hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

Welkom bij HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP 2000CN Professional Series kleurenprinter - De printer installeren

Introductie
De informatie in dit document kunt u gebruiken om de printerhardware voor gebruik op een netwerk te installeren. U vindt de onderstaande informatie ook op de installatieposter bij de HP 2000CN Professional Serie, die bij de printer wordt geleverd.
  waarschuwing:
Verwijder de toegangsklep alleen als de printer is aangesloten op de stroomvoorziening en is INGESCHAKELD. Als u dit niet doet, wordt de printkopvergrendeling niet ontgrendeld. Als de printkopvergrendeling niet wordt ontgrendeld, plaatst u de toegangsklep weer op de printer (zie stap 6 hieronder), schakelt u de printer uit en verwijdert u de stekker uit het stopcontact. Sluit de printer vervolgens opnieuw aan op de stroomvoorziening, schakel de printer weer in en verwijder de toegangsklep opnieuw. Wanneer u de handelingen in deze volgorde uitvoert, wordt de printkopvergrendeling ontgrendeld en kunt u deze gemakkelijk omhoog bewegen.
De printer gereedmaken
De extra papierlade bevestigen
  1. Houd de HP 2000CN kleurenprinter recht boven de extra papierlade.
  2. Breng de printer omlaag, zodat deze op de bovenkant van de lade rust. Breng de printer op één lijn met de drie metalen pennen aan de bovenkant van de lade. Het gewicht van de printer zorgt voor de gewenste stabiliteit.
Het netsnoer aansluiten
  1. Sluit het ene uiteinde van het netsnoer aan op de printer.
  2. Steek het andere uiteinde van het netsnoer in een stopcontact.
De printer inschakelen
Druk op de Aan/uit-toets om de printer aan te zetten. Het groene Aan/uit-lichtje gaat branden en het amberkleurige attentielichtje gaat knipperen.
De toegangsklep verwijderen
  opmerking:
Verwijder de toegangsklep alleen als de printer is aangesloten op de stroomvoorziening en is ingeschakeld.
  1. Open de inktklep.
    Afbeelding : De inktklep openen
  2. Pak de voorzijde van de printkopklep vast en beweeg deze krachtig omhoog, zodat de klep opengaat en loskomt van de printer.
    Afbeelding : De voorzijde van de printkopklep verwijderen
De inktpatronen installeren
  1. Verwijder de vier inktpatronen uit de verpakking en plaats elke patroon in de juiste sleuf (de sleuven zijn voorzien van een kleurcodering).
    Afbeelding : De inktpatronen installeren
  2. Druk elke patroon stevig vast.
De printkoppen installeren
  opmerking:
Controleer of de printer is ingeschakeld.
  1. Open de paarse printkopvergrendeling door de vergrendeling vanaf de achterzijde omhoog te bewegen.
      let op:
    Forceer de printkopvergrendeling NIET als deze niet gemakkelijk omhoog komt. Als de toegangsklep is verwijderd terwijl de printer was uitgeschakeld, plaatst u de toegangsklep terug op de printer (zie stap 9 hieronder), schakelt u de printer uit en verwijdert u het netsnoer. Sluit de printer vervolgens opnieuw aan op de stroomvoorziening, schakel de printer weer in en verwijder de toegangsklep opnieuw. Wanneer u de handelingen in deze volgorde uitvoert, wordt de printkopvergrendeling ontgrendeld en kunt u deze gemakkelijk omhoog bewegen.
    Afbeelding : De vergrendeling omhoog bewegen
  2. Trek de vergrendeling in de richting van de voorzijde van de printer en vervolgens omlaag. Het vergrendelingshaakje komt nu vrij van de paarse wagenvergrendeling.
  3. Breng de vergrendeling omhoog en duw deze in de richting van de achterzijde van de printer.
    Afbeelding : De vergrendeling omhoog bewegen en naar achter duwen
  4. Haal de printkoppen uit de verpakking.
  5. Verwijder de beschermingstape van elke printkop zodat het koperkleurige circuit zichtbaar wordt.
    Afbeelding : De beschermingstape verwijderen
  6. Plaats elke printkop in de juiste houder (deze zijn voorzien van een kleurcodering).
    Afbeelding : De printkoppen plaatsen
  7. Druk elke printkop stevig vast.
  8. Sluit de printkopvergrendeling. Zorg ervoor dat u het haakje van de printkopvergrendeling op de juiste wijze in de paarse wagenvergrendeling plaatst.
      opmerking:
    Als het haakje niet op de juiste wijze met de printkopvergrendeling wordt verbonden, gaat het attentielichtje van de printer knipperen en wordt er niet afgedrukt.
    Afbeelding : De paarse wagenvergrendeling sluiten
  9. Plaats de printkopklep terug en sluit deze door de uitsteeksels aan de achterzijde van de klep op één lijn te brengen met de gleufjes aan de achterzijde van de printer. Breng de printkopklep omlaag en sluit de inktklep.
    Afbeelding : De printkopklep terug plaatsen en sluiten
      opmerking:
    Het amberkleurige attentielichtje moet nu stoppen met knipperen.
Losse vellen laden
  1. Plaats een stapel papier met een maximale dikte van 16 mm (0,63 inch) in de INVOERlade.
  2. Schuif de papierregelaars goed tegen de randen van het papier.
De printer initialiseren
  1. Druk de Aan/uit-toets in en houd deze vijf seconden ingedrukt om de initialisatieprocedure te starten. Deze procedure neemt maximaal vijf minuten in beslag.
      opmerking:
    Mogelijk hoort u een tot vier hoge tonen wanneer de printkoppen worden geïnitialiseerd.
  2. Als de initialisatie is voltooid, begint het groene activiteitslichtje te knipperen en worden er twee pagina's afgedrukt.
De HP Jetdirect 300x Printserver aansluiten
Afbeelding : HP Jetdirect Printserver, bevestigingsclip en kabelverbindingen
  1. Schakel de printer uit.
  2. Bevestig de HP Jetdirect 300X printserver en bevestigingsclip aan de achterzijde van de printer.
  3. Verbind de HP Jetdirect 300X printserver via een kabel met het netwerk.
  4. Sluit het ene uiteinde van de printerkabel aan op de parallelle poort aan de achterzijde van de printer.
  5. Druk de beugeltjes vast om de connector te vergrendelen.
  6. Sluit het andere uiteinde van de printerkabel aan op de parallelle poort van de HP Jetdirect 300X printserver.
  7. Draai de schroefjes vast om de printerkabel te vergrendelen.
  8. Sluit het netsnoer van de printserver aan op de aansluitpunten op de printserver en de printer.
De installatie van de printserver controleren
  1. Voer de onderstaande stappen uit om een pagina met configuratiegegevens van de HP Jetdirect 300X printserver af te drukken.
    1. Zet de printer aan. De printserver, die geen afzonderlijke Aan/uit-schakelaar heeft, wordt ook ingeschakeld.
    2. Wacht 30 seconden tot de printserver is geïnitialiseerd.
    3. Wanneer het statuslichtje van de printserver brandt, drukt u de testtoets op de printserver kort in.
    4. Er worden twee configuratiepagina's afgedrukt. De eerste pagina bevat het bericht "I/O CARD READY", wat aangeeft dat de hardware op de juiste wijze is geïnstalleerd.
      opmerking:
    Raadpleeg het hoofdstuk over het oplossen van problemen in de installatiehandleiding bij de software van de HP Jetdirect Printserver (deze wordt bij de printer geleverd) als dit bericht niet op de eerste pagina wordt afgedrukt.
De printer configureren voor het netwerk
Serverconfiguratie
  1. Beantwoord de vier (4) onderstaande vragen om het serverprofiel te bepalen.
    1. Welk netwerkbesturingssysteem wordt gebruikt?
      • Microsoft (R)
      • Novell NetWare (Bindery)
      • Novell NetWare (NDS)
        opmerking:
      Een netwerkbesturingssysteem (Network Operating System of NOS) bestaat uit speciale software die op clientcomputers en servers wordt uitgevoerd. Deze software maakt de communicatie via het netwerk mogelijk en zorgt ervoor dat de netwerkbronnen worden beheerd. Microsoft Windows en Novell NetWare zijn op dit moment de meest gebruikte netwerkbesturingssystemen.
    2. Via welk besturingssysteem wordt de nieuwe HP 2000C Series printer geconfigureerd?
      • Windows NT 4.0, Windows 98 of Windows 95
      • Windows 3.1x of Windows voor Workgroups
        opmerking:
      Selecteer het besturingssysteem dat wordt gebruikt om de HP 2000C serie printer te configureren voor het maken van afdrukken via het netwerk.
    3. Welk netwerkprotocol wordt gebruikt?
      • TCP/IP
      • IPX/SPX
        opmerking:
      In combinatie met het netwerkbesturingssysteem Novell NetWare wordt meestal het IPX/SPX-protocol gebruikt. Als u Windows NT 4.0, Windows 98 of Windows 95 gebruikt, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram Netwerkomgeving en kiest u Eigenschappen. Kijk vervolgens op het tabblad Configuratie of Protocollen welke protocollen er actief zijn.
    4. Als u bij stap c TCP/IP hebt gekozen: Is er een geldig IP-adres aan de HP Jetdirect 300X printserver toegewezen?
      • Ja
      • Nee
        opmerking:
      Druk de configuratiepagina van de HP Jetdirect 300X af (druk hiertoe de testtoets kort in). Zoek de waarde van de parameter IP ADDRESS. Als er een geldig IP-adres aanwezig is (de standaardwaarden 192.0.0.192 en 0.0.0.0 zijn geen geldige adressen), is het antwoord Ja.
  2. Zoek het juiste serverprofiel (op basis van stap 1) in de onderstaande tabellen en zoek de bijbehorende instructies voor het configureren van de server in de handleiding voor de netwerkconfiguratie van de HP 2000C printserver.
Netwerkbesturingssysteem = Microsoft
Configuratie-pc
Protocol
IP-adres
toegewezen
Configuratie-instructies
NT 4.0 of Win 95/98
TCP/IP
Ja
Sectie 3.1
NT 4.0 of Win 95/98
TCP/IP
Nee
Sectie 3.2
NT 4.0 of Win 95/98
IPX/SPX
N.v.t.
Sectie 3.3
Netwerkbesturingssysteem = Novell NetWare Bindery
Configuratie-pc
Protocol
IP-adres
toegewezen
Configuratie-instructies
NT 4.0 of Win 95/98
TCP/IP
Ja
Documentatie van Novell
NT 4.0 of Win 95/98
IPX/SPX
N.v.t.
Sectie 3.4
Win 3.1 of WvWG
IPX/SPX
N.v.t.
Sectie 3.5
Netwerkbesturingssysteem = Novell NetWare NDS
Configuratie-pc
Protocol
IP-adres
toegewezen
Configuratie-instructies
NT 4.0 of Win 95/98
TCP/IP
Ja
Documentatie van Novell
NT 4.0 of Win 95/98
IPX/SPX
N.v.t.
Sectie 3.6
Win 3.1 of WvWG
IPX/SPX
N.v.t.
Sectie 3.7
  opmerking:
Raadpleeg de installatiehandleiding bij de software van de HP Jetdirect printserver (deze wordt bij de printer geleverd) als uw profiel niet in deze tabellen voorkomt.
Clientconfiguratie
  1. Beantwoord de twee (2) onderstaande vragen om het clientprofiel te bepalen. Op basis van het clientprofiel kunt u bepalen welke documentatie u moet raadplegen bij het configureren van de netwerkclients.
    1. Welk besturingssysteem wordt uitgevoerd op de clientcomputer?
      • Windows NT 4.0, Windows 98 of Windows 95
      • Windows 3.1x of Windows voor Workgroups
        opmerking:
      Nadat de systeembeheerder de netwerkprinter heeft geconfigureerd, moet de clientsoftware van de printer (driver en hulpprogramma's) worden geïnstalleerd op elk Windows-systeem waarmee de printer wordt benaderd.
    2. Via welke netwerkconfiguratie wordt er afgedrukt?
      • Client-server
      • Peer-to-peer
        opmerking:
      Als het netwerkbesturingssysteem Novell NetWare Bindary of Novell NetWare NDS wordt gebruikt, wordt voor het afdrukken de client-servermethode gebruikt. Als Windows NT 4.0, Windows 98 of Windows 95 het netwerkbesturingssysteem is, moet u kiezen of u de client-server- of peer-to-peermethode wilt gebruiken.
      In een client-servernetwerk (aanbevolen), worden de afdruktaken door clientcomputers verzonden naar speciale computers (servers) die de printers beheren. De clients zijn eenvoudig te configureren door software te installeren. De configuratie van de server is ingewikkelder.
      In peer-to-peernetwerken (meestal kleine netwerken) zijn geen speciale servers aanwezig. In plaats daarvan krijgt elke computer rechtstreeks toegang tot elke printer die in het netwerk aanwezig is. De configuratie van de clients is ingewikkelder dan bij client-servernetwerken, maar de afdruktaken kunnen veel sneller worden verwerkt.
  2. Zoek het juiste clientprofiel (op basis van stap 1) in de onderstaande tabellen en zoek de bijbehorende instructies voor het configureren van de client in de handleiding voor de netwerkconfiguratie van de HP 2000C printserver.
Netwerkbesturingssysteem = Microsoft
Besturingssysteem client
Type netwerk
Configuratie-instructies
NT 4.0 of Win 95/98
Client-server
Sectie 4.1
NT 4.0 of Win 95/98
Peer-to-peer
Sectie 4.2
Win 3.1x of WvWG
Client-server
Sectie 4.3
  opmerking:
Meer informatie over het gebruik van de driversoftware vindt u in de HP 2000C Werkset. Deze software is beschikbaar via de taakbalk van Windows 95, 98 en NT 4.0 of via de programmagroep HP 2000C hulpprogramma's in Windows 3.1x.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...