hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...
HP klantenondersteuning - kennisdatabase

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...
  • Informatie

    Los het updateprobleem van Windows 10 op een HP computer of printer op. Klik hier

    Informatie
    Maak vandaag nog een HP-account aan!

    Maak sneller verbinding met HP-ondersteuning, beheer al uw apparaten op één plek, bekijk garantie-informatie en meer. Leer meer

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP CM8060/CM8050 Color MFP with Edgeline Technology - Windows PC-fax verzenden configureren

Met de Windows-faxdriver PC-fax verzenden kunt u faxen verzenden vanaf een computer. Om deze functie te gebruiken moet er een analoog faxaccessoire in het apparaat zijn geïnstalleerd en moet PC-fax verzenden zijn ingeschakeld via het menu Beheer.
opmerking:
Deze functie is alleen beschikbaar voor Windows-besturingssystemen. Instellingen van de faxdriver hebben voorrang op de instellingen die zijn gemaakt op het bedieningspaneel.
De faxdriver is nog niet beschikbaar voor Windows Vista maar wordt dat wel in de toekomst. Zie de volgende websites voor meer informatie: www.hp.com/go/CM8060edgeline_sw of www.hp.com/go/CM8050edgeline_sw.
Deze driver is geïnstalleerd als u de software-installatieoptie Standaard met fax selecteert. U kunt de faxdriver ook later installeren door de installatie bij te werken.
U kunt de standaardinstellingen voor de faxdriver configureren met de knop Standaardwaarden aanpassen op het tabblad Instellingen van de faxdriver.
opmerking:
De standaardinstellingen kunnen al zijn geconfigureerd tijdens het installatieproces.

Gegevens afzender instellen

De standaardgegevens van de afzender staan op alle faxen die u verzendt via de faxdriver, inclusief voorbladen. De gegevens van de afzender kunnen voor afzonderlijke faxen worden gewijzigd met de tekstvelden op het tabblad Instellingen. Selecteer vervolgens de optie Standaardinstellingen toepassen op deze taak.
  1. Open het te faxen document in het softwareprogramma waarin het is gemaakt.
  2. Klik op Bestand en vervolgens op Afdrukken.
  3. Selecteer de faxdriver in de lijst met printers.
  4. Klik op Standaardwaarden aanpassen op het tabblad Instellingen.
  5. Voer onder Gegevens afzender in het dialoogvenster Standaardinstellingen de naam van de afzender, de naam van het bedrijf, het faxnummer en het telefoonnummer op en selecteer vervolgens Standaardinstellingen toepassen op deze taak.
  6. Klik op OK.
    opmerking:
    Om alle standaardgegevens tegelijk in te stellen, selecteert u de gegevens van de afzender, de faxkwaliteit, het bericht, het voorblad en de voorbeeldinstellingen en klikt u vervolgens op OK.

De faxkwaliteit instellen

De instelling voor de faxkwaliteit bepaalt de resolutie die het apparaat gebruikt om de fax te verzenden.
  1. Klik op Standaardwaarden aanpassen op het tabblad Instellingen.
  2. Selecteer onder Faxkwaliteit in het dialoogvenster Standaardinstellingen de standaardkwaliteit voor het verzenden van faxen.
    • Standaard: 200 x 100 dpi (dots per inch)
    • Fijn: 200 x 200 dpi
    • Extra fijn: 300 x 300 dpi
  3. Klik op OK.
    opmerking:
    Om alle standaardgegevens tegelijk in te stellen, selecteert u de gegevens van de afzender, de faxkwaliteit, het bericht, het voorblad en de voorbeeldinstellingen en klikt u vervolgens op OK.

De waarschuwingsopties instellen

De waarschuwingsinstellingen bepalen wanneer en hoe er een waarschuwing wordt verzonden over de status van een uitgaande fax.
  1. Klik op Standaardwaarden aanpassen op het tabblad Instellingen.
  2. Selecteer onder Kennisgeving in het dialoogvenster Standaardinstellingen wanneer u een waarschuwing wilt ontvangen:
    • Geen: er wordt geen waarschuwing verzonden.
    • Deze taak: waarschuwing wordt verzonden als er een fax wordt verzonden.
    • Bij fout: waarschuwing wordt verzonden als er een fout optreedt.
  3. Selecteer het type waarschuwing dat moet worden verzonden:
    • Afdrukken: waarschuwing wordt afgedrukt op de standaardprinter.
    • E‑mail: waarschuwing wordt verzonden in een e‑mailbericht. Geef het e‑mailadres op in het tekstvak E‑mailadres.
    opmerking:
    Om een e‑mailwaarschuwing te ontvangen moet de e‑mailfunctie op het apparaat zijn geconfigureerd.
  4. Klik op OK.
    opmerking:
    Om alle standaardgegevens tegelijk in te stellen, selecteert u de gegevens van de afzender, de faxkwaliteit, het bericht, het voorblad en de voorbeeldinstellingen en klikt u vervolgens op OK.

Gegevens voorblad instellen

Het uiterlijk van het faxvoorblad normaliseren met een standaardvoorblad. Er zijn velden voor opmerkingen, een onderwerpregel en een bedrijfslogo of andere afbeelding. Op het tabblad Faxtaak kunt u de instellingen voor het voorblad aanpassen voor afzonderlijke faxtaken.
  1. Klik op Standaardwaarden aanpassen op het tabblad Instellingen.
  2. Selecteer Voorblad (alleen bij één ontvanger) onder Aan fax toevoegen in het dialoogvenster Standaardinstellingen.
  3. Voer in het tekstvak Opmerkingen de standaardopmerkingen in.
  4. Voer in het tekstvak Onderwerp de onderwerpregel in.
  5. Klik op Bladeren om een afbeelding op het voorblad op te nemen.
  6. Selecteer een bitmapbestand met bijvoorbeeld een bedrijfslogo.
    opmerking:
    Het bitmapbestand wordt geconverteerd naar grijstinten op het voorblad en de afbeelding verschijnt op het bovenste gedeelte van de pagina.
  7. Klik op OK.
    opmerking:
    Om alle standaardgegevens tegelijk in te stellen, selecteert u de gegevens van de afzender, de faxkwaliteit, het bericht, het voorblad en de voorbeeldinstellingen en klikt u vervolgens op OK.

De voorbeeldvoorkeuren opgeven

U kunt de voorbeeldvoorkeuren zodanig instellen dat er van elke faxtaak vóór verzending automatisch een voorbeeld verschijnt.
  1. Klik op Standaardwaarden aanpassen op het tabblad Instellingen.
  2. Selecteer Voorbeeld weergeven voordat fax wordt verzonden onder Voorbeeld in het dialoogvenster Standaardinstellingen.
  3. Klik op OK.
    opmerking:
    Om alle standaardgegevens tegelijk in te stellen, selecteert u de gegevens van de afzender, de faxkwaliteit, het bericht, het voorblad en de voorbeeldinstellingen en klikt u vervolgens op OK.

De printervoorkeuren van de faxdriver instellen

Stel de standaardopties in voor alle taken van PC-fax verzenden.
  1. Klik achtereenvolgens op Start, Instellingen en Printers en faxapparaten.
  2. Klik in het venster Printers en faxapparaten met de rechtermuisknop op Fax verzenden en klik vervolgens op Afdrukvoorkeuren.
  3. Klik in het dialoogvenster Eigenschappen Faxdocument verzenden op Papier/Kwaliteit om de standaardinstellingen voor papier en kwaliteit te configureren. Klik op OK om de standaard papierinstellingen op te slaan en het dialoogvenster te sluiten.
    opmerking:
    Op het tabblad Geavanceerd in het dialoogvenster Eigenschappen Faxdocument verzenden staan gegevens die van invloed zijn op de faxdriver. Wijzig deze instellingen niet voor een normale werking van de faxdriver. Dit tabblad is een standaard Windows-tabblad en kan niet uit deze driver worden verwijderd.
  4. Klik op Service om de status van het apparaat en de benodigdheden te controleren of om de geïntegreerde webserver te starten. De opties op het tabblad Service verschijnen alleen als de faxdriver is verbonden met een geldige TCP/IP-poort.
  5. Klik op OK om de wijzigingen in de standaardinstellingen op te slaan en het dialoogvenster te sluiten.

De factuurcode configureren

De software van PC-fax verzenden ondersteunt het gebruik van factuurcodes bij het verzenden van faxen.
U schakelt de functie voor factuurcodes in op het bedieningspaneel van het apparaat.
  1. Raak op het bedieningspaneel Beheer aan.
  2. Ga naar Begininstellingen en raak dit aan en raak vervolgens Faxinstellingen aan.
  3. Ga naar Instellingen faxverzending en raak dit aan.
  4. Ga naar Factuurcodes en raak dit aan en raak vervolgens Instellingen aan.
  5. Selecteer Factuurcodes aan.
  6. Klik op de computer achtereenvolgens op Start, Instellingen en Printers en faxapparaten.
  7. Klik onder Printertaken in het venster Printers en faxapparaten met de rechtermuisknop op de naam van het apparaat en klik vervolgens op Eigenschappen.
  8. Klik in het dialoogvenster Eigenschappen Fax verzenden op Apparaatinstellingen.
  9. Klik op OK.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land/regio: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...