hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP OfficeJet V-serie All-in-One - De HP OfficeJet V-serie fax, faxinstellingen en faxfuncties gebruiken

Inleiding
De HP OfficeJet V serie is een zwartwitfax- of kleurenfaxapparaat met volledige functionaliteit, dat zowel zelfstandig als aangesloten op een computer gebruikt kan worden. Ga naar Problemen met faxverzending en -ontvangst verhelpen om problemen met faxen op te lossen. U kunt de faxverzending op elk gewenst moment beëindigen door op ANNULEREN te drukken.
Een gewone fax versturen via het bedieningspaneel
Het versturen van een fax met de all-in-one is gemakkelijker dan menigeen denkt. Voer de volgende stappen uit:
  1. Plaats het/de item(s) die moeten gefaxt worden in het scannerpad zoals wordt weergegeven in afbeelding 1. Het item moet met de bovenkant naar beneden geplaatst worden.
  2. Druk op de blauwe FAXKNOP boven het bedieningspaneel.
  3. Kies het faxnummer met het toetsenblok. Het nummer moet worden gekozen zoals bij een telefoon. Kies alle nummers die nodig zijn om de bestemmingsfax te bereiken.
  4. Druk op de zwarte of gekleurde STARTKNOP onder het venster. Kleurfaxen nemen waarschijnlijk meer verzendtijd in beslag en het andere faxapparaat moet standaardkleurfaxen kunnen ontvangen. De all-in-one kiest het nummer, waarna een verbindingstoon of een bezettoon volgt, afhankelijk van de status van het andere faxapparaat. Als het ontvangende faxapparaat bezet is, wacht de all-in-one en kiest het apparaat het nummer automatisch opnieuw. Als de fax is met succes is verzonden, hoort u een lange (piep) toon.
Afbeelding : Een fax in de all-in-one plaatsen
Snelkiesnummers
Snelkiezen
Een snelkiesnummer is een nummer dat wordt ingevoerd vanaf het toetsenblok en het volledige faxnummer of een aantal faxnummers vervangt. Hierdoor wordt het kiezen voor meerdere faxen gemakkelijker. Druk op de knop SNELKIEZEN, voer het nummer in op het toetsenblok en druk op de zwarte of gekleurde STARTKNOP.
Vanaf het bedieningspaneel
  1. Druk op de knop SETUP.
  2. Druk op het toetsenblok op 2 en op 1.
  3. Voer de gewenste snelkiescode in of gebruik de pijltoetsen om door de snelkiescodes te bladeren.
  4. Kies een niet-toegewezen nummer en druk op ENTER om het te selecteren.
  5. Voer het faxnummer en de naam of het bedrijf in. Gebruik de toetsen op het toetsenblok om door de beschikbare nummers en letters te bladeren. Gebruik de pijltoetsen om naar het volgende of het vorige teken te gaan.
  6. Druk op ENTER als u klaar bent, gevolgd door een 1 om een ander snelkiesnummer in te voeren of op 2 om te stoppen.
Vanaf de computer
  1. Selecteer Instellingen in de Director en kies Snelkiesinstellingen.
  2. Klik op Nieuwe vermelding in het dialoogvenster Snelkiesinstellingen.
  3. Voer een naam en faxnummer in en druk op OK.
  4. Herhaal zo nodig de handeling en druk op Opslaan.
Groepssnelkiescodes gebruiken
U kunt deze functie gebruiken om één fax naar meerdere faxnummers te verzenden met één snelkiesnummer. Een snelkiescode kan maximaal 20 andere afzonderlijke snelkiescodes bevatten.
Als u een groepssnelkiescode wilt maken, moet u eerst afzonderlijke snelkiescodes instellen. Raadpleeg het gedeelte boven 'Snelkiesnummers invoeren' om individuele faxnummers in te voeren die nog niet worden geassocieerd met een snelkiescode. Gebruik een van de volgende twee procedures om een snelkiescode toe te wijzen aan een groepssnelkiescode. Tip: het gebruik van de computersoftware is eenvoudiger en minder tijdrovend.
Vanaf het bedieningspaneel
  1. Druk op de knop SETUP.
  2. Druk op het toetsenblok op 2 en op 2.
  3. Voer het gewenste snelkiesnummer in of gebruik de pijltoets Links of Rechts om door de snelkiesnummers te bladeren die al gemaakt zijn.
  4. Druk op ENTER gevolgd door een 1 om een andere snelkiescode toe te voegen of druk op 2 om te stoppen.
  5. Voer de naam in van de groep door met de toetsen van het toetsenblok door de beschikbare nummers en letters te bladeren. Gebruik de pijltoetsen om naar het volgende of het vorige teken te gaan.
  6. Druk opnieuw op ENTER als u klaar bent.
Vanaf de computer
  1. Open de Director en kies Instellingen. Kies vervolgens Snelkiesinstellingen.
  2. Selecteer Nieuwe Groep in het dialoogvenster Snelkiesinstellingen.
  3. Typ een naam in het vak Groepsnaam.
  4. Selecteer de snelkiesnummers uit de linkerlijst en klik op Toevoegen.
  5. Als u klaar bent, klikt u op OK.
  6. Klik op Opslaan om het proces te voltooien.
Een fax versturen met de Director-software
U kunt ook faxen verzenden met de HP Director. Het voordeel hiervan is dat u nummers kunt kiezen met het adresboek en voorbladen die u op de computer gemaakt hebt. Faxen met de Director:
  1. Plaats de items die u wilt faxen in het scannerpad (zie afbeelding 1). Het scherm Director moet verschijnen. Als dit niet het geval is, kunt u de Director openen met het pictogram op het werkblad. Selecteer het grote Fax-pictogram (zie afbeelding 2).
  2. Het hoofdscherm voor faxen verschijnt (zie afbeelding 3). Dit is het scherm waar u alle faxhandelingen kunt verrichten. Voer de namen en nummers van de ontvangers in het gedeelte Faxen naar. Voeg het nummer toe aan het adresboek, zodat u deze ook bij toekomstige faxen kunt gebruiken. U kunt het nummer ook toevoegen aan de lijst om een ander faxnummer in te voeren.
  3. Selecteer een knop in het kwaliteitsgedeelte die overeenkomt met het type fax dat wordt verzonden; Standaard, Fijn of Foto. Fijn en Foto nemen meer tijd in beslag, maar komt de kwaliteit ten goede. Kwaliteit moet gewoonlijk op Fijn blijven staan voor de meeste faxen. Wanneer het andere faxtoestel geen faxen met de instelling Fijn kan ontvangen, zal de all-in-one de kwaliteit automatisch aanpassen tot Standaard.
  4. Zorg dat Pagina('s) in apparaat is aangevinkt in het vak In fax bijsluiten. Als een voorblad wordt gebruikt, zorgt u dat Voorblad via pc is aangevinkt. Zie het gedeelte over voorbladen in dit document voor meer informatie.
  5. Wijzig de instelling Kleur of Zwart-wit zodat deze overeenkomt met de fax.
  6. Bekijk een voorbeeld van de fax als u wilt weten hoe deze eruit komt te zien. Druk op de knop FAX NU VERZENDEN om de fax onmiddellijk te versturen of druk op FAX LATER VERZENDEN om een ander tijdstip van verzending in te voeren.
Afbeelding : Faxen vanuit de Director-software
Afbeelding : Hoofdfaxscherm
De driver voor afdrukken naar fax gebruiken
Deze functie wordt vaak over het hoofd gezien en kan uiterst handig zijn. Met deze functie kunt u faxen met de hoogst mogelijke kwaliteit verzenden omdat de scanner de kwaliteit niet kan verminderen. Het gebruik van deze functie is bijna net zo eenvoudig als het uitvoeren van een normale afdrukopdracht.
  1. Maak de gewenste fax in een toepassing van waaruit u kunt afdrukken, zoals een tekstverwerker, een tekenprogramma of een spreadsheet.
  2. Als het document is voltooid en kan worden gefaxt, selecteert u Afdrukken in het menu Bestand van de toepassing.
  3. Selecteer de faxdriver van de HP OfficeJet V serie Fax in de lijst met beschikbare printers. U kunt alle wijzigingen aanbrengen die u normaal ook in het gebruikte programma kunt maken (zoals wijzigingen in marges, afdrukbereik en sorteervolgorde).
  4. U kunt het hoofdscherm Fax verzenden openen door Afdrukken te selecteren (zie afbeelding 3). U kunt een voorblad toevoegen, meerdere pagina's in het scannerpad invoegen en een voorbeeld weergeven van de fax.
  5. Druk op de knop FAX NU VERZENDEN om de fax onmiddellijk te versturen of druk op FAX LATER VERZENDEN om een ander tijdstip van verzending op te geven.
De faxinstellingen controleren
Het is gewoonlijk verstandig om de faxinstellingen te controleren nadat u het HP all-in-one product voor het eerst hebt geïnstalleerd. Dit doet u door een rapport met Menu-instellingen af te drukken.
  1. Druk op de knop SETUP.
  2. Druk op 1 op het numerieke toetsenblok, gevolgd door 4.
  3. Controleer of alle instellingen op het rapport overeenkomen met de instellingen. Let vooral op de faxkopinformatie (deze informatie is vereist krachtens de federale wetgeving in de Verenigde Staten) die u ziet in de linker bovenhoek, het aantal keren rinkelen om te antwoorden in sectie 5, nummer 3, het faxpapierformaat in sectie 5, nummer 4 en het specifieke rinkelsignaal in sectie 6, nummer 2.
Overzicht faxinstellingen en -functies
Er zijn veel verschillende faxinstellingen en -functies beschikbaar waarmee u het functioneren van de all-in-one kunt aanpassen. Deze opties kunnen worden gewijzigd via de instellingen op het bedieningspaneel onder Basis en Geavanceerde Fax Instellingen of via het venster Faxinstellingen in de Director-software. Het is veel eenvoudiger om de software te gebruiken. In dit gedeelte krijgt u uitleg over elke optie van elk tabblad in het venster Faxinstellingen (zie afbeelding 5 voor meer informatie).
Toegang tot faxinstellingen
De basisfaxinstellingen kunnen worden gewijzigd door de wizard Fax-setup uit te voeren (aanbevolen), door het dialoogvenster Fax instellingen te gebruiken of vanaf het bedieningspaneel. Informatie over de instellingen is beschikbaar als u op Help klikt in de Director en vervolgens de Onscreen-gebruikershandleiding opent.
Wizard Fax instellen
De wizard Fax-setup stelt u een aantal vragen zodat u op basis van de antwoorden de best mogelijke faxinstellingen kunt bepalen. Dit proces wordt uitgevoerd nadat u de computer voor het eerst opnieuw start na het installeren van de HP all-in-one software. Het programma kan later opnieuw worden geopend vanuit de Director-software door op Instellingen te klikken en vervolgens op Wizard Fax instellen.
Vanuit de Director
Informatie over de instellingen is beschikbaar door op Help te klikken in het tabblad waar de instelling verschijnt.
  1. Dubbelklik op het pictogram op het bureaublad om de Director te starten.
  2. Klik op Instellingen en selecteer Faxinstellingen.
  3. Pas de instellingen aan de vereisten van de situatie aan.
Vanaf het bedieningspaneel
U kunt de instellingen aanpassen met behulp van de knop INSTELLINGEN en de gedeelten Basis en Geavanceerde Fax instelling.
  1. Druk op INSTELLINGEN tot de Basis faxinstelling of de Geavanceerde faxinstelling in het venster verschijnt, afhankelijk van wat er aangepast moet worden.
  2. Druk op ENTER om de menu-optie te aanvaarden.
  3. Blader met de rechter- of linkerpijltoets naar de gewenste instelling en druk op ENTER.
  4. Breng de gewenste wijzigingen aan en druk op ENTER.
Afbeelding : Instellingen voor antwoorden
Papierfaxkwaliteit
Resolutie van papierfax: Er zijn vier opties voor het verzenden van faxen beschikbaar: Standaard, fijn, foto en zeer fijn. Voor normale faxen moet de instelling Fijn voldoende zijn. Wanneer de all-in-one een verbinding maakt met een ander toestel dat is ingesteld voor de ontvangst bij een lagere instelling, zal de all-in-one automatisch de resolutie aanpassen zodat deze overeenkomt met het ontvangende toestel. Wat nu volgt geeft de resoluties weer in pixels per inch voor elke instelling:
  • Standaard: 200 x 100 dpi voor zwart-wit, 200 x 200 dpi voor kleur. Dit is de laagste faxinstelling en zorgt voor de snelst mogelijke verbinding. De kwaliteit van de fax is echter ook laag. Wanneer u een kleurfax verzendt, wordt de kwaliteit nog verder verminderd doordat het bestand wordt gecomprimeerd.
  • Fijn: 200 x 200 dpi voor zwart-wit- of kleurfaxen. Dit is de normale standaardinstelling.
  • Foto: 200 x 200 dpi met 256 verschillende grijstinten. Kleur wordt aangepast naar Fijn.
  • Zeer fijn: 300 x 300 dpi alleen zwart. Kleur wordt aangepast naar Fijn. Gebruik deze instelling als het bestand dat u wilt faxen dunne lijnen of erg veel details bevat.
Contrast: Hiermee past u het contrast aan van de fax die u wilt verzenden. De kleuren en het contrast van ontvangen faxen worden niet beïnvloed.
Ruis op de telefoonlijn of een zwakke signaalsterkte tijdens een faxverzending kan leiden tot mislukte faxen. Ruis of een zwakke signaalsterkte kan leiden tot een volledig of gedeeltelijk verlies van de faxinformatie tijdens de faxverzending. Wanneer de Foutcorrectiemodus is ingeschakeld, zal het ontvangende faxapparaat tijdens ontvangst de faxinformatie controleren op fouten. Als er een fout wordt gedetecteerd, zal de verzender een verzoek ontvangen van het ontvangende faxapparaat om een gedeelte van of de complete faxinformatie opnieuw te verzenden. Door het opnieuw verzenden van een gedeelte of alle informatie neemt de transmissie meer tijd in beslag, maar wordt er gegarandeerd dat de kwaliteit van de ontvangen fax goed is. Als de kwaliteit van de telefoonlijn of de signaalsterkte erg slecht is, kunnen er te veel fouten optreden en kan de faxtransmissie mislukken.
Als u de Foutcorrectiemodus uitschakelt, is het faxapparaat mogelijk beter in staat succesvol faxen te verzenden wanneer de kwaliteit van de telefoonlijn slecht is. De weergavekwaliteit van de fax kan echter slecht zijn.
Schakel de Foutcorrectiemodus onder normale omstandigheden altijd in. Als de Foutcorrectiemodus uitgeschakeld moet worden om succesvol faxen te verzenden, laat dan het telefoonbedrijf de kwaliteit van de telefoonlijn controleren. Als u op een HP faxapparaat via het bedieningspaneel de Foutcorrectiemodus uitschakelt, is het niet per se zo dat er voor de faxverzending geen Foutcorrectiemodus wordt gebruikt. De Foutcorrectiemodus wordt in de volgende gevallen wel of niet gebruikt.
  • Voor alle faxen die in kleur worden verzonden, wordt de Foutcorrectiemodus gebruikt.
  • Voor alle faxen die met de hoogste zendsnelheid worden verzonden, wordt de Foutcorrectiemodus gebruikt.
  • De instelling Foutcorrectiemodus heeft alleen invloed op verzonden faxen, niet op ontvangen faxen.
Voer de volgende stappen uit om de Foutcorrectiemodus via het bedieningspaneel in of uit te schakelen:
  1. Druk op Instellingen.
  2. Druk op de Pijltoets rechts (>) totdat Geavanceerde faxinstellingen verschijnt.
  3. Druk op Enter.
  4. Druk op de Pijltoets rechts (>) totdat Foutcorrectiemodus verschijnt.
  5. Druk op Enter.
  6. Druk op de Pijltoets rechts (>) om Aan of Uit te kiezen.
  7. Druk op Enter.
Nummer kiezen
  • Automatisch opnieuw kiezen: Automatisch herhalen: selecteer deze optie om automatisch herhalen in of uit te schakelen bij een bezettoon of bij geen gehoor. Het aantal herhaalpogingen is ingesteld op 5.
  • Telefoontype: Toon of puls bepaald door het lijntype.
  • Aangesloten op een PBX-telefoonsysteem: Past de kiesinstellingen aan indien het telefoonsysteem een PBX is.
Persoonlijke informatie
  • Inhoud faxtitel: Dit is de naam en het telefoonnummer dat bovenaan op elke verstuurde fax verschijnt.
  • Info-pagina: De informatie weergegeven op de electronisch gegenereerde infopagina; naam, bedrijfsnaam, fax- en voicenummers.
Antwoorden
  • Telefoon beantwoorden: Schakelen tussen automatisch of handmatig. Om een handmatige fax te ontvangen, drukt u op een van de STARTKNOPPEN op het bedieningspaneel of op 1-2-3 op een telefoon op afstand.
  • Automatisch beantwoorden: Wijzig het aantal rinkels voordat de oproep beantwoord wordt. Selecteer een aantal boven 4 indien de lijn wordt gedeeld met een antwoordapparaat. Selecteer 2 indien het faxtoestel is toegewezen en over een eigen lijn beschikt. 'Beantwoord dit specifieke belpatroon' laat de all-in-one een onderscheid maken tussen een dubbele rinkel, drievoudige rinkel of normaal rinkelpatroon. Door het gebruik van de functie van een specifiek belsignaal op dezelfde telefoonlijn kunnen twee telefoonnummers dezelfde lijn delen. Hierdoor krijgt de all-in-one een eigen nummer en worden niet-compatibele functies zoals voicemail genegeerd.
Rapporteren
  • Automatisch afdrukken rapport: De all-in-one drukt automatisch een rapport af onder een van de volgende omstandigheden: elke verzendfout, elke ontvangstfout, elke fout, elke faxverzending en elke fax.
  • Print Unit Log: Drukt een log af waarin de faxgeschiedenis van de laatste 100 faxen wordt vermeld.
Ontvangen
  • Papierformaat in het toestel: Moet overeenkomen met wat in de papierlade is geplaatst: letter, legal of A4.
  • Verklein de faxen automatisch tot het geplaatste papierformaat: Onder normale omstandigheden moet dit ingeschakeld blijven. Hierdoor passen inkomende faxen op het papierformaat in het toestel. Wanneer een fax op legal-formaat binnenkomt en er zit letter-papier in het faxtoestel, wordt de fax verkleind zodat deze op het letter-papier past. Als deze functie is uitgeschakeld, wordt het laatste gedeelte van een pagina in Legal-formaat afgedrukt op een tweede pagina van Letter- of A4-formaat.
  • Aanvaard faxen van oudere, stille faxtoestellen: Wanneer u dit aankruist, kan de all-in-one een verbinding maken met oudere faxtoestellen die geen tonen uitzenden. De all-in-one kan ook proberen om een verbinding te maken voor geen welbepaalde reden, wanneer er geluid is of zich andere digitale toestellen op de lijn bevinden. U kunt deze functie beter niet te inschakelen tenzij het echt noodzakelijk is.
Volume
  • Geluidsvolume: Verandert het volume van de interne luidspreker van de all-in-one: Uit, zacht of luid.
  • Faxtoestel voor inkomende gesprekken: Bepaalt of de beltoon wordt gehoord of niet.
  • Knoppen maken een piepgeluid wanneer er op gedrukt wordt: De knoppen op het voorpaneel klinken telkens wanneer erop gedrukt wordt.
Fax doorsturen
  • Binnenkomende faxberichten naar een ander nummer doorsturen: Wanneer u deze functie aankruist, wordt elke ontvangen fax naar een ander faxnummer gerouteerd tussen de ingevoerde start- en einddatum. Deze functie is handig als u niet op kantoor bent en alle faxen naar een andere locatie moeten worden gestuurd.
Voorbladen
Voorbladen gebruiken
Als u een elektronisch voorblad wilt gebruiken, moet u de fax vanaf de computer verzenden. Zorg dat Voorblad via pc is ingeschakeld (afbeelding 3). Selecteer Inhoud bewerken om het venster Voorbladgegevens te openen (zie afbeelding 6). In dit venster kunt u gegevens toevoegen die de ontvangers van de fax te zien krijgen. De overige gegevens (tijd, datum, faxnummers en namen) worden automatisch ingevuld.
Afbeelding : Voorbladgegevens
Aangepaste voorbladsjablonen maken
Maak uw eigen voorbladsjablonen met HP Image Editor. Selecteer Instellingen boven aan het venster van de Director en selecteer Faxvoorblad. De HP Image Editor verschijnt en toont een standaardsjabloon. Deze sjabloon bevat de elementaire verzend-, ontvangst- en berichtvelden. U kunt met de verschillende hulpmiddelen voor het bewerken van afbeeldingen objecten in de sjabloon selecteren, invoegen, verwijderen en bewerken. Gebruik de opdrachten in het menu Aantekenen om de datum, de tijd, het totale aantal pagina's en andere faxvelden te bewerken. Als u klaar bent, selecteert u Opslaan als in het menu Bestand. Zorg dat u opslaat met de extensie cvr. Het voorblad wordt automatisch opgeslagen op de juiste locatie: C:\program files\hewlett-packard\hp OfficeJet v series\coverpgs.
Het faxlogboek gebruiken
Het faxlogboek is een verslag van alle faxen die ontvangen, verzonden of in behandeling zijn. U kunt individuele vermeldingen sorteren door een van de beschrijvingsvelden bovenaan in de log te selecteren: datum, duur, stations-ID (faxnummer), pagina's en status.
U kunt overzichtsitems verwijderen door het item te markeren en op DELETE te drukken. U kunt meerdere items verwijderen door SHIFT in te drukken terwijl u de items selecteert.
U kunt bepaalde faxitems opslaan op de computer. Als u deze items wilt bekijken, markeert u het item en drukt u op de knop BEKIJKEN.
Geblokkeerde faxen
Geblokkeerde faxen zijn ongewenste faxen. Een geblokkeerde fax wordt wel ontvangen, maar niet afgedrukt. Het logboek wordt bijgewerkt met een geblokkeerd faxitem in het overzicht van ontvangen faxen. Om te voorkomen dat een ongewenst faxtoestel faxen verstuurt naar de all-in-one, markeert u het desbetreffende faxitem en selecteert u Fax blokkeren. Om de ontvangst van het faxtoestel opnieuw te activeren, selecteert u het tabblad Geblokkeerde faxen, selecteer het faxnummer in de lijst en selecteer Verwijder uit de lijst.
Afbeelding : Faxlogboek
Het Telefoonboek gebruiken
Met de HP OfficeJet V serie kunt u gemakkelijk namen en faxnummers opslaan in het telefoonboek. Als u een fax verzendt met behulp van de Director, selecteert u eenvoudig een item in het Telefoonboek.
Het telefoonboek dat door de HP all-in-one wordt gebruikt, is het adresboek van Microsoft(R) Outlook Express. Deze software wordt waarschijnlijk al gebruikt of is al op de computer geïnstalleerd. Als Outlook of Outlook Express niet op de pc staan, is deze optie niet beschikbaar. Internet Explorer 4.0 en latere versies bevatten Outlook Express en deze kunt u gratis van de website van Microsoft downloaden. In Microsoft Outlook wordt een andere bestandsstructuur gebruikt dan in Microsoft Outlook Express.
Een adres-item maken
Aan de hand van de volgende stappen voegt u een vermelding aan het Telefoonboek toe.
  1. Klik in de Director op Telefoonboek.
  2. In het dialoogvenster Adresboek klikt u op Nieuwe contactpersoon.
  3. In het dialoogvenster Eigenschappen klikt u naar keuze op het tabblad Thuis of Werk.
  4. Voer de gegevens van de contactpersoon in en klik op OK.
     opmerking:
    Als u een 9 of een ander cijfer moet kiezen om buiten de kantoorcentrale te bellen, moet u dit in het vak Fax nummer vóór het faxnummer plaatsen. U kunt een pauze instellen door een komma of een streepje (-) te gebruiken.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land: Flag Nederland

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...