draai de uitvoerbak in de juiste positie.
    Afbeelding : Geïnstalleerde uitvoerbak
De netwerkkabel aansluiten (optioneel)
Sluit de netwerkkabel nu aan als u met de printer verbinding wilt maken met een netwerk. Als dit niet het geval is, kunt u deze stap overslaan en gaat u naar het gedeelte Het netsnoer aansluiten en de printer inschakelen in dit document.
  let op:
Sluit nu nog geen USB-kabel aan. Om de printer via een USB-kabel met de pc te verbinden, sluit u deze aan wanneer daarom tijdens de software-installatie wordt gevraagd.
Afbeelding : De netwerkkabel aansluiten
Het netsnoer aansluiten en de printer inschakelen
Afbeelding : Het netsnoer aansluiten en de printer inschakelen
  1. Sluit het netsnoer op de printer aan. Gebruik alleen het bij de printer geleverde netsnoer om schade aan de printer te voorkomen.
  2. Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact.
      let op:
    Controleer of de voedingsbron geschikt is voor het voltage van de printer. U vindt het voltage op het printeretiket. De printer werkt op 100-127 V of 220-240 V wisselstroom en 50/60 Hz.
  3. Zet de printer aan.
    Wacht 60 seconden voordat u doorgaat. Als gedurende deze tijd de printer op een netwerk is aangesloten, zal het netwerk de printer herkennen en een IP-adres of hostnaam toewijzen aan de printer.
  4. Stel op het bedieningspaneel de taal, de datum-/tijdsindeling en de tijdzone in. Wanneer het beginscherm wordt weergegeven, raakt u Begininstellingen aan en schakelt u de basisfuncties van de printer in.
      opmerking:
    Voor geavanceerde instellingen voor een printer die is aangesloten op een netwerk, voert u na voltooiing van de software-installatie het IP-adres van de printer in de adresbalk van een webbrowser in.
Lade 2 vullen
  1. Open de lade.
      opmerking:
    Open de lade niet als deze in gebruik is.
    Afbeelding : Open de lade
  2. Stel de geleiders voor de papierbreedte en -⁠lengte in door de vergrendeling van elk van de geleiders in te drukken en de geleiders op te schuiven tot het formaat van het papier dat u gebruikt.
    Afbeelding : De geleiders verschuiven
  3. Plaats het papier in de lade. Zorg ervoor dat de geleiders de stapel papier net raken zonder dat de stapel gaat opbollen.
      opmerking:
    Plaats niet te veel papier in de lade om storingen te voorkomen. Let erop dat de bovenkant van de stapel niet boven de indicator voor de maximale stapelhoogte uitkomt.
      opmerking:
    Als de lade niet goed wordt ingesteld, kan tijdens het afdrukken een foutbericht verschijnen of kan het papier vastlopen.
    Afbeelding : Papier laden
    Afbeelding : Geleiders instellen zodat deze tegen de kant van het papier zitten
  4. Sluit de lade.
    Afbeelding : Sluit de lade
  5. Een configuratiebericht over de lade wordt op het bedieningspaneel van de printer weergegeven.
  6. Raak de knop OK aan om het gedetecteerde formaat en de gedetecteerde soort te accepteren, of raak de knop Wijzigen aan als u een ander papierformaat of een andere papiersoort wilt kiezen.
  7. Selecteer de juiste papiersoort en het juiste formaat en raak de knop OK aan.
Controleren of de printer werkt
Volg de onderstaande stappen om te controleren of de printer werkt.
  opmerking:
De stappen zijn afhankelijk van het bedieningspaneel.
FutureSmart 3
FutureSmart 4
FutureSmart 3
  1. Om na te gaan of de printer afdrukt, doet u het volgende:
    1. Blader op het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer naar de knop Beheer en raak deze aan.
    2. Open de volgende menu's:
      • Reports (Rapporten)
      • Configuration/Status Pages (Configuratie-/statuspagina's)
    3. Raak het veld Configuration Page (Configuratiepagina) aan om het te selecteren.
    4. Raak de knop Afdrukken aan om de configuratie en de Jetdirect-pagina's af te drukken.
    5. Als de printer op een netwerk is aangesloten, zoekt u het IP-adres op de Jetdirect-pagina.
      • IPv4: Als het IP-adres 0.0.0.0, 192.0.0.192 of 169.254.x.x is, moet u het IP-adres handmatig configureren. Als het IP-adres anders is, dan is de configuratie geslaagd.
      • IPv6: Als het IP-adres begint met 'fe80:', dan moet de printer kunnen afdrukken. Anders moet u het IP-adres handmatig configureren.
      Afbeelding : Jetdirect-pagina
  2. Om de documentinvoer en de kopieerfunctie te testen, doet u het volgende:
    1. Plaats afgedrukte configuratie met de tekst naar boven in de documentinvoer.
    2. Raak vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer de knop Start aan. De printer kopieert en drukt vervolgens een pagina af.
  3. Om de scannerglasplaat en de kopieerfunctie te testen, doet u het volgende:
    1. Plaats de afgedrukte configuratiepagina met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner.
    2. Raak vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer de knop Start aan. De printer kopieert en drukt vervolgens een pagina af.
FutureSmart 4
  1. Om na te gaan of de printer afdrukt, doet u het volgende:
    1. Blader op het beginscherm van het bedieningspaneel naar de knop Rapporten.
    2. Selecteer Configuratie-/statuspagina's.
    3. Selecteer Configuratiepagina.
    4. Selecteer Afdrukken om de configuratie en de Jetdirect-pagina's af te drukken.
    5. Als de printer op een netwerk is aangesloten, zoekt u het IP-adres op de Jetdirect-pagina.
      • IPv4: Als het IP-adres 0.0.0.0, 192.0.0.192 of 169.254.x.x is, moet u het IP-adres handmatig configureren. Als het IP-adres anders is, dan is de configuratie geslaagd.
      • IPv6: Als het IP-adres begint met 'fe80:', dan moet de printer kunnen afdrukken. Anders moet u het IP-adres handmatig configureren.
      Afbeelding : Jetdirect-pagina
  2. Om de documentinvoer en de kopieerfunctie te testen, doet u het volgende:
    1. Plaats afgedrukte configuratie met de tekst naar boven in de documentinvoer.
    2. Raak in het beginscherm van het bedieningspaneel de knop Kopiëren aan. De printer kopieert en drukt vervolgens een pagina af.
  3. Om de scannerglasplaat en de kopieerfunctie te testen, doet u het volgende:
    1. Plaats de afgedrukte configuratiepagina met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner.
    2. Raak in het beginscherm van het bedieningspaneel de knop Kopiëren aan. De printer kopieert en drukt vervolgens een pagina af.
De firmware bijwerken (optioneel maar aanbevolen)
HP geeft regelmatig updates uit voor functies die beschikbaar zijn in de firmware van de printer. Werk de firmware van de printer bij, zodat u gebruik kunt maken van de nieuwste functies.
  opmerking:
Overleg met de netwerkbeheerder alvorens u de firmware van de printer bijwerkt.
Klik hier voor informatie over het bijwerken van de printerfirmware door middel van een USB-flashstation of de geïntegreerde webserver.
Koppelingen naar instructies voor de installatie van software
Nadat u de voorgaande stappen voor de installatie hebt voltooid, installeert u de printersoftware.
Windows: Installeer de printersoftware vanaf de cd. Volg de instructies op het scherm. Raadpleeg het bestand met installatie-instructies op de printer-cd voor meer specifieke installatie-instructies voor de software.
Mac: Mac-computers en mobiele Apple-apparaten worden door deze printer ondersteund. De Mac-printerdriver en het printerhulpprogramma kunnen worden gedownload van hp.com en zijn mogelijk ook beschikbaar via Apple Software Update. De HP Mac-software is niet inbegrepen op de meegeleverde cd. Voer de volgende stappen uit om de Mac-installatiesoftware te downloaden: Ga naar www.hp.com/support/ljMFPM630. Selecteer Ondersteuningsopties. Ga naar Downloadopties en selecteer Stuurprogramma's, software en firmware. Klik op de besturingssysteemversie en vervolgens op de knop Download.
  let op:
Sluit nu nog geen USB-kabel aan. Om de printer via een USB-kabel met de pc te verbinden, sluit u deze aan tijdens de software-installatie.
  opmerking:
De Apple AirPrint-driver is de standaarddriver voor OS X 10.8 Mountain Lion en OS X 10.9 Mavericks. Als u tijdens het toevoegen van een printer de HP-driver met volledige functionaliteit wilt installeren, selecteert u afhankelijk van het model de gewenste HP-driver uit de vervolgkeuzelijst met printers: HP LaserJet MFP M630 of HP LaserJet Flow MFP M630.
Voor instructies betreffende de installatie van software klikt u op de link voor het besturingssysteem van uw pc en de verbindingssoort.
Windows
Mac OS X
Raadpleeg de gebruikershandleiding op de cd van de printer voor informatie over het instellen van de fax en de netwerkscanner.
De installatie is nu voltooid. Als u de printer tijdens de software-installatie niet hebt geregistreerd, gaat u naar www.register.hp.com om alsnog te registreren.
Meer informatie
Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding op de cd van de printer en bezoek de ondersteuningswebsite voor dit product. Raak de knop Help op het bedieningspaneel van de printer aan voor toegang tot Help-onderwerpen.
FutureSmart 3
FutureSmart 4

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land/regio: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...