hp-support-head-portlet

Acties
Bezig met laden...

HP Klantondersteuning

hp-contact-secondary-navigation-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-share-print-widget-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-concentra-wrapper-portlet

Acties
Bezig met laden...

Problemen met de afdrukkwaliteit verhelpen bij HP PSC 1200-serie All-in-One-modellen

Doel
Het doel van dit document is klanten van HP te helpen bij het corrigeren van afdrukproblemen. Als het probleem dat u ondervindt niet wordt beschreven, kan er een ander document zijn waarin het betreffende onderwerp wordt behandeld. Raadpleeg het HP-document HP All-in-One Products - An Error Message Occurs When I Try to Print with the HP All-in-One (bpu00690) (Engelstalige site) voor eventuele foutmeldingen die verschijnen wanneer u probeert af te drukken. Als u geen document kunt vinden waarin uw probleem wordt beschreven, of u het probleem niet met behulp van het document kunt oplossen, kunt u contact opnemen met HP voor hulp. Klik op de link Contact opnemen met HP op deze pagina voor meer informatie over hoe u contact kunt opnemen met HP. Dit document is van toepassing op de volgende HP All-in-One-modellen:
  • HP PSC 1110
  • HP PSC 1210
  • HP PSC 1210xi
  • HP PSC 1210v
  • HP PSC 1215
  • HP Officejet 4105
  • HP Officejet 4110
  • HP Officejet 4110xi
  • HP Officejet 4110v
De kleuren zijn verkeerd
Dit probleem wordt meestal veroorzaakt doordat een of meer van de inktkleuren in een van de inktpatronen op begint te raken. Doe het volgende om te controleren of de inktpatroon leeg is.
  1. Controleer het geschatte inktniveau in de printerwerkset. Als de software voor de all-in-one niet is geïnstalleerd, gaat u verder met stap 2.
     opmerking:
    De geschatte inktniveaus zijn afgestemd op de inktpatronen HP 56 en HP 57. Bij gebruik van de inktpatroon HP 28 zal het geschatte inktniveau niet correct zijn.
    1. Klik in de HP Director-software op Instellingen, Afdrukinstellingen en klik vervolgens op Printerwerkset.
    2. Selecteer in de printerwerkset het tabblad Geschat inktniveau, zoals aangegeven in afbeelding 1. Houd er rekening mee dat dit een schatting van het inktniveau is, gemaakt op basis van het aantal gebruikte inktdruppels, en dat deze schatting kan afwijken van de daadwerkelijk resterende hoeveelheid inkt. Als een of meer inktkleuren (bijna) op zijn, moet u de inktpatroon vervangen.
      Afbeelding 1: Het tabblad Geschat inktniveau van de Printerwerkset
  2. Druk een testpagina af op een van de volgende manieren:
    • Selecteer in de printerwerkset het tabblad Device Services (Apparaatservices) en klik op Print a Test Page (Een testpagina afdrukken). De testpagina A uit Afbeelding 2 wordt afgedrukt.
    • Houd op het bedieningspaneel van de all-in-one de toets Cancel ingedrukt en druk op de toets Color Start Copy. De testpagina B uit Afbeelding 2 wordt afgedrukt.
      Afbeelding 2: Testpagina's - A vanuit de Printerwerkset, B vanaf het bedieningspaneel
  3. Als de kleuren op de testpagina er goed uitzien en niet flets of licht zijn, gaat u verder met onderstaande stap 4. Als de kleuren op de testpagina er niet goed uitzien, flets zijn of ontbreken, moet u de inktpatronen reinigen zoals beschreven in het gedeelte "De inktpatronen reinigen" verderop. Vervang de inktpatroon als de kleuren na reiniging van de inktpatroon nog steeds niet juist zijn.
  4. Wijs een kleurbeheerprofiel toe aan de all-in-one. Zo doet u dit:
    1. Klik op Start, klik op Instellingen en klik vervolgens op Printers (in Microsoft® Windows XP, klikt u op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten) om de map Printers te openen.
    2. Klik in de map Printers met de rechtermuisknop op het pictogram HP All-in-One en klik vervolgens op Eigenschappen.
    3. Klik op de tab Kleurbeheer.
    4. Klik op Toevoegen voor de lijst met beschikbare kleurenprofielen.
    5. In het dialoogvenster Profiel Toevoegen, selecteert u Diamond Compatible 9300k G2.2.icm.
    6. Klik op Toevoegen en klik vervolgens op OK. Druk het bestand opnieuw af. Als de toepassing niet in kleur afdrukt, gebruikt u Microsoft Paint om een document met kleuren af te drukken.
    7. Probeer opnieuw af te drukken en kijk of de kleuren nu beter zijn.
  5. Bij het afdrukken op sommige soorten fotopapier kan een groenige zweem voorkomen op zwarte gebieden wanneer fotopapier als papiersoort is ingesteld. Verander de papiersoort in HP Bright White of Gewoon en druk de pagina nogmaals af.
Er verschijnen witte strepen op de afdruk
Dit probleem treedt op wanneer de inkt in de inktpatroon op begint te raken of de spuitgaatjes in de inktpatroon verstopt zijn. Ga als volgt te werk:
  1. Als de spuitgaatjes verstopt zijn, kunt u de blokkade misschien opheffen door een testpagina af te drukken. Druk de pagina normaals af nadat u de testpagina hebt afgedrukt. Druk een testpagina af op een van de volgende manieren:
    • Vanaf de computer: start de Director-software. Klik op Instellingen, Afdrukinstellingen, en vervolgens op Printerwerkset. Klik op Testpagina afdrukken. De testpagina A uit Afbeelding 2 wordt afgedrukt.
    • Houd op het bedieningspaneel van de all-in-one de toets Cancel ingedrukt en druk op de toets Color Start Copy. De testpagina B uit Afbeelding 2 wordt afgedrukt.
  2. Als het probleem aanhoudt, reinigt u de inktpatroon volgens de aanwijzingen uit het gedeelte "De inktpatronen reinigen" verderop. Vervang de inktpatroon als de kleuren na reiniging van de inktpatroon nog steeds niet juist zijn.
  3. Als bij het afdrukken met de inktpatroon nog steeds witte strepen in de afdruk verschijnen, vervangt u de inktpatroon die dit probleem vertoont.
De inkt droogt niet en loopt uit
Dit probleem wordt meestal veroorzaakt door het gebruikte papier. Sommige papiersoorten nemen inkt minder goed op dan andere. Dit geldt met name voor transparanten en sommige goedkopere soorten fotopapier. Voer de volgende stappen uit om de oorzaak van het probleem te bepalen en te verhelpen:
  1. Controleer of het papier is gewaarmerkt als Inkjetpapier. Papier dat is ontworpen voor laser printers en kopieerapparaten kan voorzien zijn van een coating die ervoor zorgt dat de inkt niet goed wordt opgenomen. Op sommige fotopapiersoorten van andere merken droogt de inkt niet goed. Probeer af te drukken op een andere soort papier van een andere fabrikant.
  2. Papier is verkrijgbaar in verschillende gewichten. Het gewicht van het papier wordt vermeld op de verpakking. Zwaarder papier geeft doorgaans betere resultaten dan lichter papier. Bij het afdrukken op gewoon papier van 70 g/m<superscript>2</superscript> of minder in de modus Best wordt soms meer inkt op de pagina gezet dan het papier kan opnemen. Probeer af te drukken op zwaarder papier of in de modus Normaal.
  3. Probeer de papiersoort in te stellen op Gewoon/Inkjet en de afdrukkwaliteit op Normaal, en druk het document nogmaals af. Als de inkt nog steeds niet wil drogen, wordt het probleem veroorzaakt door het papier.
  4. Probeer papier van een andere fabrikant en kijk of een ander resultaat wordt bereikt.
Dubbelzijdig afdrukken
Dubbelzijdig afdrukken is niet ingebouwd in de HP PSC 1100, 1200 en Officejet 4100 serie software. Hoewel de printerdrivers dubbelzijdig afdrukken niet ondersteunen, is het wellicht mogelijk vanuit sommige toepassingen toch dubbelzijdig af te drukken. De mogelijkheid tot en werkwijze voor dubbelzijdig afdrukken is afhankelijk van de gebruikte toepassing. De volgende stappen beschrijven de methode voor dubbelzijdig afdrukken vanuit een aantal populaire kantoortoepassingen. Andere toepassingen bieden mogelijk vergelijkbare opties.
Microsoft Word en Outlook
  1. Klik in de toepassing op Bestand en vervolgens op Afdrukken.
  2. Klik op Eigenschappen om het venster Printereigenschappen te openen en klik op Afdrukvoorkeuren.
  3. Selecteer op het tabblad Layout de optie Back to Front (van achter naar voor) en klik tweemaal op OK om de wijzigingen te accepteren.
  4. Wijzig de afdrukinstellingen om alleen de even pagina's af te drukken.
    • In Microsoft Word bevindt deze instelling zich linksonderaan. Wijzig de optie Pagina's in Even in plaats van Alle pagina's in bereik.
    • In Microsoft Outlook bevindt deze instelling zich aan de rechterkant van het dialoogvenster, in het kader Exemplaren. Wijzig de instelling Aantal in Even in plaats van Alle.
  5. Druk de pagina's af. Pagina 2 wordt als laatste afgedrukt en komt bovenop te liggen.
  6. Haal het papier uit de uitvoerlade en draai het papier om zodat de vellen met de bedrukte zijde naar boven en de bovenkant van de pagina eerst in de all-in-one worden ingevoerd. Plaats de vellen terug in de papierinvoerlade.
  7. Klik op Bestand en klik vervolgens op Afdrukken.
  8. Klik op Eigenschappen om het venster Printereigenschappen te openen en klik op Afdrukvoorkeuren.
  9. Selecteer op het tabblad Layout de optie Front to Back (van voor naar achter) en klik tweemaal op OK om de wijzigingen te accepteren. Deze stap zorgt ervoor dat de pagina's in de juiste volgorde worden afgedrukt. Klik tweemaal op OK om de wijzigingen te accepteren en terug te keren naar de toepassing.
  10. Herhaal stap 4 hierboven, maar selecteer nu de Oneven pagina's. Het eindresultaat is dubbelzijdig afgedrukte pagina's, maar in omgekeerde volgorde.
Microsoft PowerPoint
  1. Controleer in de toepassing hoeveel pagina's er zijn in het document en klik op Bestand en vervolgens op Afdrukken.
  2. Klik op Eigenschappen om het venster Printereigenschappen te openen en klik op Afdrukvoorkeuren.
  3. Selecteer op het tabblad Layout de optie Back to Front (van achter naar voor) en klik tweemaal op OK om de wijzigingen te accepteren.
  4. Wijzig de instellingen voor het afdrukbereik zodat alleen de even pagina's worden afgedrukt. Selecteer hiertoe Dia's en geef vervolgens alle even pagina's gescheiden door komma's op.
  5. Druk de pagina's af. Pagina 2 wordt als laatste afgedrukt en komt bovenop te liggen.
  6. Haal het papier uit de uitvoerlade en draai het papier om zodat de vellen met de bedrukte zijde naar boven en de bovenkant van de pagina eerst in de all-in-one worden ingevoerd. Plaats de vellen terug in de invoerlade.
  7. Klik op Bestand en klik vervolgens op Afdrukken.
  8. Klik op Eigenschappen om het venster Printereigenschappen te openen en klik op Afdrukvoorkeuren.
  9. Selecteer op het tabblad Layout de optie Front to Back (van voor naar achter) en klik tweemaal op OK om de wijzigingen te accepteren. Deze stap zorgt ervoor dat de pagina's in de juiste volgorde worden afgedrukt. Klik tweemaal op OK om de wijzigingen te accepteren en terug te keren naar de toepassing.
  10. Herhaal de bovenstaande stap 4, maar voer nu alle oneven paginanummers in. Het eindresultaat is dubbelzijdig afgedrukte pagina's, maar in omgekeerde volgorde.
De afdruk is scheef
De meest voorkomende oorzaak van scheve afdrukken en kopieën is dat het achterpaneel niet stevig vastzit. Verwijder de achterste toegangsklep. Kijk de klep na op gebroken of ontbrekende onderdelen en controleer of de rollen vrij kunnen bewegen. Klap de toegangsklep volledig terug in de positie. Controleer ook of het origineel correct op de glasplaat is gelegd.
Met de volgende stappen kunt u de kans op scheve uitvoer verder verkleinen:
  1. Het goed laden en verwerken van het papier kan kantelen minimaliseren. Controleer of het papier recht tegen de rechterzijde van de hoofdinvoerlade is geplaatst.
  2. Controleer of de geleider voor papierbreedte goed tegen de linkerrand van de papierstapel rust, zodat het papier recht in de printer wordt ingevoerd.
  3. Plaats slechts één materiaalsoort (papier of transparant) in de invoerlade. Sommige papiersoorten en voorgedrukte formulieren of briefhoofden kunnen scheve afdrukken veroorzaken.
  4. Verwijder het netsnoer, verwijder de achterklep en reinig de rollen met een schone, licht vochtige doek.
De pagina wordt niet afgedrukt, maar er is geen foutmelding
Controleer het bedieningspaneel op foutberichten of knipperende lampjes. Corrigeer alle foutberichten die op het bedieningspaneel worden weergegeven. Indien er geen foutberichten op het bedieningspaneel verschijnen, volgt u de onderstaande stappen om verder te gaan met de probleemoplossing. Controleer na elke stap of het probleem zich nog voordoet, voor u verder gaat met de volgende stap.
  1. Start de HP Director-software en klik vervolgens op Status. Ga door naar stap 2 als de status Ready (Klaar) is. Indien de status niet Ready (Klaar) is:
    1. Koppel terwijl de all-in-one en de computer allebei aan staan, de USB-kabel los van de all-in-one en sluit deze vijf seconden later weer aan.
    2. Sluit het statusvenster en klik opnieuw op Status om de status van de all-in-one nogmaals te controleren. Als de status nog steeds niet Ready (Klaar) is, start dan de computer opnieuw op. Als een bericht verschijnt dat er onvoltooide afdruktaken zijn, selecteer dan de optie om de onvoltooide afdruktaken te verwijderen.
    3. Controleer de status van de all-in-one opnieuw. Als de all-in-one nog steeds iets anders aangeeft dan Ready (Klaar), de-installeer dan de software van de all-in-one, volg de onderstaande aanwijzingen en installeer vervolgens de software van de all-in-one opnieuw. Als geen verbetering in de situatie is gekomen na het opnieuw installeren van de software, raadpleeg dan het HP-document Oplossen van installatieproblemen bij het aansluiten van een HP all-in-one op de USB-poort van een computer (bdu01858).
    4. Als het probleem na het doornemen van dit document nog steeds bestaat, kunt u contact opnemen met HP voor hulp.
  2. Druk een zelftestpagina af op de all-in-one om te controleren of de all-in-one goed werkt. Als de zelftest goed wordt uitgevoerd, gaat u verder met stap 3. Als de testpagina niet goed wordt afgedrukt, moet u controleren of de inktpatronen niet leeg zijn en het netsnoer uit de all-in-one trekken en weer op de all-in-one aansluiten. Als de zelftestpagina nog steeds niet goed wordt afgedrukt, kunt u contact opnemen met HP voor hulp. Om een zelftestpagina af te drukken:
    1. Druk op het bedieningspaneel van de all-in-one op de knop Setup (instelling) tot Rapport afdr. op het scherm verschijnt, en druk op Enter.
    2. Druk op de knop Setup (instelling) tot Zelftest op het scherm verschijnt, en druk op Enter.
  3. Controleer of de printer niet is uitgeschakeld en controleer in het printervenster of de afdruktaak zich in de afdrukwachtrij voor de printer bevindt.
    1. Klik op Start, Instellingen en klik vervolgens op Printers (in Windows XP, klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten) om de map Printers te openen.
    2. Dubbelklik op het pictogram HP All-in-One om het printervenster te openen. Eventuele afdruktaken die naar de printer zijn gestuurd, worden hier vermeld. Als hier geen afdruktaak wordt vermeld, is de afdruktaak naar de verkeerde printer gestuurd of is een verkeerde poort ingesteld in de printerdriver. Als het pictogram van de HP All-in-One niet aanwezig is, moet u de software van de all-in-one installeren om het printerpictogram toe te voegen.
    3. Selecteer het menu Printer.
    4. Controleer in het menu dat er geen vinkje staat voor de opties Off line werken of Afdrukken onderbreken. Als een vinkje staat voor Off line werken of Afdrukken onderbreken, klik dan op de betreffende optie en herhaal deze stap.
    5. Als voor geen van beide opties een vinkje staat, selecteer dan Eigenschappen om het venster Printereigenschappen te openen en ga verder met de volgende stap.
  4. Selecteer in Windows 98 of Me het tabblad Details en in Windows 2000 of XP het tabblad Poorten. Op het tabblad Poorten bevindt zich een gedeelte waarin wordt bepaald welke poort wordt gebruikt voor het afdrukken op de all-in-one. Als de poort waarheen wordt afgedrukt in Windows 98 of Me DOT4_00x is (waarbij x een getal is tussen 1 en 9), of deze poort in Windows 2000 of XP USB00x is (waarbij x een getal is tussen 1 en 9), kunt u verder gaan naar de volgende stap. Als deze poort niet is geselecteerd, moet u deze poort selecteren, als deze tenminste in de lijst voorkomt. Als deze poort niet in de lijst voorkomt, de-installeer dan de software van de all-in-one volgens de aanwijzingen verderop in dit document en installeer deze vervolgens opnieuw.
  5. Sluit alle geopende vensters en start de computer opnieuw op. Als een bericht verschijnt dat er onvoltooide afdruktaken zijn, selecteer dan de optie om de onvoltooide afdruktaken te verwijderen. Dit is noodzakelijk omdat de zelftestpagina die u in de volgende stap gaat afdrukken niet wordt afgedrukt als zich nog een afdruktaak in de wachtrij bevindt.
  6. Druk een zelftestpagina af vanaf de computer. Als de zelftestpagina wel kan worden afgedrukt, maar geen pagina's kunnen worden afgedrukt vanuit de toepassing, schuilt het probleem in het softwareprogramma. Neem contact op met de maker van het softwareprogramma als dit het geval is. Als de zelftestpagina niet wordt afgedrukt, de-installeer dan de software van de all-in-one volgens de onderstaande aanwijzingen, start de computer opnieuw op en installeer vervolgens de software van de all-in-one opnieuw. Voer de volgende handelingen uit om een zelftestpagina af te drukken vanaf de computer:
    1. Klik op Start, Instellingen en klik vervolgens op Printers (in Windows XP, klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten) om de map Printers te openen.
    2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de HP All-in-One en klik vervolgens op Eigenschappen.
    3. Op het tabblad Algemeen vindt u de optie voor het afdrukken van een testpagina.
Het papier wordt niet goed in de all-in-one ingevoerd
Dit probleem wordt meestal veroorzaakt door het verkeerd laden van het papier. Het papier te ver naar binnen duwen kan ook dit probleem veroorzaken. Dit probleem wordt verder en in meer detail behandeld in overige documenten.
De inkt bereikt de randen van het papier niet
Het apparaat is op deze wijze ontworpen. De all-in-one kent een afdrukbaar gebied waarbinnen het apparaat kan afdrukken. Dit gebied kan niet worden aangepast.
  • De rollen van de all-in-one hebben papier nodig om het papier goed voor het afdrukken te kunnen positioneren. Om deze reden is de ondermarge groter dan de andere marges.
  • Er moet worden voorkomen dat er inkt op het papierinvoermechanisme wordt gesproeid. Als er inkt op de rollen zou worden gesproeid, zou deze uiteindelijk terechtkomen op nieuwe kopieën. Er zouden ook papierstoringen kunnen ontstaan of storingen in de hardware van de all-in-one.
     let op:
    OPMERKING: Als u probeert het papier toch volledig te bedrukken, of oneigenlijk gebruik maakt van 4 x 6 inch , Hagaki- of A6-kaarten, kan schade ontstaan aan de all-in-one door inkt die in het printermechanisme wordt gespoten. Raadpleeg de informatie over het plaatsen van papier in de Help-bestanden als u meer wilt weten over het plaatsen van papier.
Marges voor afdrukken/kopiëren op papier
Papiersoort
Boven
Onder
Links
Rechts
U.S. Letter
U.S. Legal
U.S.
Executive
1,8 mm
11,7 mm
6,4 mm
6,4 mm
ISO A4
ISO A5
JIS B5
1,8 mm
11,7 mm
3,2 mm
3,2 mm
Marges voor afdrukken/kopiëren op enveloppen
Papiersoort
Boven
Onder
Links
Rechts
U.S. nr. 10
A2
DL
C6
3,2 mm
11,7 mm
3,2 mm
3,2 mm
Marges voor afdrukken/kopiëren op kaarten
Papiersoort
Boven
Onder
Links
Rechts
U.S. 76,2 x 127 mm (3 x 5 inch)
U.S. 101,6 x 152 mm (4 x 6 inch)
U.S. 127 x 203,2 mm (5 x 8 inch)
ISO en JIS A6 Hagaki
3,2 mm
11,7 mm
3,2 mm
3,2 mm
Aanvullende informatie
De inktpatronen reinigen
Voer de volgende stappen uit om de inktpatronen te reinigen als de afdruk vegen vertoont of vaag is:
  1. Open de all-in-one terwijl deze aan staat en verwijder de inktpatronen door zachtjes op de patroon te drukken en deze voorzichtig naar u toe te trekken.
  2. Inspecteer de spuitgaatjes en contacten van de inktpatroon op aangehechte vuildeeltjes.
  3. Gebruik voor het verwijderen van eventuele vuildeeltjes een schoon wattenstaafje, bevochtigd met gedistilleerd water (of gewoon schoon water, als u geen gedistilleerd water bij de hand hebt). Knijp overtollig water van het wattenstaafje.
  4. Houd de inktpatroon vast bij de zijkanten, zoals aangegeven in Afbeelding 3, en veeg eventuele vuildeeltjes voorzichtig weg.
  5. Plaats de inktpatronen terug en voer een uitlijning van de patronen uit.
  6. Druk een testpagina af om de inktpatronen te controleren en eventuele resterende vuildeeltjes uit de sproeigaatjes weg te spoelen.
    Afbeelding 3: De inktpatrooncontacten reinigen
De software van de all-in-one de-installeren
Voer de volgende stappen uit om de software van de all-in-one te verwijderen:
  1. Koppel de communicatiekabel van de HP All-in-One los van de computer.
  2. De-installeer de software van de all-in-one door te klikken op Start, Programma's (Alle Programma's in Windows XP), Hewlett-Packard, de HP productfolder en Software de-installeren. Volg de aanwijzingen voor het verwijderen van de software.
  3. Start de computer opnieuw op.
  4. Installeer de All-in-One-software opnieuw. Sluit de USB-kabel pas aan wanneer u daartoe door het installatieprogramma wordt opgedragen.

hp-feedback-input-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-online-communities-portlet

Acties
Bezig met laden...

Vraag het de community!


Ondersteuningsforum

Ondersteuningsforum

Praat mee! Vind oplossingen, stel vragen en deel advies met andere eigenaars van HP-producten. Nu bezoeken


hp-feedback-banner-portlet

Acties
Bezig met laden...

hp-country-locator-portlet

Acties
Bezig met laden...
Land: Flag België

hp-detect-load-my-device-portlet

Acties
Bezig met laden...