hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

Welkom bij HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...
  • Informatie
    Informatie aangaande recente kwetsbaarheden

     

    HP is zich bewust van de huidige kwetsbaarheden waarnaar verwezen wordt als "speculative execution side-channel attacks" en welke vele moderne processors (Intel, AMD en ARM) en besturingssystemen aantasten. HP zal bijgewerkte informatie verstrekken op deze ondersteuningssite, zodra die beschikbaar komt.

     

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP printers - Printer is offline (Windows)

Dit document is van toepassing op alle HP-printers en -computers met Windows.
Het statusbericht Offline of Printer offline wordt weergegeven op de computer, en de printer kan niet afdrukken. Een statusbericht Offline geeft aan dat de computer niet kan communiceren met de printer. In sommige netwerkomstandigheden kan de printer onverwacht offline gaan.
Afbeelding : Voorbeelden van berichten over offlinestatus van printer
Voorbeelden van berichten over offlinestatus van printer
Stap 1: HP Print and Scan Doctor gebruiken om de connectiviteit te testen
Als u Windows 8 of 10 hebt kunt u HP Printer and Scan Doctor gebruiken om automatisch verschillende soorten problemen op te lossen die ertoe kunnen leiden dat de printer offline gaat. Als uw computer niet over Windows 8 of 10 beschikt, gaat u verder met de volgende stap.
  1. Download en installeer HP Print and Scan Doctor op de computer waarmee u wilt afdrukken. Wanneer u op deze koppeling klikt, wordt HP Print and Scan Doctor gedownload met behulp van de downloadfunctie van uw internetbrowser.
  2. Nadat u Print and Scan Doctor hebt geopend, volgt u de stappen in de vensters om het probleem op te lossen.
      opmerking:
    Voor Netwerkverbindingen van de printer selecteert u Testafdruk om de verbinding te testen en vervolgens Niet afdrukken nadat de test is voltooid om een oplossing te verkrijgen.
  3. Als de printer nog steeds offline is, gaat u verder met de volgende stap.
Stap 2: De standaardprinter instellen en afdrukken hervatten
Het standaardprinterstuurprogramma kan zijn gewijzigd van het stuurprogramma dat u hebt geïnstalleerd in een ander stuurprogramma, bijvoorbeeld een stuurprogramma Webservices voor apparaten (WSD) met een vergelijkbare naam. Wijzig het standaardprinterstuurprogramma in het oorspronkelijk geïnstalleerde stuurprogramma, en bevestig dat de printer niet is ingesteld voor offline gebruik.
  1. Schakel de printer aan en uit, en controleer of de printer gereed is voor gebruik.
  2. Zoek in Windows naar Apparaten en klik op Apparaten en printers in de lijst met zoekresultaten.
  3. Zoek het pictogram van de printer die u oorspronkelijk hebt geïnstalleerd.
    • Als een kleur of een grijs pictogram wordt weergegeven met een groen vinkje, gaat u verder met de volgende stap.
    • Als een kleur of een grijs pictogram wordt weergegeven zonder een groen vinkje, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram, selecteert u Als standaardprinter instellen en gaat u verder met de volgende stap.
    • Als een kleur en een grijs pictogram wordt weergegeven voor uw printer, klikt u met de rechtermuisknop op het gekleurde pictogram, selecteert u Als standaardprinter instellen en gaat u verder met de volgende stap.
      Afbeelding : De standaardprinter wijzigen van het grijze printerpictogram (offline) in het gekleurde pictogram (online)
      Het grijze pictogram wijzigen in het gekleurde pictogram om als standaardprinter in te stellen
  4. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de standaardprinter en selecteer Afdruktaken weergeven.
    Het venster Afdrukwachtrij wordt geopend.
  5. Klik op Printer. Als er een vinkje wordt weergegeven naast Afdrukken onderbreken en Printer Offline gebruiken, klikt u op elk item om het vinkje te verwijderen.
    Afbeelding : Voorbeeld van de selecties Onderbreken en Printer offline gebruiken
    Afbeelding: Voorbeeld van de selecties Onderbreken en Printer offline gebruiken.
  6. Probeer af te drukken.
    • Als u kunt afdrukken, is de printer weer online. Ga verder met de volgende stap als de printer weer offline gaat als u wilt afdrukken.
    • Als de printer niet afdrukt en offline blijft of met tussenpozen offline gaat, gaat u verder met de volgende stap.
Stap 3: De printer resetten en de status van de verbinding controleren
De verbinding met de computer kan mogelijk worden hersteld door de printer te resetten.
  1. Als de printer is uitgeschakeld, schakelt u de printer in, en controleert u de status van de printer.
    • Als de printer afdruktaken uit de afdrukwachtrij gaat afdrukken, worden de afdruktaken in de wachtrij verwijderd en is de printer online. U hoeft niet verder te gaan met de probleemoplossing.
    • Als de printer naar een inactieve modus gaat na de opstartroutine, is deze mogelijk online.
    • Als de printer op de computer nog steeds als offline wordt vermeld, gaat u verder met deze stappen.
  2. Koppel het netsnoer los van de printer zonder de printer uit te zetten.
  3. Trek het netsnoer van de printer uit de wandcontactdoos.
  4. Wacht minstens 60 seconden. Start de computer opnieuw op en wacht.
  5. Steek de stekker weer in het stopcontact.
  6. Sluit de stekker weer aan op de achterkant van de printer.
  7. Als de printer niet automatisch wordt ingeschakeld, gebruikt u de aan/uit-knop om deze in te schakelen.
  8. Controleer of de printer is aangesloten op de computer of het netwerk.
    • Draadloze netwerkverbinding: Open het menu Draadloos netwerk of Instellingen op de printer om te controleren of het draadloze signaal is ingeschakeld. Controleer of het lampje naast het pictogram Draadloos constant brandt.
    • Bekabelde netwerkverbinding: Controleer of de kabel is aangesloten op de Ethernet-poort van de printer en op een beschikbare poort op de router. Het groene verbindingslampje zou ononderbroken moeten branden en het oranje activiteitslampje zou moeten knipperen.
      Afbeelding : De kabel aansluiten op de printer en op de router
      De Ethernet-kabel aansluiten op de printer en op de router
    • USB-verbinding: Zorg dat de kabel goed is aangesloten op de printer en op een werkende USB-poort op de computer.
  9. Probeer af te drukken.
    • Als u kunt afdrukken, is de printer weer online. Ga verder met de volgende stap als de printer weer offline gaat als u wilt afdrukken.
    • Als de printer niet kan afdrukken en offline blijft, gaat u verder met de volgende stap.
Stap 4: Controleren of de juiste poort is geselecteerd
Als het stuurprogramma de verkeerde communicatiepoort gebruikt, blijft de printer offline omdat de verbinding niet tot stand gebracht kan worden.
  1. Zoek in Windows op 'apparaten' en selecteer Apparaten en printers in de lijst met zoekresultaten.
    Het venster Apparaten en printers wordt geopend.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de naam van uw printer en selecteer Eigenschappen van printer.
    Het venster Eigenschappen wordt geopend.
  3. Klik op het tabblad Poorten, en zoekt u de naam van de printer in de kolom Printers.
    • Als de printer een USB-verbinding gebruikt, zorg er dan voor dat de poortnaam of beschrijving USB of DOT4 bevat
    • Als de printer een netwerkverbinding gebruikt, controleer dan of de poortnaam of beschrijving WSD-poort, netwerkpoort, Standaard TCP/IP-poort of Standaard HP TCP/IP-poort bevat.
      Afbeelding : Voorbeeld van de geselecteerde WSD-poort voor een draadloze verbinding
      Voorbeeld van de geselecteerde WSD-poort voor een draadloze verbinding
  4. Selecteer het juiste poorttype als de selectie niet overeen komt met de huidige verbinding die door de printer wordt gebruikt.
Als de problemen aanhouden, gaat u naar de volgende stap.
Stap 5: De printerfirmware bijwerken
HP geeft regelmatig printerupdates vrij. Het bijwerken van de printerfirmware kan het probleem mogelijk oplossen. Ga naar Firmware op de printer bijwerken voor meer informatie.
Als de problemen aanhouden, gaat u naar de volgende stap.
Stap 6: Een handmatige verbinding maken (alleen netwerkverbindingen)
Als de printer een USB-verbinding gebruikt, gaat u naar het gedeelte Andere mogelijke oplossingen in dit document.
Een handmatige verbinding met een IP-adres, is een directere methode om met de printer te communiceren, waardoor de printer minder snel offline zal gaan.
  opmerking:
Voor deze stappen is het vereist dat uw printer al is ingesteld op uw netwerk. Als uw printer nooit goed heeft afgedrukt via uw netwerk, controleert u eerst of deze is ingesteld op het netwerk. Hiervoor installeert u de printersoftware van HP met de volledige functionaliteit of gebruikt u de wizard Draadloos instellen vanaf het bedieningspaneel van de printer. Voor meer ondersteuning raadpleegt u de gebruikershandleiding, zoekt u op de website van HP, of gebruikt u de wizard Draadloos instellen vanaf het bedieningspaneel, indien beschikbaar.
  1. Druk een netwerkconfiguratierapport of een testrapport voor het draadloze netwerk af op uw printer.
    • Als uw printer een bedieningspaneel met een scherm heeft, drukt u het rapport af via de netwerkinstellingen of het menu Netwerkinstellingen.
    • Als uw printer geen scherm heeft, drukt u het rapport af met behulp van de knoppen op het bedieningspaneel van de printer. Bij veel HP printers doet u dit door de knop Annuleren ingedrukt te houden of via een combinatie van enkele knoppen op het bedieningspaneel totdat er een rapport wordt afgedrukt. Voor meer informatie over het afdrukken van een rapport voor uw printermodel, raadpleegt u gebruikershandleiding of zoekt u op de website van HP naar netwerkconfiguratierapport en het HP printermodel.
  2. Kijk op het rapport naar de netwerkstatus voor het type netwerkverbinding (bekabeld of draadloos).
    Afbeelding : Voorbeeld van de status van een correct aangesloten draadloos netwerk
    Afbeelding: Voorbeeld van de status van een aangesloten draadloos netwerk.
    • Als de status 'Verbonden' is, gaat u verder met deze stappen.
    • Als de status anders is dan 'Verbonden', zoals 'Uit' of 'Uitgeschakeld', dan is de printer is losgekoppeld van uw netwerk. Dit is de reden dat uw printer offline is. Voordat u verdergaat, moet u de printer verbinden met het netwerk. Voor meer informatie over het instellen van een verbinding met het netwerk, raadpleegt u de gebruikershandleiding of zoekt u op de website van HP naar het printermodel en het draadloze of bekabelde netwerk, of gebruikt u de wizard Draadloos instellen vanaf het bedieningspaneel van de printer, indien beschikbaar.
  3. Zoek in het rapport het IP-adres, subnetmasker en de Standaardgateway voor uw type actieve (aangesloten) netwerkverbinding. Als uw rapport gescheiden nummers heeft voor IPv4 en IPv6, gebruikt u de nummers die in de sectie IPv4 staan.
  4. Zoek vanaf een computer die is verbonden met uw netwerk de URL(s) voor de geïntegreerde webserver (EWS) in het rapport en voer de URL in uw internetbrowser in. Als de webpagina leeg is, gebruik dan een andere internetbrowser.
    Afbeelding : Voorbeeld van de URL van de EWS
    Voorbeeld van de URL van de EWS
  5. Klik op het tabblad Netwerk of Netwerken en open de sectie of de pagina voor uw netwerktype: bekabeld of draadloos.
  6. Klik op Handmatig IP.
    • Als u een knop 'Een handmatig IP-adres voorstellen' ziet, klikt u op Handmatig IP-adres en de handmatige IP-adressen worden automatisch voor u ingevuld.
    • Als de pagina geen knop heeft om een handmatig IP-adres voor te stellen, typt u het IP-adres, subnetmasker en de standaardgateway in aan de hand van de nummers in het rapport dat u hebt afgedrukt.
    Afbeelding : Voorbeeld van het instellen van een handmatige IP-configuratie
     Geïntegreerde webserver op pagina Netwerk met handmatig geselecteerd IP-adres
  7. Noteer deze nieuwe getallen op een stuk papier. Mogelijk hebt u deze later nodig bij het toevoegen van een tweede printer.
  8. Klik op Toepassen en wacht totdat de wijzigingen zijn bevestigd.
Ga verder met de volgende stap.
Stap 7: Een tweede printer toevoegen aan Windows (alleen netwerkverbindingen)
Nadat u een handmatig IP-adres hebt ingesteld voor de printer, voegt u een printerpoort toe aan Windows die overeenkomt met dit nieuwe IP-adres.
  1. Zoek in Windows op 'apparaten' en selecteer Apparaten en printers in de lijst met zoekresultaten.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de naam van uw printer en selecteer Eigenschappen van printer.
    Het venster Eigenschappen wordt geopend.
  3. Klik op het tabblad Poorten en klik op Poort toevoegen.
  4. Klik op Standaard TCP/IP-poort en klik vervolgens op Nieuwe poort.
    Afbeelding : Een nieuwe TCP/IP-poort maken
     Venster Printerpoorten met standaard TCP/IP-poort geselecteerd en de knop Nieuwe poort gemarkeerd
  5. Typ het IP-adres van de printer dat u eerder hebt genoteerd, en klik op Volgende.
  6. Selecteer de nieuwe standaard TCP/IP-poort in de lijst en klik op OK.
      opmerking:
    Er wordt mogelijk een tweede printerapparaat weergegeven in de lijst met apparaten. Verwijder geen van de printerapparaten. Laat beide printerapparaten staan.
  7. Probeer af te drukken, te scannen (als de printer een scanner heeft), en de HP printersoftware te openen.
    • Als de printer kan afdrukken en er geen problemen optreden tijdens het scannen of het openen van de HP printersoftware, kunt u stoppen met de probleemoplossing.
    • Als de problemen aanhouden, gaat u naar de volgende stap.
Stap 8: De printer toevoegen met behulp van HP Printer Assistant
Verwijder de printers en installeer het apparaat opnieuw met behulp van de HP printersoftware.
  1. Klik met de rechtermuisknop in het venster 'Apparaten en printers' op een van de pictogrammen van de HP printer, en klik op Apparaat verwijderen.
  2. Als er een pictogram van een tweede printer wordt weergegeven, klikt u hierop met de rechter muisknop en klikt u op Apparaat verwijderen.
    Er moeten geen apparaten worden vermeld voor uw printer.
  3. Open HP Printer Assistant. Zoek in Windows naar uw printernaam, en klik hierop in de lijst met resultaten.
    HP Printer Assistant wordt geopend.
  4. Lees en reageer op de schermen om een nieuwe printer toe te voegen.
  5. Klik met de rechtermuisknop in het venster 'Apparaten en printers' op de naam van de printer en selecteer Eigenschappen van printer.
    Het venster Eigenschappen wordt geopend.
  6. Klik op het tabblad Poorten en selecteer de standaard poort die u eerder hebt gemaakt.
    Er wordt een tweede printer weergegeven in de lijst met apparaten.
  7. Probeer af te drukken, te scannen (als de printer een scanner heeft), en de HP printersoftware te openen.
    • Als de printer kan afdrukken en er geen problemen optreden tijdens het scannen of het openen van de HP printersoftware, kunt u stoppen met de probleemoplossing.
    • Als de problemen aanhouden, gaat u naar de volgende stap.
Stap 9: Andere dingen die u kunt proberen
Als het probleem niet is opgelost met de vorige stappen voor het oplossen van problemen, probeert u deze mogelijke oplossingen, afhankelijk van het verbindingstype dat u gebruikt.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...