hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

Welkom bij HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP Latex 3000 Printer Series - Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen

Algemeen advies
De HP Latex 3000-printer is ontworpen en gekwalificeerd volgens de hoogste standaard om een optimale combinatie tussen printkwaliteit en productiviteit te leveren. Afdrukken voor buitengebruik worden minder gehinderd door zichtbare defecten omdat deze op afstand worden bekeken. Voor gebruik op kortere afstand, zoals binnenreclame, moeten defecten minder zichtbaar zijn. Onderstaande tabel toont grofweg de correcte afstanden voor het bekijken van defecten om te beslissen of deze acceptabel zijn.
Afdrukmodus
m²/u
(ft²/u)
Uitvoer bekijken op...
4 pass (buitenshuis)
98
1050
> 3m
6 pass (binnenshuis)
77
828
1 tot 3 m
U wordt aangeraden om de aanvaardbaarheid van een defect te bepalen volgens deze tabel voordat u het diagnosticeert om ervoor te zorgen dat de geselecteerde afdrukmodus het meest geschikt is voor het doeleinde van de taak. Verhoog het aantal passages naar 8 voor grotere hoeveelheden inkt indien nodig en/of het gebruik van moeilijke afdrukmaterialen vanwege langere drogings- en hardingstijd. Afdrukmodi met meer passages zijn beter resistent tegen streepvorming. Volg deze aanbevelingen op:
  • Raak het substraat niet aan wanneer er wordt afgedrukt.
  • Beoordeel de afdrukkwaliteit als de afdruk volledig uit de printer is gekomen. In sommige gevallen kunnen defecten die zichtbaar zijn tijdens het afdrukken verdwijnen nadat de afbeelding volledig is gehard.
  • Controleer of de omgevingsomstandigheden (kamertemperatuur en vochtigheid) binnen het aanbevolen bereik liggen. Zie MilieuspecificatiesMilieuspecificaties.
Controleer eerst het volgende voordat u overgaat met probleemoplossing:
  • Voor de beste printerprestaties mag u alleen originele benodigdheden en accessoires van HP gebruiken, waarvan de betrouwbaarheid en prestaties grondig zijn getest voor probleemloos afdrukken en de hoogst mogelijke kwaliteit.
  • Controleer of het substraattype dat u hebt geselecteerd in de Internal Print Server, hetzelfde is als het substraattype dat in de printer is geladen.
      let op:
    Wanneer het verkeerde substraattype is geselecteerd, kan de afdrukkwaliteit slecht zijn, kunnen kleuren verkeerd worden afgedrukt en kunnen de printkoppen mogelijk beschadigen.
  • Controleer of u de rechterzijde van het substraat bedrukt.
  • Controleer of u de juiste substraatvoorinstelling in de RIP-software gebruikt, inclusief het ICC-profiel voor uw substraat en afdrukmodus.
  • Controleer of er uitstaande printermeldingen in de Internal Print Server staan. Reageer op de melding zoals in deze handleiding is beschreven.
Met name:
  • Controleer of het substraat vlak en kreukvrij is. Zie Problemen met substraat oplossenProblemen met substraat oplossen.
  • Controleer of het substraat geen scheeftrekking of telescoopeffecten heeft. Controleer of u het substraat volgens het juiste proces laadt. Zie Rollen in de printer ladenRollen in de printer laden.
  • Voor problemen met de kleurconsistentie controleert u of de kleurkalibratie is uitgevoerd wanneer het substraat is toegevoegd aan de Internal Print Server. Zie Een nieuw substraat gebruikenEen nieuw substraat gebruiken.
  • Zorg ervoor dat het ook in de huidige omstandigheden is uitgevoerd, met name vanwege de substraatbatch en printkoppen. Zie KleurkalibratieKleurkalibratie.
Basis en geavanceerde probleemoplossing
De probleemoplossingsprocessen voor afdrukkwaliteit is hier voor het gemak in twee niveaus gesplitst: basis en geavanceerd.
  • Basisprobleemoplossing kan het merendeel van de typische afdrukkwaliteitsproblemen oplossen gerelateerd aan streepvorming, korreligheid en uitlijning printkoppen.
  • Geavanceerde probleemoplossing helpt voor het oplossen van de bovenstaande problemen wanneer de basisstappen niet werkte, maar het helpt ook met andere mogelijke afdrukkwaliteitsproblemen zoals diagnose en resolutie.
Basisprobleemoplossing afdrukkwaliteit
  1. Bepaal het probleem. Deze basisprocedure is alleen van toepassing op de volgende problemen:
    • Horizontale strepen
    • Korreligheid
    • Verkeerde kleuruitlijning
      • Onscherpe lijnen, randen en tekst, horizontaal en verticaal
      • Schaduw van een andere kleur rondom gekleurde lijnen en bij de randen van gekleurde gebieden of tekst
      • Inktuitvloeien, wicking of een andere glans bij de randen van de gekleurde gebieden
  2. Voer de acties uit die in de volgende tabel zijn beschreven.
Defect
Printkop controleren en reinigen
Controleren substraatdoorvoersensor
Printkoppen uitlijnen
Mogelijke oorzaken (alleen voor referentie)
Streepvorming
X
X
  • Geblokkeerde sproeiers
  • Nauwkeurigheid substraatdoorvoer
Geïsoleerde strepen (meestal van verschillende structuur of korrel)
X
  • Nauwkeurigheid substraatdoorvoer en bestuurbaarheid
Korreligheid
X
X
  • Nauwkeurigheid substraatdoorvoer
  • Kleuruitlijning
Onscherpe randen of tekstlijnen, horizontaal
X
X
  • Nauwkeurigheid substraatdoorvoer
  • Kleuruitlijning
Onscherpe randen of tekstlijnen, verticaal
X
  • Kleuruitlijning
Kleurenschaduw op objecten (bijv. magenta onder een blauwe lijn)
X
  • Kleuruitlijning
Inktuitvloeien, wicking of een andere glans bij de randen van de gekleurde gebieden
X
  • Optimalisatie-uitlijning
Printkop controleren en reinigen
Zie Controleer en reinig de printkoppenControleer en reinig de printkoppen. Het controle- en reinigingsproces zal de printkoppen reinigen, de geblokkeerde sproeiers herstellen en die sproeiers vervangen die niet zijn hersteld met gezonde sproeiers, voor het afdrukken.
Controleren substraatdoorvoersensor
Voer de OMAS diagnostische test van het venster HP Print Care uit.
  opmerking:
OMAS staat voor Optical Media Advance Sensor (Optische mediadoorvoersensor), in deze handleiding ook wel de substraatdoorvoersensor genoemd.
Deze test geeft aan of de substraatdoorvoersensor correct werkt of niet (vies of beschadigd is).
Maak de substraatdoorvoersensor schoon indien deze vies is. Zie De substraatdoorvoersensor reinigenDe substraatdoorvoersensor reinigen.
Zelfs als de sensor goed werkt, is het substraat mogelijk niet bestuurbaar. Dit betekent dat de substraatdoorvoersensor het niet goed kan zien (bijv. bij transparante substraten of substraten met een erg zachte achterkant). In dat geval zal de substraatdoorvoersensor zichzelf automatisch uitschakelen. U wordt aangeraden om de substraatdoorvoercompensatie aan te passen: zie SubstraatdoorvoercompensatieSubstraatdoorvoercompensatie.
Om de beste resultaten te behalen, is het reinigen van de substraatdoorvoersensor opgenomen in het wekelijkse onderhoud van de printer.
Printkoppen uitlijnen
Voer een handmatige printkopuitlijning uit. Zie Handmatig uitlijnenHandmatig uitlijnen.
Het resultaat van de uitlijning kan worden geverifieerd met de diagnostische plot van de printkopuitlijning. Zie Diagnostische plot voor printkopuitlijningDiagnostische plot voor printkopuitlijning.
Geavanceerde probleemoplossing afdrukkwaliteit
Als de basisprobleemoplossing afdrukkwaliteit het probleem niet oplost, dan zijn er hier een aantal andere procedures die u kunt proberen.
Eén van de meest belangrijke stappen in de probleemoplossing afdrukkwaliteit is om ervoor te zorgen dat de printkoppen gezond zijn. Zie Probleemoplossing gezondheid printkopProbleemoplossing gezondheid printkop.
Probleemoplossing artefacten afdrukkwaliteit
Horizontale strepen
Horizontale spreken betekent dat uw afdruk horizontale strepen of lijnen heeft, in een regelmatig patroon. Ze kunnen er verschillend uitzien, afhankelijk van de oorzaak.
Dunne donkere lijnen
Dit zijn dunne donkere lijnen in de gehele afbeelding met een bepaalde frequentie die gemakkelijker te zien zijn in gebieden met effen opvulling. Er zijn twee potentiële oorzaken:
  • Substraatdoorvoer. Als de substraatdoorvoer niet goed is aangepast, met name indien het niet goed doorvoert, dan verschijnt er een donkere lijn tussen de passages.
    Een duidelijk symptoom hiervan is wanneer deze donkere lijnen in alle kleuren voorkomen, omdat het een algemene oorzaak heeft die in alle kleuren verankerd is. Om dit te bevestigen, selecteert u in de Internal Print Server Printer > Advance Calibration (Doorvoer kalibreren) om de substraatdoorvoer te controleren. Zie Testprint voor substraatdoorvoerTestprint voor substraatdoorvoer.
    U kunt dit probleem gewoonlijk corrigeren door de substraatdoorvoercompensatie aan te passen (zie SubstraatdoorvoercompensatieSubstraatdoorvoercompensatie). U wordt echter aangeraden om een OMAS diagnostische test uit het Print Care-venster uit te voeren zodra het substraat is verwijderd, om te voorkomen dat u hetzelfde probleem ondervindt met andere substraten. Zie De substraatdoorvoersensor reinigenDe substraatdoorvoersensor reinigen.
    Probeer de spannings- en vacuüminstellingen aan te passen volgens onderstaande tabel, stap voor stap (a t/m c), totdat u instellingen vindt die werken.
  • Uitlijning printkoppen. Dit kan een duidelijke bijdrage leveren aan strepen. Als printkoppen niet juist zijn uitgelijnd, kunnen verkeerd geplaatste stippen direct invloed hebben op de weergave van strepen. Doordat er meer inkt op dezelfde plek komt, worden er donkere lijnen gemaakt.
    Om de printkopuitlijning te controleren, drukt u de diagnostische plot van printkopuitlijning af (zie Diagnostische plot voor printkopuitlijningDiagnostische plot voor printkopuitlijning). In het algemeen worden de strepen van dunne donkere lijnen veroorzaakt door de volgende printkopuitlijningen (in onderstaande volgorde):
    • Intra-kleuruitlijning (uitlijning tussen twee printkoppen van dezelfde kleur)
    • Inter-kleuruitlijning (uitlijning tussen verschillende kleuren)
    Een aantal tips om dit probleem op te lossen:
    • Als de printkopuitlijning is uitgevoerd met een andere substraat met een andere dikte, is een nieuwe printkopuitlijning waarschijnlijk nodig.
    • Als het probleem voortkomt uit een automatische printkopuitlijning, dan kunt u handmatige uitlijning proberen voor betere controle over het uitlijningsproces.
    • Als het probleem voortkomt uit een handmatige uitlijning, dan kunt u de uitlijning afstemmen door de afwijkingen in de diagnostische plot van de printkopuitlijning op te sporen. Zie Handmatig uitlijnenHandmatig uitlijnen.
Dunne witte lijnen
Dit zijn dunne witte/lichte lijnen in de gehele afbeelding met regelmatige intervallen, die gemakkelijker te zien zijn in gebieden met effen opvulling.
Er zijn drie potentiële oorzaken:
  • Verstopping sproeier. Een printkopsproeier kan tijdelijk afgesloten zijn door vezels of vuil in de inktdoorlaat. Niet alle inkt wordt dan gesproeid en er verschijnt een lichtere horizontale streep. Soms verschijnt er een grotere druppel van opgehoopte inkt aan het einde van deze lichte dunne lijn. Dit betekent dat de doorlaat weer vrij is. Zie Probleemoplossing gezondheid printkopProbleemoplossing gezondheid printkop.
  • Substraatdoorvoer. Als de substraatdoorvoer niet goed is aangepast, met name indien het te snel doorvoert, dan verschijnt er een lichte lijn tussen de passages.
    Een duidelijk symptoom hiervan is wanneer deze witte lijnen in alle kleuren voorkomen, omdat het een algemene oorzaak heeft die in alle kleuren verankerd is. Om dit te bevestigen, selecteert u in de Internal Print Server Printer > Advance Calibration (Doorvoer kalibreren) om de substraatdoorvoer te controleren. Zie Testprint voor substraatdoorvoerTestprint voor substraatdoorvoer.
    U kunt dit probleem gewoonlijk corrigeren door de substraatdoorvoercompensatie aan te passen (zie SubstraatdoorvoercompensatieSubstraatdoorvoercompensatie). U wordt echter aangeraden om een OMAS diagnostische test uit het Print Care-venster uit te voeren zodra het substraat is verwijderd, om te voorkomen dat u hetzelfde probleem ondervindt met andere substraten. Zie De substraatdoorvoersensor reinigenDe substraatdoorvoersensor reinigen.
    Probeer de spannings- en vacuüminstellingen aan te passen volgens onderstaande tabel, stap voor stap (a t/m c), totdat u instellingen vindt die werken.
  • Uitlijning printkoppen. Dit kan een duidelijke bijdrage leveren aan strepen. Als printkoppen niet juist zijn uitgelijnd, kunnen verkeerd geplaatste stippen direct invloed hebben op de weergave van strepen, door lichtere strepen te maken op de plek waar inkt zou moeten komen.
    Om de printkopuitlijning te controleren, drukt u de diagnostische plot van printkopuitlijning af (zie Diagnostische plot voor printkopuitlijningDiagnostische plot voor printkopuitlijning). In het algemeen worden de strepen van dunne witte lijnen veroorzaakt door de volgende printkopuitlijningen (in onderstaande volgorde):
    • Intra-kleuruitlijning (uitlijning tussen twee printkoppen van dezelfde kleur)
    • Inter-kleuruitlijning (uitlijning tussen verschillende kleuren)
    Een aantal tips om dit probleem op te lossen:
    • Als de printkopuitlijning is uitgevoerd met een andere substraat met een andere dikte, is een nieuwe printkopuitlijning waarschijnlijk nodig.
    • Als het probleem voortkomt uit een automatische printkopuitlijning, dan kunt u handmatige uitlijning proberen voor betere controle over het uitlijningsproces.
    • Als het probleem voortkomt uit een handmatige uitlijning, dan kunt u de uitlijning afstemmen door de afwijkingen in de diagnostische plot van de printkopuitlijning op te sporen. Zie Handmatig uitlijnenHandmatig uitlijnen.
Strepen van lichte en donkere zones
Dit zijn regelmatige horizontale strepen bestaande uit een lichtere streep en een daaropvolgende donkere streep. Dit patroon wordt het meest waargenomen in kleurgebieden met effen opvulling (zoals lichtpaars of grijs).
Er zijn drie potentiële oorzaken:
  • Samensmelting. Dit wordt veroorzaakt door een overmatige hoeveelheid inkt, en het verkeerd plaatsen van de inkt wanneer het op het substraat wordt afgezet, waardoor strepen met meer inkt dan andere strepen worden gemaakt. Dit kan ook worden veroorzaakt doordat er te veel inkt in korte tijd wordt gesproeid. Samensmelting wordt het meest waargenomen in gebieden met hoge inktdichtheid.
    Een aantal tips om dit probleem op te lossen:
    • Gebruikt lagere inktdichtheid.
    • Verhoog het aantal passages.
    • Verander het type masker (groot/klein).
  • Substraatdoorvoer. Wanneer de substraatdoorvoer niet correct is, kunnen er een aantal lichte en donkere horizontale strepen verschijnen door verkeerd geplaatste inkt.
    Om dit te bevestigen, selecteert u in de Internal Print Server Printer > Advance Calibration (Doorvoer kalibreren) om de substraatdoorvoer te controleren. Zie Testprint voor substraatdoorvoerTestprint voor substraatdoorvoer.
    U kunt dit probleem gewoonlijk corrigeren door de substraatdoorvoercompensatie aan te passen (zie SubstraatdoorvoercompensatieSubstraatdoorvoercompensatie). U wordt echter aangeraden om een OMAS diagnostische test uit het Print Care-venster uit te voeren zodra het substraat is verwijderd, om te voorkomen dat u hetzelfde probleem ondervindt met andere substraten. Zie De substraatdoorvoersensor reinigenDe substraatdoorvoersensor reinigen.
    Probeer de spannings- en vacuüminstellingen aan te passen volgens onderstaande tabel, stap voor stap (a t/m c), totdat u instellingen vindt die werken.
  • Uitlijning printkoppen. Dit kan een duidelijke bijdrage leveren aan strepen. Als printkoppen niet juist zijn uitgelijnd, kunnen verkeerd geplaatste stippen direct invloed hebben op de weergave van strepen.
    Om de printkopuitlijning te controleren, drukt u de diagnostische plot van printkopuitlijning af (zie Diagnostische plot voor printkopuitlijningDiagnostische plot voor printkopuitlijning). In het algemeen worden de strepen van lichte en donkere lijnen veroorzaakt door de volgende printkopuitlijningen (in onderstaande volgorde):
    • Bidirectionele uitlijning
    • Intra-kleuruitlijning (uitlijning tussen twee printkoppen van dezelfde kleur)
    • Inter-kleuruitlijning (uitlijning tussen verschillende kleuren)
    Een aantal tips om dit probleem op te lossen:
    • Als de printkopuitlijning is uitgevoerd met een andere substraat met een andere dikte, is een nieuwe printkopuitlijning waarschijnlijk nodig.
    • Als het probleem voortkomt uit een automatische printkopuitlijning, dan kunt u handmatige uitlijning proberen voor betere controle over het uitlijningsproces.
    • Als het probleem voortkomt uit een handmatige uitlijning, dan kunt u de uitlijning afstemmen door de afwijkingen in de diagnostische plot van de printkopuitlijning op te sporen. Zie Handmatig uitlijnenHandmatig uitlijnen.
Glanzende strepen
Dit verschijnt als horizontale glanzende of matte strepen van ongeveer 1 cm breed in donkere gebieden met hoge dichtheid. Dit komt mogelijk doordat de instellingen van het hardingssysteem niet goed voor het substraat zijn afgesteld.
Als de strepen zichtbaarder worden bij het kantelen van de afdruk of bij wijziging van de weergavepositie, dan zijn het waarschijnlijk glanzende strepen.
Controleer uw hardingsinstellingen (luchtstroom, hardingstemperatuur) om het probleem op te lossen. U kunt ook een andere afdrukmodus proberen.
Aero-wormen
Dit bestaat uit dunne strepen met hogere dichtheid dan het gebied eromheen. De strepen zijn ongeveer 6 cm lang en gaan in horizontale richting, maar hebben de neiging tot krullen zoals wormen. Ze hebben geen continu patroon op het substraat, maar lijken willekeurig te verschijnen.
Als de inkt wordt gesproeid, dan kunnen de luchtstromen onder de wagen de positie van de druppels beïnvloeden. Hierdoor worden mogelijk een aantal golven inkt gevormd die op het substraat terechtkomen waardoor dit effect ontstaat.
Een aantal tips om dit probleem op te lossen:
  • Verhoog het aantal passages.
  • Verminder de inktdichtheid.
  • Controleer de ruimte tussen de printkop en de ribben in de Internal Print Server. Verminder de ruimte als deze groter dan normaal is.
  • Controleer of de aerosolfilters niet verzadigd of kapot zijn (zie De aerosolfilters vervangenDe aerosolfilters vervangen).
Verticale strepen
Verticale spreken betekent dat uw afdruk verticale strepen of lijnen heeft, in een regelmatig patroon.
Microstrepen
Dit bestaat uit verticale lijnen van minder dan 2 mm breed, met een hoge frequentie, die in een aantal gebieden met opvulling verschijnen. Ze zijn vaak nauwelijks zichtbaar.
Microstrepen wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een defecte printkop. Druk de diagnostische plot van de printkopuitlijning af (zie Diagnostische plot voor printkopuitlijningDiagnostische plot voor printkopuitlijning) om de verantwoordelijke printkop te vinden en deze te vervangen.
Brede strepen
Een klein aantal brede strepen wordt weergegeven (zoals golven), met een frequentie van ongeveer 2,6 cm tot ongeveer 5 tot 10 cm, wanneer u grote gebieden met opvulling van dezelfde kleur afdrukt. Mogelijk ziet u in de strepen een afwijking in korreligheid.
Sommige substraten vertonen golfachtig gedrag op de plaat, conform de vorm van de ribben van de plaat. Dit wordt rimpel genoemd. Als het effect aanzienlijk is, dan kan het de plaatsing van de inkt op het substraat beïnvloeden. In sommige gevallen verschijnt het alleen op sommige delen van de afdruk, en wordt het mogelijk veroorzaakt door rimpels in het substraat.
Een aantal tips om dit probleem op te lossen:
  • Verlaag de drogingstemperatuur.
  • Verlaag de hardingstemperatuur.
  • Verander van 4 naar 6 kleuren.
  • Indien de strepen op ongeveer 4 cm afstand van elkaar zijn, probeer dan de spannings- en vacuüminstellingen aan te passen volgens onderstaande tabel, stap voor stap (a t/m c), totdat u instellingen vindt die werken.
  • Controleer de ruimte tussen de printkop en de ribben in de Internal Print Server. Verminder de ruimte als deze groter dan normaal is.
Verkeerde kleuruitlijning
Kleuren verschijnen niet goed uitgelijnd. Gewoonlijk worden lijnen en tekst het meest beïnvloed door dit probleem.
Het kan in beide assen plaatsvinden: de substraatas en de scanas.
Verkeerde kleuruitlijning wordt met name veroorzaakt door verkeerde uitlijning van de printkop. Om de printkopuitlijning te controleren, drukt u de diagnostische plot van printkopuitlijning af (zie Diagnostische plot voor printkopuitlijningDiagnostische plot voor printkopuitlijning).
Als het probleem voortkomt uit een automatische printkopuitlijning, dan kunt u handmatige uitlijning proberen voor betere controle over het uitlijningsproces.
Uitvloeiing, schaduw, wicking
Soms kan er een kleine kleurverschuiving worden waargenomen op de grens van twee verschillende kleuren (uitvloeiing). Het kan ook voorkomen op de grens tussen een kleuren en lege substraat (geen inkt), waardoor de scherpte van de vorm vermindert. Op sommige substraten kan een glanzende schaduw worden waargenomen op de grens tussen kleuren.
Er zijn drie potentiële oorzaken:
  • Optimalisatie-uitlijning: Mogelijk is er een verkeerde uitlijning tussen de optimalisatieprintkop en de andere printkoppen. Om de printkopuitlijning te controleren, drukt u de diagnostische plot van printkopuitlijning af (zie Diagnostische plot voor printkopuitlijningDiagnostische plot voor printkopuitlijning). Voer indien nodig een handmatige uitlijning uit en druk de diagnostische plot van de printkopuitlijning opnieuw af.
    Als het probleem zich voordoet in de richting van de substraatas, dan wordt het mogelijk ook veroorzaakt door onjuiste substraatdoorvoer. Zie Testprint voor substraatdoorvoerTestprint voor substraatdoorvoer en SubstraatdoorvoercompensatieSubstraatdoorvoercompensatie.
  • Optimalisatieniveau dat mogelijk te laag is voor het substraat en de inktdichtheid. Er kunnen ook andere gerelateerde defecten waargenomen worden, zoals samensmelting of korrels in de gebieden met opvulling als gevolg van lichte bevochtiging van de inkt op het substraat. U kunt dit probleem oplossen door het optimalisatiepercentage van de voorinstelling van het substraat te verhogen.
  • Drogingsvermogen is mogelijk te laan voor dit substraat en deze inktdichtheid. Er kunnen ook andere gerelateerde defecten waargenomen worden, zoals samensmelting of korrels in de gebieden met opvulling als gevolg van lichte bevochtiging van de inkt op het substraat. U kunt dit probleem corrigeren door de percentages drogingsvermogen van de voorste/navolgende te verhogen in de voorinstelling van het substraat.
Lichte glans, waas
Op glanzende substraten heeft de afdruk mogelijk lichtere glans dan verwacht. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het optimalisatieniveau. Probeer het optimalisatiepercentage in de voorinstelling van het substraat te verhogen en verlagen om dit probleem te onderzoeken en op te lossen.
Nauwkeurigheid van kleuren
Idealiter komen de kleuren op het scherm overeen met de kleuren van de afdruk. In werkelijkheid kunt u ervaren dat de kleuren niet voldoende accuraat zijn. Er zijn drie mogelijke oorzaken:
  • Kleurkalibratie zorgt voor consistente kleuren, maar consistente kleuren zijn niet noodzakelijkerwijs nauwkeurig. Als de combinatie tussen substraat en printkoppen onlangs niet (of nog nooit) zijn gekalibreerd, dan is dat een mogelijke oorzaak voor de onnauwkeurigheid van kleuren. U kunt deze mogelijkheid uitschakelen door een kleurkalibratie uit te voeren (zie KleurkalibratieKleurkalibratie).
  • ICC-profiel. Wanneer u het verkeerde profiel gebruikt, zijn uw kleuren waarschijnlijk onnauwkeurig. Controleer het profiel dat u gebruikt. Indien nodig kunt u uw eigen ICC-profiel maken voor de printer, printkoppen, afdrukmodus en substraten die u gebruikt,
  • Inkdichtheid die kleurverzadiging beïnvloedt. Als de kleurverzadiging van uw afdruk niet juist lijkt, probeer de inktdichtheid dan te veranderen in de voorinstelling van het substraat; mogelijk moet u gelijktijdig het aantal passages veranderen.
Plaatselijke kleurvariaties
Het komt soms bij de randen van gebiedopvullingen voor dat een aantal inktdruppels ontbreekt of iets donkerder lijkt, waardoor er een plaatselijke kleurvariatie ontstaat.
Deze defecten worden veroorzaakt doordat printkoppen van de ene kant naar de andere kant bewegen zonder afdrukken.
  • In elke passage ontbreken de eerste 1 of 2 druppels, of minder, van een kleur.
  • In elke passage zijn de eerste 1 of 2 druppels van een kleur donkerder omdat ze meer geconcentreerd zijn met pigment.
Om deze defecten op te lossen, plaatst u een lekbak aan iedere kant van de afbeelding, zodat de sproeiers ververst zijn voordat ze een passage afdrukken. U kunt indien mogelijk de afbeelding ook draaien om situaties zoals in het voorbeeld te voorkomen.
Kleurvariaties bij tegelfunctie
In de tegelfunctie is het belangrijk dat alle tegels dezelfde lengte hebben en dat de kleuren van de gekoppelde tegels met elkaar overeenkomen. Dit gedeelte gaat over kleurvariaties; zie voor aanbevelingen over lengteconsistentie Betere consistentie realiseren tussen taken van dezelfde lengteBetere consistentie realiseren tussen taken van dezelfde lengte.
Mogelijke oorzaken
  • Uniforme variaties op tegels. Als kleuren uniform veranderen dan ligt de oorzaak binnen de specificatie van de kleurconsistentie; zie KleurconsistentieKleurconsistentie voor meer gegevens. Gewoonlijk zijn grijstinten veel gevoeliger: verschillen van minder dan 2 dE 2000 kunnen zichtbaar zijn, hoewel dit bij andere kleuren geen verschil oplevert.
  • Kleine kleurvariaties van links naar rechts. De tegel zelf ziet er uniform uit, maar wanneer het verschil wordt zichtbaar wanneer de tegel naast de aangrenzende tegel wordt geplaatst.
  • Plaatselijke kleurvariaties. Zie Plaatselijke kleurvariaties. Soms worden deze defecten alleen zichtbaar bij het afdrukken van tegels, en worden ze getoond in één van de tegels maar niet in de aangrenzende. Ze zijn ook meer zichtbaar bij het afdrukken van grijstinten.
Mogelijke oplossingen
  • Zorg ervoor dat alle tegels uniform en in één keer worden uitgeprint.
  • Draai afwisselend wel of niet de tegels om de van links-naar-rechtsverandering te compenseren,
  • Het toevoegen van lekbakken aan beide zijden van de afbeelding helpt overal, met name wanneer er lokale kleurvariaties zijn.
Ruwheid randen, tekstkwaliteit
De randen van objecten kunnen ruw of onscherp worden weergegeven; dit is met name merkbaar in tekst.
Er zijn vijf mogelijke oorzaken:
  • Uitlijning printkoppen. Omdat iedere inkt wordt afgezet via twee printkoppen, is het belangrijk dat de twee printkoppen goed zijn uitgelijnd. Als een kleur door een combinatie van inkten wordt gevormd, wat meestal het geval is, dan is het belangrijk dat printkoppen van verschillende kleuren goed zijn uitgelijnd.
    Om de printkopuitlijning te controleren, drukt u de diagnostische plot van printkopuitlijning af (zie Diagnostische plot voor printkopuitlijningDiagnostische plot voor printkopuitlijning). Als het probleem voortkomt uit een automatische printkopuitlijning, dan kunt u handmatige uitlijning proberen voor betere controle over het uitlijningsproces. Als het probleem voortkomt uit een handmatige uitlijning, dan kunt u de uitlijning afstemmen door de afwijkingen in de diagnostische plot van de printkopuitlijning op te sporen.
  • Substraatdoorvoer. Als de substraatdoorvoer niet goed is aangepast, met name indien het niet goed doorvoert, dan verschijnt er een donkere lijn tussen de passages. Als het probleem van ruwe lijnen of tekstkwaliteit zich bij alle kleuren voordoet, in de richting van de substraatas, dan is het waarschijnlijk gerelateerd aan een onjuiste substraatdoorvoer. Een andere aanwijzing dat het mogelijk door de substraatdoorvoer wordt veroorzaakt is te merken doordat het defect niet constant verschijnt en verdwijnt op de afdruk langs de substraatas.
    Om dit te bevestigen, selecteert u in de Internal Print Server Printer > Advance Calibration (Doorvoer kalibreren) om de substraatdoorvoer te controleren. Zie Testprint voor substraatdoorvoerTestprint voor substraatdoorvoer.
    Zie voor het corrigeren van de substraatdoorvoer SubstraatdoorvoercompensatieSubstraatdoorvoercompensatie. In de meeste gevallen zal dit het probleem oplossen. U wordt echter aangeraden om een OMAS diagnostische test uit het Print Care-venster uit te voeren zodra het substraat is verwijderd, om te voorkomen dat u hetzelfde probleem ondervindt met andere substraten. Zie De substraatdoorvoersensor reinigenDe substraatdoorvoersensor reinigen.
    Probeer de spannings- en vacuüminstellingen aan te passen volgens onderstaande tabel, stap voor stap (a t/m c), totdat u instellingen vindt die werken.
  • Ruimte tussen printkop en ribben. Controleer de ruimte tussen de printkop en de ribben in de Internal Print Server. Verminder de ruimte als deze groter dan normaal is.
  • Vacuüm. Bij sommige dunne substraten, wanneer het vacuüm te hoog is, volgt het substraat de vorm van de ribben van de plaat waardoor de ruimte tussen printkop en substraat wordt gewijzigd en ruwe verticale lijnen verschijnen. Terwijl het substraat wordt doorgevoerd zullen verticale lijnen breder worden na iedere passage, terwijl horizontale lijnen niet worden aangetast.
    Probeer om dit probleem op te lossen de spannings- en vacuüminstellingen aan te passen volgens onderstaande tabel, stap voor stap (a t/m c), totdat u instellingen vindt die werken.
Korreligheid
De afdruk toont een hogere mate van korreligheid dan verwacht, ofwel over de gehele afdruk of in specifieke gebieden. Het onderstaande voorbeeld toont meer korrels in de onderste helft dan in de bovenste helft.
Dit kan verschillende oorzaken hebben.
  • Samensmelting. Sommige substraten kunnen onder sommige omstandigheden een type korreligheid produceren veroorzaakt door bevochtigingsproblemen. In bijvoorbeeld omgevingen met een hoge luchtvochtigheid of lage temperatuur, droogt de inkt mogelijk niet snel genoeg in snelle afdrukmodi waardoor er een korrelig effect op de afdruk ontstaat. Het onderstaande voorbeeld toont slechtere samensmelting op de rechterzijde.
    Het is moeilijk te bepalen of dit soort problemen wordt veroorzaakt door problemen met bevochtiging of het verkeerd plaatsen van punten (zoals hieronder beschreven). U kunt mogelijk een aanwijzing vinden in het soort korrel: bij problemen met bevochtiging, worden punten samengevoegd tot grotere punten met lege ruimtes ertussen. Een vergrootglas kan nuttig zijn bij het nader onderzoeken van de afdruk.
    Een aantal tips om dit probleem op te lossen:
    • Verhoog het optimalisatieniveau.
    • Verhoog het drogingsvermogen.
    • Verhoog het aantal passages.
    • Verander van 6 naar 4 kleuren (minder inkt op het substraat).
  • Substraatdoorvoer. Korreligheid in een afdruk kan worden verergerd door onjuiste substraatdoorvoer, vanwege het verkeerd plaatsen van de punten.
    Om dit te bevestigen, selecteert u in de Internal Print Server Printer > Advance Calibration (Doorvoer kalibreren) om de substraatdoorvoer te controleren. Zie Testprint voor substraatdoorvoerTestprint voor substraatdoorvoer.
    Zie voor het corrigeren van de substraatdoorvoer SubstraatdoorvoercompensatieSubstraatdoorvoercompensatie. In de meeste gevallen zal dit het probleem oplossen. U wordt echter aangeraden om een OMAS diagnostische test uit het Print Care-venster uit te voeren zodra het substraat is verwijderd, om te voorkomen dat u hetzelfde probleem ondervindt met andere substraten. Zie De substraatdoorvoersensor reinigenDe substraatdoorvoersensor reinigen.
    Probeer de spannings- en vacuüminstellingen aan te passen volgens onderstaande tabel, stap voor stap (a t/m c), totdat u instellingen vindt die werken.
  • Uitlijning printkoppen. Dit kan een duidelijke bijdrage leveren aan korrels. Als printkoppen niet juist zijn uitgelijnd, kunnen verkeerd geplaatste stippen direct invloed hebben op de weergave van korrels.
    Om de printkopuitlijning te controleren, drukt u de diagnostische plot van printkopuitlijning af (zie Diagnostische plot voor printkopuitlijningDiagnostische plot voor printkopuitlijning). In het algemeen worden de korrels veroorzaakt door de volgende printkopuitlijningen (in onderstaande volgorde):
    • Bidirectionele uitlijning
    • Intra-kleuruitlijning (uitlijning tussen twee printkoppen van dezelfde kleur)
    • Inter-kleuruitlijning (uitlijning tussen verschillende kleuren)
    Een aantal tips om dit probleem op te lossen:
    • Als de printkopuitlijning is uitgevoerd met een andere substraat met een andere dikte, is een nieuwe printkopuitlijning waarschijnlijk nodig.
    • Als het probleem voortkomt uit een automatische printkopuitlijning, dan kunt u handmatige uitlijning proberen voor betere controle over het uitlijningsproces.
    • Als het probleem voortkomt uit een handmatige uitlijning, dan kunt u de uitlijning afstemmen door de afwijkingen in de diagnostische plot van de printkopuitlijning op te sporen. Zie Handmatig uitlijnenHandmatig uitlijnen.
  • Ruimte tussen printkop en ribben. Controleer de ruimte tussen de printkop en de ribben in de Internal Print Server. Verminder de ruimte als deze groter dan normaal is.
  • Vlek op pagina. Dis is een algoritme dat willekeurig inkt op het substraat sproeit als een printkop een tijdlang niet is gebruikt. In het algemeen zijn de punten nauwelijks zichtbaar, maar ze zijn mogelijk waarneembaar op sommige substraten met een grote punttoename, met name in de witte gebieden van de afdruk. U kunt het effect verminderen door het aantal passages te verminderen.
  • Kreukels in substraat. Plekken met veel korrels op sommige gebieden in de afdruk worden mogelijk veroorzaakt door kreukels in het substraat. Zie Er zijn kreukels en inktvlekken op het substraatEr zijn kreukels en inktvlekken op het substraat.
  • Kleurgebruik. In het algemeen produceert afdrukken met 4 kleuren meer korrels dan afdrukken met 6 kleuren.
Fysieke vervormingsmarkeringen
In sommige gevallen kunt u fysieke vervormingen van het substraat waarnemen. Dit probleem wordt niet veroorzaakt door het verkeerd plaatsen van punten, maar door een fysieke vervorming van het substraat dat meestal wordt veroorzaakt nadat de punten zijn afgedrukt. Verschillende soorten vervormingen kunnen optreden:
  • Geperforeerde platen. De afdruk wordt beïnvloedt door een toegevoegd mat patroon in de gebieden met meer inktdichtheid. U kunt kleine cirkels verspreid over de afbeelding met verschillende glansniveau's waarnemen.
    Een aantal tips om dit probleem op te lossen:
    • Verhoog de hardingstemperatuur.
    • Verhoog de hardingsluchtstroom.
    • Verhoog de hardingstemperatuur en luchtstroom.
    • Verlaag de inktdichtheid.
    • Herhaal de procedure Add New Substrate (Nieuwe substraat toevoegen) voor het geval dat u de verkeerde instellingen in de voorinstelling van het substraat heeft.
  • Diverter horizontale of verticale markeringen. Dit kunnen twee soorten zijn:
    • Horizontale markeringen: Vervormingen van het substraat in de vorm van rechte lijnen (ongeveer 6 cm lang) in de richting van de afgedrukte zijde van het substraat. Met een tussenruimte van 2 cm verticaal en 1 cm horizontaal.
    • Verticale markeringen: Deze fysieke markeringen hebben de vorm van een vlechtwerk. Ze bestaan uit kleine rimpels onder de hardingsmodule, en vormen een verticale lijn van kleine vervormingen.
    Beide typen vervormingen kunnen het resultaat zijn van overmatige hardingstemperatuur. Zie Er zitten fysieke vlekken op het substraatEr zitten fysieke vlekken op het substraat.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land/regio: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...